direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Oudewater en landelijk gebied Hekendorp en Papekop
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0589.BVOudewater-BVA1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moeten gemeenten over actuele bestemmingsplannen, dat wil zeggen niet ouder dan 10 jaar, beschikken. Tevens dienen ruimtelijke plannen opgesteld te zijn conform de wettelijke standaarden en digitaal raadpleegbaar te zijn. De geldende bestemmingsplannen voor de binnenstad en de kern Oudewater alsmede het Landelijk Gebied Hekendorp en Papekop zijn ouder dan 10 jaar.

De gemeente Oudewater is daarom bezig met de voorbereidingen van het opstellen van drie nieuwe bestemmingsplannen: Binnenstad, Kern en Landelijk Gebied Hekendorp en Papekop. Voor de binnenstad wordt daarbij een bestemmingsplan opgesteld met een zogenoemde 'verbrede reikwijdte'. Hiermee sorteert de gemeente voor op de nieuwe Omgevingswet.

Gelet op de doorlooptijd van de verschillende bestemmingsplanprocedures en de wens om toch te blijven voldoen aan de actualiseringsplicht uit de Wro zal een in de tussenliggende periode een beheersverordening vastgesteld worden. Voorliggend document betreft deze beheersverordening.

1.2 Waarom een beheersverordening ?

Om een actueel planologisch kader te behouden is een beheersverordening een snellere oplossing dan een bestemmingsplan, omdat deze op een kortere termijn in werking kan treden. Daarnaast gaat het in een beheersverordening uitsluitend om de bestaande situatie. Daarbij betreft het niet alleen de ‘waarneembaar’ bestaande situatie (dat wil zeggen dat wat feitelijk aanwezig is of nog kan worden gebouwd op basis van een vergunning), maar ook de planologisch bestaande situatie. Uiteraard zijn bestaande illegale situaties niet opgenomen in de beheersverordening. In de regels bij deze beheersverordening is namelijk het belangrijke begrip 'bestaand' opgenomen. Illegale situaties worden niet als bestaand gezien.

1.3 Waaruit bestaat deze beheersverordening ?

Kort gezegd bestaat een beheersverordening uit een verbeelding van het verordeningsgebied en regels. Meer concreet gaat het om:

  • een zogenaamd object dat bestaat uit het gebied waarop de verordening betrekking heeft (het verordeningsgebied);
  • één of meer objecten binnen het gebied (besluit(sub)vlakken);
  • regels die gekoppeld zijn aan het besluitgebied en/of de objecten binnen het besluitgebied en die gericht zijn op het beheer van het gebied;
  • regels die gaan over gebruiken, bouwen, aanleggen en slopen, afwijken met een omgevingsvergunning en overgangsrecht.

De beheersverordening gaat vergezeld van een toelichting. Deze motiveert in ieder geval de keuze voor het instrument (zie hierboven), welke aspecten zijn uitgezocht, etc. De toelichting bevat ook een uitleg van de regeling.

1.4 Wat regelt deze beheersverorening ?

Het belangrijkste uitgangspunt voor deze beheersverordening is dat deze de bestaande legale situatie (inclusief overige, voorheen toegelaten functies) vastlegt. Een beheersverordening mag in principe geen 'ruimtelijke ontwikkelingen' bevatten.

De beheersverordening legt de situatie van bebouwing en gebruik vast door middel van een algemene regeling voor het hele verordeningsgebied, waardoor een eenvoudige regeling mogelijk is. Voor zover nodig is een nader specificatie en/of detaillering aangebracht door middel van besluit(sub)vlakken op de kaart of specifieke bepalingen in de regels. In de volgende paragraaf worden hiervan voorbeelden gegeven.

1.5 Hoe werkt de beheersverordening ?

De beheersverordening moet digitaal worden opgesteld volgens de Praktijkrichtlijn Gebiedsgerichte Besluiten. De verordening wordt door de gebruiker daarom via een digitaal platform (meestal de website www.ruimtelijkeplannen.nl) benaderd. Digitaal gezien zijn er verschillende vlakken zichtbaar, namelijk het besluitgebied, de besluitvlakken en eventueel de besluitsubvlakken. Hierna volgt een korte omschrijving van wat deze vlakken regelen:

  • Besluitgebied. Het besluitgebied is het gebied waarvoor de beheersverordening van toepassing is. De regelingen die niet specifiek gekoppeld zijn aan een besluitvlak of een besluitsubvlak, zijn van toepassing op het hele besluitgebied. De regels zijn gericht op het behouden van de bestaande situatie. Het besluitgebied betreft in deze verordening het gebied dat is weergegeven in paragraaf 1.6.
  • Besluitvlak. Op het hele besluitgebied, of een bepaald deel daarvan, kan een besluitvlak zijn gelegd. In deze verordening zijn 26 besluitvlakken opgenomen om de geldende en over te nemen planologische regelingen te specificeren en om het aspect archeologie te borgen.
  • Besluitsubvlak. Dit is bedoeld om binnen een bepaald deel van het besluitvlak aanvullende regelingen te geven. In deze beheersverordening is hiervan geen gebruik gemaakt.

