REGELS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS

 

Artikel 1 Begrippen

 

In deze regels wordt verstaan onder:

 

1.1 het plan

het "Wijzigingsplan Leeuwarden - Buitengebied gronden voormalige rijksweg N31" met identificatienummer NL.IMRO.0080.01002WP01-OW01 van de gemeente Leeuwarden.

 

De begrippen, voor zover relevant voor dit wijzigingsplan, van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014) zijn van overeenkomstige toepassing.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 2 Wijze van meten

 

De wijze van meten van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014) zijn van overeenkomstige toepassing , voor zover relevant voor dit wijzigingsplan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS

 

 

Artikel 3 Agrarisch

 

 

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. (agrarische) cultuurgrond;

 

met daaraan ondergeschikt:

  1. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke hoofdstructuur;

  2. infrastructurele voorzieningen;

  3. openbare nutsvoorzieningen;

  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;

  5. (dag)recreatief medegebruik;

  6. groenvoorzieningen;

  7. paden;

  8. water;

 

met de daarbij behorende:

  1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

3.2 Bouwregels

 

3.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

 

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende

regels:

  1. op of in deze gronden mogen geen silo's worden gebouwd;

  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen;

  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen.

 

 

3.3 Afwijken van de bouwregels

 

3.3.1 Afwijking

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van:

  1. het bepaalde in lid 3.2.2 sub c en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verhoogd tot ten hoogste 15 m, met dien verstande dat de omgevingsvergunning niet wordt verleend voor de gronden ter plaatse van de bestemming ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht’.

 

3.3.2 Toetsingscriteria

Een afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in lid 3.3.1 wordt uitsluitend toegepast, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  1. het bebouwingsbeeld;

  2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

  3. de cultuurhistorische waarden;

  4. de landschappelijke waarden;

  5. de milieusituatie;

  6. de natuurlijke waarden;

  7. de sociale veiligheid;

  8. de verkeersveiligheid;

  9. de watersituatie;

  10. de woonsituatie.

 

3.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  1. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, zodanig dat er sprake is van een negatief effect op een Natura 2000-gebied door stikstofdepositie, met uitzondering van:

  1. het bestaand gebruik, met dien verstande dat als referentiedatum voor het bestaand gebruik, in afwijking van het bepaalde in artikel 1, sub 20 van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014), wordt verstaan de referentiedata die zijn genoemd in bijlage 1 bij deze regels;

  2. het op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 vergunde gebruik;

  1. het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten;

  2. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een intensief veehouderijbedrijf;

  3. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel;

  4. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca en recreatie;

  5. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van voorzieningen ten behoeve van watertechnologie en duurzame energieopwekking;

j. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bed and breakfast.

 

3.5 Afwijken van de gebruiksregels

 

3.5.1 Afwijking

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van:

  1. het bepaalde in lid 3.4 sub i en toestaan dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van voorzieningen ten behoeve van watertechnologie en duurzame energieopwekking worden gebouwd, niet zijnde kleine windturbines, met dien verstande dat de bouwregels uit sublid 3.2.2 onder c van overeenkomstige toepassing zijn.

 

3.5.2 Toetsingscriteria

Een afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in lid 3.5.1 sub a wordt uitsluitend toegepast mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  1. het bebouwingsbeeld;

  2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

  3. de cultuurhistorische waarden;

  4. de landschappelijke waarden;

  5. de milieusituatie;

  6. de natuurlijke waarden;

  7. de sociale veiligheid;

  8. de verkeersveiligheid;

  9. de watersituatie;

  10. de woonsituatie.

 

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

3.6.1 Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  1. het aanplanten van bomen en/of houtgewas, al dan niet ten behoeve van houtteelt over een oppervlakte van meer dan 100 m², met dien verstande dat deze omgevingsvergunning niet wordt verleend voor de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - obstakelbeheergebied’ dan wel ter plaatse van de bestemming ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht’;

  2. het verharden van perceel- en/of kavelontsluitingen buiten een bouwvlak, met een breedte van meer dan 4 m;

  3. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen buiten een bouwvlak, niet zijnde perceel- en/of kavelontsluitingswegen, met een oppervlakte van meer dan 100 m²;

  4. het aanleggen van (half)verharde paden;

  5. het aanleggen van voorzieningen voor dagrecreatief medegebruik;

  6. het graven of dempen van watergangen, mits dit een wijziging van het kavelpatroon tot gevolg heeft.

 

3.6.2 Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 3.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke:

  1. het normale onderhoud betreffen;

  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

 

3.6.3 Toetsingscriteria

a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.6.1 onder e waarbij voorzieningen voor dagrecreatief medegebruik worden aangelegd groter dan 5.000 m², wordt uitsluitend verleend indien er geen sprake is van strijd met het provinciaal weidevogelbeleid.

b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.6.1 onder a tot en met e wordt uitsluitend verleend mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

1. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

3. de cultuurhistorische waarden;

4. de landschappelijke waarden;

5. de milieusituatie;

6. de natuurlijke waarden;

7. de watersituatie.

 

 

Artikel 4 Leiding - Brandstof

 

 

De regels van de bestemming 'Leiding - Brandstof' van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014) zijn van overeenkomstige toepassing.

 

 

Artikel 5 Waarde - Beschermd dorpsgezicht

 

De regels van de bestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014) zijn van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS

De algemene regels, voor zover relevant voor het wijzigingsplan, van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014), zijn van overeenkomstige toepassing.

 

 

 

Artikel 6 Algemene aanduidingsregels

 

 

6.1 geluidzone - industrie

De aanduidingsregels van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014), voor zover relevant voor het wijzigingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing.

 

6.2 Geluidzone - Luchtvaart 35-40 Ke

De aanduidingsregels van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014), voor zover relevant voor het wijzigingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing.

 

6.3 Luchtvaartverkeerzone - ils verstoringsgebied 1

De aanduidingsregels van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014), voor zover relevant voor het wijzigingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing.

 

6.4 Luchtvaartverkeerzone - Obstakelbeheergebied

De aanduidingsregels van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied" (vastgesteld 23 april 2014), voor zover relevant voor het wijzigingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing.

 

 

 

HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels

 

 

Artikel 7 : Overgangsrecht

 

 

7.1 Overgangsrecht bouwwerken

 

  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

  1. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%;

  2. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

 

7.2 Overgangsrecht gebruik

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;

  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en afwijking wordt verkleind;

  3. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;

  4. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

 

 

 

 

Artikel 8 : Slotregel

 

Deze regels worden aangehaald als:

 

regels van het Bestemmingsplan "Leeuwarden - Buitengebied gronden voormalige rijksweg N31" met identificatienummer NL.IMRO.0080.01002WP01-OW01 van de gemeente Leeuwarden.