direct naar inhoud van Regels
Plan: Regeling meervoudige bewoning 2021
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0402.19pbp05mvbewoning-on01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het bestemmingsplan 'Regeling meervoudige bewoning 2021' van de gemeente Hilversum;

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0402.19pbp05mvbewoning-on01 en de bijbehorende regels (en bijlagen).

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Bestemmingsplan Binnenstad 2013

Het Bestemmingsplan Binnenstad 2013 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.38): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.50): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';
    • c. zelfstandige woning (1.65): 'woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.39);
    • b. woning (1.64).

  • 4. Artikel 57 (Gebiedsaanduiding - Uitgesloten - verbouwingen tot één of meer zelfstandige woningen) wordt geheel geschrapt.

  • 5. Aan de regels wordt een nieuw artikel 57 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouder en in voorkomend geval in afwijking van artikel 35, lid 1, onder a., artikel 36, lid 1, onder a., artikel 37, lid 1, onder a. en artikel 38, lid 1, onder a, met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 53.2 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 4. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
  • 5. Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat:
    • a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan;
    • b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 53.2 (Parkeren);
    • c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 6. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 7. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 35, lid 1, onder a., artikel 36, lid 1, onder a., artikel 37, lid 1, onder a. en artikel 38, lid 1, onder a, met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 53.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 3 Bestemmingsplan Bosdrift

Het Bestemmingsplan Bosdrift wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.38): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. zelfstandige woning (1.69): 'woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'onzelfstandige woning (1.51): woning die niet voldoet aan het gestelde onder lid 1.69' vervangen door 'onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.39);
    • b. omzetting (1.48);
    • c. verbouwen zelfstandige woonruimte (1.57);
    • d. woning (1.68).

  • 4. Aan Artikel 32 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 32.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan en in afwijking van artikel 33 lid 1, onder 2 (33.1.2), verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 21, lid 1, onder a. en 22, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 32.2 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 4. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
  • 5. Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat:
    • a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan;
    • b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 32.2 (Parkeren);
    • c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 6. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 7. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 21, lid 1, onder a. en artikel 22 lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 32.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

  • 8. Artikel 33, lid 2 (33.2) (Verbouwen tot één of meer zelfstandige woonruimten uitgesloten) wordt geheel geschrapt.

Artikel 4 Bestemmingsplan Buitengebied 2013

Het Bestemmingsplan Buitengebied 2013 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.41): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.60): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.82): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.80).

  • 4. Aan Artikel 44 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 44.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 24, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 44.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 5 Bestemmingsplan De Meent

Het Bestemmingsplan De Meent wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.37): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.66): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
    • d. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.65).

  • 4. Aan Artikel 23 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 23.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 16, lid 1, onder a. en artikel 17, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 23.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 6 Bestemmingsplan Eurobioscoop 2020

  • 1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 2. Aan Artikel 9 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 9.4 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 7 Bestemmingsplan 's Gravenlandseweg 72

  • 1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 2. In artikel 8.2 (Regeling meervoudige bewoning) wordt in lid 8.2.2 zinsdeel 'en de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de gebouwen niet onevenredig worden aangetast' geschrapt en vervangen door: en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 8 Bestemmingsplan Herontwikkeling Anthony Fokkerweg

Het Bestemmingsplan Herontwikkeling Anthony Fokkerweg wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.24): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

  • 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
    • d. zelfstandige woning: zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.
    • e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.36).

  • 4. Aan Artikel 9 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 9.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9.2 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 9 Bestemmingsplan Hoek Melkpad - Diepeweg

  • 1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 2. In artikel 9 (Algemene aanduidingsregels), lid 9.1, sublid b. worden de subsubleden 2 en 3 geschrapt en vervangen door een nieuw subsublid 2 luidende: wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 10 Bestemmingsplan Kamerlingh Onnesweg

Het Bestemmingsplan Kamerlingh Onnesweg wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.35): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

  • 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
    • d. zelfstandige woning: zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
    • e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.62).

  • 4. Aan Artikel 25 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 25.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 18, lid 1, onder a. en 19, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.2 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 4. Van het verbod in lid 3 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 18, lid 1, onder a. en artikel 19, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 11 Bestemmingsplan Kerkelanden

Het Bestemmingsplan Kerkelanden wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.35): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.57): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
    • d. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.56).

  • 4. Aan artikel 23 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 23.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 14, lid 1, onder a. en artikel 15, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 23.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 12 Bestemmingsplan Kerkelanden winkelcentrum

Het Bestemmingsplan Kerkelanden winkelcentrum wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.25): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

  • 2. Aan artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
    • d. zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
    • e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.35).

  • 4. Aan artikel 10 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 10.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 13 Bestemmingsplan Laapersboog

Het Bestemmingsplan Laapersboog wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
    • d. zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
    • e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.51).