1.6 Ligging verordeningsgebied

Het verordeningsgebied bestaat enerzijds uit de bebouwde kom van de Oudewater met uitzondering van bedrijvenpark Tappersheul en het gebied Westerwal. Anderzijds bestaat het verordeningsgebied uit het landelijk gebied rondom de kernen Hekendorp en Papekop. De kern Hekendorp maakt geen deel uit van het verordeningsgebied.

1.7 Geldende bestemmingsplannen

De beheersverordening vervangt hoofdzakelijk de bestemmingsplannen Binnenstad (vastgesteld 8 juni 2006), Kern (vastgesteld 8 juni 2006) en Landelijk Gebied Hekendorp en Papekop (vastgesteld 19 oktober 2006). Daarnaast zijn er verschillende project bestemmingsplannen en wijzigingsplannen van toepassing die worden vervangen met de voorliggende beheersverordening.

1.8 Wijzigingen ten opzichte van het geldende bestemmingsplan

De bouw- en gebruikswijzigingen die passen binnen de vigerende bestemmingsplannen worden met deze beheersverordening voortgezet. Verleende vrijstellingen, ontheffingen en omgevingsvergunningen van deze bestemmingsplannen voor bouwen en gebruik maken deel uit van deze beheersverordening.

1.9 Leeswijzer

Deze toelichting bevat de volgende hoofdstukken. Na deze inleiding (hoofdstuk 1) wordt ingegaan op de volgende onderwerpen:

  • een beschrijving van de huidige situatie (hoofdstuk 2);
  • het Rijksbeleid, provinciale en gemeentelijke beleid als kader voor deze beheersverordening (hoofdstuk 3);
  • de randvoorwaarden vanuit de milieu- en omgevingsaspecten (hoofdstuk 4);
  • de juridische toelichting (hoofdstuk 5);
  • een beschrijving van de procedure (hoofdstuk 6).

Hoofdstuk 2 Huidige situatie beheersgebied

Het verordeningsgebied bestaat uit drie deelgebieden: binnenstad en kern Oudewater, en het landelijk gebied Hekendorp en Papekop. De huidige situatie in het beheersgebied wordt hierna beknopt beschreven.

2.1 Binnenstad Oudewater

2.1.1 Begrenzing deelgebied

Dit deelgebied vormt het centrale en historische deel van de kern Oudewater en wordt begrensd door de Hollandsche IJssel, het Arminiusplein, de Westsingel, het Lefébureplein, de Van Veenendaalstraat, het Dr. Plesmanplantsoen, de Van de Griendstraat, de Noord-Linschoterkade, de Nieuwe Singel, de Waardse Dijk, de Groenekade, de Zuiderwal, het Gasplein, de Stormkade, de achterzijde van de panden aan de Molenwal en de IJsselvere.

2.1.2 Ruimtelijke analyse

De ruimtelijke hoofdstructuur van de historische binnenstad van Oudewater wordt grotendeels bepaald door de waterstructuur. Door deze waterstructuur wordt de kern begrensd en verdeeld in een aantal deelgebieden, die zich met name onderscheiden door de bebouwingsstructuur en het stratenpatroon. In de binnenstad speelt met name de Lange Linschoten een belangrijke structuurbepalende rol. Deze rivier maakt een slingerbeweging door de binnenstad en komt uit in de Hollandsche IJssel. De westzijde van de historische binnenstad wordt begrensd door de Hollandsche IJssel en de oostzijde door de Grote Gracht. Deze Grote Gracht heeft onderdeel uitgemaakt van de vestingwerken rondom Oudewater.

