[image]

 

 

 

 

bestemmingsplan

 

‘Bedrijventerrein Cuijk’

 

 

 

 [image]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum : 16 december 2013

IDN : NL.IMRO.1684.12BPbedrcuijk-VA01

 

 

 
TOELICHTING

 

 

Inhoudsopgave

 

Hoofdstuk 1 Inleiding 5

1.1 Algemeen 5

1.2 Aanleiding en doel 5

1.3 Plangebied 6

1.4 Vigerend planologisch recht 6

1.5 Leeswijzer 7

 

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 8

2.1 Algemeen 8

2.2 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur 8

2.3 Functies 8

 

Hoofdstuk 3 Gewenste situatie 10

3.1 Algemeen 10

3.2 Beheersplan 10

3.3 Ontwikkelingen nabij het plangebied 10

3.4 Ontwikkelingen in het plangebied 10

 

Hoofdstuk 4 Afweging belangen en uitvoeringsaspecten 11

4.1 Algemeen 11

4.2 Verstedelijking en landelijk gebied 11

4.3 Industrie en ambacht 11

4.4 Detailhandel 15

4.5 Dienstverlening 19

4.6 Wonen 20

4.7 Water 21

4.8 Milieuaspecten 22

4.9 Externe veiligheid 23

4.10 Erfgoed 25

4.11 Defensie 26

4.12 Rijksweg A73 27

 

Hoofdstuk 5 Juridische verantwoording 29

5.1 Algemeen 29

5.2 Toelichting op de verbeelding 29

5.3 Toelichting op de regels 29

 

Hoofdstuk 6 Handhaafbaarheid 35

 

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 36

7.1 Algemeen 36

7.2 Exploitatieplan 36

7.3 Planschaderisicoanalyse 36

 

Hoofdstuk 8 Procedure 37

8.1 Inspraak en vooroverleg 37

8.2 Zienswijzen 37

 

 

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

 

 

1.1 Algemeen

 

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding regelen de wijze waarop de gronden binnen de bestemmingen gebruikt en bebouwd mogen worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en aanduidingen weergegeven en nader gedifferentieerd. De toelichting geeft onder andere informatie over:

 

 

1.2 Aanleiding en doel

 

De gemeente Cuijk is bezig met het actualiseren van haar bestemmingsplannen. In het kader hiervan is op 6 februari 2012 het ‘Actualiseringsprogramma bestemmingsplannen 2012-2013' vastgesteld. Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) dient een bestemmingsplan eens per tien jaar te worden herzien. Een deel van de Cuijkse bestemmingsplannen is ouder dan tien jaar. De gemeente Cuijk en haar inwoners hebben belang bij actuele bestemmingsplannen vanwege grotere rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en overzichtelijkheid. Getracht wordt overal dezelfde plansystematiek te hanteren.

 

Met de actualisering van de bestemmingsplannen, worden de volgende doelen nagestreefd:

  1. de afname van het aantal bestemmingsplannen;

  2. de digitalisering van bestemmingsplannen;

  3. de standaardisering van bestemmingsplannen;

  4. verwerking van nieuwe wetgeving;

  5. het aangeven van het actuele beleidskader;

  6. verwerking van ontwikkelingen die de benodigde procedures reeds doorlopen hebben.

 

De geactualiseerde bestemmingsplannen in het algemeen en het voorliggende bestemmingsplan “Bedrijventerrein Cuijk” in het bijzonder zijn van een beheersgericht karakter, waarbij de bestaande planologische rechten de uitgangsbasis vormen. Daarbij wordt rekening gehouden met de aansluiting op vastgestelde ruimtelijke beleidslijnen en jurisprudentie. Alleen ontwikkelingen welke reeds de benodigde procedures en besluitvorming doorlopen hebben, worden meegenomen in het bestemmingsplan. Het kan daarbij gaan om besluiten genomen onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), haar opvolger de Wet ruimtelijke ordening (Wro) of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

 

1.3 Plangebied

 

Het plangebied 'Bedrijventerrein Cuijk' bestaat uit de bestaande bedrijventerreinen Groot Heiligenberg en De Beijerd en 't Riet. De twee bedrijventerreinen liggen in elkaars verlengde met als scheidslijn de Beerseweg. De bedrijventerreinen liggen ten westen van het centrum van Cuijk en worden in dit bestemmingsplan als één bedrijventerrein beschouwd.

Ten noorden van het plangebied ligt de woonwijk Heeswijkse Kampen, ten oosten het centrumgebied van Cuijk en ten zuiden en westen ligt het landelijk gebied en het dorp Vianen. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Beersebaan, de spoorlijn Nijmegen-Venlo, de Hapsebaan en de rijksweg 73-Van Galenweg-Beerseweg.

 

 [image]

 

Ligging plangebied "Bedrijventerrein Cuijk"

 

1.4 Vigerend planologisch recht

 

Het voorliggende bestemmingsplan vervangt, nadat het in werking is getreden, de regelingen van de vigerende bestemmingsplannen. Voorliggend plan herziet tevens alle uitwerkingen, wijzigingen, vrijstellingen ex artikel 19 WRO en 'projectbesluiten' onder de Wabo van de bovengenoemde plannen voor wat betreft het aangegeven plangebied. Tot het moment van inwerkingtreding geldt voor het plangebied dus hetgeen planologisch is geregeld in deze ruimtelijke plannen. Dit zijn:

Naam

Vastgesteld

Goedgekeurd

Bp Groot Heiligenberg 2006, wijziging Heeswijksestraat 5

22 mei 2012

niet van toepassing

Bp Groot Heiligenberg 2006, wijziging archeologie

1 februari 2011

niet van toepassing

Bp Groot Heiligenberg 2006

11 februari 2008

22 mei 2008

Bp De Beijerd en ’t Riet 1980, 2e wijziging ex art 11 WRO (vestiging bouwmarkt aan de Lange Beijerd 20)

25 oktober 2005

3 januari 2006

Bp Beijerd en ’t Riet West

26 september 2005

19 december 2005

Bp De Beijerd en ’t Riet 1980, wijziging Karwei

7 september 2004

7 december 2004

Bp Industrieterrein de Beijerd en ’t Riet 1980, 2e partiële herziening

28 januari 2002

2 april 2002

Bp Industrieterrein de Beijerd en ’t Riet 1980, 1e partiële herziening (de Bondt)

4 december 2000

23 februari 2001

Bp De Beijerd en ’t Riet Zuid

4 januari 1993

28 april 1993

Bp Industrieterrein de Beijerd en ’t Riet 1980

6 april 1981

11 mei 1982

 

 

1.5 Leeswijzer

 

In hoofdstuk 2 is een beschrijving opgenomen van de ruimtelijke historie en de huidige situatie van het plangebied. De belangrijkste bevindingen van de gebiedsinventarisatie komen aan bod en vormen de eerste aanzet tot het toekennen van bestemmingen.

 

Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijke doel van het bestemmingsplan (beheer en ontwikkeling).

 

In hoofdstuk 4 wordt een afweging gemaakt van de ruimtelijke belangen in het plangebied. Voor verschillende ruimtelijke aspecten en functies is gekeken naar de ruimtelijke gevolgen, het beleidskader, eventuele onderzoeksresultaten en de juridische vertaling naar regels en verbeelding.

 

In hoofdstuk 5 wordt de juridische verantwoording gegeven als korte samenvatting van de bevindingen uit hoofdstuk 4.

 

In hoofdstuk 6 wordt aandacht geschonken aan het handhavingsbeleid in de gemeente Cuijk.

 

In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid van de planologische regeling aan de orde.

