direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Recreatiegebied Kievitsveld Emst
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het recreatiegebied Kievitsveld is in 2010 in het bestemmingsplan "Buitengebied, 2e partiële herziening (Recreatiegebied Kievitsveld)" geregeld. Het bestemmingsplan is in april 2011 voor een groot deel (het gebied met de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie") vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De regeling voor het gebied moet hersteld worden. Daarnaast zijn er inmiddels plannen voor het realiseren van een hotel, camperplaatsen en twee overloopparkeerterreinen bij het wellnesscentrum de Veluwse Bron dat op het terrein is gevestigd.

1.2 Planologisch-juridische regeling

Het voorliggende bestemmingsplan maakt het herstel van de regeling en de gewenste nieuwe ontwikkeling mogelijk. Voor het plangebied is een gedetailleerde bestemmingsregeling opgesteld. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Wet ruimtelijke ordening en voldoet aan de meest recente inzichten betreffende de digitale uitwisseling en raadpleging (RO-Standaarden). Hierdoor is het bestemmingsplan een goed leesbaar en bruikbaar plan.

1.3 De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Recreatiegebied Kievitsveld Emst" bestaat uit de volgende stukken:

  • verbeelding met nummer NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2;
  • planregels.

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting zijn de aan het plan ten grondslag liggende onderzoeken en een planbeschrijving opgenomen.

1.4 Situering van het plangebied

Het plangebied betreft het recreatiegebied Kievitsveld te Emst. Het plangebied ligt ten noorden van het Vaassense bedrijfsterrein Eekterveld, ten westen van de A50, ten zuiden van de Schobbertsweg en ten oosten van de Achterdorperweg. Het plangebied bestaat uit twee plassen. De grote plas is de plas die gebruikt wordt voor de intensieve recreatiefunctie (zwemmen, strandjes, waterskiën). In en om de kleine plas (de Nijmolense Plas) is extensieve recreatie toegestaan (wandelen, vissen, zwemwater van de Veluwse Bron).

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0001.jpg"

Afbeelding: globale ligging van het plangebied.

In Bijlage 1 Situering plangebied is de exacte situering van het plangebied weergegeven.

1.5 Opbouw toelichting

In deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid. In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan de elementen, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het plangebied. In hoofdstuk 4 zijn de planbeschrijving en de economische uitvoerbaarheid opgenomen. Hoofdstuk 5 sluit af met een beschouwing over de uitvoerbaarheid alsmede de resultaten van de inspraak en het gevoerde overleg.

Hoofdstuk 2 Analyse

2.1 Algemeen

In dit hoofdstuk wordt het plan beschreven en het relevante beleidskader vermeld. In de planbeschrijving wordt ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie. Bij het beleidskader worden de beleidsnota's behandeld die direct of indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Hierna is per bestuursniveau een samenvatting gegeven van deze nota's.

2.2 Planbeschrijving

2.2.1 Bestaande situatie

Het recreatiegebied Kievitsveld is een dagrecreatief concentratiegebied in eigendom en beheer bij RGV Holding BV (RGV).

Het recreatiegebied is gecreëerd in combinatie met zandwinning voor de aanleg van de A50 tussen Apeldoorn en Heerde. Vanuit recreatiebeleid van Rijk, provincie Gelderland en Veluwse gemeenten is door de Recreatiegemeenschap Veluwe in 1986 de oostelijk gelegen Smallertse Plas ingericht voor dagrecreatie met de aanleg van 2 stranden, ligweiden en parkeerplaatsen. In de daarop volgende jaren zijn daar enkele voorzieningen aan toegevoegd, zoals een kiosk, toiletgebouwen en een waterspeelterrein voor de kinderen. De westelijk gelegen Nijmolense Plas is in 1991 voor recreatie ingericht.

Ten noorden en ten westen van de Smallertse Plas liggen speelweiden, ligweiden en parkeerplaatsen. Langs het noordelijk gedeelte is ook een strand gelegen. Het noordelijke en in mindere mate het zuidelijke gedeelte van de Smallertse Plas worden gebruikt als zwemgelegenheid. Het gedeelte daartussen wordt gebruikt voor waterskiën en wakeboarden bij Burnside Cable Park. Hiervoor zijn steigers, een startgebouwtje, masten, kabels en een horecagelegenheid gerealiseerd. Langs de Smallertse Plas loopt een fietspad dat onderdeel vormt van de Eneco-fietsroute en is opgenomen in het fietsknooppuntensysteem. Het bosgebied rondom de viskweekvijvers is ontsloten door wandelpaden.

De Smallertse Plas wordt ook gebruikt door de hengelsport. Tenslotte worden zowel de Smallertse Plas als ook de Nijmolense Plas gebruikt voor sportduiken. De Nijmolense Plas wordt minder intensief gebruikt en kent ook natuurwaarden, met name aan de zuidzijde. Onderlangs de Nijmolense Plas loopt de Nijmolense Beek, een beek met belangrijke landschappelijke en natuurlijke waarde door onder andere de relatief goede waterkwaliteit.

Aan de noordzijde van de Nijmolense Plas is in 2007 het wellnesscentrum De Veluwse Bron gerealiseerd.

 

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0002.jpg"

Afbeelding: de startplek van de waterskibaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0003.jpg"

Afbeelding: huidige terras en horecagebouw aan de Smallertse Plas.

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0004.jpg"

Afbeelding: het toiletgebouw en de kiosk aan de noordzijde van de Smallertse Plas.

2.2.2 Toekomstige situatie

Het plan voorziet, naast de reparatie van de vernietigde onderdelen, in de volgende ontwikkelingen:

  • Een "ontbijthotel" met 40 kamers gericht op gasten van De Veluwse Bron en, aanvullend, routetoerisme. Een ontbijthotel is een eenvoudig hotel zonder receptie en restaurant en uitsluitend met een ontbijtbuffet. De gasten kunnen in- en uitchecken bij het wellnesscentrum en daar gebruik maken van alle voorzieningen. Het gebouw wordt circa 1.700 m2 groot waarbij de vormgeving van het gebouw zal aansluiten bij de vormgeving van de gebouwen van het wellnesscentrum (zie ook paragraaf 4.3). Bij het hotel worden een beperkt aantal parkeerplaatsen aangelegd.
  • Het definitief bestemmen van het gebouw met horeca van de waterskibaan. Het betreft een gebouw met eenvoudig restaurant (snacks), ontvangstruimte voor waterskiërs, kleedruimte en (openbare) toiletten, opslag en verkoop van waterskimateriaal en een overnachtingsmogelijkheid voor de beheerder. Het gebouw heeft nu een oppervlakte van circa 250 m2. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om het gebouw uit te breiden.
  • Bij het hotel worden vijf camperplaatsen gerealiseerd.
  • De mogelijkheid om speel- en outdoortoestellen te plaatsen (spacenet, klimwand en dergelijke).
  • In het noordwestelijk deel van het plangebied worden ten westen van de Viskweekweg (tussen de Schobbertsweg en de Smallertse Beek) twee overloopparkeerterreinen aangelegd. Het zuidelijk gelegen parkeerterrein (circa 100 auto's) is gereserveerd voor De Veluwse Bron, de noordelijke (circa 125 auto's) kan met grote drukte voor zowel het wellnesscentrum als het recreatiegebied worden opengesteld. De groenstructuur rond deze parkeerterreinen wordt versterkt.
  • De landschappelijke waarden van het gebied worden versterkt door bomen en bomenrijen aan te planten en de groenstructuur te versterken.

Op de volgende afbeelding zijn de nieuwe ontwikkelingen weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0005.jpg"

Voor de nieuwe ontwikkelingen is een landschaps- en beeldkwaliteitsplan opgesteld. In het landschapsplan is aangegeven op welke wijze het gebouw en de diverse nieuwe functies landschappelijk worden ingepast op een manier die de natuurlijke en landschappelijke waarden van het gebied versterken. Het beeldkwaliteitsplan geeft een gewenst beeld van de nieuwe bebouwing. Het landschaps- en beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 2 Landschaps- en beeldkwaliteitsplan.

Vanwege de voorgenomen ontwikkelingen vindt natuurcompensatie plaats. De compensatie vindt plaats op een voormalig agrarisch perceel, dat wordt herbestemd tot natuur. Het perceel heeft een oppervlak van circa 0,7 hectare en ligt aan de Viskweekweg.

In verband met de natuurcompensatie is een compensatieplan opgesteld. Het compensatieplan is toegevoegd in Bijlage 3. In het compensatieplan is het natuurinrichtingsplan voor dat perceel weergegeven. Zie verder paragraaf 3.2.1. Het inrichtingsplan biedt een goede bijdrage aan de natuurwaarde van het gebied.

In vergelijking met het in april 2010 vastgestelde bestemmingsplan vervallen de volgende voorzieningen:

  • het groepskampeerterrein;
  • het gebouw, met groeps(overnachtings)accommodatie voor 35 bedden, voor de outdooractiviteiten;
  • de overnachtingsaccommodatie met 30 bedden in het gebouw voor de waterskibaan.

2.3 Nationaal beleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft het nationale ruimtelijk beleid weer. Het doel van de structuurvisie is om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden.

In de structuurvisie bepaalde het Rijk welke ruimtelijke thema's van nationaal belang zijn. Het gaat om de volgende belangen:

  • nationaal belang 1: een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren;
  • nationaal belang 2: ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie;
  • nationaal belang 3: ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen;
  • nationaal belang 4: efficiënt gebruik van de ondergrond;
  • nationaal belang 5: een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen;
  • nationaal belang 6: betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen;
  • nationaal belang 7: het in stand houden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen;
  • nationaal belang 8:verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's;
  • nationaal belang 9: ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling;
  • nationaal belang 10: ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;
  • nationaal belang 11: ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten;
  • nationaal belang 12: ruimte voor militaire terreinen en activiteiten;
  • nationaal belang 13: zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.

Nationale belangen 10 en 11 zijn van toepassing op deze ruimtelijke onderbouwing. Een groot deel van de gemeente is namelijk door de provincie aangewezen als een waardevol landschap. Het plangebied ligt daarnaast deels in de Ecologische Hoofdstructuur.

Daarnaast is nationaal belang 13 van toepassing. In dit het bestemmingsplan worden alle belangen zorgvuldig tegen elkaar afgewogen. Burgers, belangenorganisaties en andere overheden hebben de mogelijkheid om in het kader van de bestemmingsplanprocedure te reageren op deze afweging.

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent:

  • 1. eerst kijken of er vraag (actuele regionale behoefte) is naar een bepaalde nieuwe stedelijke ontwikkeling;
  • 2. vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt
  • 3. mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en multimodale bereikbaarheid.

De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan deze ladder. Zie Bijlage 4 voor de toetsing.

Voor onderdeel 1 zijn de conclusies als volgt:

  • Geconstateerd wordt dat er een groeimarkt is in wellness met verblijfsarrangementen in het bijzonder op bijzondere belevingslocaties.
  • De Veluwse Bron ligt op een unieke locatie die zich in het bijzonder leent om te voorzien in de behoefte aan wellness-verblijfsarrangementen.
  • Het toevoegen van 40 hotelkamers zal niet leiden tot onaanvaardbare leegstand van hotel- en bed & breakfastsaccommodatie in de regio.
    • 1. Het gaat om een nieuwe doelgroep die wordt aangeboord voor nieuwe arrangementen.
    • 2. Het aantal kamers bedraagt slechts 12% van alle kamers binnen een reisafstand van 10 kilometer.
    • 3. De bestaande accommodaties liggen op reisafstand en voldoen niet aan het behoefteprofiel.
    • 4. Nagenoeg alle accommodaties bestonden al voordat De Veluwse Bron in 2008 startte.
    • 5. Er is sprake van een algemeen stijgende trend in bezettingsgraden in de hotelbranche.

Voor onderdeel 2 blijkt dat de regionale behoefte niet kan worden opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied omdat deze locaties reisafstand met zich meebrengen en niet voldoen aan de specifieke vraag naar de combinatie wellness + verblijf als een geïntegreerd belevingsconcept.

Voor onderdeel 3 is geconcludeerd dat de locatie passend multimodaal ontsloten is voor het wellnesscomplex en de nieuwe hotelfunctie. De gasten maken gebruik van het bestaande parkeerterrein.

