direct naar inhoud van Toelichting
Plan: LG Hekendorp Papekop - 1e herziening
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0589.lghenp1eherz-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop' van de gemeente Oudewater als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0589.LGHenP-VA02 is door de gemeenteraad op 18 oktober 2018 vastgesteld. Door de provincie is geconstateerd dat een deel van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop' niet in lijn is met het provinciaal beleid, zoals opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Daarom heeft de provincie besloten om de gemeenteraad een proactieve aanwijzing te geven. De proactieve aanwijzing vormt de aanleiding voor deze herziening.

Proactieve aanwijzing

Op 11 december 2018 heeft de gemeente Oudewater van de provincie Utrecht een proactieve aanwijzing ontvangen. Doordat de verbodsbepaling op het telen van ruwvoedergewassen is komen te vervallen is het huidige bestemmingsplan in strijd met artikel 1.10 van de PRV. De provincie Utrecht draagt de gemeente Oudewater op het bestemmingsplan aan te passen, zodat het in overeenstemming is met de PVR.

Herziening

Deze herziening wordt gemaakt voor de gronden binnen de gemeente Oudewater die in de PVR zijn aangewezen als 'veengebied kwetsbaar voor oxidatie'. De herziening bevat regels die geen bodembewerkingen toestaan in agrarische bestemmingen die tot gevolg hebben dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht, tenzij de bodembewerkingen plaatsvinden ten behoeve van graslandvernieuwing of de aanleg van een andere blijvende teelt.

1.2 Ligging plangebied

De plangrens betreft de plangrens zoals is opgenomen in het bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop'. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0589.lghenp1eherz-VA01_0001.png"

Figuur 1.1 Ligging plangebied

1.3 Systematiek 1e herziening

Algemeen

Voorliggend bestemmingsplan betreft een gedeeltelijke herziening van het geldende bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop' (moederplan). Hierdoor is sprake van een afwijkende opzet in vergelijking met een 'regulier' bestemmingsplan.

Voor het inzichtelijk krijgen van de geldende juridisch-planologische situatie binnen het plangebied, is het noodzakelijk om naast deze 1e herziening ook het geldende bestemmingsplan (moederplan) te raadplegen; de 1e herziening geeft geen compleet overzicht van de nieuwe juridisch-planologische situatie.

Toelichting

De toelichting van het moederplan maakt geen integraal onderdeel uit van deze 1e herziening. Deze herziening wordt voorzien van een op de herziening toegespitste toelichting.

Regels

Voor de regels geldt dat de regels zijn weergegeven zoals die na vaststelling van de herziening gelden. De niet gemarkeerde regels hebben betrekking op de regels zoals deze gelden vanuit het moederplan. De aanvullingen als gevolg van onderhavige 1e herziening zijn in de planregels - met een toevoeging in geel ('regel') - opgenomen. Alleen de geel (toevoegingen)gemarkeerde aanpassingen maken dus juridisch-planologisch onderdeel uit van de 1e herziening. De niet gemarkeerde regels zijn ter informatie opgenomen zodat een goed beeld ontstaat van de nieuwe regels en hoe deze ingepast zijn in de (bestaande) regels van het moederplan. Van belang is dat de niet gemarkeerde regels niet opnieuw ter discussie gesteld kunnen worden omdat deze enkel een informatieve rol in deze herziening vervullen en formeel geen onderdeel van deze 1e herziening uitmaken.

Verbeelding

Alleen de percelen waar naar aanleiding van deze herziening een aanpassing plaatsvindt worden op de verbeelding opgenomen. De SVBP2012 biedt de mogelijkheid om uitsluitend die zaken in de herziening op te nemen die wijzigen. Uitgangspunt voor de weergave op de verbeelding is dat alleen het gewijzigde aspect in beeld gebracht wordt. Op de verbeelding is daarom alleen de 'Milieuzone - bodembeschermingsgebied' opgenomen.

Om een compleet beeld te krijgen van de nieuwe situatie dient deze herziening derhalve in samenhang met het moederplan geraadpleegd te worden.

1.4 Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk komt de aanpassing aan bod met een motivering waarom de aanpassing is opgenomen. In hoofdstuk 3 komt de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan aan bod.

Hoofdstuk 2 Beschrijving 1e herziening

2.1 Proactieve aanwijzing

2.1.1 Bodembewerkingen

Omschrijving wijziging

In het ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop' was, in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid, op de verbeelding voor specifiek daartoe in het geding zijnde gronden is de aanduiding 'vrijwaringszone - bodembewerking' opgenomen met daarbij een verbod om gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - bodembewerking' te scheuren of te frezen. Omdat deze regeling in overeenstemming was met het provinciaal ruimtelijk beleid voor het landelijk gebied heeft de provincie op dit onderdeel geen zienswijze ingediend.

In het vastgestelde bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop' is naar aanleiding van een amendement in de raad de verbodsbepaling op het telen van ruwvoedergewassen komen te vervallen. Het bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop' is hierdoor in strijd met de PRV.