 

In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de procedures die voorliggend bestemmingsplan heeft doorlopen. Uiteengezet wordt op welke wijze rekening is gehouden met de maatschappelijke aspecten inzake de uitvoering van het bestemmingsplan.

 

 

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

 

 

2.1 Algemeen

 

Dit hoofdstuk beschrijft de huidige ruimtelijke situatie van het bedrijventerrein Cuijk. Om een weloverwogen ruimtelijk beleid te voeren is het zaak om kennis te hebben van de geschiedenis van het gebied en de daardoor ontstane ruimtelijke structuur en functies. De huidige situatie vormt de basis voor ontwikkelingen in de toekomst.

 

 

2.2 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur

 

Het bedrijventerrein bestaat uit twee delen die in fasen tot stand zijn gekomen: De Beijerd en 't Riet en Groot Heiligenberg. De ligging van beide delen tussen de A73 en de spoorlijn Nijmegen-Venlo maken het bedrijventerrein een geschikte locatie voor bedrijfsvestiging.

 

Het bedrijventerrein De Beijerd en 't Riet is begin jaren vijftig van de vorige eeuw gefaseerd tot ontwikkeling gekomen. Een belangrijke aanzet werd daarbij gegeven door de vestiging van de vleesverwerkingsfabriek Homburg in 1949. De Homburgfabriek is inmiddels gesloopt en de gronden liggen vrij om opnieuw ontwikkeld te worden. De Beijerd en 't Riet kenmerkt zich door meer kleine bedrijven en menging van functies langs de Beerseweg, Bontsestraat en Beverseweg. Dit deel van het bedrijventerrein is achtereenvolgens naar het zuiden en het westen uitgebreid. De uitbreidingen kenmerken zich door grotere bedrijven zonder functiemenging. Het totale bedrijventerrein heeft een bruto grootte van 93,5 hectare.

 

Het deel Groot Heiligenberg is begin deze eeuw in ontwikkeling gebracht. In het gebied ligt de nadruk op functiemenging van lichte bedrijvigheid, wonen, perifere detailhandel, kantoren en dienstverlening. Het bedrijventerrein is in ontwikkeling en heeft een bruto grootte van 26 hectare.

 

 

2.3 Functies

 

Er is ter plaatse een inventarisatie gemaakt van de functies in het plangebied en de directe omgeving (november 2012). De aangetroffen functies zijn ingedeeld naar de hoofdgroepen van bestemmingen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (hierna: SVBP2012). Deze hoofdgroepen moeten verplicht gebruikt worden bij het opstellen van een bestemmingsplan. Per hoofdgroep wordt een korte beschrijving gegeven van de bijzonderheden.

 

2.3.1 Bedrijventerrein

Het plangebied is in hoofdzaak één groot bedrijventerrein. In het gebied Groot Heiligenberg en langs de Bontsestraat en de Beerseweg is vooral lichte bedrijvigheid te vinden in combinatie met andere functies. In het deel De Beijerd en 't Riet zijn vooral middelzware bedrijven gehuisvest. Op het bedrijventerrein zijn diverse sectoren vertegenwoordigd, waaronder de metaalindustrie, transport en de vleesindustrie.

 

2.3.2 Bos

In het plangebied ligt een kleine strook bos langs de A73, nabij de Beversestraat. De strook maakt onderdeel uit van een bosperceel dat destijds door de A73 is doorsneden. Het deel aan de westzijde van de A73 (Buitengebied 2010) maakt onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur. Het deel aan de oostzijde ligt niet in de ecologische hoofdstructuur.

 

2.3.3 Detailhandel

Verspreid over het bedrijventerrein zijn detailhandelsvestigingen aanwezig, zowel kleinschalig, grootschalig en volumineus. Een aantal percelen aan de Bontsestraat heeft een kleinschalige detailhandelsfunctie, zijnde een speciaalzaak in buitenkoken en een speciaalzaak voor Poolse waren. De Bontsestraat maakt onderdeel uit van een gemengd gebied met industrie, detailhandel en wonen.

Op Groot Heiligenberg zijn aan de Gildekamp en de Beerseweg een aantal grootschalige en voluminieuze detailhandelsvestigingen aanwezig, waaronder een meubelwinkel, een tapijtwinkel en een fietsenwinkel. Aan de Lange Beijerd, Beversestraat en Heeswijksestraat zijn twee bouwmarkten en een tuincentrum gevestigd.

 

2.3.4 Groen

In het plangebied is zeer weinig openbaar groen aanwezig. Het gaat om een groenstrook langs het spoor met daarin gelegen een fietspad, een klein perceel met twee monumentale bomen, een perceel in de oksel van de A73 en de Hapsebaan en groenstroken aan de westzijde van de Bijerd en 't Riet. De groenstroken zijn niet ingericht om in te verblijven.

 

2.3.5 Horeca

In het plangebied is aan de Beversestraat 18 een café met zaal gevestigd. Aan de overzijde van de Beversestraat ligt een parkeerterrein dat bij het café hoort.

 

2.3.6 Verkeer

De hoofdontsluitingsweg en tevens randweg van Cuijk is de Beerseweg-Van Galenweg-De Hork. De weg is noord-zuid georiënteerd en sluit in het noorden aan op de Beersebaan, vlakbij de aansluiting met de rijksweg A73. In het zuiden sluit de weg aan op de Hapsebaan. Vanaf de randweg kan via de Lange Beijerd en de Beversestraat de spoorwegovergang naar het centrum bereikt worden. Het gebied Groot Heiligenberg is vanaf de Beersebaan ontsloten naar de spoorwegovergang via De Spinding-Beersebaan. De overige wegen op het bedrijventerrein zijn gericht op perceelsontsluitingen.

 

Voor het langzaam verkeer ligt langs de gehele randweg een vrijliggend fietspad. Het dorp Vianen is voor het langzaam verkeer bereikbaar via de Beversestraat en een tunnel onder de rijksweg A73. Langs een deel van het spoor ligt een vrijliggend fietspad.

 

Er zijn geen bedrijven met een spooraansluiting.

 

2.3.7 Water

In het plangebied ligt een leggerwatergang met de loop achter het bergbezinkbassin aan de Beversestraat. De waterleggergang heeft aan beide een onderhoudsstrook van 5 meter breed gemeten vanuit de insteek.

 

2.3.8 Wonen

Langs de Beerseweg, Bontsestraat en in het gebied Groot Heiligenberg staan diverse woningen en bedrijfswoningen. De woningen aan de Beerseweg liggen in voormalige lintbebouwing vanuit het centrum. De woningen aan de Bontsestraat liggen tegenover de voormalige losplaats van het spoor. De overige woningen betreffen voormalige boerderijen. Verspreid over het bedrijventerrein liggen bedrijfswoningen, met een concentratie rond de Weldaad en de as Lange Beijerd – De Hork.

 

2.3.9 Transportleidingen

In het plangebied liggen twee rioolpersleidingen, een waterpersleiding en twee gasleidingen. De eerste rioolpersleiding ligt parallel aan de Beersebaan en komt uit bij het gemaal aan de Weldaad 20. De tweede rioolpersleiding takt van de eerste rioolpersleiding af bij de Spinding en loopt vervolgens parallel aan de Spinding en de Van Galenweg naar het zuiden het buitengebied in. De waterpersleiding volgt hetzelfde tracé als de tweede rioolpersleiding.

De eerste gasleiding komt vanuit het noorden het plangebied in bij de rotonde van Beerseweg met de Beersebaan. De leiding volgt vervolgens de Van Galenweg en De Horkt naar het zuiden van het plangebied. Via de straat 't Riet en de spoorlijn verlaat de gasleiding het plangebied.