De algehele conclusie is dat de geplande ontwikkeling past binnen de randvoorwaarden van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk regels aan een bestemmingsplan. Het gaat om regels die voorzien in de behartiging van Rijksbelangen, zoals het kustfundament en de grote rivieren en andere grote infrastructurele voorzieningen. Deze regels zijn hier niet van toepassing. De in het plangebied voorkomende hoogspanningsverbinding is geen hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 2.8.7 van het Barro.

2.4 Provinciaal beleid Gelderland

2.4.1 Omgevingsvisie Gelderland

Op 9 juli 2014 is de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld door de Provinciale Staten. In dit document is ook de visie op recreatie en natuur beschreven. Het beschrijft en beoordeelt de bestemmingsplanherziening in het kader van de omgevingsvisie op recreatie en natuur. In de onderstaande afbeelding is weergegeven welke gebieden als natuur zijn aangewezen binnen de Omgevingsvisie Gelderland. Het merendeel van dit gebied overlapt met de EHS.

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0006.jpg"

In de volgende subparagrafen zijn de voor het Kievitsveld relevante thema's van de Omgevingsvisie beschreven.

Vrijetijdseconomie

De provincie en haar partners zien de volgende opgaven voor een gezonde vrijetijdseconomie:

  • 1. voorzien in een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte voor vrijetijdsbesteding in Gelderland en een verhoging van de kwaliteit van het toeristisch product;
  • 2. vergroten van de bijdrage van vrijetijdseconomie aan de werkgelegenheid en het inkomen van de mensen in Gelderland;
  • 3. de vrijetijdseconomie ondersteunen bij het aanpassen aan de eisen van deze tijd (duurzaam, maatschappelijk verantwoord ondernemen, ruimtelijke kwaliteit);
  • 4. ondersteunen van de vrijetijdseconomie als nieuwe economische drager op het platteland;
  • 5. cultuurhistorie vermarkten voor vrijetijdseconomie;
  • 6. meer Gelderse burgers laten sporten en bewegen ter bevordering van de gezondheid en sociale cohesie en ter vermindering van overgewicht;
  • 7. het initiatief nemen voor een Gelders wandelnetwerk om het recreatief toeristisch product 'Gelderland wandel-provincie nr.1' te ontwikkelen en een infrastructuur te bieden die bewegingsarmoede tegengaat.


De provincie en haar partners willen ruimte bieden aan kwaliteitsverbeteringen en innovatie van recreatiebedrijven. Tegelijkertijd willen zij zorgvuldig omgaan met de ruimte. Leegstand en verpaupering in de bestaande voorraad moeten worden voorkomen en een goede inpassing is nodig. De bijzondere natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in Gelderland staan daarbij centraal.

Ambitie en rol van de provincie

De provincie streeft naar een impuls aan de werkgelegenheid binnen de vrijetijdseconomie door meer toeristische bezoekers en daarmee bestedingen aan te trekken. Daartoe moet de kwaliteit van het toeristisch product omhoog. De provincie wil het bedrijfsleven ondersteunen bij het verbeteren van die kwaliteit. Verder wil de provincie de huidige kwaliteit van de dagrecreatieterreinen en routestructuren behouden of verbeteren. Voor de sector zijn er mogelijkheden om mee te liften met gebiedsprocessen en om vanuit die dynamiek kansen te grijpen. Er zijn goede afwegingen nodig voor het bieden van ruimte voor ontwikkelingen in de sector. Er moet daarbij een relatie worden gelegd tussen de kwaliteit van 'nieuwe' ontwikkelingen en de kwaliteit van het bestaande.


Toeristische bedrijven met een ontwikkelambitie

De provincie wil door kwaliteitsverbetering van het toeristisch product haar landelijk marktaandeel vergroten. Voor een kwaliteitsverbetering is het vaak zaak om te investeren in innovatieve en duurzame concepten en daarnaast te investeren in compensatiemaatregelen. Dit zijn vaak ook lastige trajecten. De provincie wil bedrijven daarom op dit vlak ondersteunen.

Ontwikkelen van bestaande terreinen en gebouwen verdient de voorkeur boven nieuwbouw. Uitbreiding van bedrijven of nieuwvestiging in de recreatiesector hoeft echter niet te leiden tot overcapaciteit op provinciaal niveau. Het kan zelfs leiden tot verbetering van het totale aanbod doordat bestaande bedrijven meeprofiteren van extra kwalitatief goede activiteiten. Beter dan de provincie kennen ondernemers de markt. Zij kunnen hierop inspelen en bepalen welke activiteiten zij uit moeten voeren.


Dagrecreatieterreinen

Het plangebied is in de omgevingsvisie aangemerkt als dagrecreatieterrein. Dagrecreatieterreinen bieden van oudsher mogelijkheden voor laagdrempelige recreatie. Daartoe moeten de terreinen (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk blijven, bij voorkeur gratis. De provincie onderzoekt of het mogelijk is om nieuwe toeristisch recreatieve activiteiten meer te concentreren op de bestaande dagrecreatieterreinen. Deze worden (gedeeltelijk) al intensief gebruikt voor recreatiedoeleinden. Met concentratie van bedrijfsmatige activiteiten op deze terreinen, kan de omgeving verder worden ontzien. Voor vrijetijdsbedrijven is het voordeel dat dit kan leiden tot diversiteit in het aanbod op deze terreinen die aansluit bij de consumentenvraag. Tegelijkertijd kan dit een bijdrage leveren aan de verbetering van de exploitatie van deze terreinen en daarmee het behoud van de openbare functie van (gedeelten) ervan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0007.jpg"

Afbeelding: gebied dat in Omgevingsvisie is aangemerkt als 'dagrecreatieterrein'

Gelders Natuurnetwerk

Het Gelders natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit netwerk omvat alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS, plus een zoekgebied voor nieuwe natuur. Nieuwvestiging en grootschalige ingrepen binnen het Gelders Natuurnetwerk zijn alleen mogelijk wanneer er geen reële alternatieven zijn en wanneer een zwaarwegend maatschappelijk belang in het geding is.

Effecten op het Gelders Natuurnetwerk zijn te bepalen aan de hand van de kernkwaliteiten. Algemene kernkwaliteiten zijn de milieucondities die de voorwaarden vormen voor het voortbestaan van de natuur, de ecologische samenhang, de stilte, de donkerte, de openheid en de rust. Deze kwaliteiten zijn zeer vergelijkbaar met de wezenlijke waarden en kenmerken van de EHS. Daarnaast zijn er specifieke kernkwaliteiten per gebied toegekend. Nieuwe plannen en projecten mogen geen verslechtering van milieucondities veroorzaken.

Kernkwaliteiten Wissel - Emst

Het Kievitsveld valt binnen het gebied 108: Wissel - Emst [Provincie Gelderland, 2013b]. De gebiedsspecifieke kernkwaliteiten van Wissel - Emst, die van toepassing (kunnen) zijn op het Gelders Natuurnetwerk binnen Kievitsveld, zijn:

  • Leefgebieden das en steenuil.
  • Kleinschalig landschap met veel opgaande landschapselementen.
  • Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir.
  • Ecosysteemdiensten: recreatie, drinkwater.

De bijbehorende ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone zijn:

  • Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden.
  • Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën.
  • Ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen.

Groene Ontwikkelingszone

Naast het Gelders Natuurnetwerk heeft Gelderland gebieden aangewezen als "Groene Ontwikkelingszone". Deze zone is ruimtelijk vervlochten met het Gelders Natuurnetwerk, en bestaat uit gebieden met een andere bestemming dan natuur. Het doel van deze zone is:

  • Het bevorderen van samenhang tussen natuurgebieden.
  • Ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van aanwezige functies, zoals dagrecreatie.
  • Versterking van kernkwaliteiten natuur en landschap door combinaties met andere gebiedsfuncties.

Nationaal landschap buiten GNN en GO

De Veluwe is aangewezen als Nationaal Landschap. Het Kievitsveld valt binnen het deelgebied "Wiggen Oost-Veluwe". Voor dit deelgebied zijn de volgende kernkwaliteiten omschreven in de Omgevingsvisie Gelderland, die van toepassing (kunnen) zijn op het Kievitsveld:

  • Beleefbaar deel van gradiënt van Veluwe naar IJssel.
  • Fraai kleinschalig mozaïeklandschap.
  • Diversiteit aan bebouwingsvormen: dorpen langs de straatweg, buurtschappen, linten en verspreid.

Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik

In paragraaf 2.3 is reeds nader ingegaan op de nationale ladder voor duurzame verstedelijking. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing.

Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied:

  • past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja:
  • hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied?


Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de nationale ladder aan de hand van drie stappen de locatiekeuze te motiveren. Deze nationale ladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.


De Gelderse Ladder voor duurzaam ruimtegebruik wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Vooral op regionale schaal kan de behoefte aan bouwplannen per gemeente worden bepaald en wat de beste plekken hiervoor zijn.
De provincie hanteert voor de bepaling van het bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt buiten bestaand bebouwd gebied.


De ambitie is om bij de toepassing van de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik expliciet aandacht te schenken aan de borging van ruimtelijke kwaliteit of kwaliteit van de leefomgeving. Het is van belang dat er een goede match ontstaat tussen de kwaliteiten van het ruimtelijk initiatief en de kwaliteiten van de (uiteindelijk gekozen) locatie en het omliggende gebied. In de uitvoering van de Omgevingsvisie zal de koppeling tussen toepassing van de ladder voor duurzaam ruimtegebruik en de kwaliteitsborging verder worden geoptimaliseerd.

De voorgenomen ontwikkeling is in paragraaf 2.3 getoetst aan de provinciale ladder voor duurzame verstedelijking. Het ontwikkelen van overnachtingsmogelijkheden bij de Veluwse Bron geeft ook invulling aan de doelstellingen van de provincie. Gelderland wil voorzien in een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte voor vrijetijdsbesteding in Gelderland en een verhoging van de kwaliteit van het toeristisch product. Ontwikkelen van bestaande terreinen en gebouwen verdient de voorkeur boven nieuwbouw. Uitbreiding van bedrijven of nieuwvestiging in de recreatiesector hoeft echter niet te leiden tot overcapaciteit op provinciaal niveau. Het kan zelfs leiden tot verbetering van het totale aanbod doordat bestaande bedrijven meeprofiteren van extra kwalitatief goede activiteiten. Met dit initiatief wordt de kwaliteit van een bestaand recreatiecluster verbeterd. Tevens wordt de nieuwe functie landschappelijk ingepast op een manier die de natuurlijke en landschappelijke waarden van het gebied versterken. Hiertoe is een landschapsplan opgesteld (zie paragraaf 3.2.2).

Hieruit blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de Gelderse ladder. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

2.4.2 Omgevingsverordening Gelderland

Voor de provincie Gelderland is in 2014 de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld.

Het plangebied maakt onderdeel uit van Nationaal landschap Veluwe. Artikel 2.7.4.2 Nationaal landschap is daarom relevant.

Een bestemmingsplan mag alleen bestemmingen mogelijk maken die de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in bijlage 5 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen van de verordening.
Activiteiten die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten of deze kernkwaliteiten niet versterken zijn alleen mogelijk:

  • a. als er geen reële alternatieven zijn;
  • b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; en
  • c. er compenserende maatregelen worden getroffen ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage 5 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.

De kwaliteiten van het deelgebied 'wiggen Oost-Veluwe' zijn niet in het geding. In het landschaps- en compensatieplan (zie Bijlage 2, Bijlage 3 en Bijlage 6) is aangegeven op welke wijze het gebouw en de diverse nieuwe functies landschappelijk worden ingepast op een manier die de natuurlijke en landschappelijke waarden van het gebied versterken.

2.4.3 Economische visie 2012-2016, Op weg naar een duurzame, innovatieve en internationaal

Vrijetijdseconomie

In Gelderland is de vrijetijdssector de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Deze sector heeft zich de afgelopen jaren structureel beter ontwikkeld dan gemiddeld. De groei lag 0,8% hoger en in Gelderland zijn 56.900 banen verbonden aan de vrijetijdseconomie. Gelderland is de afgelopen jaren bij binnenlandse toeristen de populairste vakantieprovincie. In 2010 was het marktaandeel 16,8%.