  • 4. Aan Artikel 10 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 10.3 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 5 lid 1, onder a. in combinatie met artikel 5 lid 2, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 14 Bestemmingsplan Langgewenst

Het Bestemmingsplan Langgewenst wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.37): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.50): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.62): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.38);
    • b. woning (1.61).

  • 4. Aan Artikel 10 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 10.3 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.2 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 15 Bestemmingsplan Lucentterrein

  • 1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 2. Artikel 10. 1 (Overige zone - regeling meervoudige bewoning -1) wordt in zijn geheel geschrapt en vervangen door: Artikel 10.1 (Overige zone - regeling meervoudige bewoning - 1a)
    • a. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
    • b. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
    • c. Van het verbod in lid b. kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat:
      • de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan;
      • wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9.2 (Parkeren);
      • wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 16 Bestemmingsplan Media Park

Het Bestemmingsplan Media Park wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
    • d. zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
    • e. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.45).

  • 4. Aan Artikel 26 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 26.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 18 lid 1, onder a. en artikel 19 lid 2, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Bijlage Beleidsregels Parkeren bij Ruimtelijke ontwikkelingen 2017' en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 17 Bestemmingsplan Melkfabriek

Het Bestemmingsplan Melkfabriek wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.32): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.43): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.55): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.34);
    • b. woning (1.54).

  • 4. Artikel 8 Wonen - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning/appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), worden geheel geschrapt.

  • 5. Aan Artikel 13 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 13.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
  • 3. Van het verbod in lid 2 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat:
    • a. de bestemming van het betreffende gebouw is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan;
    • b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 13.1 (Parkeren);
    • c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 18 Bestemmingsplan Melkpad 6 - 10

  • 1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 2. In artikel 11 (Algemene aanduidigsregels), lid 11.1, sublid b. worden de subsubleden 2 en 3 geschrapt en vervangen door een nieuw subsublid 2 luidende: wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 19 Bestemmingsplan Monnikenberg

Het Bestemmingsplan Monnikenberg wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.31): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.44): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';
    • c. en in de definitie van het begrip 'zorgwonen' (1.67): de woorden 'zelfstandige woonruimte' vervangen door 'zelfstandige woning';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.65): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: 'een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.32);
    • b. woning (1.63).

  • 4. Aan Artikel 22 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 22.4 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 12 lid 1 en artikel 13 lid 1 met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 22.3 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 20 Bestemmingsplan Mozartlaan 40

Het Bestemmingsplan Mozartlaan 40 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.24): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.31): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.43): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.42).

  • 4. Aan Artikel 8 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 8.3 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in afwijking van artikel 4 lid 1, onder a. met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 8.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 21 Bestemmingsplan Neuweg 100

  • 1. Aan Artikel 1 wordt het volgende begrip toegevoegd: wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 2. In artikel 9 (Algemene aanduidigsregels), lid 9.1, wordt in sublid 2. het subsublid b. en sublid 3 geschrapt en vervangen door een nieuw subsublid b. in sublid 2 luidende: wordt voldaan aan de Beleidsregels meervoudige bewoning en wanneer deze wordt gewijzigd of vervangen door een nieuwe beleidsregels, aan deze beleidsregels wordt voldaan.

Artikel 22 Bestemmingsplan Noord

Het Bestemmingsplan Noord wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.37): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.51): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.29);
    • b. woning (1.44).

  • 4. Artikel 6 Gemengd - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt.

  • 5. Artikel 7 Gemengd - 2, lid 4 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 5 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt.

  • 6. Artikel 15 Wonen - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt.

  • 7. Artikel 17 Wonen - 3, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning / appartementensplitsing) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels) worden geheel geschrapt.

  • 8. Aan Artikel 24 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 24.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 17, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 24.1 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 4. Van het verbod in lid 3 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 17, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 24.1 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 23 Bestemmingsplan Over 't Spoor

Het Bestemmingsplan Over 't Spoor wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.28): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.37): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.51): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.29);
    • b. woning (1.49).

  • 4. Artikel 7 Gemengd - 1, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt.

  • 5. Artikel 7 Gemengd - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt.

  • 6. Artikel 8 Gemengd - 2, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt.

  • 7. Artikel 8 Gemengd - 2, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt.

  • 8. Artikel 9 Gemengd - 3, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt.

  • 9. Artikel 9 Gemengd - 3, lid 4 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 5 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt.

  • 10. Artikel 17 Wonen - 1, lid 2 (Bouwregels), onder 1f. wordt geschrapt.

  • 11. Artikel 17 Wonen - 1, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt.

  • 12. Artikel 19 Wonen - 3, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt.

  • 13. Artikel 19 Wonen - 3, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt.

  • 14. Artikel 20 Wonen - 4, lid 2 (Bouwregels), onder 1e. wordt geschrapt.

  • 15. Artikel 20 Wonen - 4, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt.

  • 16. Artikel 21 Woongebied, lid 3 (Specifieke gebruiksregels), onder 2 (kamerbewoning) en lid 4 (Ontheffing van de gebruiksregels), onder 3 (kamerbewoning) worden geheel geschrapt.