De twee gasleiding takt af van de eerste ter hoogte van de Beversestraat en loopt via de Lange Beijerd en de Heiligenberg richting het indurstrieterrein Haven Cuijk.

Aan de Overhage is een gasontvangstation gevestigd.

 

 

Hoofdstuk 3 Gewenste situatie

 

 

3.1 Algemeen

 

Dit hoofdstuk beschrijft de beheersmatige kant van het bestemmingsplan en de ontwikkelingen nabij het plangebied, die mogelijk invloed kunnen hebben op het plangebied. Vervolgens wordt kort stilgestaan bij de ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied van de afgelopen jaren.

 

 

3.2 Beheersplan

 

Voorliggend bestemmingsplan "Bedrijventerrein Cuijk" is een beheersplan. Dat wil zeggen dat de vigerende planologische regelingen de basis vormen, op elkaar worden afgestemd en van een meer actuele bestemmingsregeling worden voorzien. Binnen de bestemmingen zijn reële mogelijkheden voor het oprichten, vervangen en uitbreiden van bebouwing en voor het in beperkte mate veranderen van het gebruik van grond en bebouwing gegeven. In alle gevallen gaat het daarbij om veranderingen in bebouwing en gebruik die samenhangen met de bestaande functie en daarom passen binnen een beheersgerichte bestemming.

 

 

3.3 Ontwikkelingen nabij het plangebied

 

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen grote ontwikkelingen gepland. Het plangebied wordt omringd door de nieuwe bestemmingsplannen 'Buitengebied 2010', 'Cuijk Centrum' en 'Cuijk, Heeswijkse Kampen'. Het gaat in deze drie gevallen om beheersmatige bestemmingsplannen op basis van het actualiseringsprogramma.

 

 

3.4 Ontwikkelingen in het plangebied

 

In het plangebied worden geen grote ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Dat betekent dat als een ontwikkeling toch gewenst is, er altijd een procedure nodig is met mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Het plangebied bestaat in principe alleen uit ruimtelijke functies die zijn 'afgerond' of al reeds mogelijk waren in de vigerende bestemmingsplannen.

 

Homburgterrein

Het Homburgterrein ligt grofweg tussen de spoorlijn Nijmegen-Venlo, Beversestraat, De Hork en Het Riet. Het terrein van de voormalige vleesverwerker Homburg was gereserveerd voor de Homburgcampus. Nu deze ontwikkeling definitief niet doorgaat, wordt het braakliggende terrein uitgegeven als standaard bedrijventerrein. Dit stemt overeen met de huidige gebruiksmogelijkheden en is als zodanig geen ontwikkeling.

 

 

Hoofdstuk 4 Afweging belangen en uitvoeringsaspecten

 

 

4.1 Algemeen

 

Alle overheden hebben de mogelijkheid om ruimtelijke belangen vast te leggen in beleidsdocumenten. De Rijksoverheid richt zich vooral op nationale belangen, de provincie Noord-Brabant op provinciale en regionale belangen en de gemeente op lokale belangen. In een bestemmingsplan zijn deze ruimtelijke belangen afgewogen en waar nodig verwerkt in de regels en de verbeelding.

 

Voor de leesbaarheid is gekozen voor een verkorte schrijfwijze van de vigerende bestemmingsplannen:

 

 

4.2 Verstedelijking en landelijk gebied

 

In de 'Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant' hecht de provincie belang aan het verschil tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied van Noord-Brabant. De concentratie van verstedelijking vindt plaats in het zogenaamde “kralensnoer” van steden (met omliggende kleinere kernen) op de overgang van zand naar klei (van Bergen op Zoom tot aan Oss) en rond de steden op het zand (Eindhoven – Helmond, Tilburg en Uden – Veghel). Hier wordt de bovenlokale groei van de verstedelijking opgevangen. In het landelijk gebied bieden vitale kernen landelijke en meer kleinschalige woon- en werkmilieus. Ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen zijn gericht op de eigen behoefte. Voor de opvang van de woningbouwbehoefte geldt het principe van bouwen voor migratiesaldo-nul. Om de leefomgeving aantrekkelijk te houden, verplaatsen bedrijven die hier qua aard, schaal en functie niet meer bij passen naar werklocaties rond de steden. Leefbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. Samen met de bewoners wordt gezocht naar mogelijkheden om gemeenschappelijke voorzieningen voor de kernen te behouden.

 

Verwerking

Het bedrijventerrein Cuijk maakt onderdeel uit van het stedelijk concentratiegebied Cuijk en Boxmeer, zoals opgenomen in de 'Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant'. De ligging en de aanwezige spoor- en rijkswegverbinding met het Knooppunt Arnhem-Nijmegen zijn hierbij van belang. Cuijk en Boxmeer vervullen daarmee binnen de provincie een aparte rol, omdat het een relatie met een stedelijk gebied in een andere provincie betreft. In dit bestemmingsplan worden geen stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de eigen behoefte van het stedelijk concentratiegebied overstijgen.

 

 

4.3 Industrie en ambacht

 

4.3.1 Economische kennisclusters

Het kenniscluster in Noord-Brabant is een onderdeel van grensoverschrijdende netwerken en economieën en is benoemd in de 'Structuurvisie ruimtelijkelijke ordening Noord-Brabant'. Binnen de provincie onderscheiden zich vier kansrijke economische kennisclusters:

 

Verwerking

Het bedrijventerrein Cuijk maakt onderdeel uit van het kenniscluster Noordoost en is in hoofdzaak gericht op food & nutrition. In de Staat van Bedrijfsactiviteiten is hiermee rekening gehouden.

 

4.3.2 Grootte bouwperceel, bebouwingspercentage en bouwhoogte

In de 'Verordening ruimte Noord-Brabant' wordt voor bestaande bedrijventerreinen aandacht gevraagd voor de grootte van bouwpercelen, bebouwingspercentages en bouwhoogtes. In de regels is het deze combinatie van maatvoeringsaspecten die feitelijk vorm geven aan het bedrijventerrein.

 

Verwerking bouwperceel

In de vigerende bestemmingsplannen in Noord is de grootte van een bouwperceel minimaal 800 m² en maximaal 2.500 m². In West wordt uitgegaan van minimaal 1.000 m². In Oost en Zuid is geen minimale grootte van het bouwperceel opgenomen.

 

Het opknippen en versnipperen van bouwpercelen kan op termijn leiden tot onbruikbaar kleine bouwpercelen. Om deze situatie te voorkomen wordt de grootte van een bouwperceel per individueel bedrijf vastgelegd op minimaal 1.000 m². Daarmee wordt aangesloten bij de huidige regeling in West en het recent geactualiseerde bestemmingsplan 'Industrieterrein Haven Cuijk'. Het te ontwikkelen Regionaal Bedrijvenpark Laarakker bij Haps is gericht op bedrijven met een grotere grondbehoefte en hanteert een minimum van 2.000 m², respectievelijk 5.000 m².

 

Verwerking bebouwingspercentage

In de vigerende bestemmingsplannen worden verschillende bebouwingspercentages gebruikt. In Noord geldt alleen een minimum van 40%. Dit om te voorkomen dat gronden wel aangekocht worden, maar vervolgens grotendeels ongebruikt blijven. In Oost, West en Zuid gelden alleen maximum percentages variërend van 50% tot 80%.

 

De maximum bebouwingspercentages komen te vervallen en worden vervangen door een minimum percentage van 40%. Het wordt belangrijk geacht om de gronden zo efficiënt mogelijk te kunnen gebruiken. De volledige bebouwing van een bouwperceel is in principe mogelijk, maar zal niet vaak voorkomen vanweg opgelegde parkeernormen en minimale afstanden tot aangrenzende bouwpercelen.