Limburg en Brabant volgen ieder met een aandeel van ruim 12%. Tegelijkertijd is er reden tot zorg. Het landelijk aandeel van Gelderland vertoont namelijk een dalende trend. Zo is in de periode 2005-2010 het aandeel van het totaal aantal vakanties in Gelderland afgenomen. Die trend wil de provincie stoppen. Daarom moet de sector de kwaliteit verbeteren en moet de provincie de Gelderse regio's beter marketen en promoten.

De sector is uit economisch én uit sociaal opzicht van belang: een gevarieerd vrijetijdsaanbod maakt een provincie, regio of stad aantrekkelijk om te wonen en te werken. Bovendien zorgt de vrijetijdssector voor draagvlak voor natuur en cultuur(historisch) behoud. Omgekeerd hebben investeringen in bijvoorbeeld cultuur(historie), sport, natuur of landschap een positieve invloed op de vrijetijdseconomie. De vrijetijdssector is coproducent van ruimtelijke kwaliteit en draagt bij aan de leefbaarheid. Voorzieningen als winkels, horeca en sportvoorzieningen kunnen in kleine kernen blijven bestaan of vestigen zich daarjuist vanwege het toerisme. De vrijetijdssector zorgt daarmee ook voor veel lokale werkgelegenheid. Om de concurrentiepositie te behouden en verder te versterken blijft de provincie zich krachtig inzetten voor de vrijetijdseconomie. De provincie wil - uiteraard met respect voor de omgeving, natuur en milieu, het (historisch) landschap en de cultuurhistorische waarden - meer bezoekers in Gelderland. De provincie doelt daarbij op verblijfs- en dagtoeristen. Zo wil de provincie onder andere in 2020 (weer) koploper zijn als toeristisch-recreatieve fiets- en wandelprovincie van Nederland. Om dit te bereiken werkt de provincie aan:

  • een optimale route-infrastructuur (op witte vlekken na is de huidige route-infrastructuur op orde);
  • verbeteren van kwaliteit van voorzieningen langs de routes;
  • stimuleren en ontwikkelen van beleving langs de routes;
  • zorgen voor een klimaat waarin innovatie gestimuleerd en kennis gedeeld wordt;
  • optimale marketing en promotie; Gelderland wordt (h)erkend als belangrijkste fiets- en wandelprovincie.


Een aantal sociaal-economische trends biedt de vrijetijdseconomie de komende jaren kansen. Zo is de Gelderse natuur goed te combineren met de toenemende aandacht voor gezondheid. Hier liggen mogelijkheden voor de Gelderse regio's en voor de steden. Het inspelen op deze trends levert toegevoegde waarde. Bijvoorbeeld door crosssectorale samenwerking en het leggen van koppelingen met cultuurhistorie, landbouw, landschapsbeheer, sport en zorg. De provincie kiest voor integrale uitvoering van het beleid: verbinden economie, natuur, landschap, cultuur en sport. Cultuur- en sportevenementen kunnen zorgen voor een aanzienlijke economische spin-off. Sport, bewegen en actieve vormen van recreatie en toerisme liggen in elkaars verlengde en wil de provincie verbinden. Ook met de cultuurhistorische waarden wil de provincie de Gelderse economie een stevige impuls geven. De provincie pakt daarbij knelpunten aan die bedrijven in de sector ervaren bij het uitvoeren van kwaliteitsverbeteringen en innovaties. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld om gebrek aan geld om te kunnen investeren en om ruimtelijke beperkingen vanwege natuurbeleid. De provincie wil kijken of zowel de gebieden die binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) vallen als de gebieden die daarbuiten gaan vallen, kunnen worden benut voor recreatieve doeleinden. Natuur en recreatie kunnen op talloze manieren prima samengaan. De provincie wil daarbij meer ruimte geven aan ondernemerschap. Daarnaast stelt de provincie zich terughoudend op bij het opstellen van ruimtelijke regelgeving (verordening). De provincie wil dat Gelderland zijn positie als aantrekkelijke bestemming behoudt en dat e provincie de concurrentie met andere binnenlandse bestemmingen blijvend aan kan. Dat lukt alleen als de provincie innoveert en de kwaliteit verbetert. Wat dat betreft zijn er al geslaagde bovenregionale projecten te noemen.
Doel van de provincie de komende jaren is een bovengemiddelde groei van het aantal binnenlandse vakanties en van vakanties van buitenlanders in Gelderland. De provincie wil dat bereiken door:

  • het verder versterken van Gelderland als nummer 1 wandel- en fietsprovincie;
  • het optimaliseren van het zeer gevarieerde vrijetijdsaanbod van de Gelderse regio's via een gebiedsgerichte aanpak;
  • het ondersteunen van ondernemers bij kwaliteitsverbetering en innovatie;
  • investeren in een Gelderland brede marketing en promotie (Gelderse streken) om de concurrentie met andere binnen- en buitenlandse bestemmingen het hoofd te bieden.


De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de wens van de provincie om het vrijetijdsaanbod in Gelderland te optimaliseren om daarmee een bovengemiddelde groei van het aantal binnenlandse vakanties te bewerkstelligen.

2.4.4 Actieplan Vrijetijdseconomie: ondernemen met kwaliteit

De provincie wil Gelderland nog aantrekkelijker maken voor toeristen en dagjesmensen. Dit is goed voor de vrijetijdseconomie en leidt tot een verhoging van de inkomsten uit toerisme en recreatie. Het Actieplan Vrijetijdseconomie beschrijft hoe de provincie dit gaat bereiken en hoe ondernemers hiervan gebruik kunnen maken.

Gelderland is de belangrijkste binnenlandse vakantiebestemming. Gelderland heeft veel te bieden als het gaat om natuur, het is een echte wandel- en fietsprovincie. Daarnaast heeft de provincie veel cultuurhistorie, wellness, een aantal grote attractieparken, musea en aantrekkelijke dierentuinen. Kortom er is voor ieder wat wils.


Speerpunten: Het Actieplan Vrijetijdseconomie is een uitwerking van de Langetermijnvisie economie, waar Vrijetijdseconomie onderdeel van uitmaakt. Het actieplan zet in op zes speerpunten:

  • ruimte en ontwikkeling
  • sterk en professioneel
  • infrastructuur nog beter
  • sterke regio's
  • marketing en promotie
  • evenementen

De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de wens van de provincie om Gelderland nog aantrekkelijker te maken voor toeristen.

2.5 Regionaal beleid

Samen met de gemeenten Heerde en Voorst is het landschapsontwikkelingsplan (LOP) Van Veluwe tot IJssel opgesteld. Met het LOP willen de gemeenten in de autonome ontwikkeling van het landschap sturen op behoud en op ontwikkeling van landschappelijke samenhang. Onder autonome ontwikkeling wordt in dit LOP de geleidelijke verandering van het landschap verstaan. Het landschap reageert vaak traag op veranderingen in gebruik. Deze veranderingen in gebruik zijn uiteindelijk wel de motor achter veranderingen in het landschap. Tevens willen de drie gemeenten verdere 'verstening' beperken en de karakteristieke kenmerken van het landschap verder ontwikkelen. Het LOP beoogt zo het inbrengen van het landschapsbelang in alle ruimtelijke veranderingsprojecten.

2.6 Gemeentelijk beleid

2.6.1 Structuurplan Epe

Het structuurplan is een uitwerking van de Toekomstvisie Epe 2010. In het plan staan in hoofdlijnen de gewenste sociaal-maatschappelijke en ruimtelijk-economische ontwikkelingen voor de gemeente Epe. Het plan doet uitspraken over waar gebouwd kan worden voor de bewoners en bedrijven. Ook wordt er een perspectief geschetst voor de ontwikkeling van landbouw, recreatie en natuur. In de toekomstvisie is het volgende gesteld over recreatie en toerisme: "Deze sector is van belang voor de werkgelegenheid. Ontwikkeling zal vooral gericht moeten zijn op kwaliteitsverbetering. Grootschalige publiekstrekkers zijn niet gewenst".

In het structuurplan is het volgende gesteld over recreatie en het Kievitsveld:

Het Kievitsveld vormt een nog altijd waardevolle trekker voor dagrecreatie in het zomerseizoen, al zijn de bezoekersaantallen aanzienlijk teruggelopen.

Aanknopingspunten voor versterking van de toeristisch-recreatieve structuur zijn onder andere:

  • meer genieten van natuur en stilte;
  • beperken negatieve gevolgen automobiliteit;
  • kwaliteitsverbetering verblijfsrecreatie;
  • betere afstemming recreatie en natuur (Groei en Krimp project);
  • "up to date" houden van dagrecreatiegebieden en attracties rond het Centraal Veluws Natuurgebied;
  • het bevorderen van de toeristische ontsluiting door middel van plattelandstoerisme en het koppelen van routestructuren.

Eén van de belangrijkste doelen van het regionaal beleid is het toeristisch product te promoten en anderzijds om de eventuele overlast van de recreant tot een minimum te beperken. Om deze doelen te kunnen verwezenlijken wordt gestreefd naar de ontwikkeling van transferia. Er komen diverse plaatsen in aanmerking, zoals bijvoorbeeld de Kweekweg of het Kievitsveld.

Een ruime zone rond Emst en Kievitsveld wordt als een landschapsmozaïek ontwikkeld, waarbij functies door elkaar heen voorkomen. Het gebied is recreatief zeer aantrekkelijk en kan verbeterd toegankelijk worden gemaakt met routes voor fietsers, wandelaars, ruiters en gescheiden autoverkeer.

Het Kievitsveld is aangemerkt als meest kansrijke concentratie van dagrecreatie met een goede groeipotentie. Het Kievitsveld fungeert meer voor de bevolking dicht bij huis (dagrecreatie). Het Kievitsveld kan buiten de zomer slechts beperkt gebruikt worden. Om de gebruiksperiode te verruimen dienen de aanwezige voorzieningen te worden opgewaardeerd en uitgebreid. Het doel is om zogenaamde “jaarrond voorzieningen” aan te bieden in lijn met de hedendaagse vraag. Mogelijk zijn vergroting van de plas, verruiming van het aanbod aan water- en oeverrecreatie en verbreding met dagrecreatieve voorzieningen op het gebied van sport, verzorging, ontspanning etc.

Met de volgende opties kunnen deze doelen worden bereikt:

  • de ontwikkeling van een outdoorbedrijf en natuurbelevingspark aan de oostkant van de plas (particulier initiatief);
  • multifunctionele (water)sportvoorzieningen;
  • een evenementenhal;
  • een zwembad;
  • gezondheidscentrum (thermen/sauna);
  • verhoging van de attractiviteit van de waterplas door een verdere vergroting van het wateroppervlak. De opbrengsten van deze aanvullende ontgronding kunnen worden aangewend voor het meer attractief maken van het gehele gebied.

De zuidkant van het Kievitsveld heeft een belangrijke natuurwaarde. Deze blijft behouden. Hiermee is er tevens een natuurlijke bufferzone aanwezig tot het bedrijventerrein Eekterveld. Op lange termijn is er een goede mogelijkheid om een verbinding te maken met het kanaal.

De uitvoering van de vorenstaande plannen leidt tot een intensivering van het bezoek. Dit bezoek wordt minder geconcentreerd op piekdagen, maar meer verspreid over het jaar. Hierdoor zal het verkeer door omwonenden als minder hinderlijk worden ervaren. Het is wel wenselijk om de externe bereikbaarheid te verbeteren. Hiervoor bestaan verkeerskundige goede oplossingen. Deze worden elders in het structuurplan belicht.

Bij deze en andere recreatieve ontwikkelingen van het gebied rond het Kievitsveld geldt, dat de omvang en de aard van de te ontwikkelen recreatie worden afgestemd op de landschappelijke karakteristiek. De kwaliteiten van het landschap, zoals deze tot uitdrukking komen in de hoofdstructuur, moeten beleefbaar blijven.

Sportvoorzieningen: De gemeente beschikt over een breed aanbod van sportvoorzieningen. Deze zijn per kern georganiseerd. Hoewel concentratie voordelen biedt, moet dit vanuit de sociale cohesie met de kernen toch worden ontraden. Dit laat onverlet, dat bij de realisering van nieuwe sportvoorzieningen een centrale locatie in de gemeente gevonden moet worden. Voor deze voorzieningen is de sociale cohesie minder van belang. Er moet immers nog een “markt” worden gecreëerd. Binnen de gemeente bestaan hiervoor twee kansrijke locaties, te weten:

  • het Kievitsveld in combinatie met enkele dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen;
  • tussen de Laan van Fasna en de Eekterweg ten noordoosten van Vaassen. Deze sportvoorzieningen kunnen mede ter vervanging van enkele velden dienen, die wellicht in het kader van de stedelijke vernieuwing in de zuidkant van Vaassen (=sportparken Egelbeek en De Kouwenaar) worden opgeheven.

