direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Hotel en Residence Oranje c.a.
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De eigenaren van de Hotels van Oranje, de initiatiefnemers, hebben samen met de gemeente Noordwijk plannen voor de herontwikkeling met appartementen en diverse hotel-gerelateerde functies met een parkeervoorziening van de locatie aan de Koningin Wilhelmina Boulevard tussen het Schuitengat en het Vuurtorenplein, inclusief ook het huidige Hotel Oranje. In samenhang met deze ontwikkeling zal ook aan de Jan van Henegouwenweg, ter plaatse van het Strandhotel en Hotel Alwine c.a. een nieuw appartementengebouw worden gerealiseerd.

Op 27 februari 2013 heeft de gemeenteraad van Noordwijk voor deze herontwikkeling de ruimtelijke kaders vastgesteld. Deze kaders zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke en stedenbouwkundige eisen waaraan de ontwikkelingen van Hotels van Oranje moeten voldoen. Deze kaders zijn daarom ook aan te merken als de beleidsmatige invulling van de wensen van de raad in het kader van een goede ruimtelijke ordening voor de betreffende planlocatie. De herontwikkeling op basis van deze vastgestelde kaders is daarna geaccordeerd door het college van burgemeester en wethouders (27 maart 2013) en herbevestigd door de gemeenteraad (28 maart 2013). De initiatiefnemer heeft met in acht name hiervan, in overleg met de gemeente, het ruimtelijk plan opgesteld. Daarbij is tevens vele malen overleg gevoerd met bewonersorganisaties.

Op 31 oktober 2013 heeft de gemeenteraad kennis kunnen nemen van dit plan en kunnen vaststellen dat het op hoofdlijnen voldoet aan de vastgestelde ruimtelijke kaders van februari 2013. Daarbij hebben zij ingestemd met het stedenbouwkundig schetsplan als basis voor een in te dienen principeverzoek. Na verdere aanpassingen en concessies vanuit de initiatiefnemer is met de wijkvereniging 'Het Oude Zeedorp' op 12 november 2013 overeenstemming bereikt over de plannen. Ook enkele andere betrokken organisaties hebben daarna aangegeven akkoord te gaan met de voorgestelde bouwplannen. De initiatiefnemers hebben op 4 december 2013 een principeverzoek voor de realisatie van de plannen ingediend. De gemeenteraad heeft op 19 december 2013 besloten kennis te nemen van het voornemen van het college om akkoord te gaan met dit principeverzoek; daarnaast heeft de gemeenteraad besloten in te stemmen met de toepassing van de coördinatieregeling voor de plannen. Bij brief van 4 februari 2014 heeft het college van burgemeester en wethouders vervolgens een principeakkoord afgegeven.

Het ruimtelijke plan bestaat uit het voornemen om tussen de Koningin Wilhelmina Boulevard en de Parallel Boulevard een appartementencomplex te realiseren, waarvan de plint ten behoeve van Hotel Oranje zal worden ingevuld. Het bestaande gebouw van Hotel Oranje zal worden uitgebreid met een extra bouwlaag aan de Parallel Boulevard en twee bouwlagen aan de zijde van het Schuitengat en de Koningin Wilhelmina Boulevard. Met de uitbreiding van dit gebouw zal het Schuitengat, dat de verbinding vormt tussen de Koningin Wilhelmina Boulevard en de Parallel Boulevard, worden verlegd. Daarmee wordt voor het gebied ten oosten van de Parallel Boulevard de oriëntatie op zee verstrekt.

De voorgenomen ontwikkelingen passen niet in het vigerende bestemmingsplan Noordwijk Zeewaardig. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet daarom in de nieuwe juridisch-planologische regeling voor deze ontwikkeling.

1.2 Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied is gelegen in Noordwijk aan Zee. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied is gelegen langs de kuststrook van Noordwijk en maakt deel uit van de bebouwing aan de Koningin Wilhelmina Boulevard. Het plangebied bestaat uit twee delen. Een deel betreft de bebouwing van Hotels van Oranje aan de Koningin Wilhelmina Boulevard, het tweede deel betreft de voormalige hotels aan de Jan van Henegouwenweg. De locaties kenmerken zich als een gebied met een badplaatsfunctie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0001.png"

figuur 1.1 ligging en begrenzing van het plangebied

1.3 Plangrenzen

Het plangebied bestaat uit twee delen. Het eerste deel is gelegen tussen de Koningin Wilhelmina Boulevard en de Parallel Boulevard, van Hotel Oranje tot het Vuurtorenplein en een aparte locatie ten noorden van de Jan van Henegouwenweg. In figuur 1.1. is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

1.4 Vigerende bestemmingsplannen

Op het plangebied vigeert momenteel het bestemmingsplan Zeewaardig. Dit bestemmingsplan is op 27 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. Ter plaatse gelden de bestemmingen Gemengd - 2, Horeca en Verkeer. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0002.jpg"

figuur 1.2 uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplan

In het vigerende bestemmingsplan Zeewaardig is ervoor gekozen om de bouw- en gebruiksmogelijkheden uit de bestemming 'Badplaatsbebouwing' voor deze locatie uit het voorheen geldende plan op hoofdlijnen over te nemen omdat bij de vaststelling van het bestemmingsplan Zeewaardig sprake was van een 'conserverend' plan.

In het vigerende bestemmingsplan Zeewaardig wordt de locatie beschreven als een ontwikkelingslocatie in de nabije toekomst:

“Hotels van Oranje

Voor deze locatie is op dit moment (januari 2013) geen sprake (meer) van een concreet initiatief. In onderhavig bestemmingsplan worden de (bouw)mogelijkheden uit het huidige bestemmingsplan - en de voor de huidige bebouwing verleende vrijstellingen - opgenomen. In 2010 zijn afspraken gemaakt over het aantal te realiseren m2. Deze zijn vastgelegd in een brief van 10 februari 2010:

“Totaal is er nu 23.724 m2 gerealiseerd op de diverse kavels. De bebouwing is veelal gerealiseerd met vrijstellingen die niet zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Op de kavels A, C en G is nog niet het volledige bebouwingsvlak uit het vigerende bestemmingsplan benut. Hier kan men nog een kleine 2.000 m2 (het bestemmingsplan geeft geen exacte m2's aan, alleen maar m3's) toevoegen, mits deze passen binnen de randvoorwaarden van het vigerende bestemmingsplan. Op basis van bovengenoemde analyse kan men concluderen dat het aantal te realiseren m2 momenteel afgerond 25.000 m2 bedraagt, exclusief de bebouwing van Hotels van Oranje (blok 8).

Hierbij is rekening gehouden met de huidige souterrains van 5.500m2”.

1.5 Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd.

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 het plangebied toegelicht. Ingegaan wordt op de huidige situatie en de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Hoofdstuk 3 gaat daarna in op het vigerende rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid.

De ontwikkeling zelf wordt in het hoofdstuk onderzoek (4) getoetst aan de sectorale aspecten plus de wet- en regelgeving.

In hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de juridische regeling.

In hoofdstuk 6 en 7 wordt successievelijk ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Ten slotte zullen in hoofdstuk 8 de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 worden weergegeven.

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied

2.1 Ontstaansgeschiedenis

Noordwijk aan Zee is van oudsher een vissersdorp; tegenwoordig staat het dorp te boek als bekende badplaats. Dit heeft het beeld van het huidige Noordwijk aan Zee in grote mate bepaald. Veel van de fysieke verschijningsvorm van de kern is een logisch gevolg van deze geschiedenis.

In het duingebied kwamen vanaf de 12e eeuw kleine duinboerderijen te staan, die een zelfvoorzienend karakter hadden. Door die kleinschalige land- en tuinbouw, de visserij en de vestiging van ambachtslieden ontstond een kleine kern met een kerk, boerderijen, werkplaatsen en vissershuisjes, die werd stilaan uitgebreider. Voor de schepen op zee werd een vuurtoren gebouwd.

Rond 1860 ontstond de behoefte om te recreëren aan de kust. Zee, strand en duin vormden een gezonde omgeving om de steden te ontvluchten. De bevolking richtte zich steeds meer op toerisme en de eerste hotels werden gebouwd en in gebruik genomen. De badplaats Noordwijk aan Zee werd bekender en interessanter en de behoefte aan vestiging in de kern aan zee groeide. De eerste contouren van de boulevards ontstonden met hotelgebouwen die zich frontaal op de zee oriënteerden.

Noordwijk aan Zee heeft inmiddels een sterk imago als stijlvolle badplaats met lange historie. Noordwijk trekt nog steeds veel bezoekers, zowel nationaal als internationaal. Ook als woonplaats is Noordwijk aan Zee bijzonder populair. De gemeente Noordwijk kent een bloeiend cultureel leven.

2.2 Ruimtelijke en functionele structuur

Langs de Koningin Wilhelmina Boulevard zijn vooral de duurdere 4- en 5-sterren hotels gelegen. Het 5-sterrenhotel Hotel Oranje (172 kamers) ligt ten zuiden van het Schuitengat die een verkeersverbinding vormt tussen de Koningin Wilhelmina Boulevard en de Parallel Boulevard. Ten noorden van dit hotel zijn respectievelijk gelegen het voormalige Boulevardhotel (2 suites en thans voornamelijk congresruimten en kantoren), het Witte Huis (exclusieve congresruimte) en het Beachhotel (84 kamers), welke allen onderdeel vormen van het complex van de Hotels van Oranje. De loopbrug over het Schuitengat verbindt beide hotels en congresfaciliteiten met elkaar. Verder liggen aan de Koningin Wilhelmina Boulevard ten noorden van het Schuitengat nog de restaurants 't Elfde Gebod en Dutch.

Aan de Jan van Henegouwenweg liggen twee 3-sterren hotels, Hotel Alwine met 29 kamers en het Strandhotel, eveneens met 29 kamers. Deze hotels zijn echter niet langer in gebruik voor toeristen maar voornamelijk voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarnaast is er ook het Strand Motel met 15 verhuurbare studio's met een eigen keukentje en een eigen huisnummer, onder andere voor werknemers van de Hotels van Oranje.

Hotels van Oranje

De Hotels van Oranje bestaan uit: Hotel Oranje aan de Wilhelmina Boulevard ten zuiden van het Schuitengat, de hotels: Boulevard Hotel, Beach Hotel en de horecagelegenheden 't Witte Huis en Elfde Gebod ten noorden van het Schuitengat.

Hotel Oranje

Het Hotel Oranje is een 5-sterrenhotel en bevat 172 kamers plus faciliteiten in de vorm van congres- en vergaderruimtes en restaurants. Het hotel bestaat uit 6 bouwlagen en kent aan de voorzijde op de onderste twee bouwlagen een kenmerkende zuilengalerij. De entree van het hotel is gelegen aan het Schuitengat. Het gebouw bevat thans 24 parkeerplaatsen in een eigen parkeergarage.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0003.png"

Beachhotel

Het Beachhotel is een 4-sterrenhotel dat onderdeel is van de Hotels van Oranje. Het Beachhotel is een kenmerkend terrassenhotel bestaande uit vijf bouwlagen.

 

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0004.jpg"

Figuur 2.2 Foto Beachhotel aan Koningin Wilhelminaboulevard

Het parkeren van de gasten van de Hotels van Oranje gebeurt aan de achterzijde van het Beachhotel; dit parkeerterrein wordt ontsloten vanaf de Parallel Boulevard en bevat 173 plaatsen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0005.jpg"

Figuur 2.3 Foto parkeerterrein Hotels van Oranje zijde Parallel Boulevard

Hotel Alwine en Strandhotel

Hotel Alwine en het Strandhotel zijn twee 3-sterrenhotels aan de Jan van Henegouwenweg. Beide zijn gebouwd in de jaren '60 en '70 en bestaan uit vier bouwlagen. Aansluitend bij deze hotels is het appartementengebouw van Strand Motel met 15 studio's die een eigen huisnummer hebben.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0006.png"

2.3 Ontwikkelingen

2.3.1 Hotel Oranje

De uitbreiding van Hotel Oranje voorziet in de toevoeging van 101 hotelkamers. Hiervoor zal aan de voorzijde van het hotel een uitbreiding met onder andere een toren plaats vinden en worden daarnaast aan de zijde van de Koningin Wilhelmina Boulevard en het Schuitengat twee bouwlagen toegevoegd en wordt aan de zijde van de Parallel Boulevard één bouwlaag toegevoegd. De uitstraling van het hotel blijft zo veel mogelijk gewaarborgd. De kenmerkende zuilenrij zal ook in de nieuwe situatie worden toegepast.

De nieuwe plannen voor Hotel Oranje en de realisering van de horecafaciliteiten ten noorden van het Schuitengat, leiden voor de Hotels van Oranje tot een wijziging in de oppervlakte voor de horeca- en congresfuncties. In totaal neemt de oppervlakte voor deze functies af vanwege een meer geconcentreerde en efficiënte indeling en flexibelere gebruiksmogelijkheden: voor de congresruimte met 757 m2 en voor de openbaar toegankelijke horeca (restaurant en café-bar) met 617 m2. Deze afname is het gevolg van het verdwijnen van de congresfaciliteiten in het Boulevard Hotel en het Beach Hotel en enkele openbare horecafuncties in Hotel Oranje. Nieuwe horecafaciliteiten zullen worden gerealiseerd in het gedeelte van Hotel Oranje ten noorden van het Schuitengat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0007.png"

2.3.2 Residence Oranje

Het Beachhotel en de overige bebouwing van de Hotels van Oranje aan de Koningin Wilhelmina Boulevard, gelegen ten noorden van het Schuitengat, zullen worden gesloopt en hiervoor zal nieuwbouw worden gerealiseerd. Deze nieuwbouw bestaat uit een begane grondverdieping (een plint) waarin de hoofdentree van Hotel Oranje en Residence Oranje komt, met tevens de bij het hotel behorende functies, zoals horecafaciliteiten en de toegang tot de congres- en vergaderfaciliteiten. Tevens is in de plint ruimte voor enige (beperkte) detailhandel. Boven deze plint worden appartementen gerealiseerd. Deze appartementen zullen een oppervlakte hebben van tenminste 120 m2. Het bouwplan bevat maximaal 114 appartementen, maar afhankelijk van de marktvraag kunnen de appartementen groter worden. Het aantal te realiseren appartementen zal in dat geval minder dan 114 bedragen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0008.png"

Figuur 2.6 Schets Residence en Hotel Oranje aan Koningin Wilhelmina Boulevard

Het gebouw 'Residence Oranje' zal bestaan uit drie afzonderlijke bouwmassa's die op de eerder beschreven plint staan. De drie bouwmassa's zijn zo gepositioneerd dat zij een stedenbouwkundig correcte beëindiging zijn van de bestaande strokenbebouwing tussen de boulevard en de parallelboulevard.

Gebouw 1 staat daarbij gedeeltelijk onder een hoek ten opzichte van de Koningin Wilhelmina Boulevard. Aan de zijde van de Parallel Boulevard wordt voldoende afstand gecreëerd naar de achterliggende bebouwing. De zo gemaakte ruimte krijgt een voornamelijk groene en duinachtige uitstraling en geeft een kwalitatieve impuls aan de omgeving. Aan de zijde van de Parallel Boulevard ontstaat er ruimte voor een stedenbouwkundige ontspanning die wandvorming aan deze boulevard voorkomt.

Gebouw 2 ligt aan de Koningin Wilhelmina Boulevard en heeft een hoogte die gelijk is aan gebouw 1. Gebouw 3 tenslotte grenst aan het Vuurtorenplein en is het laagste van de drie gebouwen. Dit gebouw is met zijn bouwhoogte van 24.30 meter lager dan de vuurtoren die 26 meter hoog is.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0009.png" 

Figuur 2.7 Schetsbeeld Residence en Hotel Oranje vanaf de duinovergang

De entree en gevel van gebouw 3 zijn mede gericht op het Vuurtorenplein en geven dit plein een wand. Naar de landzijde loopt het gebouw in hoogte af. Dit zorgt voor een goede aansluiting op de omliggende bebouwing. De drie appartementengebouwen hebben deels een terrasvorm, zodat de massa van de gebouwen naar boven toe kleiner wordt. De volumes worden getekend door verticale architectonische elementen en een flauwe kap. Deze kapvorm is in overleg met de omwonenden en belangen-organisaties gekozen.

De stedenbouwkundige en architectonische opzet zorgen dat de gebouwen in maat en schaal goed aansluiten op de omgeving.

De hoofdingang van Hotel Oranje komt aan de Koningin Wilhelmina Boulevard: hier zullen de gasten die per bus of taxi arriveren kunnen in- en uitstappen. De parkeergarage onder het complex zal vanaf de Parallel Boulevard bereikbaar zijn; er komt een gescheiden in- en uitrit voor de auto's van de hotel- en congresgasten en de bewoners en bezoekers van Residence Oranje.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0010.png"

Figuur 2.8 impressie Residence en Hotel Oranje Koningin Wilhelmina Boulevard

Hotel en Residence Oranje ligt aan twee zijden aan het openbare gebied van de beide boulevards. De bebouwing zal daarom aan alle zijden een representatief aanzien krijgen. Er worden verschillende sferen gemaakt voor de ruimte aan de zeezijde (interieur) en voor de ruimte (exterieur en park) aan de landzijde. Het bouwplan van Hotels van Oranje gaat uit van een complete inrichting van het hele gebied. Hier draagt de stedenbouwkundige opzet van het plan met meerdere gebouwen bij aan de beleving van openheid langs dit gedeelte van de beide boulevards.

Na de gemeentelijke beoordeling van september 2013 is het bouwplan nog op een aantal punten verbeterd, Dit betreft:

  • De invulling van de plint die uitnodigend is gemaakt omdat een representatieve hoge (glas) gevel wordt toegepast en de colonnade van Hotel Oranje is doorgezet. Er zullen publieksfuncties aanwezig zijn.
  • De parkeervoorziening die grotendeels ondergronds komt, maar geheel overdekt is gemaakt. Boven de parkeervoorziening komt op het dak een parkachtige inrichting met een rijroute naar de (achter) ingang van de Hotels van Oranje.