 

Met een afwijking wordt een bebouwingspercentage van minimaal 20% mogelijk gemaakt. Het kan zijn dat voor een bedrijfsactiviteit veel buitenruimte nodig is en weinig bebouwing. De afwijking biedt dan de gewenste flexibiliteit. De afwijking moet terughoudend worden gebruikt, omdat (teveel) ongebruikte grond elders tot een ruimtevraag kan leiden.

 

Verwerking bouwhoogte

In de vigerende bestemmingsplannen lopen de maximum bouwhoogten op van 5,5 meter tot 15 meter. Vooral in Noord zijn veel verschillende bouwhoogten toegepast. De reden hiervoor was om in hoogte enige aansluiting te vinden bij de aanwezige woningen. Ook de woningen hebben verschillende bouwhoogten gekregen in het vigerende plan.

 

In onderhavig plan is gekozen om de maximum bouwhoogte te versimpelen. De basis wordt gevormd door de nieuwe maximale bouwhoogte van 10 meter voor woningen, die gelijk is aan de maatvoering in vrijwel alle woonwijken en dorpen. De regel is dat bedrijfsgebouwen gelegen naast of in het zicht van woningen ook maximaal 10 meter hoog mogen zijn. Voor de aanwezige bedrijfswoningen wordt deze regel niet toegepast: deze mogen omringd worden door hogere bebouwing. Dat houdt in dat er een 10 meter zone ligt langs het spoor (woningen centrum) en de Beerseweg. Een uitzondering wordt gevormd door het hoekperceel bij het spoor en de Beversestraat waar een maximum bouwhoogte van 15 meter geldt. Deze locatie wordt gezien als een stationslocatie waar een opvallend gebouw mogelijk moet zijn. Op deze specifieke locatie ligt aan de overzijde van het spoor geen woningen, maar een garagebedrijf.

 

Op het overige bedrijventerrein wordt de maximale bouwhoogte 15 meter. De uitzondering wordt gevormd door een twee centraal gelegen percelen aan Het Riet (voomalig Homburgterrein), waar de maximale bouwhoogte 20 meter mag zijn.

 

4.3.3 Milieuzonering

In de 'Verordening ruimte Noord-Brabant' wordt voor bestaande bedrijventerreinen aandacht gevraagd voor het gebruiken van een milieuzonering. Met een milieuzonering wordt op basis van milieuaspecten geregeld welke activiteiten waar toelaatbaar zijn. De inzet is dat bedrijvigheid en wonen geen onevenredige hinder voor elkaar vormen. De bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in een Staat van Bedrijfsactiviteiten, zodat duidelijk wordt welke activiteit in welke zonering is toegestaan.

Verwerking

De categorieën en richtafstanden zijn gebaseerd op de uitgave “Bedrijven en milieuzonering, editie 2009” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Deze uitgave is gericht op de inpassing van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen. Voor bestaande situaties is de uitgave maar beperkt bruikbaar. Het belangrijkste uitgangspunt is om een ordening aan te brengen in de zwaarte van bedrijfsactiviteiten ten opzichte van bestaande woningen: categorie 1 is licht en 6 zeer zwaar. In het plan is daarom vastgelegd dat op bouwpercelen naast bestaande woningen alleen categorie 2 is toegestaan. Dit is een voortzetting van de vigerende bestemmingsplannen.

Belangrijk is te vermelden dat de richtafstandenlijsten uitgaan van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijke te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstand).

Dat houdt in dat voor bedrijven die zich willen vestigen op een bouwperceel naast een woning in de bestemming “Wonen” het volgende geldt:


Het spreekt dus niet vanzelf dat een ‘grootste afstand’ van 30 meter inhoud dat de bebouwing op minimaal 30 meter komt te staan. Wat voorop staat is dat de bedrijfsactiviteit aantoonbaar geen inbreuk maakt op een goede leefomgeving. In het bestemmingsplan wordt een milieuzonering opgenomen, net als in de vigerende bestemmingsplannen. De vigerende milieuzoneringen vormen de basis, maar zijn in een aantal situaties aangepast. Grofweg wordt het bedrijventerrein alsvolgt opgesplitst:

 

Noord: milieucategorieën 1 + 2

Oost: milieucategorieën 2 + 3.1 + 3.2

West: milieucategorieën 2 + 3.1 + 3.2

Zuid: milieucategorieën 2 + 3.1 + 3.2 + 4.1 + 4.2

 

De milieuzonering in Noord blijft hetzelfde als in het vigerende plan, inclusief de mogelijkheid voor activiteiten in de categorie 3.1 en 3.2 ter plaatse van De Spinding.

 

In samenhang met de milieuzonering in Noord worden in Oost en West alleen de categorieën 1 en 2 toegestaan voor zover grenzend aan de burgerwoningen aan de Beerseweg en de Bontsestraat. Hierdoor wordt tussen de woningen en de zwaardere bedrijfsactiviteiten een bufferzone gecreeërd. De bestaande bedrijven met een hogere milieucategorie worden apart aangeduid en mogen de activiteiten voortzetten.

 

Voor de gronden grenzend aan de spoorlijn zijn alleen de milieucategorieën 1, 2 en 3.1 toegestaan als buffer tussen de woonwijk en de zwaardere bedrijfsactiviteiten centraal op het bedrijventerrein.

Direct grenzend aan de bestaande bedrijfswoningen is alleen milieucategorie 3.2 toegestaan in verband met het woonklimaat. Ongeacht het feit dat bedrijfswoningen onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering, dient een minimaal woonklimaat gewaarborgd te worden. Vanaf 30 meter van het woonerf is milieucategorie 4.1 toegestaan en vanaf 50 meter milieucategorie 4.2.

 

Het blijft mogelijk om een bedrijfsactiviteit toe te staan in een categorie lager of hoger dan ter plaatse is toegestaan. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:

 

Het blijft eveneens mogelijk om activiteiten toe te staan die niet zijn benoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, onder voorwaarden dat de activiteit naar aard en omvang vergelijkbaar is met de ter plaatse toegestane milieucategorie(ën). Bij de beoordeling van de aard en invloed op de omgeving wordt in ieder geval gelet op mogelijke geluidhinder, geurproductie, stofuitworp, gevaar, het al dan niet continue karakter van de activiteit, visuele hinder, verkeersaantrekkende werking en verontreiniging van lucht, bodem en water.

 

Tenslotte is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' geheel of gedeeltelijk te wijzigen. Dit door het laten vervallen of toevoegen van bedrijfsactiviteiten, en/of het toekennen van een hogere of lagere categorie van milieubelasting aan bedrijfsactiviteiten, onder voorwaarde dat technologische ontwikkelingen of nieuwe milieuhygiënische inzichten de wijzigingen ondersteunen.

 

4.3.4 Homburgterrein

Het Homburgterrein is een braakliggend bouwterrein in eigendom bij de gemeente. Op deze locatie heeft de Homburgfabriek gestaan tot deze gesloopt werd. Op de vrijgekomen locatie was de Homburgcampus gepland met plaats voor de schouwburg, een middelbare school, bibliotheek en andere sociale-, maatschappelijke en educatieve functies. De Homburgcampus zal echter niet gerealiseerd worden en de braakliggende gronden worden uitgegeven als bedrijventerrein.