Als concrete plannen is onder andere de volgende zaak genoemd in het Structuurplan:

  • onderzoek naar de wegenstructuur in het gebied tussen de kernen Epe en Vaassen in relatie tot Emst en het Kievitsveld.

In het actieprogramma Landelijk gebied is ingegaan op het gebied Kievitsveld – Emst – Schaveren:

De zich in dit gebied voordoende ‘autonome’ processen leiden tot aantasting van ruimtelijke en functionele kwaliteiten. De gemeenteraad wil gebiedsgerichte oplossingen aandragen voor de gesigneerde knelpunten. Het recreatieschap zal met de gemeente bepalen wat de ambitie en het gebruiksprofiel voor de dagrecreatieve concentratie Kievitsveld is, waarbij de keuze ligt tussen behoud als zwemplas met de minimaal noodzakelijke randvoorzieningen en opwaarderen en uitbreiden met jaarrond voorzieningen voor sport, recreatie en toerisme.

Randvoorwaarden daarbij zijn:

  • het geheel zal niet doorgroeien tot aan een toeristische trekker van bovenregionale betekenis;
  • water- en natuurdoelstellingen worden in de planvorming integraal meegenomen (rol voor het waterschap);
  • aandacht moet er zijn voor een verbeterde ontsluiting.

Voor de zone rond Emst zal het ruimtelijk en functionele wensbeeld in beleid worden doorvertaald. Functieveranderingen doen zich reeds voor en zullen in de toekomst noodzakelijk blijven, vanwege de afnemende landbouw. De gemeente zal deze veranderingen toetsbaar maken, waarbij wordt vereist dat er een evenwichtige ontwikkeling ontstaat tussen de groene kwaliteiten (landschap, cultuurhistorie, natuur en water) en functieontwikkelingen. De gemeenteraad acht in deze zone de ontwikkeling van nieuwe dag- en verblijfsrecreatie en van specifieke zorgfuncties het meest kansrijk. Aan initiatieven op dit gebied zal dan ook zo veel mogelijk ruimte worden gegeven, binnen voornoemde voorwaarden, bij voorkeur in een ‘rood voor groen’ constructie en met compensatie en mitigatie in geval van aantasting van natuur- of landschapswaarden.

2.6.2 Structuurvisie Veluweflank

De structuurvisie Veluweflank (gebied met de 'groene wiggen') is met de volgende doelen vastgesteld:

  • 1. integraal kader voor ambities;
  • 2. waarborg en toetsingskader;
  • 3. ruimtelijk kader en ontwikkelingsrichtingen;
  • 4. overzicht bestaand beleid;
  • 5. realisatie ambities.

De gemeente Epe wil met deze visie de landschappelijke overgangen tussen Veluwemassief en randgebieden beschermen en versterken. Daarbij hoort een visie op balans tussen enerzijds de gewenste openheid en andere kwaliteiten van het landschap en anderzijds gewenste (nieuwe) economische dragers in het gebied.

De visie geeft een beeld van de ruimtelijke hoofdstructuur van het gebied, van de gewenste ontwikkeling en van de na te streven kwaliteiten. Daarbij hoort een opsomming van randvoorwaarden en condities voor nieuwe ontwikkelingen.

Voor het plangebied gelden de volgende randvoorwaarden en condities. De gemeente wil de groene wiggen profileren als vrijetijdslandschap. De gemeente wil dat het plangebied op lange termijn verder transformeert tot een natuurrijk vrijetijdslandschap, waarbij leisure, cultuurhistorie en de beleving van het agrarisch landschap de voornaamste attracties zijn. Wonen en kleinschalig werken dat niet aan de agrarische of recreatiesector is gebonden blijft realiseerbaar. Plaatselijk is beperkte nieuwvestiging mogelijk (nieuwe landgoederen, groen wonen). Kleinschalige verblijfsrecreatie en dagrecreatieve voorzieningen zijn verspreid over het gebied.

De gemeente wil de essentiële recreatieve schakels, zoals het Kievitsveld, tussen Veluwe en IJsselvallei verbeteren. De ontwikkelingen bij Kievitsveld en Vemde vormen vanzelfsprekende recreatieve overstappunten van auto op de fiets vanwege de ligging tussen de A50 en een netwerk van doorgaande recreatieve routes, elk met een eigen karakter, als dragers van "routegebonden recreatie".

De gemeente zal bij de concentratiepunten publieke (parkeer)voorzieningen uitbreiden of aanleggen. Samen met de aanwezige commerciële voorzieningen vormen ze een visitekaartje en toegangspoort voor toeristen die per fiets of te voet het gebied verder willen verkennen.

Kievitsveld (waterskibaan, golfbaan, Veluwse Bron) en in de nabije toekomst van Pangea Parc bij Vemde vormen de twee belangrijkste concentratiepunten voor toerisme en (dag)recreatie. De gemeente wil dat deze plekken, die een eigen aantrekkingskracht hebben, zich verder ontwikkelen met bijvoorbeeld horeca en verblijfsaccommodatie.

Met name wil de gemeente bij Vemde en Kievitsveld ruimte bieden aan enkele nieuwe hoogwaardige, duurzame recreatieve ondernemingen die een relatief hoger bezoekersaantal kennen.

De gemeente zal meewerken aan de ontwikkeling daarvan, binnen de contouren van de ontwikkelingsgebieden aldaar, onder de volgende condities:

  • Geen massatoerisme. De maat en schaal van Pangea Parc en Veluwse Bron vormen de bovengrens.
  • Differentiatie van het aanbod is voorwaarde. In eerste instantie valt te denken aan hoogwaardige verblijfsaccommodatie.
  • Zorgvuldige landschappelijke inpassing en vormgeving.
  • Waarborgen van ruimte voor de Robuuste Ecologische Verbinding en andere onderdelen van het gebiedsplan Wisselse Poort.
  • Bijdragen aan gebiedsbrede landschaps-en natuurontwikkeling zijn belangrijke condities voor vestiging.
  • Bijdragen aan de overstapfunctie, dus gelegenheid tot parkeren, fiets stallen e.d.
2.6.3 Strategische Visie Epe Natuurlijk anders

De maatschappelijke en economische betekenis van de toeristische sector wordt door de gemeente Epe erkend. In 2006 is het Platform Recreatie & Toerisme (PRT) geformeerd, dat concrete invulling geeft aan de uitgesproken ambities. In de strategische visie ''Epe, Natuurlijk Anders'' zijn de doelstellingen, de te volgen strategie, de beleidsprioriteiten en de te ondernemen acties verwoord en wordt een belangrijke aanzet gegeven om te komen tot een evenwichtig beleid voor deze sector. Het is een notitie op hoofdlijnen. Epe wil dé aanbieder zijn van onderscheidende recreatieve voorzieningen in een natuurlijke omgeving voor gezinnen, medioren en senioren, waarbij rust, ruimte en respect voor mens en natuur centraal staan met als motto: "Epe, Natuurlijk Anders".

2.6.4 Cultuurhistorisch beleidskader

Het beleidskader beschrijft hoe de gemeente Epe de komende jaren wil omgaan met het cultuurhistorisch erfgoed. De gemeente Epe heeft een bijzonder rijk verleden. Hier is de gemeente trots op en wil zich dan ook inzetten de historische waarden te behouden en waar mogelijk te benutten. De gemeente Epe gaat zich de komende jaren inspannen om het cultuurhistorisch erfgoed op de kaart te zetten. Om hier inhoud en vorm aan te geven heeft de gemeente een cultuurhistorisch beleidskader met een uitvoeringsprogramma opgesteld.

Het cultuurhistorisch beleidskader beschrijft hoe de gemeente Epe de komende jaren wil omgaan met het cultuurhistorisch erfgoed. Met het cultuurhistorisch beleidskader is cultuurhistorie ook de komende jaren verankerd in het beleid van onze gemeente en zijn burgers er van verzekerd dat de historie de aandacht krijgt die het verdient.

Onderdeel van het cultuurhistorisch beleidskader is de archeologische verwachtingswaardenkaart. In het bijbehorende beleid is per gebied aangegeven welk beleid er geldt ten aanzien van onderzoeksplicht. Voor gebieden zonder of met een lage verwachtingswaarde geldt dat er geen regels gelden respectievelijk dat archeologische begeleiding gewenst is.

2.6.5 Nota Verblijfsrecreatie

De beleidsnota geeft het gemeentelijk beleid voor de verblijfsrecreatie. De gemeente heeft geen rol in de uitvoering van het beleid, maar stelt zich voorwaardenscheppend op.

Doel van het beleid is om het aantal overnachtingen in de gemeente en de kwaliteit van de voorzieningen te verbeteren. De gemeente laat qua vraag en aanbod veel over aan de markt (vraag en aanbod) en hecht veel waarde aan het scheppen van randvoorwaarden (brandveiligheid, openbare orde en veiligheid) voor de markt. Het bestemmingsplan is het kader voor de ruimtelijke aspecten.

De ambitie van de gemeente richt zich op de volgende punten:

  • verhoging van het aantal toeristische overnachtingen, te bereiken door kwaliteitsimpulsen binnen de voorzieningen, alsmede aandacht voor het stimuleren van toeristische overnachtingen in het voor- en naseizoen;
  • productdifferentiatie en productkwaliteit als uitgangspunt voor het toeristische product in de gemeente Epe;
  • verblijfsrecreatie als economische drager van het landelijk gebied;
  • streven naar uniforme, eenvoudige regelgeving en handhaafbaarheid;
  • zonering als instrument om verblijfsrecreatie in te passen;
  • bewaking c.q. versterking van het landschap.

In de Nota Verblijfsrecreatie is bepaald dat hotels in een specifieke regeling in het bestemmingsplan worden geregeld. Er is dus sprake van maatwerk. Hotels dragen bij aan een jaarrondexploitatie, waardoor seizoensverlenging mogelijk is.

2.6.6 Beleidsregel externe veiligheid

In oktober 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld door de gemeenteraad van Epe. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen (mits verplaatsing betreft van huidige risicobronnen) alleen nog zijn toegestaan op de bedrijventerreinen, met uitzondering van propaantanks in het buitengebied. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen, kunnen door middel van een afwijkingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt op de bedrijventerreinen. Als voorwaarde geldt wel dat de PR 10-6 contour (plaatsgebonden risico) zich niet buiten de inrichtinggrens van het nieuwe bedrijf mag bevinden en dat het invloedsgebied voor het groepsrisico niet verder reikt dan de grens van het industrieterrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde.

De gemeente Epe wil voor de recreant een veilige buitenruimte creëren. Dit houdt in dat nieuwe risicobronnen (zoals propaantanks groter dan 13 m3) binnen recreatie-inrichtingen, welke leiden tot een toename van het plaatsgebonden- en /of groepsrisico niet worden toegestaan.

In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd zelfredzame personen, zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd.

In het voorliggende plan is rekening gehouden met de beleidsregel voor externe veiligheid. In paragraaf 3.4.7 is hier nader op ingegaan.

2.6.7 Geldende bestemmingsplannen

De huidige juridische regeling van de betreffende gronden is neergelegd in het bestemmingsplan "Buitengebied, 2e herziening (Recreatiegebied Kievitsveld)" dat op 22 april 2010 door de gemeenteraad is vastgesteld. In dit bestemmingsplan heeft het recreatieve deel van het plangebied een dagrecreatieve bestemming gekregen. De bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd. De Afdeling heeft daarbij, samengevat, overwogen dat het recreatiegebied in het streekplan en het gemeentelijke beleid is aangemerkt als dagrecreatief concentratiepunt en dat niet is gemotiveerd dat verblijfsrecreatie daarin past. Daarnaast geeft de Raad van State aan dat er een aantal onvolkomenheden in het bestemmingsplan zitten en dat een aantal zaken niet voldoende begrensd is (zoals locaties van bebouwing en de ondergeschiktheid van de horeca).

2.6.8 Welstandsnota

In de welstandsnota zijn de richtlijnen opgenomen voor nieuwe bebouwing. Het bouwplan van de voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand.