  • 17. Aan Artikel 25 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 25.2 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 19 lid 1 en artikel 20 lid 1, met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.1 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 4. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
  • 5. Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat:
    • a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan;
    • b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.1 (Parkeren);
    • c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 6. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 7. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 19, lid 1 artikel 20 lid 1 met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan he bepaalde in artikel 25.1 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 24 Bestemmingsplan Utrechtseweg

Het Bestemmingsplan Utrechtseweg wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.36): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.50): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.68): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. omzetting (1.46);
    • b. splitsing (1.56);
    • c. woning (1.66).

  • 4. Artikel 31.4 Splitsing uitgesloten, leden 1 en 2 worden geheel geschrapt, de titel vervangen door Regeling meervoudige bewoning en voorts vervangen door:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 31.2 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen met uitsluitend een woonbestemming of functieaanduiding wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 4. Ter plaatste van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1a' is het verboden gebouwen of deel daarvan met een andere bestemming of functieaanduiding dan wonen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning.
  • 5. Van het verbod in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken onder de voorwaarde dat:
    • a. de bestemming van het betreffende gebouw of deel daarvan is gewijzigd in een bestemming of aanduiding waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan is toegestaan dan wel tegelijkertijd met het verlenen van de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan waardoor wonen in het gebouw of deel daarvan wordt toegestaan;
    • b. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 31.2 (Parkeren);
    • c. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 6. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 7. Van het verbod in lid 6 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 18, lid 1, onder a. en artikel 19, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 31.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 25 Bestemmingsplan Van Riebeek Bonairelaan

Het Bestemmingsplan Van Riebeek Bonairelaan wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.38): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.67): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden de volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen;
    • c. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
    • d. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 wordt het volgende begrip en de definitie geschrapt:
    • a. woning (1.66).

  • 4. Aan Artikel 27 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 27.4 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 19, lid 1, onder a. en artikel 20, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 27.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 26 Bestemmingsplan Vreelandseweg

Het Bestemmingsplan Vreelandseweg wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.44): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.56): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.80): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.45);
    • b. woning (1.77).

  • 4. Aan Artikel 35 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 35.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 1' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders, in voorkomend geval in afwijking van artikel 24, lid 1, onder a. en 25, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat:
    • a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 35.2 (Parkeren);
    • b. wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021, dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
  • 3. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 4. Van het verbod in lid 3 kunnen burgemeester en wethouders en in voorkomend geval in afwijking van artikel 24, lid 1, onder a. en artikel 25, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 35.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 27 Bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve

Het Bestemmingsplan Woonwijk Anna's Hoeve wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1. In Artikel 1 wordt de definitie van het begrip:
    • a. huishouden (1.33): 'een persoon die alleen woont en alleen in het dagelijks onderhoud voorziet hetzij meerdere personen die samen in een woonruimte wonen en samen in hun dagelijks onderhoud voorzien' vervangen door 'een alleenstaande die een huishouding voert, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren';
    • b. onzelfstandige woonruimte (1.45): 'alle woonruimte die niet voldoet aan de definitie van zelfstandige woonruimte' vervangen door 'woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte';

en voorts wordt het begrip en definitie van:

    • a. 'zelfstandige woonruimte (1.66): woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij' vervangen door 'zelfstandige woning: een woning die een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning'.

  • 2. Aan Artikel 1 worden het volgende begrippen toegevoegd:
    • a. inwoning: bewoning door niet meer dan één huishouden van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen en die niet groter is dan 25% van de vloeroppervlakte van de woonruimte van die hoofdbewoner zonder inwoning (de beperking in vloeroppervlak geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg);
    • b. meervoudige bewoning: bewoning door meer dan één huishouden, waaronder inwoning en/of huisvesting in verband met mantelzorg niet worden begrepen.
    • c. wonen: het houden van verblijf, het huren en ook (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een zelfstandige woning of onzelfstandige woonruimte door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.

  • 3. Uit Artikel 1 worden de volgende begrippen en de definitie geschrapt:
    • a. kamerbewoning (1.34);
    • b. woning (1.61).

  • 4. Aan Artikel 15 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid 15.5 (Regeling meervoudige bewoning) toegevoegd luidende:
  • 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2.
  • 2. Van het verbod in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 15.2 (Parkeren) en wordt voldaan aan de kwaliteitseisen (kwaliteit gebouwen en leefomgeving) zoals opgenomen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsregels meervoudige bewoning 2021 (in paragraaf 3.2.3) dan wel aan wijzigingen van deze beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 28 Overgangsrecht

28.1 Overgangsrecht bouwwerken
28.1.1 Algemeen
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bepaalde onder lid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

28.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. Indien het gebruik, bedoeld onder lid a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. Het bepaalde onder lid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

Artikel 29 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ´Regeling meervoudige bewoning 2021´ van de gemeente Hilversum.