2.3.3 Jan van Henegouwenweg

De hotels en het motel aan de Jan van Henegouwenweg zullen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats zal een appartementencomplex worden gebouwd. Volgens het vigerende bestemmingsplan zijn hier vier volledige bouwlagen mogelijk. Op verzoek van de wijkvereniging 'Het Oude Zeedorp', en in het kader van de overeenkomst met deze wijkvereniging, telt het nieuwe appartementengebouw twee volledige bouwlagen met daarboven een bewoonbare kapverdieping. Qua bouwmassa en karakter sluit de nieuwbouw daarmee beter aan bij de bebouwing in de omgeving. In het gebouw worden 18 appartementen (6 per etage) gerealiseerd; daaronder komt een parkeergarage. De inrit van deze parkeergarage komt uit ter hoogte van de kruising van de Jan van Henegouwenweg met de Karel Doormanstraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0011.png"

Figuur 2.9 Schets appartementen Jan van Henegouwenweg / Golfweg

Het nieuwe appartementengebouw valt binnen de bebouwingscontour van de bestaande bebouwing aan de Jan van Henegouwenweg en zal door toepassing van architectonische middelen van de “Noordwijkse stijl”, bijdragen aan de opleving van de woonkwaliteit van het gebied.

Het appartementengebouw bevat twee bouwlagen met een bewoonbare kap voor 18 appartementen (6 per woonlaag). De entree van het gebouw ligt aan de noordzijde. De toegang tot het souterrain onder het gebouw ligt nabij de hoek van de Jan van Henegouwenweg en de Golfweg (zie figuur 2.9). Het gebouw bevat, mede vanwege de balkons aan de Jan van Henegouwenweg en de toepassing van muurdammen en zuilen in de gevel de expressie van de 'Noordwijkse' stijl. Het ontwerp toont een gebouw met een eigen individualiteit dat past in het stedenbouwkundige patroon van wegen en bebouwing dat hier aanwezig is. De opbouw van de gevel bevat (belangrijk voor de Noordwijkse stijl) een driedeling met een 'plint' aan de onderzijde en een forse kap boven de middenpartij van het gebouw. Er zijn veel ramen waardoor het gebouw een open en transparant aanzien zal hebben. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke elementen.

 

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0012.png"

Figuur 2.10 Impressie appartementen Jan van Henegouwenweg

De appartementen zijn gericht op de Jan van Henegouwenweg; dat houdt in dat aan de straatzijde een open gevel komt met woonkwaliteit (zuidelijke oriëntatie en levendigheid van de straat). De indeling van de appartementen is namelijk zodanig dat zoveel mogelijk verblijfsruimten aan de straatzijde komen te liggen en dus zijn de entrees aan de achterzijde. Er zal een gering hoogteverschil zijn aan de straatzijde tussen het openbare en het privé-gebied van de begane grond-verdieping. De ruimte onder de balkons van deze woonlaag zal dicht worden gezet, zodat zich hier geen zwerfvuil kan verzamelen.

In de kelder onder het appartementengebouw komen de bergingen van de appartementen en 18 parkeerplaatsen. Het aantal parkeerplaatsen blijft beneden de wettelijke drempel van 20 plaatsen waarbij er een horizontale opstelruimte voor auto's moet zijn voordat zij de weg op rijden. In verband met voldoende veiligheid voor de kwetsbare verkeersdeelnemers wordt er toch ook in deze situatie naar gestreefd om een zo groot mogelijk horizontaal vlak bij de uitrit te realiseren. Deze ruimte wordt gevonden door een kleine reconstructie van de aansluiting van de Jan van Henegouwenweg op de Golfweg, waarbij de rijbaan van de Jan van Henegouwenweg in zuidelijke richting zal worden opgeschoven.

Hoofdstuk 3 Beleidskaders

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de ruimtelijk relevante beleidskaders voor het plangebied samengevat.
De ontwikkelingsmogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt, passen binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro. Het nationale beleid is namelijk gericht op intensieve benutting van bestaand stedelijk gebied.

Het plan past ook binnen de beleidskeuzen van de provincie Zuid Holland. Er is sprake van een actuele regionale behoefte aan woningen. Per gemeente zijn verstedelijkingsafspraken gemaakt om te kunnen voldoen aan deze behoefte. Met de huidige voorgenomen woningbouwplannen blijft de gemeente Noordwijk tot 2020 binnen het afgesproken aantal.

De locatie geeft invulling aan een 'topmilieu wonen': woningen die bijdragen aan het provinciale doel: “een aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel”.

De locatie is een transformatiegebied binnen bestaand stedelijk gebied en voldoet daarmee aan de voorkeursvolgorde voor verstedelijking.

Het gemeentelijk beleid is gericht op behoud en versterking van de mondaine badplaats door versterking van de congresfunctie en de woonfunctie. In de gemeentelijke nota Hotelbeleid is aangegeven dat de behoefte aan hotelkamers verschuift naar meer luxe. Het aantal budgethotels neemt verder af. Daarbij is aangegeven dat de bestaande 5-sterren hotels cruciaal zijn voor de status van Noordwijk als internationale congresplaats. Waar mogelijk zal de gemeente ook medewerking verlenen aan de gewenste uitbreiding van de 5-sterren congreshotels. De initiatiefnemers, de eigenaren van de Hotels van Oranje, zien marktperspectief voor uitbreiding van het Hotel Oranje (5-sterren) en de versterking van de congresfunctie in samenhang met de realisatie van appartementen in de hogere prijsklasse.

3.2 Ruimtelijk beleid

3.2.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):

  • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voorgaande (hoofd)doelstellingen zijn in de structuurvisie vertaald naar nationale belangen. Deze zijn –direct of indirect– ook opgenomen in het Barro, waarmee zij juridisch doorwerken in bestemmingsplannen.

Planspecifiek

De volgende rijksbeleidspunten zijn van toepassing op het plangebied:

  • 1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren.
  • 2. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's.
  • 3. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling.
  • 4. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.

Conclusie

Met de beoogde ontwikkeling zijn geen rijksbelangen in het geding. Het plangebied ligt niet in het kustfundament.

Besluit Ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking, artikel 3.1.6 Bro)

Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er dient aangetoond te worden of er een actuele regionale behoefte is (trede 1), deze behoefte in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2), en of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten (trede 3).

Toetsing aan artikel 3.1.6. lid 2 sub a Bro (trede 1)

Er is sprake van actuele regionale behoefte. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 3.3.3.

Toetsing aan artikel 3.1.6. lid 2 sub b Bro (trede 2)

Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied en voldoet daarmee aan de voorkeursvolgorde. Het betreft in dit geval herstructurering van een centrumlocatie.

Hierbij is tevens van belang dat geen rijksbelangen in het geding zijn. De locatie maakt geen onderdeel uit van het door het rijk aangewezen kustfundament.

Toetsing aan artikel 3.1.6. lid 2 sub c Bro (trede 3)

Het gebied is multimodaal ontsloten (auto, openbaar vervoer en langzaam verkeer). Daarmee voldoet de ontwikkelingslocatie aan het vereiste van een passende ontsluiting.

3.2.2 Provinciaal en regionaal beleid

Visie ruimte en mobiliteit (2014)

Anders dan vorige structuurvisie speelt deze visie meer in op de structurele veranderingen in de samenleving, de economie en het milieu, waarvan de uitkomsten nog onzeker zijn. Daarom is er sprake van een combinatie van zowel flexibiliteit als duidelijkheid in de vorm van randvoorwaarden en kaders.

Planspecifiek

Het projectgebied ligt in het structuurvisiegebied 'beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied'. Het project past binnen dit uitgangspunt.

Verordening ruimte (2014)

Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Verordening ruimte en mobiliteit. Hierin is de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. De relevante artikelen zijn hieronder opgenomen. Het plan wordt hier tevens aan getoetst.

Artikel 2.1.1 lid 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet voldoen aan de volgende eisen:

  • a. de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd;
  • b. in die behoefte wordt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, of
  • c. indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt gebruikgemaakt van locaties die,
  • I. gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld,
  • II. passen in de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit, waarbij artikel 2.2.1 van toepassing is, en
  • III. zijn opgenomen in het Programma ruimte, voor zover het gaat om locaties groter dan 3 hectare.

Toetsing:

  • Op de regionale behoefte is nader ingegaan in paragraaf 3.3.3.
  • De ontwikkeling vindt plaats door transformatie binnen bestaand stedelijk gebied.
  • Lid c is niet van toepassing. De locatie is overigens passend ontsloten, voldoet aan de uitgangspunten van de kwaliteitskaart en is kleiner dan 3 ha.

De ontwikkeling voldoet aan de provinciale ladder.

Artikel 2.2.1 lid 1 Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit:

  • de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen);
  • als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard of schaal niet past binnen het gebied (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:
    • 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en
    • 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen;
  • als de ruimtelijke ontwikkeling qua aard en schaal niet past binnen het gebied (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:
    • 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en
    • 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen.

Toetsing:

Omdat het project past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart, namelijk kwaliteit in stads- en dorpsgebied, is in dit geval sprake van 'inpassen'. Lid b en c zijn niet van toepassing.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0013.png"

Figuur 3.1: Uitsnede kwaliteitskaart: kwaliteit in stads- en dorpsgebied

Structuurvisie Holland-Rijnland (2009, herziening 2012)

De structuurvisie van de regio Holland-Rijnland is de toekomstvisie op de ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling van de regio tot 2020, met een doorkijk naar 2030. De visie gaat in op het behouden en versterken van haar kwaliteiten, zoals de hoge landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van de regio en de ruimtelijke structuur gebaseerd op een compacte historische centrumstad, een stedelijke kern midden in het Groene Hart, de vele hechte dorpen en de groene omgeving.

De structuurvisie kent zeven kernpunten, te weten:

  • Holland-Rijnland als een topwoonregio;
  • Leiden vervult een regionale centrumfunctie;
  • concentratie stedelijke ontwikkeling;
  • groenblauwe kwaliteit staat centraal;
  • het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open;
  • twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenports;
  • verbetering van de regionale bereikbaarheid.

Planspecifiek

Het duingebied van Noordwijk is aangemerkt als top-woonmilieu en de ambitie is om Noordwijk als mondaine badplaats te positioneren, congrestoerisme te versterken en de bereikbaarheid van de kust te verbeteren. Het plan voldoet aan deze doelstellingen.

3.2.3 Gemeentelijk beleid

Toekomstvisie Noordwijk (2005)

Noordwijk wil een aantrekkelijke verblijfsplaats zijn, zowel voor bewoners als voor bezoekers, die zich qua uitstraling en beleving onderscheidt van andere plaatsen aan de Noordzeekust: ingetogen, stijlvol en charmant.

De Toekomstvisie schetst een scenario tot 2025 waarin het begrip kwalitatieve groei centraal staat. Uitgangspunten daarbij zijn het behoud en de versterking van de kernwaarden van Noordwijk Binnen, het Middengebied, Noordwijk aan Zee en omliggende gebieden, waaronder Langeveld. Daarmee biedt de Toekomstvisie een overkoepelend kader waaraan concrete ruimtelijke en maatschappelijke plannen voor Noordwijk worden getoetst.

Hoe ziet Noordwijk er uit in 2025? Dan staat Noordwijk nationaal en internationaal bekend als attractieve verblijfsplaats. Mensen komen naar Noordwijk voor rust en ruimte, voor ontspanning, of ontmoeting.

Ruimtelijke Structuurvisie Noordwijk 2030 (2009)

De Ruimtelijke Structuurvisie Noordwijk 2030 is op 2 september 2009 door de gemeenteraad vastgesteld en vormt een integrale ruimtelijke visie op de bebouwde en onbebouwde omgeving van Noordwijk. De structuurvisie geeft randvoorwaarden voor integrale gebiedsontwikkelingen. Naast gebiedsontwikkelingen worden opgaven benoemd voor herstructurering, kwaliteitsverbetering van de buitenruimte en voor het landschap. Het centrale begrip van de Toekomstvisie en de Ruimtelijke Structuurvisie is kwaliteit en daarmee tevens het centrale thema van de ruimtelijke ontwikkeling van Noordwijk. Het landschap waarin Noordwijk ligt is daarbij een belangrijk vertrekpunt.

In de Structuurvisie zijn verschillende doelen opgenomen, waaronder:

    • 1. Versterken beleving van de landschappelijke zones;
    • 2. Behoud van eigen identiteit van de kernen;
    • 3. Sterke positie in de regio behouden en uitbouwen.

Ad 1: de Structuurvisie gaat uit van een onderverdeling van Noordwijk in vijf landschappelijke zones. Deze landschappelijke zones vormen de dragers van ruimtelijke ontwikkelingen. Het versterken van de beleving van de landschappelijke zones kan door enerzijds samenhang aan te brengen in de ruimtelijke inrichting binnen de zone en anderzijds door de contrasten tussen de verschillende zones te benadrukken.

In de zone Duinen, strand en zee, waarbinnen het plangebied is gelegen, neemt de kern Noordwijk aan Zee een bijzondere plaats in. Het oorspronkelijke karakter van het vissersdorp dient versterkt te worden en door verbetering van de oversteekbaarheid en de inrichting van de Parallel Boulevard, moet de scheiding tussen dorp en zee worden verminderd.

Ad 2: de kwaliteit van de kernen ligt in de eigen identiteit: Noordwijk aan Zee ontleent deze aan de ontwikkeling in de duinen. Om deze eigen identiteiten te bewaren, is het van belang de contrasten te versterken. Dat betekent dat de kernen Binnen en Zee niet aan elkaar mogen vastgroeien. Daarnaast moeten de kernen met een open zone gescheiden blijven van Katwijk, Voorhout en Noordwijkerhout. Hierbij moeten de contrasten tussen open en onbebouwd landschap bewaard blijven.

Ad 3: de woningmarkt in Noordwijk hangt samen met regionale ontwikkelingen. In zowel de directe als de ruimere omgeving wordt de komende jaren flink gebouwd. De druk op de woningmarkt in Noordwijk is groot, vanwege de bijzondere ligging in een afwisselend kustlandschap en dicht bij een aantal aantrekkelijke steden. Daarnaast is er sprake van een probleem voor starters op de woningmarkt. Noordwijk kiest uitdrukkelijk voor beheerste groei.

Planspecifiek

Zoals eerder aangegeven wordt bij de ontwikkeling van deze locatie prioriteit gegeven aan de realisatie van appartementen in het hogere en luxe segment omdat sociale woningbouw binnen het plangebied niet als passend wordt geacht op de locatie bij de boulevard en de ontwikkeling van Hotel Oranje en Residence Oranje. Voor de Jan van Henegouwenweg is van belang dat de kwaliteit en het karakter van de (voornamelijk) woonomgeving gediend is met deze ruimtelijke invulling van woonappartementen en ondergronds parkeren. Het toevoegen van 18 appartementen aan de Jan van Henegouwenweg past goed in het gebied en de realisatie van de 114 appartementen in het hogere prijssegment sluiten aan bij de Koningin Wilhelminaboulevard en de status van Hotel Oranje als 5-sterren hotel met congresfaciliteiten. Het plan faciliteert op deze wijze de gewenste kwaliteitsverbetering in bestaand stedelijk gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0014.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0015.png"

Figuur 3.2: Uitsnede visiekaart

Integrale Ruimtelijke visie Noordwijk Zeewaardig “Ik zie de zee” (2009)

De Integrale Ruimtelijke Visie Noordwijk Zeewaardig is de vierde gebiedsuitwerking van de voor heel Noordwijk geldende Ruimtelijke Structuurvisie Noordwijk 2030. Andere uitwerkingen zijn De Kern Gezond voor de kern van Noordwijk Binnen (2006); Middengebied (2005) en Nieuw Oost (2009).

De Integrale Ruimtelijke Visie is tegelijkertijd opgezet met de Ruimtelijke Structuurvisie 2030, alleen richt de Integrale Ruimtelijke Visie zich enkel op het plangebied Zeewaardig van Noordwijk aan Zee. De uitgangspunten hierbij zijn het behoud en versterken van het vissersdorp en de relatie tussen het dorp en de zee. De ambities voor het gebied zijn:

  • versterking van de beleving van de zee;
  • meer harmonie tussen gebouwen en de openbare ruimte;
  • alles draait om de kwaliteit van het verblijven en recreëren.

De boulevards in het plangebied vormen de randen van het bebouwde gebied. Dit zal zo behouden blijven net als de verschillen tussen de boulevards onderling. Maar de haakse verbindingen tussen zee en bebouwing moeten wel verbeterd worden, evenals het verblijfsklimaat. Daarnaast moet het Palaceplein, meer dan nu het geval is, de verbinding tussen de Hoofdstraat en de Koningin Wilhelmina Boulevard gaan vormen.

Planspecifiek

Met de doorzichten tussen de bebouwing en met het rechttrekken van het Schuitengat ontstaat meer beleving tussen de boulevard en de zee met het achterliggende gebied: de oriëntatie van het achterliggende gebied op zee wordt versterkt. Met de realisatie van een levendige plint op de begane grond wordt een verbondenheid gerealiseerd met de wandelaars op de Koningin Wilhelmina Boulevard. Daarnaast wordt aan de boulevard voorzien in een brede gebruiksvriendelijke inrichting ten behoeve van horeca en terrassen. Hierdoor ontstaat een versterking van de kwaliteit van het verblijfsgebied ter plaatse.

Uitgangspunt in de IRV was dat de frontgevel van gebouwen maximaal 20-40 m bedraagt, maar in de ruimtelijke kaders die de gemeenteraad daarna op 27 februari 2013 heeft vastgesteld is op basis van nieuwe inzichten bepaald dat de bebouwing op deze locatie uit 2 of meer bouwblokken dient te bestaan. De ruimtelijke kaders hebben op dit punt de algemeen geformuleerde beleidsuitgangspunten uit de IRV voor deze locatie concreet ingevuld en uitgewerkt. In vervolg op de kaders die door de gemeenteraad zijn vastgesteld, zal de gemeente de IRV en het beeldkwaliteitsplan aanpassen .

Er wordt rekening gehouden met de vrije ligging van de vuurtoren en de zichtlijn vanuit de Quarles van Uffordstraat blijft gerespecteerd. Daarnaast wordt de zichtlijn vanaf de Koningin Wilhelmina Boulevard hersteld en blijft de vuurtoren vanaf de Koningin Wilhelmina Boulevard vrijliggend ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de nieuwe bebouwing.

Aan de Jan van Henegouwenweg komt het nieuwe appartementengebouw in de bebouwingsgrens te staan van de huidige bebouwing, maar het gebouw zal een open en meer op de omgeving gerichte uitstraling krijgen. De verblijfsruimten van de appartementen zijn aan deze (zuid)zijde van het gebouw gelegen en er komen balkons waardoor het gebouw een aantrekkelijk aanzien zal krijgen. De route die via de Jan van Henegouwenweg vanaf het oostelijke woongebied naar de boulevard voert, wordt hierdoor aantrekkelijker.