 

Verwerking

Op het uit te geven terrein gelden onder andere de volgende regels:

 

4.3.5 Bedrijfsverzamelgebouw

In de vigerende bestemmingsplannen zijn geen regels opgenomen voor bedrijfsverzamelgebouwen of andere vormen van gedeeld gebruik. Dit kan tot strijdige situaties leiden vanwege regels over de toelating van maximaal één bedrijf per bouwperceel of een minimum grootte van een bouwperceel per bedrijf.

 

Verwerking

Een bedrijfsverzamelgebouw is in dit bestemmingsplan elk bedrijfsgebouw dat door meerdere individuele bedrijven wordt gedeeld. Het gaat dus niet alleen om gebouwen die specifiek voor dit doel zijn gebouwd en ingericht. Ook bedrijven die bedrijfsruimte over hebben en deze verhuren of verkopen aan andere bedrijven vallen onder het begrip.

 

Een bedrijfsverzamelgebouw is alleen toegestaan met een afwijking van de regels. In de voorwaarden wordt vooral afgewogen of de veiligheid gewaarborgd is en het parkeren, laden en lossen afdoende is geregeld:

 

4.3.6 Speelautomatenhal

De gemeenteraad heeft besloten om geen nieuwe speelautomatenhallen toe te laten binnen de gemeente Cuijk. De reeds aanwezige speelautomatenhal aan de Grotestraat 14 te Cuijk (BP "Cuijk Centrum") krijgt als enige een positieve bestemming.

 

Verwerking

In de Algemene Regels is een verbod opgenomen voor speelautomatenhallen en dergelijke.

 

4.3.7 Prositutiebeleid Cuijk 2001

Op 1 oktober 2000 is door een wijziging van het wetboek van Strafrecht het algemeen bordeelverbod opgeheven. Door de opheffing van het bordeelverbod is de weg vrijgemaakt voor een integraal gemeentelijk prostitutiebeleid door middel van een facetbestemmingsplan. Op 9 juli 2001 is door de gemeenteraad van Cuijk het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid Cuijk 2001” vastgesteld. Het prostitutiebeleid van de gemeente Cuijk komt voort uit het vastgelegde regionale beleid. De insteek is dat er geen nieuwe prostitutiebedrijven worden toegelaten in de gemeente.

 

Verwerking

In het plangebied is momenteel geen prostitutiebedrijf, seksinrichting, raamprostitutiebedrijf, escortbedrijf of sekswinkel gevestigd. Elders in de gemeente (buitengebied Haps) is reeds een dergelijk bedrijf gevestigd. Hiermee wordt voorzien in de vraag. In de Algemene Regels is een verbod opgenomen voor prositutie in allle vormen.

 

4.3.8 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande de vestiging van industrie en ambacht in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.4 Detailhandel

 

4.4.1 Algemeen

Detailhandel wordt over het algemeen gezien als winkels in een stads- of dorpscentrum. Op bedrijventerreinen komen echter ook diverse vormen van detailhandel voor. Sommige vormen van detailhandel zijn niet langer passend in een winkelcentrum, andere vormen juist een directe concurrent. Vanwege de diversiteit van detailhandel zijn regels opgesteld. Daarbij is als basis de algemeen geaccepteerde definitie van detailhandel gebruikt:

 

"het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit."

 

In de navolgende subparagrafen worden de volgende kenmerken van detailhandel als leidraad gebruikt voor regelgeving:

 

4.4.2 Detailhandel

De globale kenmerken van kleinschalige detailhandel zijn die van een 'normale' winkel in een stads- of dorpcentrum:

 

De kenmerken van deze 'oervorm' van detailhandel zijn passend bij een locatie in een centrumwinkelgebied. De oppervlakte van de uitstalling/showroom is van oudsher groter dan het magazijn waar de voorraad bewaard wordt. De ligging in het centrum noopt vanwege de duurdere grond tot effeciënt ruimtegebruik met kleine en middelgrote vestigingen, waaronder ook begrepen warenhuizen. Zowel het moment van verkoop, de betaling en de levering vinden in dezelfde vestiging plaats.

 

Verwerking

In het plangebied zijn twee winkels gevestigd met de kenmerken van kleinschalige detailhandel:

 

Op beide adressen rust reeds een detailhandelsbestemming, net als op Bontsestraat 8 dat momenteel niet voor detailhandel wordt gebruikt. De drie adressen behouden de bestemming 'Detailhandel'. Wel wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming om te zetten naar de meer toepasselijke bestemming 'Bedrijventerrein'. Behalve ter plaatse van de bestemming 'Detailhandel' is kleinschalige detailhandel op het bedrijventerrein uitgesloten.

 

4.4.3 Grootschalige detailhandel

De globale kenmerken van grootschalige detailhandel zijn:

 

Met grootschalige detailhandel worden winkels verstaan die in oppervlakte groter zijn dan de gemiddelde centrumwinkel en niet of moeilijk ruimte kunnen vinden in een dorps- of stadscentrum. Het gaat om de zogenaamde 'jumbo' of 'xxl' speciaalzaken die een groot assortiment hebben van een bepaalde branche, zoals sportartikelen, speelgoed of schoenen. In overeenkomst met kleinschalige detailhandel ligt de nadruk op de verkoop van veelal kleine, draagbare artikelen aan eindgebruikers. Warenhuizen worden op basis van het brede assortiment niet tot grootschalige detailhandel. Zowel het moment van verkoop, de betaling en de levering vinden in dezelfde vestiging plaats.

 

Verwerking

In het plangebied is één winkel gevestigd met de kenmerken van grootschalige detailhandel:

 

Deze vestiging heeft de functieaanduiding 'detailhandel grootschalig' gekregen binnen de bestemming 'Bedrijventerrein'. Er is bewust niet gekozen voor een detailhandelsbestemming omdat deze is voorbehouden voor kleinschalige detailhandel in en nabij centrumgebieden. Grootschalige detailhandel is over het algemeen beter passend op (een deel van) een bedrijventerrein.

 

In de bestemming "Bedrijventerrein" is met een afwijkingsmogelijheid ruimte geboden om grootschalige en volumineuze detailhandel toe te staan. Het gaat concreet om de straten Lange Beijerd, Korte Beijerd, Nieuwe Erven, Beversestraat tot de kruising met De Hork en Beerseweg 3.

 

In deze straten is reeds sprake van een gemengd gebied met onder andere de autobranche, een sportschool, een bouwmarkt, een bouwmarkt/tuincentrum, een binnenspeeltuin, een sociale werkvoorziening, een dagactiviteitencentrum en een bedrijfsverzamelgebouw. Het enige perceel dat niet grenst aan de Lange Beijerd, Korte Beijerd, Nieuwe Erven of Beversestraat, maar daar wel op aansluit, is het perceel Beerseweg 3 dat jarenlang door de autobranche is gebruikt.

 

 
De voorwaarden hiervoor zijn:

 

In de Bijlage 'Detailhandel' van de regels is een beperkt aantal branches opgenomen dat wordt toegestaan. Het betreft branches die vanwege de ruimtevraag moeilijk in het centrumwinkelgebied zijn in te passen. De minimum maat van 1.000 m² is opgenomen om kleine vestigingen uit te sluiten. De maximum maat van 2.500 m² benadert de huidige omvang van de rijwielhandel (grootschalig) en beide bouwmarkten (volumineus).

 

4.4.4 Volumineuze detailhandel

De globale kenmerken van volumineuze detailhandel zijn:

 

Volumineuze detailhandel betreft detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of omvang van de gevoerde artikelen en groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede woninginrichtingartikelen, waaronder meubelen. Het verschil met grootschalige detailhandel is de omvang van de producten zelf, die in beginsel moeilijk of niet draagbaar zijn. Het moment van verkoop is in de vestiging, de betaling en levering kan behalve in de winkel ook op het afleveradres plaatsvinden.