Binnen de binnenstad kunnen drie gebieden worden onderscheiden die qua karakter en bebouwingsstructuur van elkaar verschillen. Het gebied rondom de Lange Linschoten en tussen de Lange Linschoten en de Hollandsche IJssel vormt het meest historische deel van de kern en heeft een kleinschalige structuur en een grote differentiatie wat de bebouwing betreft. In dit deel bevindt zich het echte winkelgebied van Oudewater. Het zuidelijke deel van het plangebied heeft een veel grootschaliger structuur. Hier zijn in de 19e eeuw grotere gebouwen gerealiseerd en hier bevinden zich nu met name de maatschappelijke voorzieningen. Tot slot is het oostelijke deel van de binnenstad het meest recent ontwikkelde deel. Hier is met name sprake van woningbouw, bestaande uit rijen woningen met een eenduidige vormgeving. De bebouwing is hier het minst gedifferentieerd

2.1.3 Functionele analyse

De voorzieningen van Oudewater zijn in belangrijke mate geconcentreerd in de binnenstad. Het betreft hier met name de winkel- en horecavoorzieningen, alsmede culturele en maatschappelijke voorzieningen. Overige voorzieningen zijn meer verspreid over de diverse woonwijken rondom de historische kern aanwezig. Het betreft met name voorzieningen die een directe relatie hebben met de woonomgeving zoals scholen, sportvoorzieningen, zorgvoorzieningen en supermarkten. Daarnaast is er nog een aantal kleinschalige bedrijven gevestigd. Oudewater vormt in met name de zomerperiode een toeristische trekpleister door de aanwezigheid van het historisch stadscentrum met zijn vele monumentale panden. Daarnaast zijn het vaartoerisme over Hollandsche IJssel en het recreatief medegebruik van het landelijk gebied (wandelen, fietsen, kamperen) van betekenis.

2.2 Kern Oudewater

2.2.1 Begrenzing deelgebied

Dit deelgebied betreft het bestaande woongebied dat is gesitueerd rondom de historische binnenstad van Oudewater met uitzondering van bedrijvenpark Tappersheul. Het wordt begrensd door het bedrijventerrein Tappersheul en J.J. Vierbergenweg in het noorden, Kabelslag en de overgang met de Snelrewaard in het oosten, de Hollandse IJssel in het zuiden en de Oude Touwfabriek en de overgang naar het landelijk gebied, Goudse Straatweg en Utrechtsestraatweg in het westen.

2.2.2 Ruimtelijke analyse

Het deelgebied bestaat uit verschillende woonbuurten, die door de ruimtelijke structuur van wegen, watergangen en groen van elkaar worden gescheiden.

De primaire structurerende verkeersroutes de kern zijn de Joh. J. Vierbergenweg en de Zwier Regelinkstraat in het verlengde daarvan, die de kern van noord naar zuid doorsnijden, de provinciale weg N228, de Hekendorperweg en de Oude Singel. De meest karakteristiek en herkenbare waterstructuur is de Hollandsche IJssel die komende vanuit Montfoort zich een weg door het open landschap slingert richting Gouda. De groenstructuur in de woongebieden rond de historische binnenstad wordt gekenmerkt door grote verspreid liggende concentraties groen, verbonden door watergangen en wegen. Daar waar de Hollandsche IJssel de Zwier Regelinkstraat (= verlengde van de Joh. J. Vierbergenweg) kruist, bestaat de oever uit een brede strook openbaar groen waar tevens recreatief gebruik van gemaakt wordt. Aan de overzijde van de Zwier Regelinkstraat is een groenconcentratie gelegen rondom de oude Theekoepel.

De bebouwingskarakteristiek is divers en afhankelijk van de periode waarin zij is gebouwd. De meeste wijken zijn in de naoorlogse periode ontwikkeld. De Noort Syde II aan de oostzijde van de kern is de meest recente uitbreidingswijk. De woningen verschillen in omvang, hoogte en architectuur en worden afgewisseld door bebouwing ten behoeve van wijkondersteunende functies (zoals maatschappelijke voorzieningen en sportvoorzieningen) en enkele bedrijven.

2.2.3 Functionele analyse

De belangrijkste functie in het deelgebied is het wonen. Verspreid over de diverse woonwijken in het deelgebied zijn met name voorzieningen aanwezig die een directe relatie hebben met de woonomgeving zoals scholen, sportvoorzieningen, zorgvoorzieningen en supermarkten. Daarnaast is er nog een aantal bedrijven gevestigd in en nabij de historische binnenstad van Oudewater en langs de Kerkwetering.

2.3 Landelijk gebied Hekendorp en Papekop

2.3.1 Begrenzing deelgebied

Het deelgebied betreft het noordelijke gedeelte van het landelijk gebied van de gemeente Oudewater. Deze begrenzing van het deelgebied bestaat enerzijds uit de gemeentegrenzen. Daarnaast wordt het deelgebied begrensd door de stedelijke gebieden van de kernen Oudewater, Papekop en Hekendorp.