Motie Kaders 2013

Voor de herontwikkeling van de gronden van de Hotels van Oranje heeft de gemeenteraad op 27 februari 2013 ruimtelijke kaders vastgesteld (zie bijlage 1). Een maand later, op 27 maart 2013 hebben het College van burgemeester en wethouders en de eigenaren van Hotels van Oranje in een gezamenlijke verklaring aangegeven dat sprake is van een noodzakelijke, essentiële kwaliteitsslag voor de boulevard. Daarbij is afgesproken dat de hiervoor noodzakelijke wijziging van het bestemmingsplan door het College met voortvarendheid aan de Raad zal worden voorgelegd. De Raad heeft op 28 maart 2013 deze gezamenlijke verklaring ondersteund en de ruimtelijke kaders herbevestigd.

In overleg met de gemeente en enkele organisaties van omwonenden is op basis van de vastgestelde bouwkaders het eerste stedenbouwkundig schetsplan opgesteld. Dit schetsplan is door de gemeente en de externe stedenbouwkundige getoetst aan de op 27 februari 2013 vastgestelde ruimtelijke kaders, ten behoeve van de behandeling in de gemeentelijke adviescommissie van 2 oktober 2013 en de gemeenteraad van 31 oktober 2013. Voor de eerste ambtelijke toetsing en de externe adviezen van september 2013 wordt verwezen naar bijlagen 2 en 3 van de plantoelichting

In oktober en november 2013 is verder overlegd met de gemeente en organisaties van omwonenden. In overleg met de omwonenden zijn daarbij, passend binnen de vastgestelde bouwkaders, verdere specifieke afspraken gemaakt over het ontwerp. Dit betrof met name de bouwmassa, het inpandig laden/lossen, de ligging van de ingangen, het parkeren, en de vorm en hoogte van de kap. Dit heeft geleid tot een tweede aangepast stedenbouwkundig schetsplan van november 2013, resulterend in een overeenkomst met de wijkvereniging 'Het Oude Zeedorp' (zie bijlage 4) en de steun van diverse andere betrokken organisaties (Vereniging van Eigenaren 'De Heemborgh' en de Noordwijkse Ondernemers Vereniging). De overeenkomst tussen de initiatiefnemers en Het Oude Zeedorp is door de verantwoordelijke wethouder mede ondertekend.

In de hiernavolgende tabel zijn de kaders die de gemeenteraad heeft gesteld, weergegeven. In de tweede kolom is aangegeven hoe de afspraken met betrekking tot dit laatste schetsplan zijn vastgelegd en gewaarborgd.

Ontwikkelingskaders   Vastlegging in bestemmingsplan (of ander instrument)  
Het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan voor Noordwijk Zeewaardig is leidend m.b.t. de beeldkwaliteit (Noordwijkse Stijl)   Bouwplan wordt getoetst door de welstandscommissie aan het beeldkwaliteitsplan. (omgevingsvergunning)  
De vuurtoren moet worden gerespecteerd, de rooilijn moet terugliggen zodat de vuurtoren vanaf de boulevard beter zichtbaar wordt.   Bouwplan houdt rekening met deze zichtlijn. In het bestemmingsplan is de zichtlijn op de vuurtoren aangeduid. Het bouwvlak ligt achter deze zichtlijn.  
De onderbouw moet voorzien zijn van een uitnodigende plint met publieksfuncties   In het bestemmingsplan is opgenomen dat appartementen uitsluitend op de verdieping zijn toegestaan. De toegang tot de appartementen ligt uiteraard wel op de begane grond. Verder is sprake van uitnodigende horecafuncties.  
Het parkeren moet onder het maaiveld worden opgelost   Bouwplan bevat een grote ondergrondse (onder het afgesproken peil van 10.28 +NAP) gelegen parkeergarage. In het bestemmingsplan is de parkeergarage opgenomen.  
Het bouwplan moet doorzichten mogelijk maken vanaf de achterliggende gebieden naar de boulevard. Geen gesloten bebouwing, maar twee of meer losse bouwblokken.   Er is sprake van doorzichten en losse bouwblokken. In het bestemmingsplan zijn de verschillende gebouwdelen door specifieke hoogte aanduidingen bestemd. De lage en open ruimten tussen de gebouwen zijn daarmee op de verbeelding aangegeven.  
Het Schuitengat krijgt ter plaatse van de Koningin Wilhelmina Boulevard een verbijzonderde afronding   De toren bij Hotel Oranje draagt bij aan deze afronding. Dit onderdeel ziet ook toe op de beeldkwaliteit en wordt vastgelegd in de omgevingsvergunning.  
De nieuwbouw wordt alzijdig ontworpen, met het hoogste punt in het midden van het terrein en aflopend naar de zijden aan de Parallel Boulevard en het Vuurtorenplein. Met aan de Parallel Boulevard een hoogwaardige afwerking met zoveel mogelijk een duingevoel.   Bouwplan voorziet hierin, mede aan de hand van de voorstellen en wensen van de organisaties van omwonenden. In het bestemmingsplan zijn de verschillende bouwdelen met hun bouwhoogten specifiek voorzien van een hoogte- aanduiding. De overige punten zien toe op de beeldkwaliteit en worden vastgelegd in de omgevingsvergunning.  
De bouwmassa van de zichtbare bebouwing wordt beperkt tot maximaal 26.000 m2, welke voortvloeit uit de bestaande bouwrechten uit het vigerend bestemmingsplan en reeds verleende vergunningen   Bouwplan voldoet hieraan. Bij de indiening van het bouwplan zal een 'floorplan' worden overlegd waaruit zal blijken dat de oppervlakte van 26.000 m2 niet wordt overschreden. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is met verschillende bouwhoogtes de bouwmassa gewaarborgd.  
De maximale bouwhoogte bedraagt 10 bouwlagen, waarvan 1 toplaag niet bewoonbaar. Maximale bouwhoogte van de bebouwing aan de zijde van het Vuurtorenplein: de hoogte van de vuurtoren.   Bouwplan voldoet hieraan. De maximale bouwhoogte bedraagt maximaal 8 bouwlagen plus een niet bewoonbare kap. Het bouwdeel aan de zijde van het Vuurtorenplein is lager dan de vuurtoren.  
In het geval van NICC (Noordwijk International Convention Center) mag ten hoogste 5.000 m2 aan extra bovengrondse bebouwing, gelieerd aan NICC-functies worden gerealiseerd.   Het in 2012 beoogde grote NICC wordt niet gerealiseerd. Door een ingrijpende interne verbouwing in Hotel Oranje en de realisering van congresfaciliteiten op de begane grond (onder de appartementen) ontstaat feitelijk wel een (iets kleiner) volwaardig internationaal congrescentrum. Feitelijk kan een beroep worden gedaan op een deel van de extra 5.000 m2. Het totale oppervlak blijft echter onder de 26.000 m2.  
De gemeente werkt mee aan extra vergunningplichtige oppervlakte voor het NICC onder maaiveld.   In het bestemmingsplan is geen onderscheid gemaakt tussen functies boven en onder maaiveld.  
Hotel Oranje mag worden uitgebreid met extra kamers en een skybar, met maximaal 2 verdiepingen aan de zijde van de Koningin Wilhelmina Boulevard en één laag aan de Parallel Boulevard   Door middel van de nieuwe bouwhoogten is de uitbreiding van Hotel Oranje zoals aangegeven in de bouwkaders in het bestemmingsplan geborgd. Het bouwplan voldoet hieraan.  
Stedenbouwkundige inpassing moet worden aangetoond, rekening houdende met schaduwwerking, windhinder en verkeersafwikkeling.   In de toelichting van het bestemmingsplan wordt beschreven hoe het stedenbouwkundig ontwerp aan deze onderdelen voldoet. De indiening van de bouwaanvraag zal vergezeld gaan van de specifieke, aan het bouwplan gerelateerde onderzoeksresultaten betreffende schaduwwerking en de windhinder.  
In het proces is er een positief advies van een onafhankelijke stedenbouwkundige van naam en faam, door B&W aan te wijzen in overleg met HvO.   Door de gemeente en Hotels van Oranje is de stedenbouwkundige ir. G.J.G. Bokelman van Rho Adviseurs aangewezen. Hij heeft ruime ervaring met Noordwijk en de Noordwijkse Stijl. De heer Bokelman heeft eind 2013 een positief advies over de plannen gegeven.  
Initiatiefnemers nemen de inspanningsverplichting tot opwaarderen van eigendommen achter de Parallel Boulevard.   Het bestemmingsplan voorziet mede op verzoek en in overeenstemming met de wijkvereniging in de herontwikkeling van de gronden aan de Jan van Henegouwenweg.  
Uitwerking van de gevel aan het Vuurtorenplein houdt rekening met een goede aansluiting op het plein en de relatie tot de vuurtoren.   Het complex van Residence Oranje is opgedeeld in een drietal gebouwen die als zodanig ook herkenbaar zullen zijn. Gebouw 3 ligt aan het Vuurtorenplein en heeft in het midden een bouwhoogte van 24.30 meter ten opzichte van het afgesproken peil (10.28 meter +NAP). Het gebouw loopt terrasvormig af aan de oostzijde. De bouwhoogte past op deze afstand van de Vuurtoren. Tevens is met betrekking tot de gevelindeling (zichtgevel) rekening gehouden met de aanwezigheid van de huidige bebouwing van het Vuurtorenplein.  
Over het openbaar medegebruik van parkeerplaatsen worden afspraken gemaakt.   Deze afspraken maken onderdeel uit van de overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemers  

Overeenkomst Hotels van Oranje en omwonenden

Naast deze bouwkaders zijn, in overleg met de wijkvereniging en omwonenden, ook nadere afspraken gemaakt over de ontwikkeling. Deze afspraken zijn niet opgenomen in de bouwkaders die zijn vastgesteld door de gemeenteraad, maar zijn op 15 januari 2014 vastgelegd in een overeenkomst met de wijkvereniging.

In deze overeenkomst zijn de volgende afspraken gemaakt. In de tweede kolom staat op welke wijze deze afspraken zijn verwerkt in dit bestemmingsplan.

De bouwhoogte van het complex aan de Jan van Henegouwenweg bedraagt ten hoogste drie bouwlagen   Op de verbeelding is voor het appartementencomplex aan de Jan van Henegouwenweg respectievelijk een goot- en een bouwhoogte (6 en 11 meter) opgenomen die corresponderen met de overeengekomen hoogte. Binnen deze hoogte kunnen twee bouwlagen en een bewoonbare kap-verdieping worden gerealiseerd.  
De bovenste laag van de uitbreiding van Hotel Oranje aan de zijde van de Parallel Boulevard wordt één meter teruggelegd.   De nieuwe bouwhoogtes bij Hotel Oranje zijn zodanig dat de uitbreiding aan de zijde van de Parallel Boulevard één meter terug ligt.  
Laad- en losvoorzieningen worden zo veel mogelijk inpandig gerealiseerd ter verbetering van de huidige verkeerssituatie en veiligheid.   Laad en losvoorzieningen zijn in het bestemmingsplan inpandig mogelijk gemaakt. Het ontwerp gaat uit van een inpandig laden en lossen.  

3.3 Sectoraal beleid

3.3.1 Welstand, beeldkwaliteit

Beeldkwaliteitplan Noordwijk aan Zee (2005)

Voor ruimtelijke ontwikkelingen in Noordwijk aan Zee is het Beeldkwaliteitplan opgesteld met specifieke eisen en beeldkaders voor alle onderscheiden delen. In de uitgangspunten wordt sterk de nadruk gelegd op het belang van afstemming van bouwplannen op de omgeving, op de eigenheid van iedere locatie en op de inrichting van de openbare ruimte. Dit moet enerzijds gedurende een lange periode consistentie in het beeld van de bebouwing garanderen, en anderzijds ontwikkelaars en initiatiefnemers in staat stellen op voorhand met passende plannen te komen. In het document is een streefbeeld omschreven dat zich de Noordwijkse stijl noemt: een architectuur die past bij de badplaatsen aan de Atlantische kust en voortborduurt op de traditie van de oude Noordwijkse duinvilla's.

In het Beeldkwaliteitsplan wordt ook een aantal specifieke eisen gegeven voor de ontwikkelingen aan de Koningin Wilhelmina Boulevard. Zo dient voor de eenduidigheid van de relatie van de bebouwing en het maaiveld een strakke rooilijn te worden gevolgd, die gevuld is met commerciële functies en toegangen tot hotels en appartementen. In het ontwerp is hier rekening mee gehouden en wordt de onderste laag van de bebouwing in een strakke plint gerealiseerd waar zich diverse publieksgerichte functies manifesteren. Tevens komen in de plint de toegangen tot het hotel en de appartementen.

Daarnaast moet volgens het Beeldkwaliteitsplan de boulevardwand zijn opgebouwd uit diverse 'korrels' die los staan van elkaar en eventueel verspringen met een maximale breedte van 40 á 50 m. In de kaders die de gemeenteraad echter daarna heeft vastgesteld op 27 februari 2013 is bepaald dat de bebouwing uit 2 of meer bouwblokken dient te bestaan. Op dit punt zijn de beleidsmatige uitgangspunten van het Beeldkwaliteitplan door het vaststellen van de ruimtelijke kaders in februari 2013 nader ingevuld en opnieuw vastgesteld. De consequentie hiervan is dat het IRV ten aanzien van de gestelde maximale gevelbreedte zal worden aangevuld met de uitspraak van de gemeenteraad inzake de kaders voor het gebied Hotels van Oranje. Het IRV en het Beeldkwaliteitsplan zullen daarop worden aangepast.

Planspecifiek

Het bouwplan van Hotels van Oranje bestaat uit verschillende gebouwen en voldoet aan de door de raad vastgestelde ruimtelijke kaders. De bebouwing aan de Koningin Wilhelmina Boulevard mag op basis van de eisen uit het Beeldkwaliteitsplan niet hoger zijn dan 10 lagen indien een kap wordt toegepast. Het bouwplan heeft een variabel aantal bouwlagen tot maximaal 8 bouwlagen met een niet-bewoonbare kap en past op deze wijze binnen de hoogte-eisen van het Beeldkwaliteitsplan.

Bij de ontwikkelingen aan de Koningin Wilhelmina Boulevard moet volgens het Beeldkwaliteitsplan zo veel mogelijk worden gestreefd naar bouwplannen die betrekking hebben op een complete invulling van het gebied tussen de Koningin Wilhelmina Boulevard en de Parallel Boulevard. Dit gebied wordt gekenmerkt door een dubbele rij orthogonaal (rechtstandig) geplaatste bebouwing met tussenliggende openbare ruimte (Heemborghpromenade). De ruimtelijke kwaliteit van dit stedenbouwkundige patroon laat echter te wensen over. De nieuwe verkaveling van het gebied tussen het Schuitengat en het Vuurtorenplein wijkt van dit stedenbouwkundige patroon af en toont een diagonale verdeling van de ruimte in het gebied. Dit zorgt er voor dat er twee 'plein-'ruimten ontstaan: aan de Parallelboulevard en aan de Koningin Wilhelmina Boulevard. Deze ruimten krijgen een eigen kwaliteit en karakter en zijn een toevoeging aan de twee boulevards.

Hoewel de diagonale verdeling van de ruimte afwijkt van het stedenbouwkundige patroon is deze keuze hier goed onderbouwd en draagt bij aan de kwalitatieve verbetering van het stedenbouwkundige patroon.

In bijlage 2 is de gemeentelijke beoordeling van het bouwplan d.d. september 2013 opgenomen. Na deze beoordeling is het bouwplan nog op een aantal punten verbeterd, Dit betreft:

  • De invulling van de plint is uitnodigend omdat een representatieve hoge (glas) gevel wordt toegepast en de colonnade van Hotel Oranje is doorgezet. Er zullen hier publieksfuncties komen.
  • De parkeervoorziening is deels ondergronds, maar geheel overdekt gemaakt.
  • Boven de parkeervoorziening is een parkachtige inrichting voorzien met daar doorheen een rijroute naar de (achter) ingang van de Hotels van Oranje.

Welstandsnota (2011)

Binnen de gemeentegrenzen van Noordwijk zijn geen welstandsvrije gebieden. Overal geldt minimaal het reguliere welstandsniveau en op de meeste plekken zelfs een bijzonder welstandsniveau. Binnen het plangebied is het bijzondere welstandsniveau van kracht. Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de welstandseisen voor de gebieden 'Koningin Wilhelmina Boulevard' en 'Historische dorpskern Noordwijk aan Zee'.

Planspecifiek

Het plan is op 17 oktober 2013 voorgelegd aan de welstandscommissie. In haar beoordeling reageert de Welstandscommissie positief op de ontwikkelingen ten opzichte van het eerdere plan:

“De overzichtstekening laat goed zien dat het ontwerp zich voegt in de bestaande context wat betreft hoogte en positionering. De hoofdopzet met twee grote volumes vormt stedenbouwkundig een goede basis voor nadere uitwerking…. Het groener maken van de parkeerzone valt in goede aarde”.

Het advies van de Welstandscommissie is opgenomen als bijlage 5 van deze plantoelichting.

3.3.2 Archeologie en cultuurhistorie, beschermd stadsgezicht en monumenten

Monumentenwet

In de Monumentenwet van 2006 stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.

Archeologiebeleid gemeente Noordwijk

In juni 2011 is de Integrale Erfgoednota Noordwijk 'Erfgoed op de kaart' vastgesteld met de Erfgoedverordening Gemeente Noordwijk 2011, in samenhang met 'In de bodem van Noordwijk': de archeologische waarde verwachtings- en beleidsadvieskaart, en de bouwhistorische verwachtingenkaart. De Erfgoednota biedt een goede basis voor de uitvoering van de wettelijke eisen ten aanzien van gebouwde (rijks)monumenten, het van rijkswege beschermd dorpsgezicht en archeologie. De Erfgoednota biedt tevens een visie en structuur voor de omgang met het erfgoed, de formatie voor uitvoering van het beleid en de wettelijke taken voor het erfgoed en een verbinding van de planologische kaders van ruimtelijk beleid.

3.3.3 Wonen

Woonvisie Zuid-Holland 2011-2020 (2011, actualisering 2012)

De provincie vindt dat iedereen in Zuid-Holland moet kunnen beschikken over een passende woning in een passend woonmilieu, nu en in de toekomst.

Op dit moment staat er in het algemeen druk op de woningmarkt, terwijl er ook gebieden zijn met een ontspannen of zelfs krimpende woningmarkt. De omvang en de kwaliteit van de woningvoorraad is niet in balans. Daarvoor moet de bestaande voorraad kwalitatief verbeteren, vraag en aanbod van woonmilieus beter op elkaar worden afgestemd en meer binnenstedelijk worden gebouwd. Herijking van het nieuwbouw- en herstructureringsprogramma is nodig om in 2020 de gewenste voorraad te hebben. Het bestemmingsplan faciliteert de kwaliteitsslag in bestaand stedelijk gebied.