 

Verwerking

In het plangebied zijn meerdere winkels gevestigd met de kenmerken van volumineuze detailhandel:

 

Voor de voluminieuze detailhandel wordt de aanduiding 'detailhandel volumineus' gebruikt binnen de bestemming "Bedrijventerrein". In het deelgebied Groot Heiligenberg worden niet alleen de bestaande vestigingen aangeduid, maar is ook een groter terrein aangewezen voor volumineuze detailhandel. Dit terrein sluit aan bij de grootschalige fietenswinkel aan de Gildekamp.

 

In de Beversestraat, De Nieuwe Erven, De Korte Beijerd, De Lange Beijerd of de Beerseweg 3 wordt met een afwijkingsmogelijkheid ruimte geboden om nieuwe volumineuze detailhandel toe te staan. Hierbij wordt aangesloten bij de afwijkingsmogelijkheid voor grootschalige detailhandel:

 

In het deelgebied De Riet tenslotte wordt voluminieuze detailhandel helemaal niet toegestaan: ook niet met een afwijking.

 

4.4.5 Productiegebonden detailhandel

De globale kenmerken van productiegebonden detailhandel zijn:

 

Productiegebonden detailhandel heeft alle kenmerken van kleinschalige detailhandel, behalve dat de aangeboden artikelen uit de eigen productielijn moeten komen of daar een directe relatie mee moeten hebben. De detailhandel moet ten alle tijden ondergeschikt zijn aan de bedrijfsactiviteit, zowel in ruimtelijke uitstraling als in het gebruik. Er moet een duidelijke link zijn tussen de bedrijfsactiviteit en de aangeboden artikelen. Zowel het moment van verkoop, de betaling en de levering vinden in dezelfde vestiging plaats.

 

Verwerking

Op het gehele bedrijventerrein is productiegebonden detailhandel alleen toegestaan met een afwijking van de gebruiksregels onder de volgende voorwaarden:

 

De opgenomen voorwaarden zijn bedoeld om te verzekeren dat de productiegebonden detailhandel ondergeschikt blijft aan de hoofdbedrijfsactiviteit. Detailhandel in voedings- en levensmiddelen is alleen toegestaan als groothandel.

 

4.4.6 Detailhandel via het internet

De globale kenmerken van detailhandel via het internet zijn:

 

Detailhandel via het internet is een betrekkelijk nieuw fenomeen, dat echter een groeiend marktaandeel heeft. In de meest pure vorm wordt in een webwinkel een product uitgezocht (digitale uitstalling/showroom) waarna het product wordt gekocht, betaald en via een bezorgservice wordt geleverd. De consument hoeft in deze pure vorm zijn huis niet te verlaten. De producten zelf worden rechtstreeks uit magazijnen opgehaald door de bezorgservice. De magazijnen staan over het algemeen op een bedrijventerrein en hebben alleen een functie als bedrijfsmatige opslagruimte.

 

Een andere vorm is het uitzoeken, kopen en betalen in de webwinkel, maar het product moet zelf opgehaald worden bij een afhaalpunt. Het afhaalpunt kan in feite overal zijn, maar is vaak ondergebracht in een andere detailhandelsvestiging of in het centrale magazijn. De consument moet dus zelf het huis verlaten om de levering af te ronden.

 

Als op een afhaalpunt ook de mogelijkheid wordt geboden om te betalen, dan is er geen sprake meer van een afhaalpunt.

 

Verwerking

In het bestemmingsplan wordt bedrijfsmatige opslag (magazijnen) bij rechte toegestaan, omdat het een normale bedrijfsmatige activiteit betreft. Afhaalpunten zonder uitstalling/showroom en zonder mogelijkheid van betaling zijn alleen met een afwijking van de gebruiksregels toegestaan in het deelgebied De Beijerd. De volgende voorwaarden gelden:

 

4.4.7 Groothandel

De globale kenmerken van een groothandel zijn:

 

Het grote verschil tussen een groothandel en andere vormen van detailhandel is dat de artikelen niet aan een eindgebruiker worden verkocht. Alle artikelen worden in beginsel voor een andere bedrijfsmatige activiteit aangekocht en gebruikt. Bijvoorbeeld voedingsmiddelen worden in horecagelegenheden verwerkt in maaltijden, metaal en hout worden verwerkt in eindproducten enzovoort. Zowel het moment van verkoop, de betaling en de levering vinden in dezelfde vestiging plaats. Het moment van verkoop is in de vestiging, de betaling en levering kan behalve in de vestiging ook op het afleveradres plaatsvinden.

 

Verwerking

Groothandel is een geaccepteerde vorm van detailhandel op bedrijventerreinen. Net als in de vigerende bestemmingsplannen wordt groothandel bij rechte mogelijk gemaakt. In de Staat van bedrijfsactiviteiten is een overzicht van typen groothandel opgenomen. Een uitzondering wordt gemaakt voor de zelfbedieningsgroothandel: deze vorm van groothandel wordt niet toegelaten.

 

4.4.8 Verkoop vuurwerk

De dagen voor de jaarwisseling is de verkoop van vuurwerk aan consumenten toegestaan. De verkoop van vuurwerk is geregeld in het Vuurwerkbesluit 2002 en heeft de globale kenmerken van (tijdelijke) kleinschalige detailhandel:

 

Verwerking

Op het gehele bedrijventerrein zijn inrichtingen vallend onder het Vuurwerkbesluit uitgesloten. In het plangebied zijn twee bestaande verkooppunten van vuurwerk:

 

In de regels en in de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt de verkoop van consumentenvuurwerk op beide locaties mogelijk gemaakt.

 

4.4.9 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande de vestiging van detailhandel in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.5 Dienstverlening

 

Dienstverlening hoort niet per definitie op een bedrijventerrein. Vaak wordt gekozen om een 'kantorenlocatie' in te richten die al dan niet aansluit op een bedrijventerrein. Zware bedrijfsactiviteiten met veel geluid, geur of gevaar zijn niet altijd te combineren met dienstverlening.

 

Verwerking

Op Groot Heiligenberg is een kantorenlocatie opgenomen langs de Beersebaan en aangeduid met 'dienstverlening'. Binnen deze aanduiding is bij rechte dienstverlening toegestaan, voor zover opgenomen in Bijlage 5 "Dienstverlening". De bestaande vestigingen die buiten de kantorenlocatie liggen, krijgen dezelfde aanduiding.

 

Op de Beijerd en 't Riet zijn zelfstandige kantooractiviteiten, maatschappelijke activiteiten, zakelijke, openbare en overige dienstverlening niet toegestaan, met uitzondering van de bestaande vestigingen. Deze zijn op de verbeelding aangeduid met 'dienstverlening'.

 

Met een afwijking van de regels is dienstverlening ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - zichtlocatie' toegestaan op 't Riet, onder voorwaarden dat:

 

 

4.6 Wonen

 

4.6.1 Burgerwoningen

In de ruimtelijke ordening worden bedrijfs- en woonactiviteiten zoveel mogelijk van elkaar gescheiden. Veel productieprocessen zijn namelijk niet of moeilijk te combineren met een goed woonklimaat. De aanwezigheid van woningen op of grenzend aan een bedrijventerrein heeft een directe invloed op de toe te stane bedrijfsactiviteiten.

 

Verwerking

In het plangebied zijn woningen aanwezig aan de Beerseweg, Heiligenberg, Heeswijksestraat en de Bontsestraat. Het gaat daarbij om woningen in oude lintbebouwing en voormalige boerderijen. De woningen krijgen de bestemming 'Wonen' met een bijpassende regeling. Direct grenzend aan de woningen zijn alleen bedrijfsactiviteiten uit de milieucategorieën 1 en 2 toegestaan en zijn de bouwhoogten beperkt.