2.3.2 Ruimtelijke analyse

Het deelgebied maakt onderdeel uit van het Groene Hart. Het gebied is overwegend in agrarisch gebruik (met name grasland) en kenmerkt zich door een grote mate van visuele openheid. De landschapsstructuur wordt bepaald door de Hollandsche IJssel en in het oostelijk deel door de Lange Linschoten (buiten het plangebied). Op deze veenrivieren is het stelsel van linten, kades, weteringen en sloten geënt. De open ruimte wordt doorsneden door een tweetal lijnvormige elementen, te weten de spoorlijn Gouda-Woerden en de ongeveer parallel daaraan lopende hoogspanningsleiding.

In het deelgebied kunnen op basis van (de samenhang tussen) bodem en grondgebruik twee landschapstypen worden onderscheiden. Het grootste deel behoort tot het slagenlandschap, het overheersende landschapstype in het Hollandse veenweidegebied. Het buitendijks gebied langs de Hollandsche IJssel behoort tot het rivierenlandschap.

Aan het verkavelingspatroon en het patroon van wegen, waterlopen, dijken, kades en lintbebouwing kan de ontginningsgeschiedenis van het deelgebied worden afgelezen. De huidige patronen dateren nog grotendeels uit de ontginningsfase, waardoor deze patronen een grote historisch-geografische waarde vertegenwoordigen. Bijzonder is het gebied tussen de Wierickes en de omliggende kades, die gezamenlijk een nog vrijwel onaangetast onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie vormen. In het kader van de herinrichting zijn nieuwe wegen, waterlopen, beplantingen en boerderijen gerealiseerd.

In het deelgebied zijn verschillende monumentale gebouwen aanwezig die van bijzondere cultuurhistorische betekenis zijn.

2.3.3 Functionele analyse

De agrarische sector speelt nog steeds een cruciale rol als de belangrijkste gebruiker van het landelijk gebied. In het deelgebied zijn verschillende soorten agrarische bedrijven gevestigd, waaronder enkele glastuinbouwbedrijven (Hekendorpse Buurt 6 en 10). Naast de vele agrarische bedrijven zijn ook veel burgerwoningen en niet-agrarische bedrijven in het deelgebied aanwezig. In het deelgebied zijn 3 (delen van) gebieden gelegen die deel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland.

Hoofdstuk 3 Beleid

3.1 Inleiding

Op verschillende niveaus gelden beleidsnota's die betrekking hebben op het verordeningsgebied.

3.2 Rijks- en provinciaal beleid

Op verschillende niveaus gelden beleidsnota's die betrekking hebben op het beheersgebied. Op rijks- niveau zijn dit onder andere de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' die verder is uitgewerkt in respectievelijk het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' Deze beleidsnota's geven geen specifieke uitgangspunten voor het beheersgebied, aangezien de bestaande situatie wordt vastgelegd en er geen sprake is van nieuwe, ruimtelijk relevante ontwikkelingen. In algemene zin wordt gestreefd naar een voortzetting en verbetering van het bestaande kwaliteitsniveau. Dit geldt dan ook voor het beheersgebied.

Op provinciaal niveau zijn met name de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en de daarmee samenhangende 'Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013' (Herijking 2016_ relevant. Relevante onderwerpen voor het beheersgebied zijn:

  • Kaart bodem en water: een groot deel van het verordeningsgebied is aangeduid als 'veengebieden kwetsbaar voor oxidatie'. Het hele plangebied is daarnaast aangeduid als overstroombaar gebied. Daarnaast zijn verschillende regionale waterkeringen opgenomen. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij bodembewerkingen worden toegestaan die tot gevolg hebben dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht. Daarnaast zijn de regionale waterkeringen reeds in de over te nemen planologische regimes opgenomen. Ten aanzien van overstroombaar gebied geldt dat de beheersverordening geen nieuwe bestemmingen mogelijk maakt binnen het overstroombaar gebied. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het aspect bodem en water uit de verordening.
  • Op kaart Wonen en Werken zijn de deelgebieden binnenstad en kern grotendeels aangewezen als stedelijk gebied. Voor het stedelijk gebied gelden regels ten aanzien van nieuwe verstedelijking en duurzaamheid. De beheersverordening maakt geen nieuwe verstedelijking mogelijk. In paragraaf 8 Inwerkingtreding is daarnaast ingegaan op het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Oudewater. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het aspect wonen en werken van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
  • In de PRV is bepaald dat een ruimtelijk besluit geen bestemmingen en regels bevat die voorzien in nieuwvestiging van zelfstandige kantoren. De beheersverordening legt de bestaande situatie vast en maakt geen nieuwe kantoren mogelijk. Hiermee wordt voldaan aan de PRV.
  • In de PRV is opgenomen dat een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Detailhandel buiten bestaand winkelgebied’ geen nieuwe bestemmingen en regels bevat die voorzien in nieuwvestiging of uitbreiding van detailhandel dan wel het wijzigen van brancheringsregels voor detailhandel. De beheersverordening maakt geen nieuwe detailhandel mogelijk. De bestaande winkelgebieden zijn positief bestemd. Het plan voldoet hiermee aan de PRV.
  • De verordening stelt grenzen aan de agrarische gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden, biedt mogelijkheden voor verbreding en verandering van agrarische bedrijven en dat alles in de context van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Aangezien ontwikkelingen geen onderdeel uitmaken van deze beheersverordening valt het plan binnen de grenzen van de PRV.