Regionale Woonagenda (2014)

De regionale woonvisie is vastgesteld op 17 december 2014 en wordt door de provincie gebruikt om bestemmingsplannen te toetsen. Indien een bestemmingsplan binnen de vastgestelde regionale woonagenda past, dan wordt van de gemeente geen extra afstemming richting de provincie gevraagd.

In de regionale woonagenda worden de verschillende categorieën van bestemmingsplannen beschreven. Bij iedere categorie wordt aangegeven in welk verband afstemming nodig is.

Indien er sprake is van een nieuw bestemmingsplan of een wijziging of herziening van een bestemmingsplan, dan toetsen de gemeenten hun woningbouwplan(nen) aan een zogenoemd regionaal afwegingskader woningbouwplannen (RAW). Het gaat daarbij om zowel bestemmingsplannen uit de (actuele) lijst van projecten alsook om reserveplannen en nieuwe initiatieven. De afstemming over de toetsing aan het RAW is subregionaal of bovenregionaal.

Conform de indeling zoals die in de regionale woonagenda wordt beschreven, stemt Noordwijk over de toetsing af in haar subregio Noord. Deze regio bestaat uit de 5 Duin- en Bollenstreekgemeenten exclusief Katwijk. Katwijk valt namelijk in regio West, wat voor Noordwijk een extra complicatie oplevert omdat Katwijk en Noordwijk hun woningbouwprogramma ook met elkaar af dienen te stemmen.

Het project is opgenomen in de regionale monitor als 'categorie 2a' project met in totaal 118 woningen.

In totaal worden 114 (Residence Oranje) +18 (Jan van Henegouwenweg) nieuwe appartementen mogelijk gemaakt en 15 appartementen (Strandmotel) afgebroken. Per saldo worden 117 woningen toegevoegd.

Over categorie 2a plannen is geen (sub)regionale afstemming meer nodig omdat deze passen binnen de Woningbehoefteraming 2013 van de provincie. Deze plannen zijn overigens uitwisselbaar met categorie 1 projecten als daar plannen vertragen. Dit wordt afgestemd met de gemeente.

Actualisatie Woonvisie 2012

In de raadsvergadering van 29 maart 2012 is de geactualiseerde woonvisie 2012 – een doorkijk over de crisis heen – vastgesteld. Tevens is een motie met betrekking tot innovatieve bouwconcepten aangenomen.

In de actualisatie van de woonvisie 2012 is opgenomen, naast 30% sociaal, dat een aandachtspunt in het woningbouwprogramma de categorieën betaalbaar en middelduur eengezinswoning (vanaf € 201.000,- tot € 350.000,-) zijn. Om jonge gezinnen of doorstromers In Noordwijk te behouden, is het van belang om juist ook in deze categorieën te bouwen.

Woonvisie 2012  
- 30% sociaal (tot € 201.000)
Sociale huur tot € 652  
- 10% betaalbaar (tot € 250.000)
Huur vanaf € 652 tot € 800  
- 20% middelduur (€ 250.000 - € 350.000)
Huur vanaf € 800 tot € 1.200  
- 20% duur (tot € 600.000)
Huur vanaf € 1.200 tot € 2.000  
- 20% topsegment (boven € 600.000)
Huur vanaf € 2.000  

Tabel 3.3: in de actualisatie van de woonvisie 2012 opgenomen vastgestelde segmenteringen.

In het woningbehoeftenonderzoek (WBO september 2011) en de actualisatie van de woonvisie 2012 is opgenomen dat aan de categorie dure woningen en woningen in het topsegment in principe geen behoefte bestaat omdat er voldoende aanbod is. Als aanbeveling in het WBO is echter opgenomen om toch duurdere koopwoningen toe te voegen omdat op deze manier in een bovengemeentelijke behoefte wordt voorzien. En het realiseren van duurdere woningen zorgt voor een meer gedifferentieerde wijkopbouw. In de actualisatie van de woonvisie is het advies uit het WBO ten aanzien van het bouwen van duurdere woningen overgenomen. Gezien de aantrekkelijkheid, de uitstraling en

het imago van Noordwijk wordt er van uitgegaan dat er een markt is voor het dure

woningbouwsegment en het topsegment. Daarbij zullen deze bewoners ook bijdragen aan de lokale economie, wat een positieve impuls inhoudt voor de lokale economie.

In het volkshuisvestelijke advies van 2012 wordt verder voorgesteld om nieuwe woningen in de categorie 4-sterren (rolstoel toe- en doorgankelijk) te realiseren. In de woonvisie 2012 is tevens aangegeven dat de nieuwbouwwoningen levensloopbestendig gerealiseerd moeten worden, waarbij de doelstelling is geformuleerd om het percentage van de categorie 4-sterren woningen naar 25% van de bouwstroom te verhogen. Tevens is in de woonvisie opgenomen dat Noordwijk bij het realiseren van gestapelde 3-sterren woningen streeft naar liften die voldoen aan de 4-sterren eisen.

De beoogde ontwikkeling van Residence Oranje en de Jan van Henegouwenweg volgt de aanbeveling van de geactualiseerde woonvisie 2012 omdat het grootste deel van het project specifiek is gericht op het topsegment. De kwaliteit van de woningen in het topsegment levert een bijdrage aan de allure die Noordwijk heeft als badplaats. Tevens kan de gehele ontwikkeling van Residence Oranje en Jan van Henegouwenweg een bijdrage leveren aan de doorstroming op de woningmarkt, dit conform de wens van de gemeente.

3.3.4 Groen en water

Onderstaand volgt de opsomming van de voor dit project relevante beleidsdoelstellingen voor groen en water. In het onderzoek hoofdstuk, onder de paragrafen 4.9 en 4.10 wordt ingegaan op de inhoud voor zover relevant in deze situatie.

Provinciale Verordening

Het rijksbeleid ten aanzien van de bescherming van soorten (flora en fauna) en de bescherming van de leefgebieden van soorten (habitats) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De uitwerking van dit nationale belang ligt bij de provincies. De bescherming van gebieden die deel uitmaken van de EHS, alsmede de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden, is geregeld via de Provinciale Verordening Ruimte. Wanneer er ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden plaatsvinden die onderdeel zijn van de EHS of in belangrijke weidevogelgebieden, geldt het nee, tenzij-principe. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet compensatie plaatsvinden, wanneer er effecten optreden.

Flora- en faunawet

Voor de soortenbescherming is de Flora- en faunawet van toepassing. Deze wet is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Flora- en faunawet bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet níet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet.

De Flora- en faunawet is voor dit bestemmingsplan van belang omdat aannemelijk moet worden gemaakt dat de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding is en deze wet de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

Natuurbeschermingswet 1998

Uit het oogpunt van gebiedsbescherming is de Natuurbeschermingswet 1998 van belang. Deze wet onderscheidt drie soorten gebieden, te weten:

  • d. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen gebieden, zoals bedoeld in de Vogel- en Habitatrichtlijn;
  • e. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen beschermde natuurmonumenten;
  • f. door Gedeputeerde Staten aangewezen beschermde landschapsgezichten.

De wet bevat een zwaar beschermingsregime voor de onder a en b bedoelde gebieden (in de vorm van verboden voor allerlei handelingen, behoudens vergunning van Gedeputeerde Staten of de Minister van EZ). De bescherming van de onder c bedoelde gebieden vindt plaats door middel van het bestemmingsplan. De speciale beschermingszones (a) hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Natuurbeschermingswet 1998 de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 zal kunnen worden verkregen.

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap nader wordt behandeld.

Europa:

  • Kaderrichtlijn Water (KRW)

Nationaal:

  • Nationaal Waterplan (NW)
  • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21)
  • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
  • Waterwet

Provinciaal:

  • Provinciaal Waterplan
  • Provinciale Verordening Ruimte
  • Provinciale Structuurvisie

Waterschapsbeleid

Waterbeheerplan 2010-2015

Voor de planperiode 2010-2015 zal het Waterbeheerplan (WBP) van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen accent op uitvoering. De drie hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomst vast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Het Waterbeheerplan 2010-2015 van Rijnland is te vinden op de website: www.rijnland.net/plannen/waterbeheerplan

Keur en Beleidsregels 2009

Per 22 december 2009 is een nieuwe Keur in werking getreden, alsmede nieuwe Beleidsregels die per 27 mei 2011 geactualiseerd zijn. Een nieuwe Keur is nodig vanwege de totstandkoming van de Waterwet en daarmee verschuivende bevoegdheden in onderdelen van het waterbeheer. Verder zijn aan deze Keur bepalingen toegevoegd over het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem. De 'Keur en Beleidsregels' maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor:

  • waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden);
  • watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken);
  • andere waterstaatswerken (onder andere bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen).

De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Watervergunning op grond van de Keur. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Beleidsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt. De Keur en Beleidsregels van Rijnland zijn te vinden op de website: www.rijnland.net.

3.3.5 Economie en toerisme

Nota Hotelbeleid Gemeente Noordwijk 2010 – 2015 (2010)

In de afgelopen jaren is het toerisme sterk veranderd en dat heeft ook zijn weerslag gehad op deze sector in Noordwijk. Door het enorme aanbod, de snelle reismogelijkheden en de relatief lage prijzen staat de wereld letterlijk open voor de moderne toerist. De tijd dat een vakantie op het Noordwijkse strand een vanzelfsprekendheid was, is dan ook voorbij. Het aantal hotelovernachtingen in Noordwijk inclusief het congrestoerisme bedroeg in het topjaar 2002 nog 570.000 en is teruggelopen naar 510.000 in 2008. De toerist van vandaag maakt verre reizen en wil in zijn vrije tijd iets beleven. Hij wil op z'n minst hetzelfde niveau aan voorzieningen als thuis, maar liever nog genieten van luxe en comfort in een prettige omgeving. Door de vergrijzing, het hoge welvaartsniveau en gunstiger arbeidstijden gaan mensen steeds vaker, maar korter op vakantie.

Om hierop in te spelen moet de toeristische sector en de detailhandel in Noordwijk zich continu vernieuwen. Die vernieuwingsslag is de afgelopen periode in Noordwijk goeddeels achterwege gebleven. Vooral het lagere segment van een-, en tweesterrenhotels heeft het erg moeilijk. Het lagere segment trekt geen congresbezoekers en richt zich uitsluitend op de vrijetijdsmarkt van toeristen. Doordat men tegenwoordig kortere vakanties boekt, loopt het aantal overnachtingen in dit segment hard terug. Er wordt dan ook nauwelijks meer geïnvesteerd in voorzieningen, in upgrading van de kamers en in het onderhoud van het hotel. Dat komt het imago van Noordwijk niet ten goede.

Een aantal hotels in het lagere segment is inmiddels verkocht of verhuurd aan uitzendbureaus voor tijdelijke arbeidskrachten, voornamelijk uit de MOE-landen. Dit wordt door de betreffende hoteliers gezien als oplossing voor de terugloop van verblijfstoeristen in Noordwijk. De verhuur van kamers aan arbeidskrachten vormt namelijk een vaste inkomstenbron en brengt weinig personeelslasten met zich mee. Dit heeft tot gevolg dat deze hotels in de praktijk geen onderdeel meer uitmaken van het toeristisch aanbod.

De gemeente Noordwijk wil met een beleid voor de hotelsector het tij keren. Zij wil voorwaarden scheppen voor het juiste aanbod van hotelcapaciteit om de negatieve spiraal te doorbreken en het aantal hotelovernachtingen weer omhoog te brengen naar een niveau van tenminste 570.000 per jaar. In dat verband past het initiatief om het complex van Hotel Alwine, Strandhotel en de 15 woonstudio's van het Strand Motel aan de Jan van Henegouwenweg af te breken en te vervangen door 18 woonappartementen. Mede hierdoor, en vooral in combinatie met de sloop van het Beachhotel en vervangende nieuwbouw ten noorden van het Schuitengat, worden circa 100 nieuwe vijfsterrenkamers bij Hotel Oranje mogelijk.

Trends

De Noordwijkse hotelsector zal meer dan in het verleden het geval was, moeten inspelen op de trends in de markt, wil zij haar marktaandeel behouden en vergroten. In de toeristische en zakelijke markt zijn de volgend trends en ontwikkelingen waarneembaar:

  • er is behoefte aan diversiteit, duidelijkheid en authenticiteit in hotelaanbod;
  • er is een grotere behoefte aan luxe, comfort, gemak en belevingswaarde;
  • de vraag naar budgethotelkamers neemt verder af;
  • men is meer op de gezondheid gericht en heeft behoefte aan spa- en wellness faciliteiten;
  • er is een grotere behoefte aan (ont)spanning, avontuur, natuur en “fun”;
  • er wordt veel belang gehecht aan vrije tijd en het bewust beleven daarvan;
  • men gaat vaker en korter met vakantie;
  • congressen duren korter (één à tweedaagse congressen in plaats van meerdaags);
  • zakenreizigers zijn merktrouw en blijven doorgaans gebruik maken van luxe accommodaties;
  • de vraag van zakelijke reizigers zal minder snel toenemen dan die van leisure reizigers doordat meer zakelijke reizigers hightech alternatieven voor reizen zoeken om tijd en kosten te besparen.

Optimaal hotelaanbod

Het optimale Noordwijkse hotelaanbod in 2015 bestaat voornamelijk uit drie-, vier-, en vijf sterrenhotels. Om te kunnen inspelen op de toekomstige vraag dient er een beperkte uitbreiding en een sterke kwaliteitsverbetering van het huidige hotelaanbod plaats te vinden.

  • De bestaande vijfsterren hotels zijn cruciaal voor de status van Noordwijk als internationale congresplaats en dienen door de gemeente als zodanig bejegend te worden.
  • Marktverkenning wijst uit dat er ruimte is voor nieuwe vestiging van congreshotels op viersterrenniveau.
  • Marktverkenning wijst verder uit dat er ruimte is voor nieuwe vestiging van kleinschalige bijzondere hotels, bij voorkeur op vier- en eventueel op driesterren niveau.
  • Zo is ook gebleken dat er voldoende ruimte is voor uitbreiding en nieuwe vestiging van grootschalige toeristische familiehotels en hotelappartementen, bij voorkeur op drie- en eventueel op viersterren niveau.
  • Er is sprake van een natuurlijk verlies aan hotelkamers in het budget segment op één en tweesterren niveau.

De locatie van het Hotel Oranje past geheel binnen het hotelbeleid. De Koningin Wilhelmina Boulevard kan op deze wijze doorgroeien als het hotelconcentratiegebied met veelal grootschalige hotels. Het vormt de basis voor een evenwichtige toeristische gebiedsontwikkeling in Noordwijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0016.png"

Figuur 3.4: Voorkeursgebied voor hotels

In algemene zin wordt er zoveel mogelijk naar gestreefd om de hotelfunctie te handhaven.

Echter dankzij de marktontwikkelingen in het hotelaanbod zijn er situaties denkbaar waarbij niet alleen nieuwe hotels ontstaan maar waar ook hotels verdwijnen. De functiewijziging van de bestemming hotel naar woonbestemming is in een aantal situaties denkbaar.

In het hogere segment en op de uitverkoren hotellocaties wordt vastgehouden aan de hotelbestemming. Indien een hotel in het hoger segment bij gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden bij de huidige vestiging een nieuwe locatie vindt, kan een bestemmingswijziging voor de oude locatie worden overwogen. In een aantal gevallen wordt gecompenseerd in een nieuwe vorm of nieuw concept. Ook in deze omstandigheden kan een bestemmingswijziging voor de voormalige locatie worden overwogen. Het uitgangspunt voor bestemmingswijzigingen op oude hotellocaties is dat de levensvatbare hotelcapaciteit binnen de gegeven mogelijkheden wordt behouden en zo mogelijk versterkt.

Het Strandhotel en Hotel Alwine zijn in de praktijk niet meer in gebruik als hotel. Vervanging door een kleinschalig nieuw hotel is op deze locatie niet opportuun en past bovendien minder goed in de omgeving waarin voornamelijk wordt gewoond.

Het aan de Koningin Wilhelmina Boulevard gelegen plangebied, en dus ook het Beachhotel, heeft een dubbelbestemming. Het verzoek om het hotel te slopen en appartementen of woningen te bouwen zal op grond van deze dubbele bestemming worden gehonoreerd zonder dat compensatie aan de orde is. Desondanks is het voornemen om het verlies aan hotelkamers te compenseren door het toevoegen van circa 100 extra 5-sterren kamers bij Hotel Oranje. Hierdoor nemen de recreatieve bestedingen toe.

Conclusie behoefte

De behoefte aan hotelaccommodaties in Noordwijk verschuift naar meer luxe. Het aantal budgethotels neemt verder af. Het Strandhotel en Hotel Alwine (3-sterren en ieder 29 kamers) zijn in de praktijk niet meer in gebruik als hotel. Het Beachhotel is als onderdeel van Hotels van Oranje wel in gebruik als 4-sterrenhotel. Het verlies aan hotelkamers (in totaal 142 (waarvan 58 niet meer in gebruik)) wordt gecompenseerd door het toevoegen van 101 luxe 5-sterren kamers bij Hotel Oranje. Hierdoor nemen de recreatieve bestedingen toe.

In de Nota Hotelbeleid is aangegeven dat de bestaande 5-sterren hotels cruciaal zijn voor de status van Noordwijk als internationale congresplaats en door de gemeente als zodanig bejegend zullen worden. De initiatiefnemers zien mede vanwege de aantrekkende internationale congresmarkt marktperspectief voor uitbreiding van Hotel Oranje (5-sterren). De toevoeging van circa 100 hotelkamers in het 5-sterren segment past daarmee in het vastgestelde beleid.

3.3.6 Verkeer en parkeren

Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan 2002 - 2020

In het Provinciaal Verkeer- en Vervoer Plan (PVVP, 2004) beschrijft de provincie Zuid-Holland hoe zij de komende jaren haar beleid op het terrein van verkeer en vervoer vorm wil gaan geven.

Daarbij komen onderwerpen aan de orde als bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Om de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving in stand te houden is ten eerste een kwaliteitssprong van het openbaar vervoer op alle niveaus vereist. Vervolgens dient een vermindering van congestie en een verbetering van de bereikbaarheid plaats te vinden. Om die reden worden kwaliteitseisen gesteld aan de trajectsnelheden van de verschillende typen wegverbindingen. Tot slot wordt gestreefd naar een toename van het fietsgebruik. Daartoe zal een volwaardig fijnmazig netwerk van zowel verkeersveilige, sociaal veilige, als comfortabele verbindingen moeten worden gerealiseerd.