 

4.6.2 Bedrijfswoningen

Bedrijfswoningen zijn woningen die vroeger of momenteel onderdeel uitmaken of kunnen uitmaken van een bedrijf. Het wonen bij een bedrijf werd in het verleden vaak toegestaan vanwege de noodzaak voor de bedrijfsvoering. Bedrijfswoningen hebben niet dezelfde wettelijke bescherming als burgerwoningen, maar uit jurisprudentie blijkt dat een goed woonklimaat geboden moet worden. Dit hoeft niet zo streng te zijn als voor burgerwoningen, maar wel afdoende.

 

Verwerking

Verspreid over het bedrijventerrein liggen bedrijfswoningen, met een concentratie rond de Weldaad en de as Lange Beijerd – De Hork. Vastgelegd wordt de bedrijfswoning vanaf de voorgevel inclusief achtererf, op basis van luchtfoto’s (2012) met de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Dat is ruimer dan in eerdere plannen, omdat daar alleen het hoofdgebouw werd opgenomen. De achtertuin is echter een onderdeel van de woonomgeving. Het vastleggen is van belang voor de milieuzonering en de beperkingen voor omliggende bedrijven. Nieuwe bedrijfswoningen worden alleen nog mogelijke gemaakt op bepaalde locaties op Groot Heiligenberg, uitsluitend met een afwijking van de regels.

 

Een goed woonklimaat voor bedrijfswoningen wordt mogelijk gemaakt door alleen bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 3.2 of lager toe te staan direct grenzend aan het woonperceel. Het is niet toegestaan om met een afwijking activiteiten hoger dan milieucategorie 3.2 toe te laten. Daarnaast zal per individueel geval getoets moeten worden of het milieucomponent van een omgevingsvergunning verleend kan worden.

 

4.6.3 Mantelzorg

Door de vergrijzing is de mantelzorg meer in beeld gekomen. De inzet bij mantelzorg is het zolang mogelijk voor elkaar zorgen zonder dat daar professionele zorginstellingen bij nodig zijn. De zorgbehoefende kan dan langer in zijn vertrouwde omgeving blijven en de zorgverleners houden meer tijd over voor de zwaardere gevallen.

 

Verwerking

De gemeente Cuijk heeft in het bestemmingsplan "Mantelzorgbeleid 2006" regels opgenomen voor mantelzorg. Deze regels zijn de basis voor de regeling in onderhavig plan. In de regels is mantelzorg als volgt omschreven: "langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt".

 

Met een afwijking van de regels mag een bijbehorend bouwwerk tijdelijk worden verbouwd naar zelfstandige woning. Als de behoefte voor mantelzorg niet langer bestaat, dan moet de oorspronkelijke situatie worden hersteld. De regeling is opgenomen in de algemene gebruiksregels en geldt voor alle woningen in het plangebied.

 

4.6.4 Beroep en bedrijf aan huis

Van oudsher zijn er beroepen die vanuit de woning worden beoefend. Deze beroepen werden 'vrije beroepen' genoemd, zoals een advocaat of een stedenbouwkundige.

 

Verwerking

In de algemene regels zijn bij rechte, maar onder voorwaarden, beroepen en bedrijven aan huis toegestaan. In de voorwaarden zijn de aard en omvang van de activiteit beperkt, omdat het wonen altijd de hoofdactiviteit moet blijven. Acceptabel zijn een dienstverlenend of ambachtelijk beroep of bedrijf, zoals administratieve, juridische, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen en bedrijven.

 

4.6.5 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande het wonen en een goed woonklimaat in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.7 Water

 

4.7.1 Waterschap Aa en Maas

In de beleidsnota 'Uitgangspunten watertoets Aa en Maas' zijn in het kort de principes beschreven die richtinggevend zijn bij de waterschapsadvisering over ruimtelijke plannen. Er zijn acht uitgangspunten waarbij het uitgangspunt 'waterbelangen' uit vijf belangen bestaat.

 

Verwerking

  1. Wateroverlastvrij bestemmen

De hoofdfunctie van het gebied is bedrijventerrein. In het plangebied ligt een leggerwatergang met de loop achter het bergbezinkbassin aan de Beversestraat. De waterleggergang heeft aan beide een onderhoudsstrook van 5 meter breed gemeten vanuit de insteek. De waterleggergang heeft de bestemming 'Water' en de onderhoudsstrook de aanduiding 'vrijwaringszone - watergang' gekregen.

 

  1. Hydrologisch neutraal ontwikkelen

Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas hebben in de notitie “Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk” (11 juli 2006) een definitie en randvoorwaarden gegeven voor het

Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen. Daarbij is een vertaalslag gemaakt naar vijf toetsaspecten waaraan een plan of ontwikkeling getoetst kan worden. Hydrologisch neutraal ontwikkelen houdt in dat

de ontwikkeling geen hydrologische achteruitgang ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg

heeft. Er mogen geen hydrologische knelpunten worden gecreëerd voor de te handhaven en de

vastgelegde toekomstige landgebruikfuncties in de projectlocatie en het beïnvloedingsgebied.

 

Een hulpmiddel bij het bepalen en oplossen van hydrologische knelpunten is de HNO-tool van het

Waterschap. Daarmee kan berekend worden of er een waterbergingsopgave is en hoe groot deze dan

is. In het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij de HNO-tool vooraf ingezet moet worden.

 

  1. Voorkomen van vervuiling

Bij de inrichting, het bouwen en het beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen toegevoegd te

worden aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Daarbij wordt aandacht gevraagd

voor het materiaalgebruik. Om watervervuiling te voorkomen, wordt het gebruik van uitloogbare of

uitspoelbare bouwmaterialen tot een minimum beperkt.

 

  1. Gescheiden houden van schoon en vuil water

Het afval- en hemelwatersysteem bestaat globaal uit een gemengd stelsel op de Beijerd en 't Riet en een gescheiden stelsel op de nieuwere delen van Groot Heiligenberg. Een klein deel van de Beerseweg is aangesloten op het gemengd stelsel. Voor alle nieuwbouw geldt dat het hemelwater afgekoppeld moet worden en verwerkt op eigen terrein.

 

  1. Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie - buffering – afvoer”.

In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe

plannen altijd onderzocht dient te worden, hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater.

Hierbij dient de genoemde voorkeursvolgorde doorlopen te worden.

 

  1. Meervoudig ruimtegebruik

Het plangebied heeft als hoofdfunctie bedrijventerrein.

 

  1. Water als kans

Op het bedrijventerrein zelf is geen oppervlaktewater aanwezig.

 

  1. Waterbelangen

Het Waterschap Aa en Maas benoemd vijf waterschapsbelangen met een ruimtelijk component:

  1. Ruimteclaims voor waterberging
    Niet van toepassing.

  2. Ruimteclaims voor de aanleg van natte EVZ's en beekherstel
    Niet van toepassing.

  3. Aanwezigheid en ligging watersystemen
    Niet van toepassing.

  4. Aanwezigheid en ligging waterkering
    Niet van toepassing.

  5. Aanwezigheid en ligging infrastructuur en ruimteclaims afvalwaterketen
    In het plangebied liggen twee rioolpersleidingen. De eerste rioolpersleiding ligt parallel aan de Beersebaan en komt uit bij het gemaal aan de Weldaad 20. De tweede rioolpersleiding takt van de eerste rioolpersleiding af bij de Spinding en loopt vervolgens parallel aan de Spinding en de Van Galenweg naar het zuiden het buitengebied in. De gemalen zijn aangeduid als 'nutsvoorziening' en de belemmeringenstroken langs de rioolpersleidingen zijn bestemd met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'.

