direct naar inhoud van Toelichting
Plan: PARAPLUPLAN PARKEREN
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0302.BP01176-ow01

Toelichting

COLOFON:    
Gegevens projectbetrokkenen:  
Betrokken ambtenaar:   de heer M. (Menno) Smit  
   

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan

De aanleiding voor het in procedure brengen van het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren is het van rechtswege komen te vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening. Deze stedenbouwkundige bepalingen hebben onder andere betrekking op het aspect parkeren. De bouwverordening vormt het toetsingskader bij een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Met de wetswijziging is een overgangsregeling voor het toetsen aan de bepalingen met betrekking tot parkeren opgenomen. Om te voorkomen dat aanvragen omgevingsvergunning hierna niet meer kunnen worden getoetst aan parkeernormen is het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren opgesteld.

Het bestemmingsplan Parapluplan Parkeren is een zogenaamd "parapluplan". Een parapluplan is een overkoepelend bestemmingsplan waarmee in één plan aanpassingen in meerdere bestemmingsplannen kunnen worden doorgevoerd. Het is dus niet nodig om alle plannen afzonderlijk aan te passen. Via onderhavig bestemmingsplan Parapluplan Parkeren worden de in de Nota Parkeernormen Nunspeet 2014 opgenomen voorwaarden met betrekking tot de parkeerbehoefte voor autop- en fietsparkeren in de diverse geldende bestemmingsplannen opgenomen.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied van dit Parapluplan Parkeren betreft het gehele grondgebied van de gemeente Nunspeet. De plangrens van dit bestemmingsplan wordt gevormd door de gemeentegrens.

1.3 Geldende juridische regelingen

Zoals hiervoor aangegeven is het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren" een zogenaamd "parapluplan". Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan zijn dan ook een groot aantal bestemmingsplannen vigerend. Deze geldende plannen blijven onverkort van kracht, ook als het parapluplan wordt vastgesteld en rechskracht verkrijgt. De regels van het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren" zijn ofwel een aanvulling op de regels van de geldende bestemmingsplannen of een vervanging van de daarin opgenomen regels met betrekking tot parkeren.

1.4 Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hieronder worden Wro en de Bro kort toegelicht. Ook wordt ingegaan op de digitalisering van dit bestemmingsplan.

Wet ruimtelijke ordening (Wro)

De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven".


Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.


Digitalisering 

Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening).

1.5 Procedure

Vooraankondiging 

Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Nunspeet wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro).

In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd Parapluplan Parkeren in voorbereiding te nemen op 24 juni 2020 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Nunspeet Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Nunspeet.

Terinzagelegging ontwerpplan 

In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Nunspeet Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet.

De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan Parapluplan Parkeren en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen zal worden gepubliceerd in "Nunspeet Huis aan Huis", op de website van de gemeente Nunspeet en in de Staatscourant.

Zienswijzen 

Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd.

Rechtsbescherming 

Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

1.6 Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de gebiedsaanduidingen in het plangebied zijn aangegeven, een toelichting en de regels waarin de parkeerbepalingen voor de op de verbeelding vermelde gebieden zijn opgenomen.

Het eerste hoofdstuk van de toelichting betreft de inleiding. Hierin wordt ingegaan op de aanleiding van dit Parapluplan Parkeren. Ook wordt in dit eerste hoofdstuk de ligging van het plangebied, de geldende juridische regelingen het wettelijk kader en de procedure besproken. Deze leeswijzer sluit het eerste hoofdstuk af. Het tweede hoofdstuk gaat in op het Ruimtelijk beleidskader van dit Parapluplan Parkeren. In dit hoofdstuk wordt de relevante wetgeving besproken. Ook worden de uitgangspunten en het doel van dit bestemmingsplan behandeld. Het derde hoofdstuk gaat in op de planomschrijving van dit bestemmingsplan en de koppeling met de Parkeernota Nunspeet 2014. Hoofdstuk vier gaat in op de omgevingsaspecten van dit bestemmingsplan. Het vijfde hoofdstuk bevat de juridische planbeschrijving. Dit hoofdstuk gaat in op de planregels en op de handhaving van dit Parapluplan Parkeren. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk zes, gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

2.1 Wetgeving

Bij de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 heeft de wetgever bepaald, dat de mogelijkheid om op grond van artikel 8 lid 5 van de Woningwet stedenbouwkundige voorschriften in de gemeentelijke Bouwverordening op te nemen, kan vervallen. Reden hiervoor was dat de Wro voorschrijft dat een gemeente voor het gehele grondgebied een bestemmingsplan of beheersverordening moet vaststellen. Op basis van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) gold deze verplichting alleen voor het buitengebied, waardoor het voor het overige gebied noodzakelijk was stedenbouwkundige bepalingen op te nemen in de bouwverordening. De gemeentelijke Bouwverordening dient als toetsingskader voor aanvragen omgevingsvergunning voor het aspect bouwen.