3.3 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie gemeente Oudewater 2005-2025 (2006)

De gemeenteraad heeft op 8 juni 2006 een Structuurvisie vastgesteld voor het gehele grondgebied van Oudewater. Met de Structuurvisie geeft het gemeentebestuur de koers aan voor de ruimtelijke ontwikkeling op de korte en de middellange termijn (tot ongeveer 2015) en op de lange termijn (2015-2025) en vormt de basis voor het nemen van besluiten die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de gemeente.

Wonen

Voor de periode 2005-2025 wordt uitgegaan van een woningbehoefte van circa 500 woningen gemiddeld 25 woningen per jaar). Op basis van in ontwikkeling zijnde plannen is een schatting gemaakt van het aantal woningen welke de komende jaren gebouwd gaat worden. In de periode 2005-2020 wordt in Oudewater een aantal bouwlocaties ontwikkeld. De verschillende bouwlocaties zijn te onderscheiden in uitbreidingslocaties, herontwikkelingslocaties en inbreidingslocaties. Inbreidingslocaties zijn locaties binnen de bebouwde kom die nu nog onbebouwd zijn.

Voorzieningen

Het beleid van de gemeente is er op gericht om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit is een voorwaarde voor het behoud en verbetering van het woon en leefklimaat. Ten aanzien van de situering van de voorzieningen is ervoor gekozen om zoveel mogelijk voorzieningen voor ouderen, jeugd en minder mobiele inwoners op loop en/of fietsafstand beschikbaar maken.

Werken

De structuurvisie gaat uit van het behouden en versterken van de economische positie van Oudewater als gemeente met gemengde en gevarieerde werkmilieus. De behoefte aan bedrijfsterreinen wordt daarbinnen primair gerealiseerd door een betere benutting van huidige bedrijventerreinen, door herstructurering van bestaande terreinen en waar mogelijk uitplaatsing van transportbedrijven naar een nieuw regionaal bedrijventerrein bij Woerden.

Voor mono-functionele woongebieden wordt gestreefd naar een beperkte functiemenging, waardoor de levendigheid toeneemt. Het gaat hierbij om kleinschalige bedrijvigheid in de laagste milieucategorie die geen overlast veroorzaakt voor de bewoners. Met het oog op een levendige woonomgeving is het gewenst kleinschalige bedrijfsmatige functies en beroepen aan huis meer te mengen met de woonfunctie. Bedrijven die overlast veroorzaken voor omwonenden dienen verplaatst te worden naar een bedrijventerrein.

Conclusie

In de afgelopen planperiode (2006-2015) zijn een aantal ontwikkelingen uit de structuurvisie door middel van verschillende postzegelbestemmingsplannen verwezenlijkt. Een voorbeeld hiervan is het Medisch Centrum Oudewater, de brede scholenlocatie in Klein Hekendorp en de herstructurering van woningen ter plaatse van de Brede Dijk. Nieuwe ontwikkelingen worden in voorliggende beheersverordening niet mogelijk gemaakt. Het plan is niet in strijd met de doelstellingen uit de structuurvisie.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de in en rond het verordeningsgebied voorkomende relevante omgevingsaspecten. Omdat deze beheersverordening enkel de bestaande planologische situatie voortzet, is de onderzoeksopgave van beperkte omvang. Om die reden is de afweging per aspect beknopt weergegeven.

4.2 Archeologie en cultuurhistorie

Erfgoedwet

Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die in 2019 naar de Omgevingswet overgaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is:

  • Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet;
  • De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet.

Gemeentelijk archeologiebeleid

Om aan de wettelijke verplichtingen met betrekking tot de archeologische monumentenzorg (AMZ) te kunnen voldoen, heeft de gemeente Oudewater in 2011 een beleidsnota archeologie en een gemeentedekkende archeologische beleidskaart vastgesteld. De beleidsnota (deel A) en de ruimtelijke uitwerking daarvan (deel B) bieden voor de gemeente de basis om in het ruimtelijke ordeningsbeleid inhoudelijk, effectief en transparant sturing te geven aan het proces van afweging van belangen bij de ruimtelijke inrichting.