Voor de gewenste ontwikkelingen op het Kievitsveld is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan wordt specifiek ingegaan op de gewenste kwaliteit voor de nieuwe bebouwing in het gebied. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 2 Landschaps- en beeldkwaliteitsplan.

Hoofdstuk 3 Onderzoek

3.1 Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht).

Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken.

3.2 Natuur, landschap en archeologie

3.2.1 Natuur

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling moet rekening worden gehouden met het aspect ecologie. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.

Natuurtoets

In 2008 is een natuurtoets uitgevoerd van zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. Deze toets is in september 2012 en september 2013 geactualiseerd. Hieronder zijn de resultaten weergegeven.

Toets Flora- en faunawet

De bestemmingsplanherziening is vooral een formalisering van de huidige situatie, waardoor effecten op beschermde soorten als gevolg van een toename van algemene recreatieve belasting niet worden verwacht.

De ontwikkeling van het ontbijthotel Veluwse Bron heeft mogelijk effect op beschermde plantensoorten. Ook is boomkap mogelijk noodzakelijk. Bij het concreet worden van de planvorming is het noodzakelijk deze effecten vooraf te toetsen. In het plangebied als geheel kunnen beschermde vaste verblijfplaatsen van spechten en roofvogels en ook vleermuizen aanwezig zijn. Mocht blijken dat er bomen gekapt moeten worden of bebouwing worden verwijderd, dan zal onderzocht moeten worden of in de te kappen of nabijgelegen bomen zomerverblijfplaatsen van vleermuizen en/of beschermde vaste vogelverblijfplaatsen aanwezig zijn.

Mochten bomen of struiken verwijderd moeten worden, dan dient dit gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit. Dergelijk werkzaamheden dienen daarom buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Door het tijdig uitvoeren van dergelijke werkzaamheden hoeft het broedseizoen geen vertraging van de plannen op te leveren.

Bij eventuele toepassing gedragscode Flora- en faunawet 

Bij het concreet worden van de beoogde plannen dient, zoals hierboven vermeld, vaak een individuele effecttoetsing te worden uitgevoerd. De initiatiefnemer kan daarbij naar wens gebruik maken van de Flora- en faunawet Gedragscode Recreatie, maar alleen wanneer de huidige situatie ten aanzien van beschermde soorten volledig bekend is. Hiervoor dient (indien op basis van een gedragscode gewerkt wordt) daarom een gerichte veldinventarisatie te worden uitgevoerd.

Toets Ecologische Hoofdstructuur

De beoogde uitbreiding van bebouwing is in de nieuwe beoogde bestemmingsplanherziening gereduceerd tot het waterskicentrum en het ontbijthotel. De groepsaccommodatie / overnachtingsaccommodatie zijn komen te vervallen. Omdat het ontbijthotel Veluwse Bron niet is gelegen binnen de EHS, heeft deze herziening geen consequenties betreft EHS. Het bebouwingsoppervlak van het waterskicentrum valt buiten de herbegrensde EHS. Effecten op dat deel van de EHS zijn daarmee niet aan de orde. Er is geen sprake van ruimtebeslag van het overloopparkeerterrein met de EHS. Wel is er een strook EHS, functie 'natuur', gelegen direct ten zuiden van het terrein. Gezien het huidige vergelijkbare gebruik van het terrein zal de bestemmingsherziening geen toegenomen druk op de EHS opleveren. Wel dient te worden afgestemd met bevoegd gezag op bijvoorbeeld geen extra verlichting zal worden gerealiseerd, zodat de donkerte in het naastgelegen EHS-gebied blijft gewaarborgd.

Buitensportactiviteiten vinden uitsluitend tijdens de dagperiode plaats en hebben betrekking op de stranden van de Smallertse plas. De meest wenselijke locatie voor bouwwerken zoals een klimwand en uitvoering van deze activiteiten is daarom het stranddeel dat buiten de EHS valt. Effecten op de EHS zijn in dat geval niet aan de orde. (N.B. Bij plaatsing van de bouwwerken en uitvoering van de activiteiten buiten dit stranddeel is wel een verstoring van de EHS mogelijk afhankelijk van de exacte locatie. In dat geval is een nadere beoordeling nodig.)

Het bestaande gebruik van de Nijmolense Plas voor extensieve recreatie (duiken, vissen, wandelen), blijft ongewijzigd. De bestemmingsplanherziening is vooral een formalisering van de huidige situatie. Een aantasting van deze doelen is dan ook onwaarschijnlijk. Het bevoegd gezag zal moeten bepalen of mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig zijn.

Aanbevelingen

Bij de herinrichting van (delen van) het plangebied zou zoveel mogelijk rekening gehouden moeten worden met de huidige landschapselementen. In de huidige situatie aanwezige dier- en plantensoorten worden in dat geval zo min mogelijk verstoord. Tevens zou rekening gehouden kunnen worden met natuur in algemene zin. Zo kan voor de opvang van regenwater gebruik gemaakt worden van (zak)sloten met flauwe taluds. Op deze taluds kan bij een goed beheer op de overgangszone van water naar land een bijzondere vegetatie ontwikkelen. Bovendien bieden dergelijke zones mogelijkheden voor diverse vissen, amfibieën en libellen.

Het volledige actualisatieonderzoek is opgenomen in Bijlage 7 Actualisatie natuurtoets Kievitsveld.

Ecologische scan beschermde verblijfsplaatsen

Vervolgens is een ecologische scan beschermde verblijfsplaatsen uitgevoerd. De volledige ecologische scan is weergegeven in Bijlage 8 Ecologische scan.

Binnen de vier deellocaties zijn geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen (nesten, holen et cetera) aangetroffen.

Op de grens van de kleinste deellocatie (uitbreiding camperplaats) is echter een eekhoornnest aanwezig. Het nest is naar verwachting een verouderd nest en niet meer in gebruik, gezien de openheid ervan. In de bosschage waar het nest deel van uit maakt bevindt zich een nog een tweede eekhoornnest. Bij de eventuele kap van de boom met het oude nest blijven voldoende alternatieven over in de vorm van het tweede nest en de rest van de bosschage.

Direct ten zuiden van de grootste deellocatie (overloopparkeerplaats) bevindt zich een nest van een roofvogel, vermoedelijk van een sperwer. Onbekend is of het nest nog actief in gebruik is. Het nest en directe omgeving blijven behouden. Negatieve effecten op de functie van het nest worden daarom niet verwacht. Een eventuele uitzondering hierop betreft kunstmatige verlichting. Indien er sprake is van nieuwe verlichting dient alleen lage en afgeschermde verlichting geplaatst te worden zodat het roofvogelnest en aanvliegroute niet verlicht wordt.

In algemene zin geldt dat sprake kan zijn van de aanwezigheid van vliegroutes van vleermuizen langs elementen als bosranden, sloten en houtwallen. De beoogde ontwikkelingen hebben hierop geen nadelig effect. Mocht echter gebruik gemaakt gaan worden kunstmatige buitenverlichting dan wordt geadviseerd om laag geplaatste, afgeschermde verlichting te gebruiken met een amberkleurig spectrum (minst verstorend).

Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor het uitvoeren van de beoogde plannen binnen de vier deelgebieden. De uitvoerbaarheid van het project is reëel.

Mocht gebruik gemaakt gaan worden kunstmatige buitenverlichting dan wordt geadviseerd om aandacht te besteden aan de locaties en hoogte van de palen, het type armaturen en het kleurspectrum van de lampen.

Bij plaatsing van buitenverlichting kan gebruik gemaakt worden verlichtingsarmaturen met lichthinderkappen. De buitenverlichting wordt laag uitgevoerd en zoveel mogelijk gericht/gesteld naar het grondoppervlak. Dit bewerkstelligt dat verlichting op de grond is gericht en strooilicht wordt voorkomen. Ter plaatse van de overloopparkeerplaats wordt de verlichting niet op de Smallertschebeek gericht. In de regels geldt voor de lantaarnpalen een maximale hoogte van 4 meter. Hiermee wordt ook in juridische zin strooilicht beperkt.

Compensatieplan

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling vindt natuurcompensatie plaats. Hiervoor is een compensatieplan opgesteld.

De compensatie vindt plaats op een voormalig agrarisch perceel aan de Viskweekweg, dat wordt herbestemd tot natuur. In het compensatieplan is het natuurinrichtingsplan voor dat perceel weergegeven. In het inrichtingsplan is nader ingegaan op de inrichting, de natuurwaarde, aanvullende voorzieningen, een beperkte toelichting op de beplanting en het onderhoud.

Het inrichtingsplan biedt een goede bijdrage aan de natuurwaarde van het gebied, en voldoet daardoor aan de Green Deal (zie paragraaf 3.2.2).

In Bijlage 3 Compensatieplan is het compensatieplan inclusief inrichtingsplan opgenomen. Voor de daadwerkelijke uitvoering van dit compensatieplan en het landschapsplan is in de regels van het voorliggende bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

3.2.2 Landschap

Voor de nieuwe ontwikkelingen is een landschapsplan opgesteld. In het landschapsplan is aangegeven hoe de nieuwe ontwikkelingen passend kunnen worden gemaakt binnen de bestaande landschapswaarden en -kwaliteiten. Het plangebied ligt in de groene wig, het doel van de groene wig is het waarborgen van de landschappelijke overgang tussen het Veluwemassief en de randgebieden.

Het landschapsplan gaat uit van de volgende punten:

  • het versterken van de landschappelijke waarden van de Viskweekweg als entree en centrale as;
  • het landschappelijk inpassen van het ontbijthotel;
  • het vergroten van de beleving tussen de Viskweekweg en de Smallertse Plas in het zuidelijk deel;
  • het versterken van de landschappelijke inrichting van het noordelijk deel van het recreatieterrein.

Daarnaast geldt dat in ruil voor het ontwikkelen van nieuwe bebouwing in de groene wig een bijdrage geleverd dient te worden aan gebiedsbrede landschaps- en natuurontwikkeling. Deze bijdrage voor de landschaps- en natuurontwikkeling wordt via de Green Deal de Recreatiegebieden en Natuur Veluwe (14 juni 2012) uitgevoerd.

De Green Deal is afgesloten door de provincie Gelderland, de Ministeries van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie en van Infrastructuur & Milieu, Recron en RGV. Doel van deze Green Deal is om via publiek-private samenwerking concrete duurzame initiatieven te stimuleren en belemmeringen weg te nemen. Het betreft economische ontwikkelingen op de recreatiegebieden Heerderstrand, Kievitsveld en Zandenplas in combinatie met diverse groene projecten en maatregelen in de beleidssfeer.

Voor het te realiseren plan is concreet afgesproken dat de volgende bijdrage geleverd moet worden:

  • het aanwenden van 1% van de bouwsom voor natuurbouw en natuurversterkende maatregelen bij voorkeur in het EHS deel van het recreatiegebied ten zuiden van de Smallertsebeek. Dit is nog nader uit te werken;
  • diverse landschappelijke inpassingsmaatregelen op het terrein.

De inpassingsmaatregelen die genomen worden zijn de volgende:

  • De Viskweekweg vormt de functionele drager van het recreatiegebied. De dragende functie van de Viskweekweg wordt versterkt door het aanplanten van een bomenlaan. De noordzijde van de Viskweekweg krijgt een bomenrij aan weerszijden van de weg waardoor de entree een statige uitstraling krijgt. Hiervoor worden in totaal 50 zomereiken aangeplant.
  • Het ontbijthotel wordt gesitueerd aan de rand van de groene zone. Het gebouw zal qua uitstraling, vormgeving en materialisatie aansluiten op de gebouwen van het nabijgelegen wellnesscentrum de Veluwse Bron. Het gebouw wordt gericht op de Smallertse Plas. De open ruimte tussen de Viskweekweg en het gebouw wordt ingezaaid en onderhouden als bloemrijk grasland. Rondom het gebouw worden circa 10 zomereiken geplant.
  • Het zuidelijk deel van het recreatiegebied, grenzend aan de Viskweekweg, wordt opener gemaakt door het verwijderen van de opgaande beplanting. Door het terrein extensief te beheren (maaien en afvoeren) ontstaat een gevarieerd grasland met diverse bloeiende kruiden. Een aantal bestaande fruitbomen en een te verlengen meidoornhaag worden gehandhaafd en aangevuld met nieuwe fruitbomen. Door opgaande beplanting te verwijderen ontstaat zicht op de Smallertse Plas. Ook wordt een nieuw wandelpad tussen de bestaande paden door aangelegd door het pad intensief te maaien.
  • Bij de nieuwe camperplaatsen worden een haag (haagbeuk of veldesdoorn) en bomen (5 zoete kers) aangeplant. De elzensingelstructuur bij de overloopparkeerterreinen aan de westzijde van de Viskweekweg wordt versterkt. Hier worden 40 zwarte elzen aangeplant. Aan de noordzijde van de Smallertse Plas (de ligweide) komt een aantal extra bomengroepen (13 zomereiken).