Met de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening werd aanvankelijk beoogd om de mogelijkheid om stedenbouwkundige bepalingen op te nemen in de bouwverordening te schrappen. Uiteindelijk is hiervan op dat moment afgezien omdat te veel vragen bestonden over de wijze waarop met name het onderdeel "parkeren" in de bestemmingsplannen zou kunnen worden geregeld. De betreffende bepaling is daarom nooit in werking getreden.

Eind 2014 werd de Woningwet toch aangepast. Op 29 november 2014 trad de Reparatiewet BZK 2014 (Stb. 2014, 458) in werking en daarmee zijn de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening komen te vervallen. Voor bestemmingsplannen die zijn vastgesteld vóór die datum is in de Woningwet een overgangsregeling opgenomen. Die houdt in dat de betreffende artikelen van de Woningwet van toepassing blijven tot het tijdstip van wijziging van het bestemmingsplan voor een bepaald gebied, doch uiterlijk tot 1 juli 2018. Daarna moet een regeling zijn opgenomen in bestemmingsplannen om aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activieit bouwen te kunnen toetsen aan onder andere parkeernormen.

Inmiddels is ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd in die zin dat omwille van flexibiliteit het mogelijk is geworden om in de regels van een bestemmingsplan te verwijzen naar beleidsregels. Er is daarom nu in het artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro een wettelijke grondslag opgenomen om ook voor wat betreft het parkeren in het bestemmingsplan direct te verwijzen naar beleidsregels die parkernormen bevatten. Daarbij is het mogelijk om middels een zogenaamde dynamische verwijzing te bepalen dat indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening gehouden dient te worden met het gewijzigde beleid.

2.2 Uitgangspunten

Dit bestemmingsplan is een paraplubestemmingsplan. Dat is een bijzondere variant op een regulier bestemmingsplan. Een bestemmingsplan herziet of 'vervangt' normaal gesproken het voorheen geldende bestemmingsplan. Dit Paraplubestemmingsplan heeft echter een ander doel en een andere werking. Het doel van dit bestemmingsplan is uitsluitend het vastleggen van het gemeentelijk parkeerbeleid voor het grondgebied van de gemeente Nunspeet.

De opzet van het Paraplubestemmingsplan is daarom zodanig dat alle 'onderliggende' bestemmingsplannen van kracht blijven. De herziening betreft uitsluitend een uniforme regeling ten aanzien van het parkeren voor alle 'onderliggende' bestemmingsplannen.

2.3 Beleidsregels parkeren gemeente Nunspeet

Het bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de Nota Parkeernormen Nunspeet 2014.

Deze Nota is op 21 juli 2014 in werking getreden. In de beleidsregels is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik (de parkeernormen) is en -als de extra parkeerbehoefte niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd - onder welke voorwaarden er een ontheffing respectievelijk een afwijkingsvergunning kan worden verleend.

2.4 Doel

Parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte van het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hiermee wordt er voor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt.

Hoofdstuk 3 Planomschrijving

3.1 Inleiding

Door de wijziging van de Woningwet op 29 november 2014, waardoor parkeernormen voortaan in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen moeten worden opgenomen.

Met de wetswijziging is een overgangsregeling opgenomen tot 1 juli 2018. Tot die datum hebben gemeenten de tijd gehad om regels ten aanzien van parkeren op te nemen in de betreffende plannen voor de toetsing van aanvragen van omgevingsvergunning aan parkeernormen.

Een 'paraplu'bestemmingsplan biedt de mogelijkheid meerdere ruimtelijke plannen binnen de gemeente tegelijkertijd in één keer te herzien voor één of meerdere aspecten. Met onderhavige 'paraplu'herziening wordt de Parkeernota Nunspeet 2014 verankerd in de ruimtelijke plannen.