De waarden- en verwachtingenkaart vormt de basis voor de archeologische maatregelenkaart. De daarop aangegeven vindplaatsen en verwachtingsgebieden zijn voor de maatregelenkaart vertaald in vijf beleidscategorieën, dat wil zeggen soorten zones/terreinen, waaraan een eigen planologisch beschermingsregime wordt gekoppeld.

Op 24 september 2015 is een geactualiseerde beleidskaart vastgesteld door de gemeenteraad, alsmede onderzoeksprotocollen voor archeologisch vooronderzoek en een Verordening subsidie excessieve onderzoekskosten archeologie.

Besluit ruimtelijke ordening

Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het Rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.

Onderzoek

Volgens de gemeentelijke beleidskaart gelden in het verordeningsgebied verschillende categorieën met archeologische verwachtingswaarden (zie figuur 4.1).

afbeelding "i_NL.IMRO.0589.BVOudewater-BVA1_0001.jpg"

Figuur 4.1 Archeologische beleidskaart Oudewater

De archeologische verwachtingswaarden zijn in de beheersverordening vertaald door de beleidskaart en bijbehorende onderzoeksportocollen van toepassing te verklaren voor het verordeningsgebied. Tevens zijn de cultuurhistorische waarden in beeld gebracht. Indien gedurende de planperiode wijzigingen worden doorgevoerd in het beleid, dan geldt de opvolger van dat beleid in het verordeningsgebied.

Conclusie

De beheersverordening houdt voldoende rekening met het aspect archeologie en cultuurhistorie.

4.3 Bodem

Wet bodembescherming

De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water)bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst.

Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem.

Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd.

Besluit bodemkwaliteit

Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.

Onderzoek

Nu de beheersverordening alleen ziet op het beheer van het gebied en er geen sprake is van nieuwe ontwikkelingen, is het niet nodig om met betrekking tot het aspect 'Bodemkwaliteit' onderzoek te doen.

4.4 Ecologie

Het verordeningsgebied is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.

Gebiedsbescherming

Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen die een hoge wettelijke bescherming kennen. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden die deel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen.

Het verordeningsgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein ligt direct ten noordwesten van het verordeningsgebied. Dit Natura 2000-gebied omvat de meest noordelijkste van de Reeuwijkse Plassen (Broekvelden en Vettenbroek) en de aangrenzende polders aan de oostzijde en zuidzijde van de plassen. Het gebied is van belang als slaap- en foerageergebied voor Kleine zwaan en Smient. Daarnaast van enige betekenis voor krakeend en slobeend (Broekvelden/Vettenbroek). Als slaapplaats dient vooral de plas Broekvelden/Vettenbroek, voor de kleine zwaan tevens Polder Stein, waar ze, vooral in het noordelijk deel, ook overdag te vinden zijn. Polder Steijn, in de nabijheid van Reeuwijk, herbergt momenteel het laatste belangrijke restant in West-Nederland van de hier ooit wijd verspreid voorkomende hooilanden met wilde kievitsbloem.

In het verordeningsgebied zijn wel 3 (delen van) gebieden gelegen die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), zoals op figuur 4.2 is te zien.

afbeelding "i_NL.IMRO.0589.BVOudewater-BVA1_0002.png"

Figuur 4.2: Ligging verordeningsgebied ten opzichte van NNN-gebied. (Bron: Geo-loket, provincie Utrecht)

Soortenbescherming

Op grond van de Wet natuurbescherming gelden algemene verboden tot het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Bij nieuwe ontwikkelingen dient hiermee rekening te worden gehouden.


Voor het verordeningsgebied kan worden gesteld dat het om een bestaande situatie gaat waarin geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen worden toegestaan. Wat betreft de soortenbescherming, worden daarom geen belemmeringen verwacht.

4.5 Water

Het verordeningsgebied ligt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer.

Het verordeningsgebied ligt binnen de kern- en beschermingszones van een regionale/primaire waterkering. In het verordeningsgebied zijn daarnaast belangrijke watergangen gelegen met een regionale water aan- en afvoer functie. Deze wateraspecten zijn reeds in de van toepassing zijnde bestemmingsplannen geborgd en blijven dus ook in deze beheersverordening geborgd.

Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien. De waterkwantiteit en -kwaliteit blijft zodoende ongewijzigd, evenals de opvang en afvoer.

4.6 Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:

  • ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;
  • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Deze beheersverordening legt de bestaande situatie vast. De bestaande milieuhygiënische situatie is en blijft gehandhaafd en een planologische verslechtering is niet mogelijk. Vanuit milieuzonering gelden er geen belemmeringen voor de vaststelling van de beheersverordening.