Een kaart met het landschapsplan is opgenomen in Bijlage 6 Kaart Landschapsplan. Het volledige landschaps- en beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 2 Landschaps- en beeldkwaliteitsplan.

3.2.3 Archeologie

De gemeente Epe heeft een archeologisch beleidsadvieskaart vastgesteld. Op deze kaart is per gebied aangegeven wat de archeologische verwachtingswaarde is. De indeling betreft: geen, een lage of een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Op onderstaande afbeelding is dit in beeld gebracht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0232.BG039Kievitsveld-VBP2_0008.jpg"

In het bijbehorende beleid is per gebied aangegeven wat er geldt ten aanzien van de onderzoeksplicht.

De locatie van het hotel ligt in een gebied met een middelhoge verwachtingswaarde. In dat geval is archeologisch vooronderzoek vereist bij bodemingrepen met een oppervlakte van 2.500 m2 of meer en een diepte van 50 cm of meer. De op te richten bebouwing heeft een oppervlakte van minder dan 2.500 m2. Archeologisch vooronderzoek is dus niet vereist. Overigens is in het kader van het bestemmingsplan 'Buitengebied, 2e partiële herziening (Recreatieterrein Kievitsveld)' archeologisch vooronderzoek verricht. Zie Bijlage 9 Archeologie. Hieruit kwam naar voren dat gelet op de reeds bestaande bodemverstoringen de kans op de aanwezigheid van eventuele ongestoorde archeologische waarden zeer gering is. Een nader veldonderzoek werd niet nodig geacht.

3.3 Watertoets

3.3.1 Waterparagraaf

Bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen moet de watertoets worden toegepast. Dit houdt in dat alle ruimtelijke plannen een waterparagraaf moeten bevatten. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Het beleidskader

De Europese Kaderrichtlijn Water (2003)

De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen voor verdere achteruitgang worden behoed, dat emissies worden verbeterd, dat duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn en dat er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.

Vierde Nota Waterhuishouding (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1998)

De Vierde Nota Waterhuishouding geeft het kader voor het waterbeheer voor Nederland, nu en in de toekomst. De hoofddoelstelling is "een veilig en goed bewoonbaar land en het in stand houden / versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd". Om de veerkracht van de watersystemen te vergroten dient de waterconservering en buffering te worden bevorderd en de afwenteling van (water-) problemen op naastgelegen gebieden te worden beperkt.

Waterbeleid in de 21e eeuw (2000)

De hoge waterstanden in de rivieren in 1993 en 1995 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen.

Waterplan provincie Gelderland

Het Provinciaal Waterplan 2010-2015 is mede kader voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in het plangebied. Het waterplan is beschreven aan de hand van een aantal thema's zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2007 en 2015 er liggen. Hierbij is rekening gehouden met de Europese kaderrichtlijn water en het beleid.

Waterbeheer 21e eeuw (WB21)

Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Dit waterplan valt onder het regime van de Waterwet (22 dec. 2009).

Waterbeheersplan Waterschap Vallei en Eem/Veluwe

In de Waterbeheersplannen hebben beide Waterschappen hun ambities en uitvoeringsprogramma's vastgelegd. De plannen bepalen in grote lijnen de agenda's voor de aangegeven periode. De plannen zijn mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden.

Op 30 juni 2011 heeft de gemeenteraad het "Waterplan Epe" vastgesteld. In het "Waterplan Epe" heeft de gemeente Epe samen met Waterschap Veluwe het lokale waterbeleid vastgelegd. Verder sluit het waterplan aan bij het waterplan van de provincie Gelderland en het waterbeheerplan van het Waterschap Veluwe.

Het “Waterplan Epe” bundelt het bestaande beleid. De bundeling heeft geresulteerd in vier doelstellingen:

  • herstel van beken en sprengen;
  • scheiden van schoon (regen) water en vuil (riool) water;
  • water gebruiken om energie op te wekken;
  • meer samenwerking.

De doelstellingen vloeien voort uit de hoofddoelstelling om een gezond en veerkrachtig watersysteem voor de gemeente te krijgen. Het "Waterplan Epe" vormt het overkoepelend beleid waarbinnen de gemeente Epe, het Waterschap Veluwe en Vitens samenwerken om dit te bereiken.

Met name de doelstelling "scheiden van schoon (regen)water en vuil (riool)water" is relevant bij het realiseren van nieuwe bebouwing. Het schone hemelwater wordt daarom afgekoppeld en door middel van een infiltratiesysteem naar de bodem afgevoerd. De parkeerplaats wordt grotendeels verhard met bijvoorbeeld grasbetonklinkers waardoor het regenwater in de bodem kan zakken. Het gebouw zelf wordt aangesloten op de bestaande riolering.

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP)

Op 6 december 2011 heeft het college het "(Verbreed) Gemeentelijk Rioleringsplan Epe" vastgesteld. In dit plan heeft de gemeente Epe samen met Waterschap Veluwe rioleringsbeleid in concept vastgelegd. Het rioleringsplan schetst drie scenario's (sober, adequaat en ambitieus) voor het beheer van de gemeentelijke rioleringen.

Het plan is ingevoerd op www.dewatertoets.nl. Het resultaat is dat er sprake is van een plan met mogelijk een groot waterbelang. De normale procedure is van toepassing. Het waterschap heeft het volgende wateradvies gegeven:

Beoordeling

Binnen het plangebied liggen een of meerdere belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat mogelijk daarmee primaire waterbelangen worden geraakt.

In het specifieke geval van het plan "Bestemmingsplan Recreatiegebied Kievitsveld" gaat het om de belangen:

* Leggerwatergangen met beschermingszones

Aandachtspunten

Naast de primaire waterbelangen, zullen in het overleg ook een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water aan de orde komen.

Algemene aandachtspunten

Vasthouden - bergen - afvoeren

Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

In dit plan is op de volgende wijze rekening gehouden met het afvoeren van hemelwater. De beide overloopparkeerterreinen worden voorzien van halfverhardingen. Deze halfverhardingen laten water door waardoor het hemelwater langzaam in de bodem kan zakken. Het hemelwater dat op het dak van het hotel valt zal via een infiltratiesysteem langzaam in de bodem zakken. Het vuilwater wordt aangesloten op de aanwezige riolering.

Grondwaterneutraal bouwen

Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

Schoon houden - scheiden - schoon maken

Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van ons waterschap wordt toegepast. Bij het uitwerken van het concrete bouwplan wordt hier rekening mee gehouden.

Gebiedsspecifieke aandachtspunten

Water van het "Hoogste Ecologische Niveau" en met een "Specifiek Ecologische Doelstelling"

In het plangebied liggen een of meerdere wateren met een zeer hoge ecologische waarde. Dit zijn de zogenaamde HEN en SED wateren. Met deze functietoekenning, wil de Provincie Gelderland die ecologische waarde beschermen en eventuele negatieve beïnvloeding terugdringen. Het gaat hier om de Nijmolense Plas. Met dit bestemmingsplan worden hier geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, naast de bestaande extensieve recreatie. Het gebied is via een dubbelbestemming "Waarde Natuur en Landschap" beschermd.

De Smallertse Plas heeft de functie van zwemwater en de water(bodem) is voedselrijk. Extra opwervelingen van de bodem als gevolg van het waterskiën kunnen een negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Uit ervaringen elders in het land blijkt dat deze activiteiten niet leiden tot een extra opwerveling van de bodem. Ook veroorzaakt het waterskiën geen vervuiling door bijvoorbeeld het lekken van olie.

Beleidsopgave "Nationaal Bestuursakkoord Water" en "Europese Kaderrichtlijn Water"

In het plangebied zijn een of meerdere KRW- wateren (waterenlichamen) aanwezig. Voor deze wateren geldt dat de waterkwaliteit (ecologische en chemisch) op orde moet zijn. Het waterschap neemt de hiervoor noodzakelijke maatregelen. Waar mogelijk zoekt het waterschap hierbij samenwerking met andere initiatieven.

3.4 Milieuhygiënische aspecten

Met de voorbereiding van het onderhavige bestemmingsplan dient te worden nagegaan welke bronnen in of nabij het plangebied een belemmering kunnen vormen. In dit kader dient aandacht te worden besteed aan de volgende punten:

  • hinder in de relatie bedrijven/woningen;
  • geluidsaspecten (Wet geluidhinder);
  • bodem;
  • luchtkwaliteit;
  • externe veiligheid.
3.4.1 Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang om na te gaan in hoeverre milieuhygiënische factoren belemmeringen opleveren voor de voorgestane ontwikkeling. In de volgende alinea's wordt aandacht besteed aan een aantal relevante milieufactoren.

3.4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Er zijn twee Europese richtlijnen met betrekking tot het instrument milieueffectrapportage. Ten eerste de m.e.r.-richtlijn (Richtlijn 85/337/EEG, zoals herzien middels de Richtlijnen 97/11/EEG, 2003/35/EG en 2009/31/EG) en ten tweede de smb-richtlijn (Richtlijn 2001/42/EG). Beide richtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse m.e.r.-regelgeving, die grotendeels is vervat in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het ter uitvoering daarvan vastgestelde Besluit milieueffectapportage (het Besluit m.e.r.). Ingevolge het Besluit m.e.r. kan de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor bepaalde activiteiten verbonden zijn aan de vaststelling van een bestemmingsplan.

Dit bestemmingsplan heeft voor een belangrijk deel een conserverend karakter. Daarnaast voorziet dit bestemmingsplan in een aantal ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn niet als activiteit genoemd in Bijlage C van het Besluit-m.e.r., zodat niet direct sprake is van een MER-plicht. In Bijlage D (D 10) zijn de volgende voor dit initiatief relevante (sub)categorieën opgenomen:

Nummer   Activiteit   Gevallen   Plannen   Besluiten  
D.10   De aanleg, wijziging of
uitbreiding van:
a) skihellingen van skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende
voorzieningen;
b) jachthavens;
c) vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen
d) permanente kampeer- en caravanterreinen  
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft
op:
1º. 250.000 bezoekers of meer per jaar,
2º. een oppervlakte van 25 ha of meer,
3º. 100 ligplaatsen of meer, of
4º. Een oppervlakte van
10 ha of meer in een gevoelig gebied  
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet   De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan bedoeld in artikel 3.1, eerste lid van die wet.  

Het (ontbijt)hotel met camperplaatsen op het bestaande recreatieterrein zou een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit kunnen zijn conform het Besluit m.e.r.. De andere activiteiten komen niet voor binnen de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. en zullen daarom niet m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Specifiek gekeken naar het initiatief, rekening houdend met de drempels behorende bij activiteit D, wordt gekomen tot de volgende slotsom:

Ervan uitgaande dat:

  • 1. als gevolg van de wijziging of uitbreiding het aantal bezoekers ver onder de drempel van 250.000 blijft;
  • 2. de bouw van het hotel inclusief camperplekken ver beneden de omvang van 25 hectare ligt;
  • 3. niet voorzien wordt in de aanleg van een jachthaven en
  • 4. de oppervlakte binnen gevoelig gebied (EHS en Nationaal Landschap de Veluwe) ruim beneden de 10 hectare blijft,

wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. De omvang van het initiatief en de locatie van het initiatief (een deel van het plangebied ligt binnen de EHS verweving, echter de locatie van het hotel ligt buiten de EHS) geven geen aanleiding tot het uitvoeren van verder onderzoek.

Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is onderzoek gedaan naar effecten op de natuur, landschap en luchtkwaliteit. Uit deze onderzoeken blijkt dat er geen belemmeringen bestaan voor de uitvoering van het initiatief. Ook komen de andere milieu relevante aspecten in het voorliggende hoofdstuk aan de orde. Hieruit blijkt ook dat er geen belemmeringen zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Er is geen aanleiding om voor het bestemmingsplan nader onderzoek in de vorm van een m.e.r.-beoordeling of m.e.r. uit te voeren.