3.2 Parkeernota Nunspeet 2014

Bij verbouw- of nieuwbouwplannen van bijvoorbeeld woningen of kantoren of bij een functiewijziging van bestaande panden in Nunspeet ontstaat vaak een nieuwe parkeerbehoefte voor auto- en fietsparkeren. Hoeveel parkeerplaatsen voor auto's en fietsen nodig zijn bij een bouwontwikkeling of functiewijziging kan worden berekend aan de hand van parkeernormen. Het is wenselijk dat er een goede parkeerbalans wordt opgesteld die rekening houdt met de gemeentelijke parkeernormen en uitgaat van de parkeerbeleidsregels in het betreffende gebied. In de Nota Parkeernormen Nunspeet 2014 wordt aangegeven hoe de parkeerbehoeftes voor auto's en fietsers worden berekend.

De gehanteerde parkeernormen zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW (Nationaal kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur en openbare ruimte).

De Parkeernormennota heeft de volgende ruimtelijk relevante uitgangspunten:

Hoofddoel

1. De gemeente voert een parkeerbeleid dat (afgezien van pieken in de vraag) op acceptabele loopafstand voldoende parkeercapaciteit genereert.

Beleidsuitgangspunten

2. De gemeente hanteert een vaste parkeernorm voor alle functies binnen de bebouwde kom. Deze norm komt overeen met de maximale norm van “schil centrum” uit publicatie 317 van de CROW.

3. De gemeente maakt geen onderscheid in geografische ligging: centrum, schil en rest bebouwde kom.

4. Bij het toetsen van parkeernormen voor woningen moeten de berekeningsnormen worden gebruikt, waarbij er per woning ten minste 0,3 parkeerplaats voor bezoekers in de openbare ruimte of openbaar toegankelijk moet zijn, bij voorkeur binnen 100 m loopafstand.

5. Garages zonder oprit of oprit waarop geen ruimte is om de auto te parkeren, worden in de parkeernorm niet meegeteld.

6. Parkeergelegenheid vindt zo veel mogelijk op eigen terrein plaats.

7. De onderlinge uitwisselbaarheid (het dubbelgebruik) wordt door een parkeeronderzoek (uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige) bepaald. Het parkeeronderzoek wordt betaald door de aanvrager.

8. Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van voldoende fietsparkeervoorzieningen. Toetsing vindt plaats aan de hand van tellingen en van de kencijfers in bijlage 1b van de Parkeernota Nunspeet 2014.

9. Een parkeerfonds is een goed instrument dat ruimte biedt om mee te werken aan initiatieven die op eigen terrein onvoldoende parkeerplaatsen kunnen realiseren.

10. De gemeente streeft bij herinrichtingen en nieuwbouw naar een indeling in parkeervakken om zodoende de herkenbaarheid te verbeteren.

11. De gemeente reserveerd in ruimtelijke plannen parkeermogelijkheden voor gehandicapten. Het initiatief daartoe wordt genomen door de vergunningplichtige.

3.3 Dynamische verwijzing

Inmiddels is ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd in die zin dat omwille van flexibiliteit het mogelijk is geworden om in een bestemmingsplan te verwijzen naar beleidsregels, in plaats van dat de regels met betrekking tot parkeren volledig moeten worden opgenomen in een bestemmingsplan. Er is in het Bro een wettelijke grondslag opgenomen om bijvoorbeeld voor wat betreft het parkeren in het bestemmingsplan direct te verwijzen naar beleidsregels die parkeernormen bevatten. Daarbij is het mogelijk om middels een zogenaamd dynamische verwijzing te bepalen dat indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening dient te worden gehouden met het gewijzigde beleid. De dynamische verijzing is vastgelegd in artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro.

3.4 Parkeerfonds

De afgelopen jaren is gebleken dat het bij diverse bouwplannen niet mogelijk is om op eigen terrein te voorzien in parkeerruimte volgens de gemeentelijke parkeernorm. In dit soort gevallen is er vaak geen aangrenzend terrein aanwezig waarop die ruimte kan worden gerealiseerd en ook de bestaande openbare parkeerruimte biedt in de regel geen soelaas voor de extra parkeerdruk. Dat betekent concreet dat in zo’n geval een omgevingsvergunning niet kan worden verleend en dat de realisatie van de door de gemeente gewenste functies op bepaalde locaties niet mogelijk is. Een parkeerfonds kan hier uitkomst bieden. In bepaalde omstandigheden kan dan door het college van burgemeester en wethouders in afwijking van de parkeereis een omgevingsvergunning worden verleend. Voorwaarde is dat de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen een financiële bijdrage stort in het parkeerfonds. De middelen in dit fonds worden vervolgens door de gemeente gebruikt voor de aanleg van openbare parkeerplaatsen. Op die manier kan het totale gemeentelijke parkeerareaal in evenwicht worden gehouden en blijft de bereikbaarheid en leefbaarheid binnen de gemeente gewaarborgd.

