direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Bestemmingsplan Vianen, Franssenstraat 32 en 32 a
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1684.06BPfranssenstr32-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

Aanleiding

Aan de Franssenstraat 32 is een voormalig bouwbedrijf met bedrijfswoning aanwezig. Sinds 36 jaar zijn bedrijf en woning functioneel gescheiden. Dit bestemmingsplan voorziet een splitsing tot burgerwoning en bedrijfsloods. Het betreft een functiewijziging binnen de bestaande bebouwing.

De woning is gelegen aan de Franssenstraat 32 te Vianen, kadastraal bekend, B1285 en B2235 met een oppervlak van 475 m2 en 127 m2. De bedrijfsloods is gevestigd aan de Franssenstraat 32a te Vianen, kadastraal bekend, B2237 met een oppervlak van 1418 m2.

Het perceel aan de Franssenstraat 32 is gelegen in een woonomgeving, de woning en omliggende grond ziet er uit als woning en functioneert ook als zodanig. Desondanks ligt er nog een bedrijfsbestemming op het perceel. Er is ruimtelijk niets op tegen om deze bestemming aan te passen. Daarom is een aanpassing van de bestemming nodig waarbij de bedrijfswoning de bestemming 'Wonen' krijgt. De bedrijfsloods waar nu de opslag van bouwmaterialen plaats vindt zal de bedrijfsbestemming behouden met aanduiding 'statische opslag', en de beperking dat laden en lossen uitsluitend in de dagperiode twee keer per dag mag plaatsvinden. Op deze manier blijft het aantal verkeersbewegingen naar de bedrijfsloods beperkt voor de omliggende woningen.

Via voorliggend document wordt gemotiveerd waarom medewerking wordt verleend en waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Ligging plangebied & geldende bestemming

Op onderstaande afbeelding is een luchtfoto van de omgeving van het plangebied te zien en een uitsnede van het geldende bestemmingsplan. afbeelding "i_NL.IMRO.1684.06BPfranssenstr32-VA01_0001.jpg" afbeelding "i_NL.IMRO.1684.06BPfranssenstr32-VA01_0002.png"

Bron: ruimtelijkeplannen.nl Bron: bestemmingsplan Kern Vianen 2006

Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ''Kern Vianen 2006”, vastgesteld op 12 november 2007. Het plangebied heeft de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'.

Planopzet

Gezien het eenvoudige karakter van dit initiatief en het beperkte effect op het ruimtelijke functioneren van het perceel en de relatie met de omgeving kent voorliggend document een andere, beperktere, opzet dan gebruikelijk bij bestemmingsplannen. De toelichting is korter.

De juridische regeling, bestaande uit de regels in combinatie met de verbeelding, sluit aan bij de gebruikelijke regeling binnen de gemeente. Aangesloten is bij de bestemmingssystematiek van het bestemmingsplan ''Cuijk Centrum”. Voorts voldoet voorliggende plan aan de eisen vanuit de Rsro2012.

Buitenopslag

Op het buitenterrein is, beperkt, ook buitenopslag toegestaan. De opslaghoogte mag niet meer dan 2 m zijn en het totale oppervlakte aan opslag niet meer dan 200 m2. Voorts is het belangrijk dat deze opslag aan het zicht onttrokken wordt voor de bewoners van de panden Franssenstraat 32 en 34. Om dat te bewerkstelligen is als voorwaarde opgenomen dat een muur moet worden gebouwd (en onderhouden) om deze afscherming te verkrijgen.

Hoofdstuk 2 Beleid

Bij voorliggend initiatief, zie de aanleiding in hoofdstuk 1, is alleen sprake van een bestemmingsverandering. In het geldend bestemmingsplan is voor het perceel een bedrijfsbestemming toegekend waarbinnen een bedrijfswoning is toegestaan. Feitelijk is de bedrijfswoning al in gebruik als burgerwoning en brengt de verandering naar een woonbestemming geen feitelijke veranderingen met zich mee. De woonbestemming sluit aan op de omliggende bestemmingen. Een verdere toetsing aan de beleidskaders van het rijk en provincie is niet noodzakelijk omdat dit plan van een dusdanig klein schaalniveau is en een dusdanig klein ruimtelijke effect heeft dat deze beleidsniveau niet raken aan dit plan.

Het gemeentelijke beleid heeft gezien de aanleiding (hoofdstuk 1) ook geen betekenis voor dit plan. Er komt geen bebouwing bij, de inrichting wordt niet anders en het functioneren ook niet.

Waterschapsbeleid
Naast de Franssenstraat 33 is een gemaal gelegen. Vanaf daar wordt het afvalwater van de kern Vianen via een riooltransportleiding naar de rioolwaterzuiveringsinrichting in Haps gebracht. Deze transportleiding loopt door het plangebied voorlangs de woning Franssenstraat 32. Deze leiding wordt vanuit optiek van een goed beheer voorzien van een beschermingsregeling in dit bestemmingsplan. Deze regeling geldt voor een strook van 3,5 m aan weerszijden van de leiding.
Grenzend aan de westrand van het plangebied loopt (parallel aan de Schutterskamp) een leggerwatergang. Leggerwatergangen kennen een beschermings/vrijwaringszone met een breedte van 5 meter, gemeten vanaf de insteek waar beperkingen gelden op grond van de Keur. Deze watergang wordt vanuit optiek van een goed beheer voorzien van een beschermingsregeling in dit bestemmingsplan.