4.7 Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie.

Wegverkeer

In de Wgh is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Wegen waar deze zone in principe niet geldt, zijn onder andere wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Voor de zoneplichtige wegen (dus met een maximumsnelheid van 50 km/uur of meer) biedt de beheersverordening een regeling dat een geluidsgevoelig gebouw niet dichter naar een zoneplichtige weg kan worden gebouwd.

Het aantal geluidgevoelige objecten binnen de wettelijke geluidzones rond deze wegen mag ook niet toenemen. Omdat er sprake is van een beheersverordening en de rechten uit de vigerende bestemmingsplannen zijn overgenomen, is de nieuwbouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten niet aan de orde.

4.8 Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit is onderdeel van de Wet milieubeheer. In de wet zijn normen opgenomen voor de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of als een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. In het verordeningsgebied zijn geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die nader luchtkwaliteitsonderzoek vereisen. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor het verordeningsgebied.

4.9 Externe veiligheid

Voor risicovolle bedrijven bevat het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) veiligheidsnormen.

Bij het plannen van (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen in de omgeving van een risicovolle inrichting, moet op basis van het Bevi rekening worden gehouden met de mogelijke invloed van die inrichting.

Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen moet op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) rekening worden gehouden met de regeling Basisnet. In het Basisnet staat beschreven welke risico’s aanvaardbaar zijn bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook zijn hoofdroutes benoemd voor het vervoer over weg, water en spoor.

Ingeval van aanwezigheid van hogedrukaardgastransportleidingen is als toetsingskader van belang het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten.

Onderzoek

Vervoer gevaarlijke stoffen

Over de spoorlijn Woerden-Gouda vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, waaronder brandbaar gas, toxisch gas, zeer brandbare vloeistof en (zeer) toxische vloeistof. Het plaatsgebonden risicocontour (PR) van deze spoorlijn bedraagt 1 m. Door het vervoer van zeer toxische vloeistof bedraagt het invloedsgebied meer dan 4.000 m.

Ten noorden van het verordeningsgebied loopt de A12 waarover gevaarlijke stoffen worden vervoert met een invloedsgebied van 355 m. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Er vindt verder geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het water.

Door het verordeningsgebied loopt (van noord naar zuid) een gasleiding (W-501-12) van Gasunie met een invloedsgebied van 70m.

afbeelding "i_NL.IMRO.0589.BVOudewater-BVA1_0003.png"

Figuur 4.3 Uitsnede professionele risicokaart

Risicovolle inrichtingen

Binnen het verordeningsgebied is een inrichting aanwezig die valt onder het Bevi. Dit betreft een lpg tankstation met vulpunt, reservoir en afleverinstallatie. De maatgevende plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar bedraagt 25 m. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt 150 m. Binnen dit invloedsgebied liggen vooral woningen.

Tot slot zijn in het plangebied diverse risicovolle inrichtingen aanwezig, behorende tot de categorie “overige inrichtingen gevaarlijke stoffen”.

Deze beheersverordening legt de bestaande situatie vast. Voor externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de vaststelling van de beheersverordening.

4.10 Kabels en leidingen

Kabels en leidingen die naar aard en omvang een ruimtelijk en/of functioneel belang hebben, zijn reeds vastgelegd in de vigerende bestemmingsplannen en dus beschermd via deze beheersverordening.

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting

5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de keuze voor het instrument beheersverordening uiteengezet en een uitleg gegeven bij de planologische regeling.

5.2 Uitleg van de regeling

De beheersverordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • beheer van de bestaande legale situatie (gebruik en bouwen);
  • het behoud van de planologische ruimte zoals deze in het geldende plan is opgenomen en de in de tussentijd verleende vrijstellingen/ontheffingen/afwijkingen.

Zowel het behoud van de bestaande situatie als het behoud van de planologische ruimte vormen de onderlegger voor de beheersverordening. Daartoe is de regeling uit het geldende bestemmingsplan in deze verordening overgenomen.

In de regeling is expliciet bepaald dat wanneer de bestaande legale situatie afwijkt van hetgeen op het kaartbeeld en/of in de voorschriften is bepaald, de bestaande legale situatie alsnog is toegestaan.

Met de inwerkingtreding van de Wabo is een aantal termen die gebruikt werden in de voorheen geldende bestemmingsplannen niet meer actueel. In plaats van een aanlegvergunning, wordt nu gesproken over een 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden' en in plaats van een vrijstelling, is er nu sprake van een 'afwijking'. De inhoud en de bedoeling van de regels wijzigen echter niet, er is sprake van een nieuwe naam van de vergunningen. In deze verordening is aangegeven hoe deze vergunningen nu moeten worden gelezen.