Gebleken is dat door bodembewerkingen bij veengrond forse toename van bodemdaling ontstaat ten gevolge van de oxidatie van de veengrond. Om deze reden is in de Provinciale Ruimtelijke Verordeningen (PRV) als provinciaal belang onder andere artikel 1.10 opgenomen: 'Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'veengebied kwetsbaar voor oxidatie' bevat geen regels die bodembewerkingen toestaan in agrarische bestemmingen die tot gevolg hebben dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht, tenzij de bodembewerkingen plaatsvinden ten behoeve van graslandvernieuwing of de aanleg van een andere blijvende teelt.'

Het gaat hier om een regeling voor agrarische bodembewerkingen (onder meer scheuren en ploegen). Deze bodembewerkingen zijn onaanvaardbaar vanwege de versnelde bodemdaling die hiervan het gevolg is. Bodembewerkingen die worden uitgevoerd ten behoeve van graslandvernieuwing of aanleg van een andere blijvende teelt zijn wel toegestaan, vanwege het beperktere effect op de bodemdaling (in vergelijking met bijvoorbeeld maïsteelt), het minder frequent voorkomen en het grote belang dat dit kan hebben voor de bedrijfsvoering op een grondgebonden veehouderijbedrijf zoals veel voorkomt in de veengebieden.

Om het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met de PVR wordt dit onderdeel in deze herziening hersteld, door middel van het opnemen van de gebiedsaanduiding Milieuzone - bodembeschermingsgebied met daaraan gekoppelde gebruiksregels in de bestemming Agrarisch voor de bescherming van de veengrond.

afbeelding "i_NL.IMRO.0589.lghenp1eherz-VA01_0002.png"

Figuur 2.1 - Ligging bodembeschermingsgebied.

Juridische vertaling

Op de verbeelding wordt de gebiedsaanduiding 'milieuzone - bodembeschermingsgebied' opgenomen. De ligging van deze gebiedsaanduiding wordt gebaseerd op de kaart zoals opgenomen in de PRV.

In de bestemming Agrarisch wordt in de gebruiksregels (artikel 3.4. sub g) opgenomen: Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - bodembeschermingsgebied' zijn geen bodembewerkingen toegestaan die tot gevolg hebben dat veen aan de oppervlakte wordt gebracht, tenzij de bodembewerkingen plaatsvinden ten behoeve van graslandvernieuwing of de aanleg van een andere blijvende teelt.

Daarnaast is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen (artikel 3.5.4): het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 3.4 onder g voor bodembewerkingen, mits op basis van een (bodem)onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen veen (meer) aanwezig is.

2.2 Ambtshalve wijzigingen

Naast de aanpassing volgend uit de proactieve aanwijzing zijn er een aantal aanvullende ambtshalve aanpassingen die eveneens onderdeel uitmaken van deze herziening. Het gaat om verduidelijkingen, actualisaties en correcties binnen bestaande regelingen en van een beperkte omvang en strekking.

  • 1. Een aantal begripsbepalingen en de daarbij behorende bijlagen zijn verwijderd, omdat deze bepalingen verder niet in de regels voorkomen. Begripsbepalingen zijn bedoeld om de regels te verduidelijken, als de regels er niet zijn, zijn die begripsbepalingen overbodig.
  • 2. In de vooroverlegreactie van het moederplan heeft HDSR verzocht om de bestemming 'water' aan te passen conform de legger oppervlaktewater van het waterschap. Deze aanpassing is echter weggevallen. Artikel 15.2 is derhalve op dit punt weer aangevuld.
  • 3. Voorts is bij de bepalingen met betrekking tot archeologie voor het bepalen van de ondergrens abusievelijk 'of' in plaats van 'en' opgenomen. Dit is in de bepalingen 19.2 onder c, 20.2 onder c, 21.2 onder c, 22.2 onder c, 23.2 onder c, 24.2 onder c aangepast.

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid

3.1 Beleid en sectorale onderzoeken

Voorliggend bestemmingsplan betreft een partiële herziening van het vastgestelde bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop'. Deze herziening bestaat uit de aanpassing van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied Hekendorp Papekop' naar aanleiding van een proactieve aanwijzing. In het kader hiervan is dan ook geen toetsing aan het vigerende beleid opgenomen en is onderzoek naar de gevolgen voor sectorale aspecten zoals archeologie, milieu en water achterwege gelaten.

3.2 Economische uitvoerbaarheid

De aanpassingen in deze herziening vloeien voort uit de proactieve aanwijzing van de Provincie Utrecht. De inhoud van deze herziening noodzaakt niet tot onderzoek inzake de economische uitvoerbaarheid of het opstellen van een exploitatieplan.

3.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Gezien de beperkte impact van de wijzigingen die in deze herziening voorgesteld worden is besloten het voorontwerpbestemmingsplan niet beschikbaar te stellen voor inspraak. Wel wordt het (voor)ontwerpbestemmingsplan in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening aan diverse personen en instanties toegezonden om het wettelijke vooroverleg te voeren.

In het kader van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (zienswijzenprocedure) heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In de genoemde periode is er een zienswijze binnegekomen. Deze is samengevat en beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen in Bijlage 2. Naar aanleiding van deze zienswijze is artikel 3.4 sub g van de regels aangepast en is het begrip '(bodem)onderzoek ten behoeve van bodembewerking in bodembeschermingsgebied' toegevoegd aan artikel 1.