Het vragen van een parkeerbijdrage vindt zijn juridische grondslag in de Bouwverordening, het zogenoemde ‘parkeerartikel’ 2.5.30 vierde lid. Hierin staat dat het college in afwijking van het bepaalde in het eerste en derde lid van artikel 2.5.30 een omgevingsvergunning kan verlenen als de aanvrager een parkeerbijdrage stort in het gemeentelijk parkeerfonds. Als financiële voorwaarden worden gesteld, neemt de gemeente de verplichting van de aanleg van parkeerplaatsen over. De in afwijking van de parkeereis verleende omgevingsvergunning metfinanciële consequentie wordt verleend volgens een publiekrechtelijke regeling. De parkeerbijdrage moet op dezelfde wijze als de bouwleges door de aanvrager worden betaald. Er is geen sprake van een contract tussen partijen.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding.

Aangezien via dit bestemmingsplan "Parapluplan parkeren" alleen een regeling met betrekking tot parkeernormen voor autoverkeer wordt opgenomen behoeft niet te worden ingegaan op de toetsing aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomenbestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.2 Inleiding planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken.

De regels zijn over het algemeen onderverdeeld in vier hoofdstukken:

a. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels;

b. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels;

c. Hoofdstuk 3 - Algemene aanduisingsregels;

d. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.

Omdat het hier gaat om een paraplubestemmingsplan, zijn er geen bestemmingsregels opgenomen. Inhoudelijk bevat het bestemmingsplan alleen een gebiedsaanduiding, welke valt onder de algemene aanduidingsregels. De gebiedsaanduiding geeft aan waar de regeling ten aanzien van parkeernormen in Enschede geldt.

Dit bestemmingsplan kent ook de afwijkingsmogelijkheid voor burgemeester en wethouders die ook in de Bouwverordening was opgenomen. De afwijkingsbevoegedheid kan worden toegepast in een situatie dat er bezwaren zijn om aan de parkeernorm te voldoen en er op andere wijze in de parkeerruimte of laad- en losruimte kan worden voorzien. Dit kan alleen als er geen onevenredige aantasting plaats vindt aan bijvoorbeeld het woon- en leefklimaat.

In artikel 4.1.5 staat de verwijziging naar de 'Parkeernota Nunspeet 2014', op basis van deze nota wordt de parkeereis bepaald. Hier wordt gebruik gemaakt van een dynamische verwijzing.

5.3 Handhanving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is het planologisch-juridisch vastleggen van normen voor auto- en fietsparkeren in diverse bestemmingsplannen in de gemeente Nunspeet. In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen ontwikkelingen met financiële consequenties initieert direct gerelateerd aan dit bestemminsgplan, is bij dit bestemmingsplan ook is er geen expolitatieplan opgesteld. Gesteld kan worden dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Parkeerproblemen scoren vaak hoog in de categorie ervaren overlast. Het is dus van belang dat de gemeente parkeeroverlast ten gevolge van nieuwe ontwikkelingen voorkomt. Onderhavig paraplu bestemmingsplan Parapluplan Parkeren voorkomt dat er parkeerproblemen ontstaan, waardoor de omgeving geschaad wordt. In feite voorziet dit bestemmingsplan Parapluplan Parkeren uitsluitend in een andere juridische verankering van de toetsing die voorheen via de Bouwverordening kon plaatsvinden. Mocht de 'parkeernota Nunspeet 2014' in de toekomst herzien of geactualiseerd worden, dan zal dit apart bekend worden gemaakt.

Het ontwerp van het Parapluplan Parkeren wordt ter inzage gelegd, waarbij een ieder de mogelijkheid heeft om zienswijzen in te dienen.

Bijlagen bij Toelichting

Vaststellingsbesluit