Ruimtelijke structuurvisie Noordwijk 2030

De Ruimtelijke structuurvisie leidt tot een aantal verkeersmaatregelen. Zo zijn er drie toegangsroutes voor het verkeer aangegeven: de landschappelijke route, de vuurtorenroute en de strandroute. De landschappelijke route (Oude Zeeweg) en de strandroute (Northgodreef) gaan fungeren als hoofdontsluiting voor de bereikbaarheid van Noordwijk per auto. De Vuurtorenroute wordt de hoofdontsluiting voor het openbaar vervoer (bus). Daarnaast wordt gedacht aan een aansluiting in twee richtingen van de Beeklaan op de N206, omdat dit een logische bereikbaarheid van Noordwijk uit alle richtingen geeft en ervoor zorgt dat op lokale wegennet minder onnodige autobewegingen hoeven plaats te vinden.

Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013

De Nota Parkeren en Stallen Noordwijk is in mei 2013 vastgesteld door het college. Noordwijk hanteert voor woningen in principe een behoeftevolgend beleid. Dit betekent dat er voor nu en voor de toekomst, voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd om aan de vraag van de bewoners en de bezoekers te kunnen voldoen. Voor zowel wonen als overige functies zijn door CROW tabellen opgesteld met daarin per woningtype/functie een norm voor de te realiseren hoeveelheid parkeerplaatsen. Voor wonen zijn daar waar nodig afwijkende normen bepaald, passend bij de Noordwijkse situatie.

Conclusie

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en in het Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan 2002-2020 worden geen concrete uitspraken gedaan over het plangebied. De Nota Parkeren en Stallen geeft concrete parkeernormen voor alle geplande ontwikkelingen. Hier wordt in paragraaf 4.2 en in bijlage 6 op ingegaan.

Hoofdstuk 4 Onderzoek

4.1 Inleiding

In deze paragraaf wordt het onderzoek dat ten behoeve van de ontwikkeling van Hotel Oranje en de appartementen aan de Koningin Wilhelmina Boulevard en aan de Jan van Henegouwenweg is uitgevoerd, weergegeven. Per aspect wordt eerst het geldende toetsingskader aangegeven, vervolgens wordt de planontwikkeling getoetst aan dit kader, waarna ten slotte een conclusie wordt getrokken.

4.2 Verkeer

Verkeersontsluiting gemotoriseerd verkeer

Voor Hotel Oranje en voor de nieuwe appartementen van Residence Oranje aan de Koningin Wilhelmina Boulevard wordt tussen het Schuitengat en het Vuurtorenplein een parkeergarage gerealiseerd. De in- en uitrit van deze garage bevindt zich aan de landzijde met een aparte inrit en een aparte uitrit op de Parallel Boulevard.

Parallel Boulevard

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0017.png"

Figuur 4.1 in- en uitritsituatie Parallel Boulevard

De Parallel Boulevard is onderdeel van de hoofdverkeersstructuur van Noordwijk en er geldt een maximum snelheid van 50 km/h. In het verkeersstructuurplan van de gemeente ('Verkeersvisie Noordwijk', Royal HaskoningDHV in samenwerking met de gemeente Noordwijk, 2013) staat dat deze weg conform de eisen van Duurzaam Veilig wordt heringericht. Daarbij zal tenminste worden voorzien in aanliggende fietspaden, een beperking van het aantal aansluitingen en het veilig vormgeven daarvan en in veilige en uniform ingerichte voetgangersoversteekplaatsen.

Het hotel krijgt, naast een ingang aan de zijde van de Parallel Boulevard, een hoofdingang aan de Koningin Wilhelmina Boulevard. Aan deze zijde komt ook een Kiss-&-Ride-strook voor het afzetten en ophalen van hotel- en congresgasten. De Koningin Wilhelmina Boulevard is een éénrichtingsweg waar alleen verkeer in zuidelijke richting (vanaf het Vuurtorenplein naar het Palaceplein) is toegestaan. De weg is ingericht als erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/h en de verblijfsfunctie staat hier centraal.

Het plan voorziet ook in de realisatie van 18 appartementen aan de Jan van Henegouwenweg (nu Strandhotel, Hotel Alwine en Strand Motel). Deze erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/h sluit aan de westzijde aan op de Parallel Boulevard.

De Parallel Boulevard leidt in noordelijke richting naar de Quarles van Uffordstraat en in zuidelijke richting naar De Grent. Ook deze beide wegen zijn onderdeel van de hoofdwegenstructuur (50 km/h) en vormen twee van de drie belangrijke invalsroutes naar Noordwijk vanaf het provinciaal wegennet.

De Quarles van Uffordstraat gaat richting Noordwijk Binnen over in de Van Panhuysstraat en de Van de Mortelstraat en sluit vervolgens aan op de provinciale weg N444.

De Grent gaat richting Noordwijk Binnen over in de Oude Zeeweg en de Beeklaan en sluit vervolgens aan op de Herenweg en de provinciale weg N451. Vanaf de N444, N451 en de Beeklaan wordt aangesloten op de regionale (N206) en nationale ontsluitingsstructuur (A44). De kortste afstand tot de regionale en nationale ontsluitingsstructuur bedraagt respectievelijk circa 3 kilometer en 6,5 kilometer. De ontsluiting van het gebied is goed.

Verkeersontsluiting langzaam verkeer

Voor voetgangers heeft het hotel twee ingangen: één aan de Koningin Wilhelmina Boulevard en één aan de Parallel Boulevard. De horecaplint en de appartementen zijn te voet geheel ontsloten vanaf de promenade langs de Koningin Wilhelmina Boulevard. De appartementen aan de Jan van Henegouwenweg worden vanaf de aangrenzende weg ontsloten.

De Koningin Wilhelmina Boulevard is gecategoriseerd als erftoegangsweg. Hier maken het gemotoriseerd verkeer (in één richting) en het fietsverkeer gebruik van dezelfde verkeersruimte. Gezien de beperkte verkeersintensiteit en relatief lage snelheid van het gemotoriseerd verkeer op dit type wegen leidt dit niet tot verkeersonveiligheid. Voor voetgangers zijn aan weerszijden van de rijbaan promenades aanwezig.

Verkeersontsluiting expeditieverkeer en touringcars

De bevoorrading van het hotel vindt plaats via aparte in- en uitritten aan het Schuitengat en de Parallel Boulevard. Het expeditieverkeer bereikt de laad- en loslocatie via de toegang aan het Schuitengat en rijdt na het laden en lossen verder naar de uitrit van het voorterrein.

Voor touringcars is het mogelijk passagiers zowel aan de zijde van de Parallel Boulevard (landzijde) als aan de zijde van de Koningin Wilhelmina Boulevard (zeezijde) af te zetten en op te halen. Voor de hoofdingang van het hotel aan de Koningin Wilhelmina Boulevard komt een Kiss-&-Ride-strook. Om te waarborgen dat de bereikbaarheid van deze Kiss-&-Ride-strook ook voor touringcars goed functioneert, wordt voldoende ruimte gemaakt voor een uitritconstructie.

Parkeren

Parkeerbehoefteberekening

Aan de hand van de parkeernormen uit de nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013 is het

aantal parkeerplaatsen berekend die nodig zijn voor Hotel en Residence Oranje en de appartementen aan de Jan van Henegouwenweg.

Hierbij zijn de volgende gegevens van belang:

– bestaande rechten op openbaar terrein;

– benodigd aantal parkeerplaatsen voor de ontwikkeling.

Het plan voorziet de bouw van maximaal 114 (Residence Oranje) plus 18 appartementen (Jan van Henegouwenweg) en in herstructurering van het aantal en type hotelkamers waarbij enkele drie- en viersterrenhotels worden afgebroken. In plaats daarvan worden 101 kamers in het vijfsterren-segment gerealiseerd. Daarnaast zal ook ten gevolge van de herstructurering de oppervlakte van congresruimten verminderen met 757 m2 en ook de oppervlakte aan openbare horeca afnemen. De oppervlakte van openbaar toegankelijke horeca voorzieningen neemt af met 617 m2 (voor restaurants met 978 m2, maar voor de openbaar toegankelijke café/bars is er een toename met 361 m2).

De nieuwe appartementen en de herstructurering van het aantal en type hotelkamers zorgt voor een toename van de parkeerbehoefte. De vermindering van de congres- en horecavoorzieningen zal juist leiden tot afname van de parkeerbehoefte.

Er zijn maximaal 114 appartementen geprojecteerd met een woonoppervlakte van minimaal 120 m2, maar dit aantal wordt minder indien bij de uitvoering gekozen wordt voor een grotere woonoppervlakte per appartement. Voor deze woningen in het luxe segment is een afwijkende parkeernorm gehanteerd (2,3 parkeerplaatsen per woning). Reden hiervoor is dat er rekening mee wordt gehouden dat per woning twee parkeerplaatsen aangekocht kunnen worden. Daarnaast is binnen deze parkeernorm gerekend met (openbare) parkeerruimte voor bezoekers van 0,3 parkeerplaats per appartement.

Bij de berekening van de parkeerbehoefte is voor het gehele project uitgegaan van een parkeerbalans. Dit houdt in dat er van uit wordt gegaan dat de normatief berekende parkeerbehoefte in de bestaande situatie gebruik maakt en ook gebruik zal blijven maken van parkeergelegenheid in de openbare ruimte, naast de aanwezige 'eigen' parkeerplaatsen. Het nieuwe aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt dan berekend op basis van compensatie van de huidige eigen parkeerplaatsen plus de nieuwe parkeerbehoefte ten gevolge van de nieuwe functies.

Conform de gemeentelijke verkeersnota mag daarnaast ook gerekend worden met aanwezigheidspercentages voor de parkeerbehoefte in verband met het bepalen van eventueel dubbelgebruik. De maatgevende dagdelen zijn hier de zaterdagavond en de werkdagavond, maar er kan op deze periodes slechts in zeer beperkte mate sprake zijn van dubbelgebruik vanwege de hoge bezettingsgraden. Er is geen aanleiding om voor de berekening van de parkeerbalans uit te gaan van een bepaalde reductie in verband met dubbelgebruik van de parkeerplaatsen.

In tabel 4.2 is de netto toename van de parkeerbehoefte berekend. Bij deze berekening vormen de parkeernormen van de gemeente Noordwijk de basis; deze zijn afkomstig uit de 'Nota Parkeren en Stallen', zie paragraaf 3.3.6.

Ontwikkelingen die leiden tot een afname van de parkeerbehoefte  
Ontwikkeling   Aantal   Parkeernorm   Parkeerbehoefte  
Hotelkamers vijf-sterren (Boulevard- Hotel)   2 suites   5,3 per 10 hotelkamers   -1  
Hotelkamers vier-sterren (Beach Hotel)   84 kamers   3,4 per 10 hotelkamers   -29  
Hotelkamers drie-sterren (Strand Hotel en Alwine Hotel)   58 kamers   5,0 per 10 hotelkamers   -30  
Strand Motel particuliere studio's   15 studio's < 70 m2   1,55 per studio   -23  
Congres ruimten   -757 m2   5,5 per 100 m2   -42  
Openbaar restaurant (bruto)   -978 m2   9 per 100 m2   -88  
       
Afname behoefte       -213 plaatsen  

Ontwikkelingen die leiden tot een toename van de parkeerbehoefte  
Ontwikkeling   Aantal   Parkeernorm   Parkeerbehoefte  
Hotelkamers vijf sterren   101 kamers   5,3 per 10 hotelkamers   54  
Woningen > 120 m2   114 woningen   2,3 per woning   262  
Woningen 100 – 120   18 woningen   1,8 per woning   32  
openbaar café-bar (bruto)   361 m2   5 per 100 m2   18  
Beautysalon behandelkamers   2   1,55   3  
       
Toename behoefte       369 plaatsen  

Parkeerbehoefte        
toename minus afname       156 plaatsen  
compensatie bestaande eigen parkeervoorziening      
197 plaatsen  
       
Totaal parkeerbehoefte       353 plaatsen  

Tabel 4.2 Berekening parkeerbehoefte

Op basis van het huidige gebruik (hotels, conferentie, restaurant, café/bar, motelappartementen en overige relevante functies) geldt op basis van de nota parkeren en stallen een parkeerbehoefte van 546 parkeerplaatsen (zie bijlage 6). Er zijn thans 197 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. Dit betekent dat de overige parkeerbehoefte, zijnde 349 parkeerplaatsen, wordt opgevangen op openbaar terrein.

In de nieuwe situatie is berekend dat er, volgens de parkeernormen, in totaal 702 parkeerplaatsen nodig zijn. Uitgaand van het bestaande gebruik op 349 parkeerplaatsen in het openbaar gebied dienen er op eigen terrein minimaal 353 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. In het ontwerp wordt voorzien in 550 parkeerplaatsen op eigen terrein: 495 in de parkeer- en stallingsgarage van Hotel en Residence Oranje, 37 in de garage van Hotel Oranje en 18 in het souterrain van de appartementen Jan van Henegouwenweg. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de benodigde parkeerbehoefte. Feitelijk worden er bijna 200 (550 -/- 353) parkeerplaatsen meer gerealiseerd dan strikt noodzakelijk is. Hierdoor wordt de parkeerdruk op de omliggende (woon)omgeving zeer aanzienlijk verlaagd.

Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling

De ontwikkeling van Hotel en Residence Oranje leidt tot een wijziging in de verkeersgeneratie van en naar het plangebied. Om dit in beeld te brengen is de netto verkeerstoename bepaald. Daarbij is gebruik gemaakt van CROW publicatie 317 ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie', 2012). Uitgangspunt is de ligging in een matig stedelijk gebied (bron: CBS) binnen het centrumgebied van Noordwijk, behalve voor de Jan van Henegouwenweg, deze weg ligt niet in het centrum, maar in rest bebouwde kom volgens de nota parkeren en stallen Noordwijk 2013.

Toename verkeer door nieuwe units/m2:

Appartementen Residence Oranje:

  • a. 114 appartementen 6,8 mvt/etmaal 775 mvt/etmaal

Jan van Henegouwenstraat:

  • b. 18 appartementen 5,1 mvt/etmaal 92 mvt/etmaal

Hotel Oranje:

  • c. 101 kamers, 15,3 ritten per 10 kamers 155 mvt/etmaal

Openbaar horeca: café/bar (bruto)

  • d. 361 m2, 18 pp, turnover 2, in- en uit 72 mvt/etmaal

Totaal toename verkeer 1.094 mvt/etmaal  

 Afname verkeer door verdwijnen units/m2

Studiowoningen Strand Motel:

  • e. 15 appartementen, 3 mvt/etmaal - 45 mvt/etmaal

Openbaar horeca: restaurant (bruto)

  • f. 978 m2, 88 pp, turnover 2, in en uit - 352 mvt/etmaal

Congresruimte

  • g. 757 m2, 42 pp turnover 1, in en uit - 84 mvt/etmaal

Beach Hotel

  • h. 84 kamers, 9,75 ritten /10 kamers - 82 mvt/etmaal

Boulevard Hotel

  • i. 2 kamers, 15,3 ritten/ 10 kamers - 3 mvt/etmaal

Strand Hotel

  • j. 29 kamers, 6,05 ritten/10 kamers - 18 mvt/etmaal

Hotel Alwine

  • k. 29 kamers, 6,05 ritten/10 kamers - 18 mvt/etmaal

Totaal afname verkeer - 602 mvt/etmaal

Tabel 4.3 Berekende verkeersgeneratie

Voor de verdeling van het verkeer over het wegennet en voor beoordeling van de toe- of afname van het verkeersaanbod op verschillende wegen is de verkeersgeneraties van de woonfunctie apart beschouwd van de verkeersgeneratie van functies die behoren tot de Hotels van Oranje. Dit omdat de verdeling van beide verkeersgeneratie over het wegennet van Noordwijk op een verschillende wijze zal plaatsvinden.

Als gevolg van de toename van het aantal wooneenheden is de verkeerstoename 822 mvt/etmaal

(775 + 92 – 45 = 822).

Een redelijke inschatting is dat 75% van dit verkeer extern gericht is, dat wil zeggen 616 mvt/etmaal.

De herstructurering van Hotels van Oranje (toename aantal 5 sterren hotelkamers in Hotel Oranje, afname 3 en 4 sterren kamers in de andere hotels en afname van de oppervlakten van horeca- en congresruimten) leidt daarnaast tot een verkeersafname van 330 mvt/etmaal (155 + 72 - 352 - 84 - 82 - 3 - 18 - 18). Naar verwachting is bij toeristen en bezoekers niet of nauwelijks sprake van intern gericht verkeer.

Door de verkeersstructuur, het gemeentelijke beleid en de bewegwijzering in Noordwijk zullen de mensen die in de situatie niet bekend zijn veel vaker de aanduidingen op de borden volgen en daardoor een andere route kiezen dan de mensen die plaatselijk wel bekend zijn. Bij de toedeling van beide verkeersgeneraties over het lokale wegennet is hiermee rekening gehouden. Het gaat hierbij om een redelijke inschatting van de toedeling op basis van overleg met diverse deskundigen.

Het merendeel van de bewoners (65%) zal van en naar de locatie een directe route via de Quarles van Uffordstraat, Van Panhuysstraat, Van de Mortelstraat, N444, Gooweg en N443 volgen. Een klein gedeelte (10%) zal via de Northgodreef rijden en de rest (25%) zal via de Oude Zeeweg / Beeklaan naar het zuiden rijden.

Toeristen en bezoekers zullen vanwege de bewegwijzering vaker via de Northgodreef (40%) rijden. Een deel (20%) zal via de Oude Zeeweg / Beeklaan rijden en de rest 40% rijdt van en naar de N206/A44 via de Quarles van Uffordstraat. Dit leidt tot een verdeling van de verkeersgeneratie zoals aangegeven in figuur 4.5. In dit figuur is per weggedeelte met zwarte getallen de verkeerstoename in aantallen motorvoertuigen per etmaal aangeduid (ten gevolge van toename extern verkeer bewoners) en met rode getallen de verkeersafname (ten gevolge van afname extern verkeer toeristische bezoekers).

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0018.png"

Figuur 4.4. Verdeling verkeer over wegen Noordwijk

In het verkeersstructuurplan van de gemeente Noordwijk zijn de verkeersintensiteiten van de Parallel Boulevard, Quarles van Uffordstraat en De Grent opgenomen voor het autonome toekomstjaar 2020. Deze zijn doorgerekend naar het planjaar 2025 op basis van een autonome verkeersgroei van 1% per jaar. Vervolgens is daar de netto toename van de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling bij opgeteld, rekening houdend met de omschreven richting verdeling. De verkeersintensiteiten op deze voor Noordwijk belangrijke ontsluitingswegen is opgenomen in tabel 4.5.