Voor de geldende bestemmingsplannen geldt dat de regeling en bijbehorende kaarten dus opnieuw van toepassing worden verklaard. In de planregels wordt door middel van hyperlinks verwezen naar de beschikbare geldende regelingen. Op de verbeelding is een koppeling gemaakt door middel van een besluitsubvlak. Bestemmingsplannen die niet digitaal zijn, zijn als bijlage bij deze beheersverordening opgenomen.

Wijzigingsbevoegdheden en nadere eisen uit geldende plannen kunnen binnen een beheersverordening niet worden overgenomen. Voor wijzigingsbevoegdheden geldt dat deze ontwikkelingen mogelijk maken die afwijken van ofwel de bestaande ruimtelijke structuur ofwel de bestaande functionele structuur. Om die reden stroken deze regelingen niet met het doel van een beheersverordening als instrument. Het opnemen van deze instrumenten kan op grond van artikel 3.6 Wro alleen in een bestemmingsplan en is dus niet mogelijk in een beheersverordening.

Verder zijn de in de opgenomen regelingen met betrekking tot het overgangsrecht, de strafbepaling en de slotbepaling niet meer van toepassing binnen het regiem van de beheersverordening.

Al deze bepalingen zijn dan ook buiten toepassing van de beheersregeling gelaten (artikel 2 sub b).

Overige legale situaties

Situaties die niet voldoen aan de ter plaatse geldende regeling, maar wel legaal tot stand gekomen zijn, blijven eveneens toegestaan. Dit is bepaald in artikel 2 sub e. Het kan daarbij gaan om zowel bouw- als gebruiksmogelijkheden overeenkomstig een eerder doorlopen ruimtelijke procedure. Denk hier bijvoorbeeld aan verleende vergunningen op basis van artikel 19 van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening en meer recentere Wabo-procedures. Deze verleende vergunningen vallen onder het begrip 'bestaand'.

Archeologie

De archeologische verwachtingswaarden zijn in artikel 3 van de beheersverordening vertaald door de beleidskaart en bijbehorende onderzoeksportocollen van toepassing te verklaren voor het verordeningsgebied. Tevens zijn de cultuurhistorische waarden in beeld gebracht. Indien gedurende de planperiode wijzigingen worden doorgevoerd in het beleid, dan geldt de opvolger van dat beleid in het verordeningsgebied.

Parkeren

Als gevolg van het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen (waaronder parkeren) is het noodzakelijk hiervoor een regeling te treffen in bestemmingsplannen en beheersverordeningen. In artikel 4 van deze beheersverordening is daarom een regeling opgenomen die voldoende parkeergelegenheid borgt.

Anti-dubbeltelregel

Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven en is opgenomen in artikel 5 Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan de beheersverordeing beoogt, bijvoorbeeld in het geval dat (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. De anti-dubbeltelregel voorkomt dat de overgedragen grond nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken.

5.3 Werkinstructie

Deze beheersverordening regelt in principe dat de in het laatste bestemmingsplan geldende regelingen van kracht blijven. Bij aanvragen voor omgevingsvergunning betekent dit concreet dat de bijlage bij de verordening het toetsingskader is. In deze bijlage is de regeling van het eerdere bestemmingsplan integraal overgenomen.

Door deze systematiek blijft het toetsingskader voor aanvragen voor omgevingsvergunning in principe gelijk aan die vóór de inwerkingtreding van deze verordening. Wel moet erop worden gelet dat nadere eisen en wijzigingsbevoegdheden die in de bijlage voorkomen, niet kunnen worden toegepast. Dit zijn bevoegdheden die ontwikkelingen mogelijk maken, die niet onder het regime van een beheersverordening mogen vallen en bovendien op grond van de Wro niet hierin kunnen worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor het overgangsrecht en de strafbepaling die niet relevant meer zijn, nu er een beheersverordening geldt.

Doordat het laatste bestemmingsplan wordt vervangen door de beheersverordening met dezelfde regeling c.q bestemmingen, verandert er voor de aanvrager c.q. burger in principe niets. Een aanvraag voor omgevingsvergunning wordt getoetst aan de bijlagen in de beheersverordening, dit is het hiervoor geldende bestemmingsplan dat over het algemeen digitaal raadpleegbaar is.

Hoofdstuk 6 Procedure beheersverordening

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent geen voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening. De beheersverordening wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Tegen het vaststellingsbesluit van een beheersverordening kan geen bezwaar of beroep worden aangetekend.

De verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking van het vaststellingsbesluit.