3.4.3 Bedrijven en milieuzonering

In de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" zijn richtlijnafstanden gegeven voor afstanden tussen bedrijven en gevoelige objecten van derden, zoals burgerwoningen.

Hotel

Voor een hotel (met keuken) worden de volgende richtlijnafstanden gegeven (milieucategorie 1):

  • 10 meter voor het aspect geur;
  • 10 meter voor het aspect geluid;
  • 10 meter voor het aspect gevaar.

De afstand van het nieuwe hotel tot aan de woningen aan de Schobbertsweg bedraagt circa 330 meter. Aan de minimale richtlijnafstanden wordt ruimschoots voldaan.

Outdoor en zwemstranden

De bestaande recreatieve activiteiten in en rond de recreatieplassen zijn milieurelevant en het meest te vergelijken met de uitstraling van een veldsportcomplex en/of een openluchtzwembad. Geluid is daarbij het relevante milieuaspect dat in het kader van dit plan nader is beschouwd. Het betreffen reeds bestaande seizoensgebonden activiteiten met geluid afkomstig van stemmen van bezoekers van de recreatieplassen, vooral op warme en zonnige dagen. Het gaat dan vooral om kortstondige dagrecreatie. De bezoekers verspreiden zich daarbij over een groot gebied. Dat maakt de situatie niet helemaal vergelijkbaar met een openluchtzwembad waar het publiek meer is geconcentreerd tot een kleinere locatie. De Smallertse plas en de recreatiestranden zijn voor een groter publiek toegankelijk dan de Nijmolense plas en hebben daarmee meer invloed op de milieugevoelige omgeving dan de Nijmolense plas. De afstand van de dichtstbijzijnde woningen tot het recreatiegebied (ligweide) bedraagt 30 tot 40 meter. De afstand tot de plas zelf bedraagt circa 75 meter. De nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot significant meer bezoekers of een significant ander gebruik bij de Smallertse plas (op korte afstand van de betreffende woningen) en het plan leidt daarmee niet tot een significante verslechtering van de akoestische situatie en tot onaanvaardbare geluidhinder bij de woningen in de omgeving.

Camperplaatsen

De camperplaatsen kunnen worden gezien als een verlengstuk van het ontbijthotel en vallen dus in milieucategorie 1. Er dient een afstand aangehouden te worden van 10 meter tot aan milieugevoelige objecten (woningen). Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan.


Horecavoorziening

De genoemde horecavoorziening valt in milieucategorie 1 met bijbehorende milieuzone van 10 meter. Milieugevoelige objecten zijn op ruime afstand gelegen.


Parkeerplaatsen

Voor parkeerterreinen geldt een aan te houden milieuzone van 30 meter (milieucategorie 2, SBI-code 5221.1). De omliggende woonbestemmingen zijn buiten de 30 meter zone gelegen.

3.4.4 Geluidhinder

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect "geluid".

In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. In deze paragraaf wordt ingegaan op de geluidsaspecten met betrekking tot wegverkeerslawaai.

Wegverkeerslawaai

In het kader van de Wet geluidhinder zijn de beoogde nieuwe functies niet geluidgevoelig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidskwaliteit ter hoogte van deze functies wel beschouwd. Gelet op functies, de ligging op ruim 550 meter afstand uit de snelweg A50 en de overige wegen (Schobbertsweg en Viskweekweg) en de intensiteiten en snelheden van deze wegen is de geluidsbelasting aanvaardbaar.

De nieuwe functies hebben een verkeersaantrekkende werking van maximaal 500 motorvoertuigen per etmaal. Het jaargemiddelde werkelijk aantal extra ritten gegenereerd door nieuwe voorzieningen ligt veel lager. De geluidstoename bij de bestaande woningen langs Kanaalweg en Schobbertsweg bedraagt met 500 motorvoertuigen maximaal 1 dB en is daarmee niet hoorbaar en leidt niet tot een onaanvaardbare situatie.

Spoorwegverkeerslawaai

In de omgeving van het plangebied ligt geen spoorlijn.

Industrielawaai

In de omgeving van het plangebied ligt geen industrieterrein als bedoeld in de Wgh.

3.4.5 Bodem

Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig.

Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s).

Voor dit bestemmingsplan kan in eerste instantie worden volstaan met een historisch onderzoek van de bodem. Dit, omdat dit bestemmingsplan een beperkte wijziging van het huidige gebruik mogelijk maakt en omdat het niet de verwachting is dat door het huidige gebruik de bodem is verontreinigd. Uit het uitgevoerde historische bodemonderzoek blijkt dat de bodem van de locatie, op basis van de bekende gegevens, onverdacht is voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van het hotel moet een verkennend bodemonderzoek worden overlegd.

3.4.6 Luchtkwaliteit

Op grond van de in de Wet milieubeheer opgenomen bepalingen over luchtkwaliteit mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die aan een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld.

Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, een bestemmingsplan worden vastgesteld, indien:

  • a. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van bepaalde grenswaarden, of
  • b. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of
  • c. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen, of
  • d. het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Van een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate als bedoeld onder c is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet:

  • woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of minimaal 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;
  • infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);
  • kantoorlocaties: minimaal 100.000 m² brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, minimaal 200.000 m² brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Voor de nieuwe ontwikkelingen is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Bij de berekeningen is uitgegaan van een maximum scenario (toestroom op een mooie dag, waarbij de intensiteiten op de Kanaalweg en de Schobbertsweg zijn verhoogd met 500 ritten (lichte voertuigen) per etmaal. Naar alle waarschijnlijkheid zal het werkelijke aantal ritten gegenereerd door de nieuwe voorzieningen veel lager liggen.

Uit de berekeningen blijkt dat de grenswaardes voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) niet worden overschreden. Het volledige luchtkwaliteitsonderzoek is opgenomen in Bijlage 10 Luchtkwaliteitsonderzoek.

3.4.7 Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt.

Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt.

Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg)

Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen dient op dit moment de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen te worden gehanteerd. Op dit moment wordt echter gewerkt aan nieuwe wet- en regelgeving te weten Wet Basisnet en Besluit transport gevaarlijke stoffen, met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen

Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

Planspecifiek

Inrichting

In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen Bevi-inrichtingen. Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden. Ook is in de regels van het voorliggend bestemmingsplan opgenomen dat het oprichten van nieuwe risicobronnen (zoals propaantanks groter dan 13 m3) binnen recreatie-inrichtingen, welke leiden tot een toename van het plaatsgebonden- en /of groepsrisico, niet worden toegestaan.

Buisleiding

In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen buisleidingen waardoor vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De aardgastransportleiding met nummer N-556-73-KR-014 ligt op circa 550 meter afstand van het nieuwe hotel. Dit is ver buiten de onderzoekszone van de aardgastransportleiding. Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden.

Vervoer gevaarlijke stoffen

In de directe nabijheid van het plangebied vindt geen transport van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor plaats. Op ruim 550 meter afstand van het nieuwe hotel ligt de A50. Hier vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De PR 10-6-contour ligt op 0 meter uit de weg. Er zijn in dit kader dan ook wel/geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden.

3.5 Verkeer en parkeren

Het bestemmingsplan regelt de volgende ontwikkelingen:

  • opnieuw vastleggen van de waterskibaan;
  • het realiseren van het ontbijthotel;
  • realiseren van twee overloopparkeerterreinen.

Waterskibaan en stranden

De parkeervoorzieningen voor bezoekers aan het dagrecreatiegebied bestaan uit drie verharde parkeerplaatsen (2 bij de hoofdingang en 1 zuidelijk van het waterskigebouw) met een totale capaciteit van 250 parkeerplaatsen. Langs de ontsluitingsweg voor de waterskibaan zijn nog eens circa 50 verharde parkeerplaatsen.

Voorts is er een overloopparkeerplaats (weideveld) langs de Viskweekweg voor circa 125 auto's. Er is daarnaast de mogelijkheid om extra grasvelden open te stellen als overloopterrein voor parkeren. In de afgelopen jaren is gebleken dat deze parkeercapaciteit ruim voldoende is. Aan de Viskweekweg tegenover de entree van de Veluwse Bron is een parkeerplaats in gebruik door personeel van de Veluwse Bron (circa 100 auto's).

Begin negentiger jaren werd het recreatiegebied bezocht door 50 - 60.000 bezoekers per jaar. In de periode daarna daalde het tot 25 - 30.000 bezoekers per jaar. Vanaf 2006 is het bezoek weer gegroeid naar gemiddeld rond de 100.000 bezoekers per jaar (waterskiërs, strandbezoekers, wandelaars, fietsers, bezoekers evenementen). Deze bezoekersaantallen worden door eigenaar RGV Holding berekend op basis van het aantal geregistreerde auto's, gecorrigeerd met gemiddelde autobezetting, aantal fietsers en nog enkele factoren.

Het bezoek aan het recreatiegebied concentreert zich in de periode juni, juli en augustus. Het bezoek in deze 3 maanden is circa 55 - 65% van het jaarbezoek. In mei en september bedraagt het bezoek 20 - 30% van het jaarbezoek.

Op een absolute topdag bedraagt het dagbezoek circa 300 auto's. Dit komt slechts enkele malen per jaar voor. Deze piekdagen buiten beschouwing gelaten varieert het autobezoek doorgaans tussen de 25 en 100 auto's per dag in de maanden juni, juli en augustus. De aantallen zijn sterk weersafhankelijk. In de wintermaanden schommelt het dagbezoek gemiddeld tussen 5 en 10 auto's per dag. De waterskibaan is dan gesloten.

Ontbijthotel

De accommodatie bestaat uit maximaal 40 kamers (80 bedden). Met een verwachte gemiddelde bezettingsgraad van 80% betekent qua verkeer op circa 32 auto's (64 verkeersbewegingen) per dag.

Ingeschat wordt dat 50% van het verkeer de Veluwse Bron al bezoekt en aldaar parkeert waardoor de verwachte verkeerstoename circa 16 auto's (32 verkeersbewegingen) per dag is. In de zomerperiode, als het in de Veluwse Bron wat rustiger is en op het dagrecreatiegebied drukker, zal er naar verhouding een iets groter aandeel extra verkeer worden aangetrokken. Gemiddeld zal de verkeerstoename tussen de 15 en 20 auto's per dag schommelen. In bezoekersaantallen per jaar zijn dit naar schatting circa 15.000 extra gasten.

Voor het aantal parkeerplaatsen bij het hotel wordt aangesloten bij de CROW. De CROW schrijft voor een dergelijk hotel een parkeerkencijfer van circa 6 parkeerplaatsen per 10 kamers voor. Dit betekent voor deze ontwikkeling dat er in de nabijheid van het hotel 24 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Bij het hotel zullen 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De overige bevinden zich op de bestaande parkeerplaatsen bij de Veluwse Bron. Voor het personeel is reeds een aparte parkeerplaats ten noorden van de hotellocatie aan de Viskweekweg aanwezig. Voor de Veluwse Bron zelf zijn voldoende parkeerplaatsen, dit betreft zelfs een overcapaciteit. Met de twee overloopparkeerplaatsen erbij, die ook op loopafstand liggen, is er voldoende parkeergelegenheid.

Verkeersafwikkeling

De verkeersafwikkeling vindt plaats via de bestaande hoofdingang bij de Schobbertsweg. De voorkeursroute voor wat betreft de verkeersontsluiting vindt plaats via de A50 en Kanaalweg te Vaassen.

Op de omliggende wegen (onder andere Schobbertsweg, Viskweekweg, Wiemanstraat) geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. Op een gedeelte van de Viskweekweg is een geslotenverklaring voor gemotoriseerd verkeer is ingesteld.