Weg   2020   2025 autonoom   2025 incl. ontwikkeling  
Parallel Boulevard   7.045   7.400   7.686  
Quarles van Uffordstraat   6.847   7.200   7.468  
De Grent   8.615   9.050   9.138  

Tabel 4.5 Intensiteiten hoofdwegen Noordwijk

De gemeente Noordwijk hanteert voor gebiedsontsluitingswegen op basis van de CROW een maximale gewenste verkeersintensiteit van 15.000 mvt/etmaal. Deze maximale waarde wordt op geen van de wegen overschreden.

Conclusie

Het aspect verkeer en parkeren levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3 Wegverkeerslawaai

Toetsingskader

Voor de geluidsbelasting aan de gevels van nieuwe woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De uiterste grenswaarde bedraagt 63 dB.

De locatie van het project ligt binnen de bebouwde kom aan wegen waar zowel 50 km/h als 30 km/h is toegestaan. Onderzoek naar geluidshinder ten gevolge van niet-gezoneerde wegen (met een maximumsnelheid 30 km/h) is op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) niet vereist. Op basis van jurisprudentie en in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de geluidsbelasting wel inzichtelijk gemaakt. Hierbij wordt aangesloten bij de normstelling van de Wgh.

Op basis van artikel 110g Wgh mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Op basis van artikel 3.6 uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder 2006 (RMG 2006) geldt voor wegen met een snelheid lager dan 70 km/h een aftrek van 5 dB. Op alle in deze rapportage genoemde geluidsbelastingen is deze aftrek toegepast, tenzij anders vermeld.

Onderzoek

De locatie van Hotel en Residence Oranje ligt binnen de wettelijke geluidszones van de Parallel Boulevard en de Quarles van Uffordstraat. Daarom is akoestisch onderzoek op grond van de Wet geluidhinder uitgevoerd (zie bijlage 7).

Ten gevolge van het verkeer op de Quarles van Uffordstraat (50 km/h) en de direct aan het plan grenzende 30 km/h wegen is geen sprake van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Dit is wel het geval ten gevolge van het wegverkeer op de Parallel Boulevard (50 km/h weg). De voorkeursgrenswaarde wordt op alle gebouwen op de locatie ingesloten door de Koningin Wilhelmina Boulevard, Parallel Boulevard, Schuitengat en het Vuurtorenplein alsmede het appartementengebouw aan de Jan van Henegouwenweg op meerdere verdiepingen overschreden.

Maatregelonderzoek wijst uit dat, met het toepassen van een dunne deklaag B, alleen voor de appartementen van gebouw 2 van Residence Oranje de geluidsbelasting kan worden gereduceerd tot maximaal de voorkeursgrenswaarde. Voor de overige appartementengebouwen blijft sprake van een geluidsbelasting boven de 48 dB. Het toepassen van ander type maatregelen stuit op overwegende bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige of vervoerskundige aard.

Het ontheffingsbeleid van de Omgevingsdienst West-Holland stelt als eis dat een hogere waarde

maximaal 58 dB mag bedragen. Hiervan mag bij uitzondering en voorzien van voldoende onderbouwing worden afgeweken. De geluidsbelasting boven de 58 dB is alleen aanwezig op het uiterlijk

zuidoostelijke geveldeel van het bouwblok 1 (59 dB, nabij de aansluiting van het Schuitengat op de Parallel Boulevard) en op de uiterst westelijke gevel van het appartementengebouw

aan de Jan van Henegouwenweg, eveneens nabij de Parallel Boulevard (62 dB).

Door het toepassen van een dunne deklaag B, die een geluidsreducerende effect heeft van 3 tot 4 dB kan deze geluidsbelasting wel onder de waarde van 58 dB worden teruggebracht, maar gezien de relatief beperkte gevellengte (en dus het aantal appartementen) waarop de overschrijding plaatsvindt heeft en de kosten die aan de maatregel zijn verbonden, wordt beroep gedaan op de uitzonderingsmogelijkheid en wordt ontheffing gevraagd van de eis van 58 dB.

Aanvullend (zie bijlage 8) is onderzocht wat de akoestische effecten zijn van:

  • de extra bouwlaag op het bestaande hotelgebouw aan de zuidzijde van het Schuitengat ten opzichte van de Parallelflat (gelegen aan de oostzijde van de Parallel Boulevard);
  • de realisatie van de Residence Oranje ten opzichte van de bestaande woningen aan de oostzijde van de Parallel Boulevard, waarbij tevens rekening gehouden wordt met de bouw van de keermuur van de parkeergarage tussen het terrein behorend bij het hotel en het trottoir parallel aan de westzijde van de Parallel Boulevard.

Omdat het wegverkeerslawaai als gevolg van het verkeer op de Parallel Boulevard voor de akoestische situatie maatgevend is, zijn andere wegen buiten beschouwing gelaten.

Voor beide situaties zijn de bestaande en de toekomstige situatie met elkaar vergeleken zodat hiermee de toename van de geluidsbelasting kon worden bepaald. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de maximale toename van de geluidsbelasting voor de Parallelflat 0,15 dB bedraagt en dat bij de woningen aan de oostzijde van de Parallel Boulevard de maximale toename van de geluidsbelasting 0,22 dB bedraagt.

In beide situaties is deze toename beduidend minder dan 1,5 dB, die volgens de Wgh in reconstructiesituaties als drempel geldt voor aanvullende maatregelen. Ook wordt de uiterste grenswaarde van 68 dB nergens overschreden. Daarnaast is van belang dat een geluidstoename van minder dan 1 dB niet hoorbaar is voor het menselijk gehoor.

Geconcludeerd wordt daarom dat:

  • a. het akoestisch effect als gevolg van de extra verdieping bij Hotel van Oranje op de appartementen van de Parallelflat zodanig gering zal zijn dat dit voor het menselijk gehoor niet waarneembaar zal zijn.
  • b. het akoestisch effect (reflectie) van het verkeer op de Parallelboulevard als gevolg van de realisatie van Residence Oranje op de tegenoverliggende woningen aan de Parallel Boulevard zal zodanig gering zijn dat dit voor het menselijk gehoor niet waarneembaar zal zijn.

In beide situaties is geen sprake van een onaanvaardbaar akoestisch klimaat voor de bestaande appartementen en woningen.

4.4 Luchtkwaliteit

Toetsingskader

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (Wml). De Wml bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van stikstofdioxide en fijn stof zijn in de volgende tabel weergegeven.

Stof   toetsing van   grenswaarde   geldig  
stikstofdioxide (NO2)   jaargemiddelde concentratie   60 µg / m³   2010 tot en met 2014  
  jaargemiddelde concentratie   40 µg / m³   vanaf 2015  
fijn stof (PM10)1   jaargemiddelde concentratie   40 µg / m³   vanaf 11 juni 2011  
  24-uurgemiddelde concentratie   max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg / m³   vanaf 11 juni 2011  

Tabel 4.6 Grenswaarden maatgevende stoffen Wml

In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) is bepaald in welke gevallen een project, vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit, niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³), of indien een project in een specifiek aangeduide categorie valt (zoals woningbouw met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen).

Besluit gevoelige bestemmingen

Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Met deze amvb wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' - zoals een school - in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor PM10 en NO2, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo'n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. Is (dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan is er geen bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone. Wel moet in die situaties de locatiekeuze goed gemotiveerd worden; dat gebeurt in de context van de goede ruimtelijke ordening.

Onderzoek

Op basis van de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkelingen van 492 mvt/etmaal (extern plus intern verkeer, inclusief 2% vrachtverkeer)  blijkt een toename van 0,59 ug/m3 NO2 en 0,10 ug/m3 fijn stof PM10. Dit is ruim onder de NIBM-grens van 1,2 ug/m3. Nadere toetsing is hiermee niet noodzakelijk.

Het plangebied ligt op circa 6,5 km van de rijksweg A44 en op circa 3 km van de provinciale wegen in de omgeving. Het plan hoeft dan ook niet getoetst te worden aan het Besluit gevoelige bestemmingen.

Conclusie

Er wordt ruimschoots voldaan aan de normen die gelden voor luchtkwaliteit en de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen ter plaatse. De Wet luchtkwaliteit staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

4.5 Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de realisatie van nieuwe functies zoals woningen en een hotel in de omgeving van bedrijvigheid:

  • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven;
  • ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd.

Om milieuhinder reeds in het ruimtelijk spoor te voorkomen wordt gebruik gemaakt van de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009). Hierin zijn richtafstanden opgenomen tussen milieubelastende activiteiten en het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Voor omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere richtafstanden. Van de richtafstanden kan conform jurisprudentie gemotiveerd worden afgeweken.

Onderzoek en conclusie

De Parallel Boulevard geldt als één van de ontsluitende wegen van Noordwijk (hoofdinfrastructuur).

In het plangebied is een functionele mix aanwezig van hotels met parkeergelegenheid. In de omgeving zijn hotels aanwezig, maar ook woningen en zakelijke dienstverlening.

In het plangebied zelf wordt ook in het noordelijke deel een mix van functies voorgestaan (restaurant, café, eventueel beperkte detailhandel) en een horeca-/congresfunctie met daarboven appartementen.

Het hele gebied wordt aangemerkt als gemengd gebied, door de grote hoeveelheid detailhandels-voorzieningen, horecafuncties en enkele bedrijven in de omgeving. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. In het bestemmingsplan Zeewaardig is het gebied ook met dit omgevingstype aangeduid.

Voor de nieuwe functies in het gebied gelden op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) de richtafstanden ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied'.


Functie  
SBI-code
2008  
SBI-code
1993  
Richtafstanden in m tov gemengd gebied   Afstand tot plangebied in m  
      Geur   Stof   geluid   gevaar    
hotel/ congrescentrum   5510   5511, 5512   0   0   0   0   0  
restaurant/cafetaria   561   553   0   0   0   0   0  
Café   563.1   554   0   0   0   0   0  
detailhandel brood   4724   5224   0   0   0   0   0  
detailhandel n.e.g.   47.A   52   0   0   0   0   0  
parkeerterrein/parkeergarage   5221.1   6321   0   0   10   0   0  
handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven   5451, 452, 454   501, 502, 504   0   0   10   0   0  

Tabel 4.7 Richtafstanden bedrijfsfuncties

De toelaatbaarheid in dit bestemmingsplan is gebaseerd op het plan Zeewaardig: bestemming Gemengd – 2. Het gaat hierbij om horeca in de categorieën 1, 2, 5 en 6. De horeca-categorieën zijn opgenomen in de begripsbepalingen. Onder categorie 1 wordt verstaan lichte, aan detailhandel gerelateerde horeca, zoals broodjeszaken en ijssalons. Categorie 2 betreft horeca in de vorm van een restaurant of cafetaria.

Van amusement, casino of muziekcafé zal vanwege de bestemmingsregels geen sprake zijn. Het betreft hier dus alleen de horeca met weinig negatieve invloed op het milieu en waarbij op grond van het Activiteitenbesluit geen melding behoeft te worden gedaan (categorie A). Voor discotheken geldt wel een meldingsplicht (categorie B) maar deze worden hier niet toegelaten.

Behalve voor geluid van het parkeren geldt een richtafstand van 0 m ten opzichte van omgevingstype 'gemengd gebied'. Hieraan wordt voldaan. Er is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- , leef- en verblijfsklimaat voor de bestaande en nieuwe gevoelige functies (woningen en hotels).

Ten noorden van het geprojecteerde appartementengebouw aan de Jan van Henegouwenweg ligt aan de Golfweg een bedrijfspand dat thans wordt gebruikt als opslagplaats voor motorvoertuigen. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan Zeewaardig waar de gronden de bestemming Bedrijven hebben ten behoeve van bedrijfsactiviteiten van categorie 1 en 2 zoals opgenomen in de bijlage bij de planregels: 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' dan wel activiteiten die naar hun aard en omvang gelijk zijn te stellen aan de genoemde categorieën. In de toelichting op het bestemmingsplan Zeewaardig wordt gemeld dat voor dit garagebedrijf op termijn (na beëindiging van het huidige gebruik) ook herontwikkeling is voorzien in het kader van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Gelet op de aard van de thans plaatsvindende activiteiten is er geen planologische beperking voor de nieuwe woonfunctie. Bouwkundig zal rekening worden gehouden met de aanwezigheid van het bedrijfspand. Hiertoe zal een berekening worden gemaakt om de noodzakelijke isolerende waarde van de aangrenzende gevel(s) van het appartementencomplex vast te kunnen stellen.

Aan de noordzijde van gebouw 3 van Residence Oranje ligt achter de vuurtoren de bebouwing van het Vuurtorenplein. Deze éénlaagse bebouwing bevat commerciële functies, zoals een boekhandel en enkele snackbars. Het plein zelf is gezien de ligging en de oppervlakte geschikt voor middelgrote en kleinschalige evenementen. In het bestemmingsplan Zeewaardig hebben de gronden van het plein een verkeersbestemming en de bebouwing is specifiek bestemd voor 'Gemengd' waarmee tal van functies zijn toegestaan. De bouwhoogte mag hier 4 meter bedragen.

Parkeergarage

De capaciteit in de parkeergarage bedraagt 495 parkeerplaatsen. Voor de beoordeling van het geluid van het parkeren is nagegaan welke omvang de verkeersbewegingen hebben bij de in- en uitrit aan de Parallel Boulevard. Deze berekening is niet vergelijkbaar met de berekening van de parkeerbalans of de verkeersgeneratie omdat uit wordt gegaan van het aantal bewegingen dat in de 'worst-case-'situatie op kan treden bij de in- en uitritten van de parkeergarage.

De totale verkeersgeneratie van Hotel en Residence Oranje aan zowel land- als zeezijde wordt bepaald door de nieuwe bewoners en door het aantal vervoersbewegingen voor groepsvervoer, taxi's, particuliere auto's en bedienend verkeer voor het hotel dat zowel aan de zeezijde als aan de landzijde Hotel Oranje zal kunnen bereiken. Voor de bezoekers geldt dat de hoofdingang van Hotel Oranje aan de zeezijde ligt en de aan- en afvoerroute via de Koningin Wilhelminaboulevard loopt.

Voor de bewoners van Residence Oranje en voor het grootste gedeelte van de hotelgasten wordt er van uitgegaan dat zij vanaf de landzijde dus via de parkeergarage hun bestemming bereiken of daar vandaan vertrekken. Uitgangspunt voor de berekeningen is een 'worst-case'- situatie dat de parkeergarage gedurende de dag volledig wordt gevuld, waarbij elke parkeerplaats een gemiddelde turnover kent van 1,5 per dag. Dit betekent dat gedurende de dag 740 voertuigen de parkeergarage inrijden en uitrijden. Ten aanzien van de inrit naar de parkeergarage en het verkeer dat hier de parkeergarage inrijdt (circa 740 mvt/etmaal) is akoestisch onderzoek uitgevoerd.

Het nader onderzoek naar de effecten van de ingang van de parkeergarage aan de Parallel Boulevard op de omgeving (zie bijlage 9) heeft daarnaast geleid tot de constatering dat bij de woning aan het Vuurtorenplein 47 (Roodkapje) aan de normen wordt voldaan. Ter plaatse van de woning aan de Parallel Boulevard 315 (Klein Duimpje) zullen echter bouwkundige maatregelen moeten worden getroffen om de geluidbelasting aan de zuidgevel en de westgevel te reduceren. In dit bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om bouwkundige maatregelen (geluidsscherm) te kunnen treffen.

Bij de analyse van de geluidshinder is het feit meegenomen dat de woning aan het huidige, open parkeerterrein grenst met het optredende geluid van dichtslaande deuren, startende en manoeuvrerende auto's. In de nieuwe situatie zullen de auto's onder het maaiveld, in de garage worden geparkeerd.

Onder het appartementengebouw aan de Jan van Henegouwenweg komt een ondergrondse parkeergarage, waarvan de in- en uitrit ter hoogte van de kruising van de Jan van Henegouwenweg met de Karel Doormanstraat zal liggen. Gelet op de geringe omvang van de parkeergarage en de afstand tot de bestaande woningen zal ook hier sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.6 Externe veiligheid

Toetsingskader

Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk:

  • bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.

In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Onderzoek en conclusie

Uit de gegevens van de risicokaart en het Basisnet blijkt dat er geen vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen plaatsvindt. Uit informatie van de risicokaart blijkt tevens dat er in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen zijn gesitueerd die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Er is dan ook geen verantwoording van het groepsrisico nodig.

Wel is het bestaande Hotel Oranje zelf een risicovolle inrichting, vanwege de opslag van 1.000 liter chloorbleekloog en 1.000 liter zwavelzuur (vloeistoffen die giftig gassen kunnen vormen). Het bedrijf valt niet onder het Besluit externe veiligheid maar onder het Activiteitenbesluit (inrichting type B). Als gevolg van de beoogde ontwikkeling verandert dit niet. Voor Hotel Oranje geldt in de huidige situatie en de toekomstige situatie geen PR 10-6 contour of veiligheidsafstand.

Op enige afstand ligt het sportfondsenbad, een risicovolle inrichting, vanwege de opslag van 2.000 liter chloorbleekloog en 1.000 liter zwavelzuur (vloeistoffen die giftig gassen kunnen vormen). Het bedrijf valt net als het Hotel Oranje niet onder het Besluit externe veiligheid, maar onder het Activiteitenbesluit (inrichting type B). Er geldt geen PR 10-6 contour of veiligheidsafstand.

Er wordt geconcludeerd dat het plan niet wordt beperkt door het aspect externe veiligheid.

4.7 Bodemkwaliteit

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

Onderzoek en conclusie

Door IDDS is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 10. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende:

Bovengrond

  • in de bovengrond zijn plaatselijk bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen;
  • op het maaiveld is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen;
  • in het opgeboorde bodemmateriaal is zintuiglijk en analytisch asbesthoudend materiaal aangetroffen op één locatie;
  • de bovengrond is zeer plaatselijk licht verontreinigd met lood, zink en PCB's en is niet verontreinigd met de overige onderzochte zware metalen, PAK en minerale olie.

Ondergrond

  • in de ondergrond zijn zeer plaatselijk bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen;
  • de ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte zware metalen, PCB's, PAK en minerale olie.

Grondwater

  • het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen en is niet verontreinigd met de overige onderzochte zware metalen, vluchtige aromaten, VOCl en minerale olie.