De volgende afbeelding geeft de ligging van zowel de rioolleiding als de watergang weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1684.06BPfranssenstr32-VA01_0003.png"

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan. Onderstaande een toets waaruit volgt dat het plan hieraan voldoet:

  • Geluid (weglawaai). Er wordt een nieuwe geluidgevoelige functie toegevoegd, de voormalige bedrijfswoning. Hier wordt nader op ingegaan bij Bedrijf en milieuzonering;
  • Luchtkwaliteit. Er vinden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Dit initiatief draagt 'niet in betekenende mate' bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • Externe veiligheid. De situatie in het plangebied blijft onveranderd;
  • Bodem. De bodemkwaliteit staat niet aan uitvoering in de weg, de woning en de loods bestaan immers al;
  • Bedrijf en milieuzonering: De bedrijfswoning maakte tot circa 4 decennia geleden onderdeel uit van de inrichting bij het bedrijf. Sinds 36 jaar zijn bedrijf en woning functioneel al gescheiden. Het bedrijf moet in de bedrijfsvoering derhalve al lange tijd rekening houden met deze woning als een woning van derden. Dat de woning de bestemming 'bedrijfswoning' heeft is in het kader van het milieuspoor niet van belang. Dat volgt ook uit het begrip uit het Activiteitenbesluit milieubeheer inzake 'gevoelige bebouwing'. Dat begrip luidt: 'woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting'. Er wordt derhalve geen nieuwe milieugevoelige functie toegevoegd: alleen de bestemming van de bestaande gevoelige functie (de woning) wordt aangepast, maar dat heeft geen gevolgen voor de feitelijke situatie. Mede gegeven het feit dat het al lange tijd als zodanig functioneert en mede gegeven de beperkte milieueffecten van een opslagbedrijf en gegeven het ontbreken van klachten staat dit aspect niet aan uitvoering van dit bestemmingsplan in de weg. Om verder te borgen dat er ook geen onwenselijke situaties gaan ontstaan wordt het laden en lossen uitsluitend toegestaan in de dagperiode, tot een maximum van twee keer per werkdag (maximaal 10 per week). Daarbij is aangesloten bij het bepaalde in afdeling 2.8 van Activiteitenbesluit milieubeheer. De dagperiode loopt van 07.00 uur tot 19.00 uur. Uit voorstaande volgt ook de motivering dat afgeweken kan worden van de indicatief aan te houden afstand van 30 m voor een opslagbedrijf (SBI52.109, cat. 2). Het bedrijf is klein in omvang en het laden en lossen mag alleen plaatsvinden in de dagperiode. Deze afstand is overigens alléén kleiner bij de ontsluiting en het onbebouwde terrein. Het gebouw waar de opslag in plaats vindt ligt op circa 31 m afstand. Vanuit dit aspect zijn geen nieuwe belemmeringen. Om verdere bedrijfsontwikkelingen in te perken is, tot slot, bepaald dat er geen nieuwe gebouwen opgericht mogen worden;
  • Water. Er wordt geen verharding in het plangebied toegevoegd, de situatie blijft onveranderd;
  • Cultuurhistorie en archeologie. Er vinden geen bodemingrepen plaats die eventueel aanwezige waarden kunnen aantasten;
  • Verkeer en parkeren. De woning en de loods zijn reeds in het plangebied aanwezig, de verkeer- en parkeer situatie blijft gelijk. Het aantal vrachtverkeersbewegingen voor het bedrijf heeft een maximum van 10 per week voor het laden en lossen en mag uitsluitend plaatsvinden in de dagperiode (07.00 uur tot 19.00 uur). Parkeren blijft voor beide percelen op eigen terrein plaatsvinden;
  • Flora en fauna. Er vinden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Bij ingrepen zoals slopen en kappen e.a. geldt de Flora- en Faunawet, dat staat los van het bepaalde in de Wro;
  • Economische uitvoerbaarheid. Plankosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid zeker gesteld.

Hoofdstuk 4 Juridische planbeschrijving

Voorliggend plan sluit aan op de regels van het plan "Cuijk Centrum". In dit plan zijn restricties toegevoegd aan de bedrijfsbestemming:

  • Laden en lossen van het bedrijf mag uitsluitend in de dagperiode plaatsvinden tussen 07.00 uur en 19.00 uur tot een maximum van twee keer per werkdag, met een maximum van 10 per week;
  • Beperkt is buitenopslag toegestaan. Dit mag voor een gebied van 200 m2 tot maximaal 2 m hoog. Verder is er een voorwaardelijk verplichting opgenomen om voor de bewoners van de panden aan de Franssenstraat 32 en 34 te zorgen dat de opslag visueel is afgeschermd. Daartoe moet er een muur worden gebouwd en worden onderhouden;
  • Het gebruik van het pand is beperkt tot statische opslag. In de begripsbepalingen is hiertoe het volgende begrip opgenomen: 'opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze ter plaatse bewerkt, verwerkt, gerepareerd of verhandeld worden';
  • Om verdere ontwikkelingen van dit bedrijf tegen te gaan is, tot slot, bepaald dat er geen nieuwe gebouwen buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd.

Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Hoofdstuk 5 Procedure

Inspraak

Dit plan wordt als voorontwerp ter inzage gelegd. In de bijlage is het verslag van deze inspraak te vinden.

 

Vooroverleg

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan afgezien worden van dit overleg. In de bijlage is het verslag van dit vooroverleg te vinden.

Formele procedure

Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Mochten er zienswijzen ingediend worden dan wordt daar in deze paragraaf, of in een separate bijlage, verslag van gedaan. Daarna volgt vaststelling van het plan. Na bekendmaking ligt het plan voor 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.