Ook bij de verkeersafwikkeling is rekening gehouden met de huidige situatie. In verband met de voorgenomen ontwikkeling is het bestaande wegenstelsel in staat om het extra aantal auto's op te vangen. De verkeerskundige aspecten leveren geen problemen op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Hoofdstuk 4 Het plan

4.1 Algemeen

Het plan voorziet, naast de reparatie van de vernietigde onderdelen, in de volgende ontwikkelingen:

  • Een "ontbijthotel" met 40 kamers gericht op gasten van De Veluwse Bron en, aanvullend, routetoerisme. Een ontbijthotel is een eenvoudig hotel zonder receptie en restaurant en uitsluitend met een ontbijtbuffet. De gasten kunnen in- en uitchecken bij het wellnesscentrum en daar gebruik maken van alle voorzieningen. Het gebouw wordt circa 1.700 m2 groot waarbij de vormgeving van het gebouw zal aansluiten bij de vormgeving van de gebouwen van het wellnesscentrum (zie ook paragraaf 4.3). Bij het hotel worden een beperkt aantal parkeerplaatsen aangelegd.
  • Het definitief bestemmen van het gebouw met horeca van de waterskibaan. Het betreft een gebouw met eenvoudig restaurant (snacks), ontvangstruimte voor waterskiërs, kleedruimte en (openbare) toiletten, opslag en verkoop van waterskimateriaal en een overnachtingsmogelijkheid voor de beheerder. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om het gebouw uit te breiden.
  • Bij het hotel worden vijf camperplaatsen gerealiseerd.
  • De mogelijkheid om speel- en outdoortoestellen te plaatsen (spacenet, klimwand en dergelijke).
  • In het noordwestelijk deel van het plangebied worden ten westen van de Viskweekweg (tussen de Schobbertsweg en de Smallertse Beek) twee overloopparkeerterreinen aangelegd. Het zuidelijk gelegen parkeerterrein (circa 100 auto's) is gereserveerd voor De Veluwse Bron, de noordelijke (circa 125 auto's) kan met grote drukte voor zowel het wellnesscentrum als het recreatiegebied worden opengesteld. De groenstructuur rond deze parkeerterreinen wordt versterkt.
  • De landschappelijke waarden van het gebied worden versterkt door bomen en bomenrijen aan te planten en de groenstructuur te versterken.
  • Vanwege de voorgenomen ontwikkelingen wordt ook ingezet op natuurcompensatie (zie paragraaf 3.2.1) en landschappelijke inpassing (zie paragraaf 3.2.2).

4.2 Afweging

Indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling moet het betreffende initiatief worden getoetst aan de diverse beleidskaders en onderzoeksaspecten.

Het plan past in het provinciaal en ruimtelijk beleid om intensieve (dag)recreatie te concentreren in de aangewezen concentratiepunten, waarbij ruimte is voor activiteiten die een aanvulling vormen op de aanwezige activiteiten. Het ontbijthotel moet worden gezien als een aanvulling op de bestaande voorzieningen, namelijk een overnachtingsmogelijkheid voor hoofdzakelijk gasten van het wellnesscentrum en aanvullend hierop voor routetoerisme en derden. De hoofdfunctie van het 70 hectare grote Kievitsveld blijft de dagrecreatie: zwemmen, waterskiën, wandelen of andere niet-gemotoriseerde outdooractiviteiten. Zowel in schaal, ruimtebeslag, bezoekersaantallen als de verkeersaantrekkende werking is het hotel ondergeschikt aan de hoofdfunctie dagrecreatie.

In de Omgevingsvisie van de Provincie Gelderland zijn een aantal voor dit bestemmingsplan relevante aspecten genoemd, namelijk:

Het bestemmingsplan strookt met de Gelderse visie op de vrijetijdseconomie binnen de provincie.

  • De kwaliteit van het dagrecreatieterrein wordt verbeterd.
  • Het bestaande dagrecreatieterrein blijft openbaar toegankelijk.
  • Het waterskiën en het nieuwe ontbijthotel is c.q. wordt gerealiseerd binnen het bestaande dagrecreatieterrein.

Het ontbijthotel bevindt zich binnen het Nationaal Landschap Veluwe. De kernkwaliteiten van dit gebied betreffen het behoud van de landschappelijke kwaliteiten, zoals de diversiteit aan bouwvormen en de kenmerkende gradiënt en mozaïeken in het landschap. Op deze kernkwaliteiten heeft de inpassing van het ontbijthotel geen effect. Deze bestemming sluit aan bij het huidig gebruik als dagrecreatiegebied en is in potentie ruimtelijk inpasbaar vanwege de ruimtelijke aansluiting van het gebouw op de Veluwse Bron en de omliggende bosschages.

In de gemeentelijke structuurvisie voor de Veluweflank is het Kievitsveld concreet aangewezen als een gebied waar hoogwaardige verblijfsaccommodaties mogelijk moeten zijn. Een ontbijthotel als onderdeel van het luxe wellnesscentrum valt onder de noemer van hoogwaardige verblijfsaccommodaties. De (luxe) voorzieningen zijn in het aangrenzende wellnesscentrum aanwezig.

In het gemeentelijk structuurplan is aangegeven dat de gemeente wil komen tot een kwaliteitsverbetering van het Kievitsveld, waarbij onder meer een jaarrondexploitaitie gewenst is. De gemeente wil in en om het Kievitsveld nieuwe sport-, dagrecreatieve en verblijfsrecreatieve voorzieningen stimuleren. Met het realiseren van het ontbijthotel en de outdoorvoorzieningen wordt tegemoet gekomen aan deze wens.

Uit de evaluatie naar de mogelijkheden voor camperplaatsen binnen de gemeente blijkt dat er geen bezwaar is tegen het mogelijk maken van vijf camperplaatsen bij het ontbijthotel. Uit de 2e evaluatie (als onderdeel van een oriëntatie op de "kleine verblijfsrecreatie") naar de mogelijkheid van camperplaatsen binnen de gemeente blijkt dat er geen bezwaar is tegen het realiseren van vijf camperplaatsen, te meer omdat in een eerdere fase al is uitgesproken dat het realiseren van camperplaatsen op particulier terrein de voorkeur verdient boven het realiseren / handhaven op openbaar terrein. Landelijk (ook bij de Veluwse Bron) blijkt er meer vraag te zijn naar camperplaatsen bij wellness resorts.

Het terrein, de parkeerterreinen en het nieuwe hotel worden conform het beleid verder ingepast in het landschap door onder meer een nieuwe laan (langs de entree de Viskweekweg) en enkele bomengroepen aan te planten. In het landschaps- en beeldkwaliteitsplan is aangegeven waar welke bomen worden geplant en waar andere ingrepen zoals een extensief maaibeheer gaan plaatsvinden. Het landschaps- en beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 2 Landschaps- en beeldkwaliteitsplan.

Uit het natuuronderzoek blijkt dat de nieuwe ontwikkelingen in principe passen in het natuurbeleid. Voor de locatie waar het hotel gebouwd gaat worden, geldt dat er bij het uitwerken van het bouwplan nog een gericht onderzoek in het kader van de Flora- en faunawet en de EHS uitgevoerd moet worden. Vanwege de voorgenomen ontwikkeling vindt natuurcompensatie plaats. Hiervoor is een compensatieplan opgesteld dat in Bijlage 3 Compensatieplan is weergegeven.

Het plan kan daarnaast voldoen aan de geldende wettelijke milieunormen op het gebied van bodem, luchtkwaliteit, zonering, geluidhinder, water en externe veiligheid.

4.3 Planopzet

Hierna wordt ingegaan op de wijze waarop de voorkomende functies in het bestemmingsplan worden geregeld. In de planopzet is aansluiting gezocht bij de recente uitgave "Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen", kortweg SVBP2012.

De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. De regels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er mag worden gebouwd. Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is.

Het grootste deel van het plangebied heeft de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" gekregen. Het gaat om de plassen (met uitzondering van de Smallertse Plas) en de omliggende stranden, weides en parkeerterreinen. De waterskibaan is aangeduid als "specifieke vorm van recreatie - waterskibaan". De masten ten behoeve van de waterskibaan mogen maximaal 13 meter boven peil hoog zijn.

Binnen dit gebied worden ook de bestaande en nieuwe gebouwen mogelijk gemaakt. Het gaat dan om het gebouw voor de waterskibaan, het toiletgebouw en het nieuw te realiseren hotel. Met de aanduiding "hotel" is aangegeven waar het hotel is toegestaan. De maximale oppervlakte van het gebouw bedraagt 1.700 m2. Uitgangspunt in het landschapsplan was 1.000 m2. Bij deze oppervlakte zou voor de beoogde 40 kamers een rechthoekig gebouw (blokkendoos) van 1.000 m2 met 2 etages gebouwd kunnen worden. In verband met de beeldkwaliteiteisen dient met de vormgeving van het gebouw te worden aangesloten op het gebouw van de Veluwse Bron. Om deze vormgeving mogelijk te maken is een grotere bouwoppervlakte vereist voor de 40 kamers. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen 6 respectievelijk 12 meter. Ten noorden van het hotel worden vijf camperplaatsen mogelijk gemaakt. De camperplaatsen zijn aangeduid als "specifieke vorm van recreatie - camperplaatsen".

Het horecagebouw met bijbehorend terras, steiger en startgebouw voor de waterskibaan is met "horeca" aangeduid. Het horecagebouw is toegankelijk voor alle gasten van het Kievitsveld. Het gebouw mag maximaal 300 m2 groot zijn. De toegestane goot- en de bouwhoogte bedragen maximaal 4 respectievelijk 10 meter. Binnen het gebouw is een daghorecagelegenheid (horeca uit de categorieën 1 en 2) toegestaan. Bij het gebouw is een terras toegestaan. Het startgebouw voor de waterskibaan staat op de steiger. De gezamenlijke oppervlakte van de steigers en buitenterrassen mag niet meer dan 720 m2 bedragen.

Op het terrein zijn speel- en sporttoestellen (speeltuin, outdoorsportvoorzieningen, spacenet) toegestaan. Deze mogen maximaal 10 meter hoog zijn. Vlaggenmasten mogen maximaal 6 meter hoog zijn. De gezamenlijke oppervlakte van overkappingen mag maximaal 150 m2 bedragen.

In de bouwregels is daarnaast bepaald dat gebouwen voor dagrecreatie, waaronder een kiosk en sanitaire voorzieningen, zijn toegestaan. De gebouwen mogen maximaal 125 m2 groot zijn. De toegestane goot- en de bouwhoogte bedragen maximaal 4 respectievelijk 10 meter. Erfafscheidingen mogen maximaal 2,5 meter hoog zijn.

Aan de noordwestzijde van het terrein worden twee nieuwe overloopparkeerterreinen mogelijk gemaakt. Deze terreinen zijn bestemd als "Recreatie - Dagrecreatie", met de aanduiding "parkeerterrein". Hier zijn uitsluitend parkeerterreinen toegestaan.

De grotere bosstroken en eenheden op het terrein zijn bestemd als "Bos". Binnen de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" is de landschappelijke inpassing meebestemd. De bomenpartijen die op basis van het landschapsplan aanwezig zijn en worden aangebracht passen binnen deze regeling.

De Nijmolense Plas en de bijbehorende oevers hebben de bestemmingen "Water" (met de dubbelbestemming "Waarde - Natuur en Landschap") en "Natuur" gekregen.

Voor de gronden waarop de natuurcompensatie plaatsvindt, is de bestemming "Natuur" met de nadere aanduiding "natuur" opgenomen. Voor de daadwerkelijke uitvoering van het compensatieplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Voor de hoogspanningsleiding is de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding" opgenomen.

4.4 Economische uitvoerbaarheid

Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting waarin ook inzicht wordt gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan.

Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten met betrekking tot het kostenverhaal. Ook is een planschadeovereenkomst getekend. De initiatiefnemer draagt zelf zorg voor de uitvoering van de in dit bestemmingsplan opgenomen mogelijkheden. De initiatiefnemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het bestemmingsplan financieel uitvoerbaar is. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar.

Hoofdstuk 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1 Inspraak

Het bestemmingsplan "Recreatiegebied Kievitsveld Emst" heeft de in de gemeente Epe gebruikelijke inspraakprocedure voor bestemmingsplannen doorlopen. Met ingang van 12 februari 2014 heeft het plan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn tien inspraakreacties ingediend. Van de binnengekomen reacties is in de Nota inspraak en overleg een samenvatting weergegeven, voorzien van een gemeentelijke reactie. De Nota inspraak en overleg is in Bijlage 11 opgenomen. De aanpassingen naar aanleiding van de inspraakreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.

5.2 Overleg

Het bestemmingsplan "Recreatiegebied Kievitsveld Emst" is aan de relevante instanties toegezonden in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Er is één overlegreactie ingediend. Van de overlegreactie is in de Nota inspraak en overleg een samenvatting weergegeven, voorzien van een gemeentelijke reactie. De Nota inspraak en overleg is in Bijlage 11 opgenomen. De overlegreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

december 2016.