Bodemonderzoek

De gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. De bodemkwaliteit is geschikt voor de beoogde functies. In één van de boringen is een stukje hechtgebonden asbest aangetroffen op circa 0,5 meter beneden maaiveld. In de overige boringen is geen asbest aangetroffen. Hoewel het in dit geval kan gaan om een toevallig aanwezig stukje, kan het ook mogelijk zijn dat er meer asbest in de grond aanwezig is. Daarom is het noodzakelijk dat een verkennend asbestonderzoek (conform NEN5707) wordt uitgevoerd op het parkeerterrein. Het huidige verkennende bodemonderzoek en het verkennende asbestonderzoek vormen de basis voor zowel het bestemmingsplan als voor de aan te vragen omgevingsvergunning.

De overige geanalyseerde parameters voor grond en voor grondwater zijn niet noemenswaardig verontreinigd. Indien uit het asbestonderzoek in bodem blijkt dat er geen sprake is van asbest, zijn er vanuit milieu-hygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de beoogde plannen en is de bodemkwaliteit geschikt voor de beoogde functies.

Bij een aanvraag omgevingsvergunning zullen deze onderzoeken ter beoordeling worden ingediend bij de Omgevingsdienst west-Holland. Indien er dan grond wordt afgevoerd of toegepast op een locatie, dient dit plaats te vinden conform de van overheidswege gestelde regels.

4.8 Archeologie en cultuurhistorie

Onderzoek en conclusie

Volgens het gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologie ligt het gebied in Archeologisch Beleidsadviesgebied 3 met een onderzoeksplicht bij een bodemverstoring met een oppervlakte van minimaal 500 m2 en een diepte van 50 cm. Op grond hiervan dient voor de beoogde ontwikkelingen onderzoek te worden uitgevoerd om de daadwerkelijke archeologische waarden te bepalen. Er is een door IDDS archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de ontwikkelingen tussen de Koningin Wilhelmina Boulevard en de Parallel Boulevard, zie bijlage 11. Vanwege de aanwezigheid van bebouwing op de gehele locatie aan de Jan van Henegouwenweg kan er nu geen archeologisch veldonderzoek plaats vinden. Na sloop van de bebouwing zal dit onderzoek kunnen worden uitgevoerd.

 

Uit het onderzoek van de locatie tussen beide boulevards blijkt het volgende. Het plangebied wordt bedekt door Jonge duinen, waarbij onder de Jonge duinen restgeulafzettingen voorkomen. Op basis hiervan geldt voor het plangebied een lage verwachting op archeologische resten in en op een opgevulde geul van de Oude Rijn voor activiteiten die nauwelijks sporen achterlaten zoals scheepvaart en visserij. In de top van het zandpakket van de Jonge duinen kunnen de resten voorkomen van bewoning, industrie en landbouw. Uit de historische kaarten blijkt echter dat het plangebied tot in het begin van de 20e eeuw nog niet ontgonnen duingebied was. Pas vanaf de jaren '30 van de 20e eeuw is het terrein bebouwd geraakt en deze huizen zijn in de jaren '90 pas afgebroken. In de bovenste meters van de bodem in het plangebied kunnen daarom resten voorkomen van deze bebouwing. Het plangebied ligt op de Jonge duinen die in het plangebied een dikte bereiken van 6,0 tot 10,5 m.

Onder het pakket Jonge duinen komt, op een niveau van -0,2 tot 0,4 m NAP, een opgevulde geul van de Oude Rijn voor. De vulling van deze restgeul bestaat uit zandige klei met zand- en detrituslaagjes of uit grof zand met klei- en detrituslaagjes. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. De graafwerkzaamheden voor de geplande parkeergarage zullen reiken tot ongeveer 1,5 m NAP en dus binnen het pakket Jonge duinzand blijven. De nieuwe panden en de parkeergarage zullen worden onderheid en deze heipalen zullen vrijwel zeker reiken tot in of door de aangetroffen restgeulafzettingen. Omdat de archeologische verwachting voor het Jonge duinzand en de restgeulafzettingen laag is, zullen de betreffende werkzaamheden geen bedreiging vormen voor archeologische waarden.

De regioarcheoloog heeft in vervolg en met kennis van dit onderzoek de verwachtingen voor zowel de jonge duinen als het onderliggende landschap naar “laag” bijgesteld. Er is geadviseerd om ter plaatse van de onderzochte locatie geen dubbelbestemming archeologie op te nemen in het bestemmingsplan.

Cultuurhistorie

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het door het Rijk aangewezen beschermd

dorpsgezicht. In het plangebied zijn geen gebouwen of elementen aanwezig met cultuur-historische waarde en de aanwezige gebouwen zijn niet aangewezen als gemeentelijk monument of anderszins.

Aan de Parallel Boulevard zijn twee oorspronkelijke duinvilla's aanwezig genaamd 'Roodkapje' en 'Klein Duimpje'. Beide panden maken geen deel uit van geregistreerde cultuur-historisch waardevolle bebouwing. De beide villa's blijven buiten de ontwikkeling van Hotel en Residence Oranje. Er is bij het ontwerp van de nieuwe bebouwing wel rekening gehouden met de aanwezigheid van beide panden. Zo zal de bouwhoogte van gebouw 3 aan de zijde van de Parallel boulevard qua hoogte afnemen doordat gekozen is voor een terras-vormige bouw aan de zijde van beide villa's. Aan de Koningin Wilhelmina Boulevard is in het plangebied geen cultuur-historisch belangrijke bebouwing aanwezig.

Met de cultuur-historisch waardevolle Vuurtoren van Noordwijk aan de Koningin Wilhelmina Boulevard is uitdrukkelijk rekening gehouden. De bouwhoogte van gebouw 3 nabij de vuurtoren is lager dan de hoogte van de vuurtoren zelf en vanuit het zuiden zal over de voetgangerspromenade de vuurtoren prominent zichtbaar blijven omdat bij de projectie van de nieuwe bebouwing rekening is gehouden met de zichtlijn over de boulevard.

Conclusie

Het aspect archeologie is onderzocht en leidt niet tot beperkingen voor de uitvoering van het plan. Bij het opstellen van het ontwerp voor de herontwikkeling van het plangebied is rekening gehouden met de aanwezigheid van de vuurtoren en de twee duinvilla's aan de Parallel Boulevard.

4.9 Water

Waterbeheer en watertoets

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap van Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling.

Huidige situatie waterhuishouding

Het plangebied ligt in de kern Noordwijk aan Zee. Momenteel is het plangebied verhard in de vorm van een hotel inclusief terreinverharding en parkeerterrein.

De bodem bestaat ter plaatse uit zandgrond. Volgens de Bodemkaart van Nederland (www.bodemdata.nl) is ter plaatse van het plangebied sprake van grondwatertrap IIb. Dat betekent dat van nature de gemiddeld hoogste grondwaterstand hier varieert tussen 0,25 en 0,4 m beneden maaiveld en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 0,5 en 0,8 m beneden maaiveld.

Binnen of direct langs het plangebied bevindt zich geen open water. Het plangebied valt buiten de Kernzone van de duinenrij. Wel valt het plangebied binnen de beschermingszone van de duinenrij. Binnen de beschermingszone gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. De bebouwing en verharding in de omgeving van het plangebied zijn aangesloten op een gemengd rioolstelsel. Het plangebied ligt daarnaast niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

Ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot beleid

Waterkwantiteit

In de huidige situatie is het plangebied reeds volledig verhard. Er is dan ook geen sprake van een toename aan oppervlakteverharding. Watercompensatie is dan ook niet aan de orde.

Watersysteemkwaliteit en ecologie

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK's-houdende bouwmaterialen.

Veiligheid en waterkeringen

Constructies in, op of nabij een waterkering vormen een potentieel gevaar voor de primaire functie van de waterkering. Niet alleen kan bebouwing het waterkerend vermogen negatief beïnvloeden, ook kan het toekomstige dijkverzwaring in de weg staan. Het waterkerend vermogen van een dijk wordt bepaald door de kruinhoogte, de fundering, alsmede de stabiliteit en de waterdichtheid van het beklede dijklichaam. De aanwezigheid van bebouwing kan de faalmechanismen en daarmee het waterkerend vermogen negatief beïnvloeden. Het hoogheemraadschap heeft daarom bouwactiviteiten in de waterkering in haar Keur in beginsel verboden. Indien activiteiten plaatsvinden die in strijd zijn met het belang van de kering (bijvoorbeeld bouwwerken, kabels en leidingen, verhardingen, beplantingen, etc.) moet een watervergunning op basis van de Keur aangevraagd worden bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Omdat het waterkeringbelang niet het enige belang is en bouwwerken in sommige gevallen verenigbaar zijn met een veilige waterkering, kan het hoogheemraadschap via een vergunning ontheffing verlenen van dit verbod. Bij de realisatie van de parkeergarage wordt rekening gehouden met de waterkering, de constructie van de parkeergarage wordt buiten de waterkering gehouden.

Riolering en afkoppelen

Overeenkomstig het rijksbeleid (de voorkeursvolgorde uit Wm art 29 a en de doelmatigheidsdoelstelling uit het bestuursakkoord waterketen 2007) geeft Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat:

  • a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
  • b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
  • c. afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater;
  • d. huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd;
  • e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d:
    • 1. zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt;
    • 2. lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht;

De gemeente kan gebruikmaken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan.

Overeenkomstig het bouwbesluit zal de nieuwbouw worden voorzien van gescheiden vuilwater en regenwater afvoer systeem. Het vuilwater wordt aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel onder de Parallel Boulevard. Het regenwater wordt aangesloten op een infiltratie inrichting welke op eigen terrein wordt gerealiseerd.

De gemeente voert een afkoppelingsbeleid waarbij indien mogelijk zoveel mogelijk regenwater lokaal wordt verwerkt. Op basis van het grondwateronderzoek en de (on)mogelijkheid tot het infiltreren van het regenwater zullen gemeente en ontwikkelaar in overleg gaan over de wijze van verwerken van het regenwater afkomstig vanuit deze ontwikkeling. Uitgangspunt is dat een bestaande infiltratiecapaciteit minimaal wordt gehandhaafd en afgestemd op de technische grondwatermogelijkheden wordt vergroot.

Zorgplicht en preventieve maatregelen voor hemelwater

Voor de behandeling van hemelwater wijst Rijnland op de zorgplicht en op het nemen van preventieve maatregelen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan maatregelen bij de bron. Preventie heeft de voorkeur boven 'end-of-pipe' maatregelen. Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater mag veroorzaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen. Door bijvoorbeeld:

  • a. duurzaam bouwen;
  • b. het toepassen van berm- of bodempassage;
  • c. toezicht en controle tijdens de aanlegfase en handhaving tijdens de beheerfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen;
  • d. het regenwaterriool uit te voeren met (straat)kolken voorzien van extra zand-slibvang of zakputten (putten met verdiepte bodem) op tactische plekken in het stelsel;
  • e. adequaat beheer van straatoppervlak, straatkolken en zakputten (straatvegen en kolken/putten zuigen);
  • f. het toepassen van duurzaam onkruidbeheer;
  • g. de bewoners, gebruikers en beheerders voor te lichten over de werking van de riolering en een juist gebruik hiervan;
  • h. het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en repareren en chemische onkruidbestrijding.

Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of – als laatste keus – aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente in overleg met het waterschap kiezen voor een generieke 'end-of-pipe'-aanpak. Deze keuze moet dan expliciet gemaakt worden in het GRP.

Water en Waterstaat in het bestemmingsplan

In het bestemmingsplan wordt voor waterkeringen (kernzone) inclusief de beschermingszones een zogenaamde dubbelbestemming opgenomen, deze heeft de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' toebedeeld gekregen.

Geotechnisch- en geohydrologisch onderzoek

Er worden twee nieuwe parkeergarages gerealiseerd: een dubbellaagse parkeergarage tussen het Vuurtorenplein en het Schuitengat en een enkellaagse parkeergarage onder de appartementen aan de Jan van Henegouwenweg. De maximale diepte van de constructies bedraagt respectievelijk circa NAP +2 m en NAP +4,5 m. De kelders tussen het Vuurtorenplein en het Schuitengat sluiten aan op de reeds aanwezige kelder onder Hotel Oranje (circa NAP +3,5 m) en de daarnaast gelegen kelder onder de Heemborgh (twee-laags).

Als gevolg van de aanleg van de kelders kan een eventuele grondwaterstroming deels worden geblokkeerd (barrièrewerking). Om eventuele barrièrewerking vast te kunnen stellen is inzicht gewenst in de grondwaterstroming, bodemopbouw en inrichting. Op basis van deze gegevens kan, met behulp van een grondwateranalyse/-model, worden vastgesteld of er in de toekomst barrièrewerking van de nieuwe kelders optreedt en wat mogelijke (voorzorg) maatregelen zijn. Zie bijlage 12 (PM- in bewerking)

Conclusie

De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.10 Ecologie

Onderzoek

Gebiedsbescherming

Natura 2000

Vanwege de nabijheid van de Natura 2000-gebieden Kennemerland-zuid (ten noorden van Noordwijk) en Coepelduynen (ten zuiden van Noordwijk) is aan de hand van een voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 onderzocht of de beoogde ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft voor dit gebied. Centraal staat de vraag of er ten aanzien van de instandhoudingsdoelen van deze Natura 2000-gebieden een kans op een significant negatief effect is. Deze voortoets is opgenomen in bijlage 13. De conclusie van deze voortoets is in deze paragraaf beschreven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0019.png"

Figuur 4.8 Natura 2000-gebied ten noorden van Noordwijk

Algemeen

De ingreep vindt plaats binnen bestaand bebouwd gebied op minimaal 500 meter vanaf Natura 2000. Effecten als areaalverlies, versnippering en verandering waterhuishouding zijn daarom niet aan de orde.

Geluid

Tijdens de aanlegwerkzaamheden zal sprake zijn van een tijdelijke toename van de geluidsbelasting op omgeving. Deze toename is echter gering en tijdelijk en zal zeker niet leiden tot significante verstoringseffecten.

Recreatiedruk

De toevoeging van enkele honderden recreanten aan de bestaande bezoekersaantallen in het duingebied van honderdduizenden bezoekers zal een verwaarloosbaar effect hebben op de verstoring van de kwalificerende habitattypen en soorten. Significante verstoringseffecten worden geheel uitgesloten.

Stikstofdepositie

Onderzocht is in welke mate de nieuwe ontwikkeling en de toename van de verkeersgeneratie enig effect in de vorm van extra stikstofdepositie kan sorteren op de Natura 2000 gebieden in de omgeving.

De verkeerstoename is het gevolg van bewoners en bezoekers van de nieuwe appartementen en de hotelgasten. Er is sprake van een verkeersafname ten gevolge van de vermindering van de oppervlakten voor de horeca (openbaar toegankelijke restaurants) en congresruimten. In de analyse van de verkeersgeneratie in paragraaf 4.2 is aangegeven over welke wegen het verkeer zich in Noordwijk verdeelt. Per saldo is er een verkeersafname op de Northgodreef en een verkeerstoename op de Quarles van Uffordstraat, Van Panhuysstraat en Van de Mortelstraat en op de Oude Zeeweg en Beeklaan. Behalve op de Northgodreef wikkelt het verkeer zich op relatief grote afstand van de stikstofgevoelige habitattypen af. Ook gaat het verkeer snel op in het verkeersbeeld, vanwege de reeds hoge verkeersaantallen op de ontsluitende wegen. De mogelijke stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is berekend (zie bijlage 2 van bijlage 13) en geeft de volgende waarden:

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0020.png"

* depositie ten gevolge van verkeer bewoners

** depositie ten gevolge van verkeer toeristische bezoekers

Tabel 4.9 Stikstofdepositie op toetsingspunten

Uit een berekening van de stikstofdepositie is ook gebleken dat vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie niet optreden. In Kennemerland-Zuid is sprake van een afname van de depositie en de toename in Coepelduynen is dermate gering, 0,02 mol N/ha/jr. dat dit geen significant negatief effect heeft.

Op basis van de voortoets worden significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen uitgesloten. Het is niet noodzakelijk een Natuurbeschermingswetvergunning aan te vragen. Wel wordt geadviseerd om deze voortoets ter instemming aan de provincie Zuid-Holland voor te leggen

Overige gebieden

Het plangebied maakt geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De EHS ligt buiten de kern Noordwijk en bestaat op kortste afstand vanuit de kern uit de gebieden Coepelduynen en Kennemerland-Zuid, beide Natura 2000-gebieden.

Belangrijke weidevogelgebieden liggen op circa 2,8 km afstand van het plangebied. Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn.

Aangezien de EHS hier overeenkomt met de Natura 2000-gebieden zijn de effecten gelijk (zie hiervoor). Vanwege de afstand zijn negatieve effecten op weidevogels uit te sluiten.

Soortenbescherming

In het kader van de ontwikkeling is een veldbezoek gebracht aan de locatie. Op basis van dit bezoek is een quickscan opgesteld (zie bijlage 14) over de mogelijke aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten binnen het plangebied. Uit de quick scan blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen en broedvogels ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied niet zijn uit te sluiten. De aanwezigheid van overige diersoorten is gezien de biotoop van het plangebied niet te verwachten.

In 2015 is nader onderzoek naar vleermuizen en broedvogels uitgevoerd (zie bijlage 15). Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in het gebied gewone dwergvleermuizen foerageren, maar dat er geen vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn. Gedurende en na realisatie van de plannen kan deze soort er blijven vliegen. Effecten op vleermuizen worden derhalve uitgesloten. Broedvogels zijn niet aangetroffen.

Bij de uitvoering van de grondwerkzaamheden kunnen maatregelen worden genomen om te voorkomen dat (her)vestiging of (her)kolonisatie van beschermde soorten kan plaatsvinden, daarvoor kan het terrein regelmatig worden gemaaid, zodat er geen (natuurlijke) houtige beplanting kan groeien. Ook het vlak houden van het terrein kan de (her)vestiging van soorten tegengaan. Daarnaast is het dagelijks gebruik van het terrein een vorm van verstoring om (her)vestiging van beschermde soorten tegen te gaan. Echter verstoring mag alleen worden toegepast ter voorkoming van de (her)vestiging van soorten en niet ter bestrijding van al aanwezige soorten. Zo kan bijvoorbeeld voorkomen worden dat de in de duingebieden aanwezige rugstreeppad (die namelijk aangetrokken wordt door grondwerkzaamheden) zich vestigt, door de werkzaamheden naadloos op elkaar te laten aansluiten en/of het plangebied voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden volledig af te schermen met antiworteldoek (hoogte 40-50 cm en 5 cm in de grond).

