direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Parapluherziening Fietsparkeren
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00162-0201

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De gemeente Leiden wil het fietsgebruik in de stad stimuleren en de binnenstad autoluw en deels autovrij maken. Met de fiets houden we onze stad leefbaar en bereikbaar. Het realiseren van meer en kwalitatief betere parkeergelegenheid voor de fiets draagt bij aan het bevorderen van het fietsgebruik. Om deze ontwikkeling te stimuleren is zowel het parkeerbeleid als de parkeernormen voor fietsen aangepast.

De nieuwe parkeervisie geeft de kaders voor het parkeren van auto én fiets. Binnen deze kaders maakt de gemeente Leiden de komende jaren keuzes. Daarbij staat de verstedelijkingsopgave centraal. Omdat de gemeente duidelijke doelen heeft voor het vervoer per fiets, is fietsparkeren een integraal onderdeel van de parkeervisie. De gemeente wil in de toekomst meer voorzieningen voor de geparkeerde fiets hebben. Zowel in bestaande wijken en buurten als in nieuwbouw en in gebouwen en gebieden die een andere functie krijgen. De hoofdlijnen van de parkeervisie worden uitgewerkt in beleidslijnen, oplossingsrichtingen en concrete maatregelen. De regels voor de parkeernormen, en ook de parkeernormen zelf, staan in de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020.

Het doel van deze parapluherziening is het bieden van een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘fietsparkeren’ in de gemeente Leiden. Dit bestemmingsplan voorziet in het juridisch- planologisch regelen van de dynamische verwijzing van de parkeernormen in Leiden. Door in bestemmingsplannen een koppeling te leggen met deze beleidsregel, kunnen bij de toetsing van omgevingsvergunningen ook de fietsparkeernormen worden betrokken. Met deze parapluherziening wordt voor alle digitale bestemmingsplannen een koppeling met de fietsparkeernormen gelegd.

1.2 Begrenzing plangebied

Het plangebied omvat het gehele grondgebied van de gemeente Leiden. Voor de exacte aanduiding van de plangrens wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

De bestemmingsplannen binnen de plancontour blijven van kracht, met dien verstande dat aan de regels van die bestemmingsplannen de regels van onderhavig bestemmingsplan worden toegevoegd.

In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven door in te gaan op het relevante beleidskader. In hoofdstuk 3 wordt de wijze van bestemmen besproken. Tot slot betreft hoofdstuk 4 de beoordeling van de uitvoerbaarheid van het plan en de procedure.

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied, zoals aangegeven en toegelicht in paragraaf 1.2, vigeren op dit moment de volgende bestemmingsplannen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.BP00162-0201_0001.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.BP00162-0201_0002.png"

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het bestemmingsplan

2.1 Fietsparkeren

2.1.1 Beleidskader

Parkeervisie Auto- en fietsparkeren 2020-2030 – de fiets
De fiets is niet weg te denken uit Leiden. Er zijn meer fietsen dan mensen in de stad: vrijwel iedere Leidenaar heeft een of meerdere fietsen. Met uitzondering van het stationsgebied is het fietsparkeren niet gereguleerd: er zijn geen beperkingen waar je je fiets mag parkeren. Dit leidt – zeker in de binnenstad – nog wel eens tot overvolle stoepen waar voetgangers slalommend langs moeten. De fiets is hét vervoermiddel van de Leidse toekomst. Samen met de voetganger en het openbaar vervoer krijgt de fiets de hoofdrol.

Fietsparkeren optimaliseren: de visiepunten
Met goede fietsparkeervoorzieningen stimuleert de gemeente het gebruik van de fiets en geeft ze de voetganger weer ruim baan in de stad:

  • 1. De gemeente besteedt extra aandacht aan gebieden waar fietsparkeren nu een probleem is en waar grote kansen liggen om het fietsen te stimuleren.
  • 2. De gemeente organiseert het fietsparkeren op een intuïtieve manier (bijvoorbeeld aansluitend op fietsroutes), zodat de juiste fiets(er) op de juiste plek terechtkomt.
  • 3. Met fietsparkeren versterkt de gemeente de relatie tussen de fiets, de auto en het openbaar vervoer.
  • 4. Leidse fietsenstallingen worden zo efficiënt mogelijk benut, bijvoorbeeld door – in overleg met instellingen en bedrijven - bewoners toegang te geven tot bezoekers-, school- en bedrijfsstallingen.
  • 5. Op locaties waar extra behoefte aan fietsparkeerplaatsen is, investeert de gemeente in nieuwe hoogwaardige voorzieningen. Ook onderzoekt de gemeente de mogelijkheden van flexibele fietsparkeeroplossingen.
  • 6. De gemeente gebruikt reguleringsmaatregelen om het fietsparkeren in de stad te beheersen.
  • 7. In Leiden is de fiets het uitgangspunt in het ontwerp van nieuwe gebouwen. Dit geldt ook voor gebouwen die een andere functie krijgen.
  • 8. De gemeente zoekt aansluiting bij nieuwbouw- en andere projecten om extra fietsparkeervoorzieningen te creëren of om de kwaliteit van het fietsparkeren te verbeteren.

De stadsbrede aanpak en de focusgebieden

Voor de hele stad geldt dat er meer fietsparkeervoorzieningen nodig zijn en dat ze kwalitatief beter kunnen. De maatregelen lopen uiteen van betere bewegwijzering en benutting van huidige fietsparkeerplekken en uitbreiding buurtstallingen en fietsboxen tot fietsparkeernormen voor nieuwbouw. Voor de focusgebieden – de stations, (wijk)winkelcentra en het winkelgebied in het centrum – zijn aanvullende maatregelen nodig zoals beperkte parkeerduur en meer handhaving op wrakken en weesfietsen.

Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 – Fiets

Uitgangspunt in de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 is dat fietsparkeren volledig op eigen terrein wordt opgelost. In de binnenstad geldt deze eis niet voor het bezoekers aandeel van de fietsparkeerbehoefte. Om de fiets als duurzaam vervoermiddel te stimuleren worden kwaliteitseisen aan de fietsparkeervoorzieningen gesteld. Hiermee wordt ook de bruikbaarheid van deze voorzieningen gewaarborgd.

De fietsparkeernormen zijn gebaseerd op de maximum fietsparkeerkencijfers van het CROW. Uitzondering hierop zijn onderstaande normen (waarvoor de minimum parkeerkencijfers als parkeernorm gelden):

  • Restaurant eenvoudig en luxe;
  • Busstation
  • Woningen bezoekers.

De fietsparkeereis wordt bepaald door de fietsparkeervraag in de oude situatie af te trekken van de fietsparkeervraag in de nieuwe situatie (salderen). Als hierbij een positief saldo ontstaat er een op te lossen fietsparkeereis. Deze fietsparkeereis moet in beginsel op eigen terrein opgelost worden. Het bevoegd gezag kan afwijken van deze eis op bepaalde vastgelegde gronden. Zie hiervoor de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020.

2.1.2 Parapluherziening

Dit plan voorziet in regels waarbij wordt verwezen naar bovenstaand beleid. Het betreft een dynamische verwijzing, waarbij er rekening is gehouden met de mogelijkheid dat burgemeester en wethouders de beleidsregels voor het fietsparkeren tussentijds kunnen aanpassen of wijzigen.

Hoofdstuk 3 Juridische planbeschrijving

3.1 Inleiding

Het juridische deel van deze thematische herziening bestaat uit een verbeelding en de regels.

Op de verbeelding is het plangebied weergegeven. Dit plangebied geeft de begrenzing aan van het gebied waarbinnen de regels van dit bestemmingplan gelden.

De regels van deze thematische herziening worden toegevoegd aan de regels c.q. voorschriften van de vigerende bestemmingsplannen en de plannen in procedure zoals opgenomen in paragraaf 1.3. van de toelichting.

De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch gezien ook geen deel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde regels.

3.2 Opzet en volgorde van de regels

De regels van dit bestemmingsplan zijn op de volgende wijze opgebouwd.

Hoofdstuk 1

Artikel 1 Inleidende regels:

  • Begrippen

Hoofdstuk 2

Artikel 2 en 3 Algemene regels:

  • Van toepassing verklaring
  • Algemene gebruiksregels

Hoofdstuk 3

Artikel 4 Overgangs- en slotregels:

  • Slotregel

3.3 Uitleg van de regels

3.3.1 Inleidende regels

Begripsbepalingen (artikel 1)

In dit artikel worden de begripsbepalingen verklaard die in de regels worden gebruikt.

3.3.2 Algemene regels

De algemene regels bevatten de volgende artikelen:

Van toepassing verklaring (artikel 2)

In dit artikel is de reikwijdtebepaling over de opgenomen bestemmingsplannen aangegeven.

Algemene gebruiksregels (artikel 3)

In de algemene gebruiksregels is een dynamische verwijzing naar de Beleidsregels parkeernormen van de gemeente Leiden opgenomen - en indien deze wijzigt de gewijzigde versie hiervan. Op het moment dat er een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend wordt aan deze Beleidsregels getoetst. Voorts is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om - overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden in de Beleidsregels - af te wijken van de fietsparkeernomen. Tot slot is rekening gehouden met parkeernormen die reeds vastliggen in bestemmingsplannen of andere door de raad vastgestelde regelingen of beleidskaders (met uitzondering van de stedenbouwkundige masterplannen). Deze blijven van kracht.

3.3.3 Overgangs- en slotregels

Slotregels (artikel 4)

In de slotregels worden de regels van dit bestemmingsplan aangehaald.

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid

4.1 Economische uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan voorziet in het juridisch- planologisch regelen van de dynamische verwijzing van de parkeernormen in Leiden.

De financiele uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt gewaarborgd doordat de ambtelijke kosten die nodig zijn voor de vervaardiging van het bestemmingsplan worden gedekt binnen de beschikbare budgetten.

Het parapluplan maakt zelf geen bouwplannen mogelijk, die op grond van artikel 6.2.1. Bro noodzaken tot het opstellen van een exploitatieplan. Hierdoor is de Grondexploitatiewet niet aan de orde bij het besluit tot vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.2.1 Vooroverleg

De gemeente pleegt bij de voorbereiding van het bestemmingsplan in het kader van artikel 3.1.1. Bro overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan online aangeboden aan de provincie Zuid-Holland. Hieruit is naar voren gekomen dat er met het plan geen provinciale belangen worden geraakt. Met deze parapluherziening zijn voorts geen rijks- of waterschapsbelangen in het geding.

4.2.2 Zienswijzen

Het bestemmingsplan is een juridisch technische aanpassing van de regels. Het parapluplan heeft de in de Wro voorgeschreven procedure is gevolgd. Dit houdt in dat het ontwerp bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage is gelegd met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Eventuele ingediende zienswijzen worden bij de besluitvorming betrokken.