Tijdens werkzaamheden dient daarnaast rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Ffw wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron: website vogelbescherming).

Het aspect ecologie staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.11 Vormvrije MER-beoordeling

Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit

ruimtelijke ordening moet het plan ook worden getoetst aan het Besluit milieueffectrapportage (Besluit

m.e.r.). Om te bepalen of een m.e.r.beoordeling noodzakelijk is, moet worden nagegaan of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn.

Het plan is als activiteit D.11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject) terug te vinden in onderdeel D,

uit de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. Maar dit geldt alleen indien het de bouw zou betreffen van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Een m.e.r.-beoordeling is daarom niet verplicht.

Wel is als vormvrije m.e.r.-beoordeling op basis van artikel 2, lid 5 Besluit milieueffectrapportage nagegaan of het project leidt tot nadelige effecten in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

In dat kader is een voortoets uitgevoerd, zie bijlage 11. Een m.e.r.-beoordeling is verder niet noodzakelijk. Dit aspect levert geen planologische belemmeringen op.

Conclusie

Uit de beoordeling blijkt dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk is. Er is een voortoets uitgevoerd met betrekking tot stikstofdepositie. Het resultaat hiervan is dat er geen nadelige effecten in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden zullen optreden.

4.12 Windhinderonderzoek

Medio 2014 is door Van Zanten raadgevende ingenieurs B.V. (ZRi) een windhinderonderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is inzicht te krijgen in het te verwachten windklimaat in de nieuwe situatie en met name de veranderingen in het windklimaat ten opzichte van de huidige situatie. ZRi heeft het onderzoek naar het windklimaat uitgevoerd door middel van CFD (computational fluid dynamics). Bijlage 16 bevat de uitgangspunten van het onderzoek.

Voor het bepalen van de windsnelheden die optreden is gebruik gemaakt van een rekenpakket voor computational fluid dynamics (CFD) waarmee stromingen van massa, volume en energie kunnen worden gesimuleerd. Onderdeel van dit pakket is een 3D modelleer programma waarmee een model wordt gemaakt van de stedelijke omgeving met alle randvoorwaarden, zoals de ruwheid en het windprofiel. Omdat bij windsimulaties er geen randvoorwaarden zijn die variëren over de tijd, zijn 12 tijdsonafhankelijke simulaties uitgevoerd, voor 12 windrichtingen, conform NEN 8100.

Toetsingskader

Hinder van wind is uiteraard afhankelijk van de windsterkte en -richting, maar ook van de activiteiten dien men op dat moment onderneemt. Om die reden worden de eisen aan windhinder onderverdeeld in drie categorieën van activiteiten, namelijk Doorlopen (trottoirs, voetpaden enz.), Slenteren (pleinen, winkelpromenades) en Langdurig zitten (bijv. terrassen).

Windhinder is geen enkele situatie geheel uit te sluiten. Bij harde wind of storm is windhinder onvermijdelijk. Om die reden worden de eisen aan windhinder gekoppeld aan een overschrijdingskans (in procenten van het aantal uren per jaar) dat de windsnelheid boven een zekere drempelwaarde uitkomt. Deze drempelwaarde is in NEN 8100 vastgesteld op 5,0 m/s. Dit beoordelingscriterium komt globaal overeen met een windkracht van 4 Beaufort en hoger.

Toetsingskader is dat loopkwaliteit op de openbare wegen en trottoirs kan worden gegarandeerd en nergens windgevaar optreedt, mits dit in de huidige situatie ook het geval is. Indien in de huidige situatie een overschrijding optreedt, geldt de huidige waarde als eis.

Onderstaand figuur 4.11 geeft zowel toetsingsgebied voor de windstudie weer als de resultaten van de vergelijking van de bestaande situatie met de nieuwe situatie. Lichtblauw is het gebied bestemd voor doorlopen, donkerblauwe is slenteren en groen is verblijven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0575.BPZWhvoranje-VO01_0021.png"

figuur 4.10 Vergelijking windklimaat oude situatie en nieuwe situatie

Resultaten en conclusie

De resultaten van het onderzoek (zie bijlage 17) naar het windklimaat zijn, samengevat, als volgt:

  • a. Het windklimaat op de Koningin Wilhelmina Boulevard en bij de twee woningen achter het hotel verbetert. Dit is te verklaren door de hogere bebouwing die meer wind tegenhoudt en afremt.
  • b. Het windklimaat aan de Parallel Boulevard blijft gelijk, dit geldt tevens voor de kwaliteitsklasse van het windklimaat direct voor de balkons van de Parallelflat.
  • c. Het windklimaat in het Schuitengat en op de kruising Schuitengat/Parallel Boulevard verslechtert enigszins. Er is echter geenszins sprake van een 'venturi-effect' met een onaanvaardbare verslechtering van het windklimaat. Het windklimaat in het Schuitengat en iets verderop bij de kruising met de Parallel Boulevard, voldoet ook in de nieuwe situatie nog aan het criterium Matig/Goed onder de klassering als doorloopgebied conform NEN 8100.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de planregels. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:

  • inleidende regels;
  • bestemmingsregels;
  • algemene regels;
  • overgangs- en slotregels.

5.2 Planvorm

Voor de ontwikkeling van de locatie is een volledig bouwplan uitgewerkt. Hierover is in 2013 met omwonenden en overige belanghebbenden uit de directe omgeving uitvoerig overleg gevoerd. Omdat het bouwplan bekend is, hierover ook met de wijkvereniging overeenstemming is bereikt, en ook het vigerende bestemmingsplan Zeewaardig een hoge mate van detaillering kent is gekozen voor een specifieke bestemmingsregeling met aanduidingen van de bouwgrenzen en bouwhoogten op de verbeelding. De keuze voor de soort bestemming is bepaald op grond van de huidige bestemmingsregeling: Gemengd - 2.

Het bestemmingsplan voorziet dus in een directe titel voor het bouwplan.

5.3 Opbouw regels

5.3.1 Inleidende regels

In dit hoofdstuk zijn de begrippen en wijze van meten conform SVBP2012 opgenomen.

Peil

Als gevolg van het hoogteverschil in het plangebied is er voor gekozen om het peil van de gebouwen te relateren aan een vast punt ten opzichte van N.A.P. Voor de gebouwen aan de Koningin Wilhelmina Boulevard is het peil gerelateerd aan het punt ter plaatse van de voet van de Vuurtoren op de promenade van de Koningin Wilhelmina Boulevard. De punt ligt op +10.28 m N.A.P.

Het peil voor de nieuwe appartementen aan de Jan van Henegouwenweg is gerelateerd aan de huidige hoogte van de drempel van het Strandhotel aan de Parallel Boulevard. In de overeenkomst met de wijkvereniging is namelijk afgesproken dat de begane grond vloer van de nieuwbouw op dezelfde hoogte zal liggen. Dit punt bevindt zich +7,50 m N.A.P.

Voor beide aparte peilgebieden is op de verbeelding een specifieke aanduiding opgenomen.

De hoogtematen van gebouwen zijn aan deze punten gerelateerd, zodat er duidelijkheid is over de hoogte van de gebouwen. Ten behoeve van de leesbaarheid zijn twee dwarsdoorsneden van het gebied opgenomen in bijlage 18 en 19 van de plantoelichting.

5.3.2 Bestemmingsregeling

Gemengd – 2

Het nieuwe complex heeft net als in het vigerend bestemmingsplan de bestemming Gemengd – 2. Hierin zijn dezelfde functies toegestaan als in het vigerende bestemmingsplan. Het gaat hierbij om horeca in de categorieën 1, 2, 5 en 6. De horeca-categorieën zijn opgenomen in de begripsbepalingen. Onder categorie 1 wordt verstaan lichte, aan detailhandel gerelateerde horeca, zoals broodjeszaken en ijssalons. Categorie 2 betreft horeca in de vorm van een restaurant of cafetaria. Categorie 5 betreft horecazaken in de vorm van zaalaccommodaties en congresruimtes. Categorie 6 heeft ten slotte betrekking op hotels. Van amusement, casino of muziekcafé is hier geen sprake. Het betreft hier horeca waar voedingsmiddelen voor derden worden bereid met beperkte invloed op het milieu en waarbij op grond van het Activiteitenbesluit (categorie B) melding moet worden gedaan. Voor discotheken geldt overigens ook een meldingsplicht (categorie B) maar deze worden hier niet toegelaten.

Naast horeca is binnen de bestemming Gemengd – 2 ook detailhandel toegestaan. Het betreft hierbij kleinschalige detailhandelsvestigingen met een maximum verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m2.

Ten slotte zijn binnen de bestemming Gemengd-2 woningen toegestaan. Deze woningen mogen uitsluitend op de verdieping worden gerealiseerd, maar bergingen, entrees, opgangen en trappenhuizen behorende bij de woningen zijn ook op de begane grond toegestaan. Bij de woningen zijn aan huis-verbonden-beroepen en –bedrijven toegestaan. Hiervoor is in de bestemmingsregeling een specifieke bepaling opgenomen.

De goot- en bouwhoogten zijn met precisie bepaald op basis van het voorlopig schetsontwerp van de gebouwen. De architectonische complexiteit van het ontwerp die past bij de Noordwijkse stijl met soms terrasvormige opbouw en terugliggende delen van het gebouw, zoals loggia's, heeft geleid tot een patroon van hoogtelijnen voor het aanduiden van de verschillende verdiepingen van de gebouwen. In het midden van de gebouwen staat tevens voor het hoogste punt de maximale nokhoogte vermeld.

In vervolg op de gemaakte afspraak met de omgeving is afgezien van een gangbare afwijkingsmogelijkheid van 10% op de in het bestemmingsplan aangegeven maten.

De goot- en nokhoogten voor de bouwvlakken zijn gerelateerd aan nauwkeurig bepaalde peillocaties: ten behoeve van Hotel Oranje en Residence Oranje op de locatie voor de Vuurtoren op de promenade van de Koningin Wilhelmina Boulevard en ten behoeve van de appartementen aan de Jan van Henegouwenweg de drempelhoogte van de huidige vooringang van het Strandhotel aan de Parallel Boulevard.

Bouwregels

Hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Een uitzondering hierop betreft de ondergrondse parkeergarage; deze mag ook daarbuiten worden gebouwd, maar alleen op gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'parkeergarage'.

De bouw- en goothoogte van gebouwen is weergegeven op de verbeelding. De exacte hoogtematen van het bouwplan zijn op de verbeelding gerelateerd aan het peil en naar boven afgerond op hele meters. De parkeergarage blijft onder het aangegeven peil en behoeft geen hoogteaanduiding. Overige bouwwerken mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. Hiervoor zijn specifieke regels opgenomen in de bestemming.

Verkeer

De gronden van de Koningin Wilhelmina Boulevard, het Schuitengat en een deel van de Parallel Boulevard zijn bestemd als Verkeer. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor wegverkeer voor ten hoogste twee rijstroken, wijkontsluitingswegen, woonerven, voet- en fietspaden, kruisende infrastructuur en alle bij die bestemming horende voorzieningen, bijvoorbeeld parkeervoorzieningen of wind- of geluidwerende voorzieningen.

Binnen de verkeersbestemming zijn ook terrassen toegestaan waar de bestemming Verkeer grenst aan horecabedrijven binnen de bestemming Gemengd. Ook is een regeling opgenomen voor evenementen. Hierbij zijn kleine evenementen zonder meer toegestaan binnen de bestemming, voor middelgrote en grote evenementen zijn locaties aangewezen in de regels.

Wonen

Het appartementencomplex aan de Jan van Henegouwenweg heeft de bestemming Wonen. Binnen deze bestemming zijn gestapelde woningen toegestaan met aan huis verbonden beroepen en bedrijven. Daarnaast is een (ondergrondse) parkeergarage toegestaan.

De hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. De ondergrondse parkeergarage mag ook buiten het bouwvlak worden gebouwd wanneer de gronden zijn voorzien van een nadere aanduiding. Tevens mogen buiten het bouwvlak overige bouwwerken worden gebouwd.

Waarde – Archeologie

In het archeologisch onderzoek, zoals beschreven in paragraaf 4.8, zijn alleen de gronden betrokken die bij deze planontwikkeling zijn betrokken. Op 27 maart 2014 heeft de regioarcheoloog in Katwijk geadviseerd op het IDDS-rapport 1630 dat is doorvertaald in dit voorontwerp bestemmingsplan. Op basis van de rapportage zijn de verwachtingen voor zowel de jonge duinen als het onderliggende landschap naar laag bijgesteld. De archeoloog heeft daarom geadviseerd om geen dubbelbestemming archeologie op te nemen in het bestemmingsplan. De openbare gronden, die in het bestemmingsplan de bestemming Verkeer hebben gekregen zijn echter buiten dit onderzoek gelaten. Dat betekent dat deze gronden dus niet zijn vrijgegeven ten aanzien van de archeologische waarde ter plaatse. Op deze gronden is daarom op de verbeelding toch nog de dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen. Ter bescherming van de archeologische waarde zijn ter plaatse niet direct bouwwerken of werkzaamheden toegestaan. Deze zijn uitsluitend na verlening van een omgevingsvergunning toegestaan. Voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning dient door middel van een archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn of worden geschaad.

Waterstaat – Waterkering

Ten behoeve van de waterkerende functie van de duinen en de boulevard is de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering opgenomen. Binnen deze bestemming mogen in principe geen bouwwerken worden gebouwd. Bouwen binnen deze dubbelbestemming is uitsluitend toegestaan indien het waterstaatbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad.

5.3.3 Algemene regels

Dit hoofdstuk bevat de antidubbeltelregel, algemene bouwregels, en overige regels, zoals de aanvullende werking van de bouwverordening en werking wettelijke regelingen. Het eerste standaardartikel is bindend voorgeschreven voor ieder bestemmingsplan.

5.3.4 Overgangsrecht en slotregel

In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt de citeerwijze van de regels van het plan voorgeschreven.

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie van het project zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Het bouwproject wordt gefinancierd uit eigen middelen van de initiatiefnemer.

Op grond van artikel 6:12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zijn plannen aangewezen waarvoor een dergelijk exploitatieplan moet worden opgesteld. Voor dit plan dient een exploitatieplan te worden vastgesteld.

Artikel 6:12, lid 2 geeft aan dat de gemeenteraad kan besluiten géén exploitatieplan vast te stellen indien:

  • a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is
  • b. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en
  • c. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

In onderhavige situatie wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden, omdat het kostenverhaal van het project geregeld zal worden in een anterieure overeenkomst.

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1 Planvormingsproces

Voorgeschiedenis en motie 'Kaders'

In 2010 is gestart met de ontwikkeling van plannen voor de vergroting van Hotel Oranje, het verder uitbouwen van de congresfunctie met een 'Noordwijk International Convention Center' (NICC) en de realisering van 'Residence Oranje', een hoogwaardig appartementengebouw. Een in 2012 gepresenteerd stedenbouwkundig plan leidde vooral vanwege de hoogte (circa 15 bouwlagen) en massaliteit van de bebouwing ten noorden van het Schuitengat (circa 40.000 m2) tot veel protesten vanuit de omwonenden. Hierop is het plan in november 2012 ingetrokken.

Op 27 februari 2013 zijn door de gemeenteraad 'kaders' vastgesteld waaraan een nieuw bouwplan moet voldoen. Hierop volgend overleg tussen het College van B&W en Hotels van Oranje heeft geleid tot een 'Gezamenlijke verklaring' van Burgemeester en Wethouders en Hotels van Oranje d.d. 27 maart 2013. Beider doel is om te komen tot een passende bouw ontwikkeling die recht doet aan de noodzakelijke kwaliteitsslag voor de Koningin Wilhelmina Boulevard.

Afgesproken is om gezamenlijk te komen tot een plan op basis van de vastgestelde 'kaders', waarbij gestreefd wordt naar een zo breed mogelijk maatschappelijk gedragen planontwikkeling en waarbij het realiseren van 10 bouwlagen die in de vastgestelde kaders werd toegestaan, geen doel op zich is.

Tijdens de raadsvergadering van 28 maart 2013 is vervolgens unaniem een motie aangenomen waarin is uitgesproken dat de 'Gezamenlijke verklaring' wordt ondersteund, en waarin het College van B&W wordt opgedragen met Hotels van Oranje te komen tot een zo breed mogelijk maatschappelijk gedragen planontwikkeling op basis van de vastgestelde kaders van februari 2013.

Breed maatschappelijk draagvlak

Om te komen tot een zo breed mogelijk maatschappelijk gedragen planontwikkeling is Hotels van Oranje voorafgaand aan en tijdens de planvorming in overleg getreden met diverse maatschappelijke organisaties.

Totaal zijn er enkele tientallen overlegsessies geweest. Dit intensieve proces met een open dialoog heeft geleid tot veel aanpassingen en een grote mate van bekendheid met de inhoud van dit project, welke zal bijdragen aan een breed draagvlak.

Uiteindelijk heeft dit (onder andere) geleid tot:

  • een akkoord met de Wijkvereniging 'Het Oude Zeedorp' overeenkomstig het besluit van de ALV d.d. 12 november 2013 en resulterend in een overeenkomst d.d. 15 januari 2014 (zie bijlage 4). Deze vereniging behartigt de belangen van de wijkbewoners en het behoud van de leefbaarheid in en rondom het oude zeedorp en telt circa 300 leden;
  • een akkoord vanuit de ALV van de Vereniging van Eigenaren Heemborgh (280 leden) d.d. 15 november 2013;
  • een akkoord vanuit de ALV van de Noordwijkse Ondernemers Vereniging (circa 500 leden) d.d. 2 december 2013.

Voor het overzicht van de ontwikkeling van het plan, het overleg met de maatschappelijke organisaties, de aanpassingen aan het plan en de besluitvorming ter zake wordt verwezen naar bijlage 20.

7.2 Inspraak en overleg

Na het uitgebreide voorbereidend proces is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan zal als voorontwerpbestemmingsplan worden toegezonden aan de diverse overlegpartners. Deze worden gedurende 6 weken in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven. Tevens wordt het voorontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld een inspraakreactie in te dienen.

Deze opmerkingen en inspraakreacties zullen worden beantwoord en verwerkt in het ontwerp- bestemmingsplan, dat vervolgens gedurende 6 weken ter visie wordt gelegd. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen worden ingediend.

7.3 Handhavingsaspecten

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden.

In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels.

Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op de lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien.

In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen.

Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging.

De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.

Hoofdstuk 8 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro zal het voorontwerpbestemmingsplan worden toegezonden aan de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Zij hebben zes weken de tijd om in het kader van het vooroverleg te reageren op het voorontwerpbestemmingsplan.