 

4.7.2 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande de waterhuishouding in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.8 Milieuaspecten

 

4.8.1 Bodemkwaliteit

De Wet bodembescherming (Wbb) bevat de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. Daarnaast verbiedt de Woningwet bouwen op verontreinigde grond.

 

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient in het geval van incidentele bouwlocaties en bestaande bouwtitels beoordeeld te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemmingen. Uitgangspunt is dat minimaal een historisch bodemonderzoek plaats dient te vinden, conform NEN 5725. Indien er sprake is van een verdachte locatie moet het historisch onderzoek worden aangevuld met een verkennend bodemonderzoek conform de geldende norm. Ook bij bestemmingswijziging naar een gevoeligere bestemming is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk conform NEN 5740.

 

 
Verwerking

Geen nadere verwerking noodzakelijk.

 

4.8.2 Geluidhinder

Ingevolge artikel 74 en 82 van de Wet geluidhinder bevindt zich aan weerszijden van wegen, niet zijnde woonerven of 30 km/uur wegen, een zone waarbinnen de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de gevel van woningen niet meer mag bedragen dan 48 dB (de voorkeursgrenswaarde).

 

Verwerking

De rijksweg A73 ligt deels in het plangebied en grenst er aan. Aan weerszijden van de rijksweg ligt een onderzoekszone van 400 meter. Binnen deze zone zijn geluidsgevoelige objecten aanwezig, maar nieuwe worden niet mogelijk gemaakt.

 

4.8.3 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande de milieuaspecten bodemkwaliteit en geluidhinder in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.9 Externe veiligheid

 

De externe veiligheidsrisico's worden bepaald door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (productie, gebruik, opslag en vervoer) in en rond het plangebied. Veiligheidsafstanden tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen, moeten ervoor zorgen dat bij een eventuele calamiteit het aantal dodelijke slachtoffers beperkt blijft. Het Vuurwerkbesluit (2002, herziening 2004) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, 2004) stellen afstandseisen aan risicovolle bedrijfsactiviteiten. De circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (RNVGS, 2004) adviseert bij transportroutes en buisleidingen met gevaarlijke stoffen veiligheidsafstanden aan te houden.

 

Er wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (oftewel 10-6 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag

niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde.

 

Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp.

 

In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico’s acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico’s te verkleinen.

 

In het concept Besluit transportroutes externe veiligheid is bepaald dat bij ontwikkelingen het groepsrisico niet langer verantwoord hoeft te worden indien een weg gelegen is op meer dan 200 meter van het te ontwikkelen gebied. De praktijk heeft ook uitgewezen dat ontwikkelingen op deze afstand niet of nauwelijks bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico.

 

4.9.1 Inrichtingen

In het plangebied zijn drie inrichtingen in werking die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen:

- Beersebaan 1, tankstation, verkoop en opslag van lpg (maximaal 1.000 m³ per jaar);

- De Hork 30, PTL Energy BV, verkoop en opslag van diverse vloeistoffen en gassen;

- Simon Homburgstraat 14, Blokland coldstorage, opslag van diepvriesproducten.

 

Verwerking

Op het bedrijventerrein Cuijk worden geen nieuwe Bevi-inrichtingen toegestaan. Voor deze bedrijven is plaats op Industrieterrein Haven en het Regionaal Bedrijvenpark Laarakker. De drie bestaande Bevi-inrichtingen zijn specifiek benoemd en toegestaan tot de Bevi-activiteit wordt beëindigd.

 

Het plaatsgebonden risico behorende bij het tankstation met lpg wordt op dezelfde wijze opgenomen als in het vigerende bestemmingsplan Groot Heiligenberg. In de milieuvergunning is een doorzet van 1.000 m³ per jaar toegestaan. De plaatsgebonden risicocontour gemeten vanuit het vulpunt lpg blijft 45 meter. In de regels en op de verbeelding is hiervoor de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg' opgenomen. Binnen deze zone zijn geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

 

Het invloedsgebied groepsrisico van 150 meter wordt niet op de verbeelding overgenomen, maar blijft vanzelfsprekend wel van toepassing bij de afweging van ontwikkelingen. Dienstverlende bedrijven, maatschappelijke instellingen en sportscholen zijn niet bij rechte toegestaan binnen een straal van 150 meter rondom het vulpunt lpg. Een kenmerk van deze activiteiten is namelijk dat er relatief veel mensen aanwezig zijn op een beperkt oppervlak. Daardoor kan het groepsrisico een onwenselijke grootte aannemen. Met een wijzigingsbevoegdheid kunnen de activiteiten worden toegestaan, onder voorwaarde dat:

 

4.9.2 Transportroutes

Gevaarlijke stoffen mogen alleen vervoerd worden over vastgelegde transportroutes. Deze routes lopen over de weg, het spoor en het water. De bundeling van transport zorgt voor een hogere mate van veiligheid op andere routes.

 

Verwerking

In en nabij het plangebied liggen transportroutes voor gevaarlijke stoffen.

 

De rijksweg A73 ligt direct naast het plangebied. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat op het bedrijventerrein geen bedrijven mogen worden gevestigd die bijdragen aan een verslechtering van de externe veiligheid. In een recent onderzoek naar externe veiligheid en de A73 (Windmill, 2008.049.11-2) is geconcludeerd dat de A73 geen 10-6 contour heeft en het plaatsgebonden risico niet van invloed is. Het groepsrisico is eveneens verwaarloosbaar klein. Gezien het uitblijven van ontwikkelingen in het plangebied en recent onderzoek, is een verdere verantwoording van het groepsrisico en het plaatsgebonden risico niet nodig.

 

De transportroutes Beersebaan (N321) en de Hapsebaan liggen direct naast het plangebied. De verbindingsweg tussen beide wegen Beerseweg-Van Galenweg-De Hork ligt deels binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk nabij deze transportroutes.

 

De spoorlijn Nijmegen-Venlo ligt direct naast het plangebied. Op basis van de gegevens uit de Risicoatlas voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de vrije baan (juni 2001) kan gesteld worden dat zowel het individueel risico als het groepsrisico in het plangebied niet in geding zijn. Uit de vervoergegevens blijkt dat het spoor niet gebruikt wordt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

 

4.9.3 Buisleidingen

Diverse gevaarlijke stoffen, zoals gas en kerosine, worden per ondergrondse buisleiding vervoerd. Het is van belang dat de buizen bereikbaar blijven voor onderhoud.

 

Verwerking

Er liggen geen delen van het hoofdnetwerk van buisleidingen voor gevaarlijke stoffen in het plangebied. Wel ligt in het plangebied een tweetal regionale aardgastransportleidingen Z-542-17-KR-015/016 (diameter 8-inch, 40 bar) en Z-518-05-KR-007 t/m 009 (diameter 6-inch, 40 bar) en een gasontvangstation Z-167. Een aftakking is aangelegd naar het industrieterrein Haven Cuijk, een andere aftakking eindigt bij het bedrijf Nutricia gevestigd aan de Grotestraat te Cuijk.

 

 
Voor het onderhavige bestemmingsplan is ten aanzien van het vervoer van aardgas door

ondergrondse buisleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Dit

besluit is op 1 januari 2011 in werking getreden. Het besluit bevat een grens en richtwaarde ten

aanzien van het plaatsgebonden risico (PR). Tevens moet het groepsrisico (GR) (beperkt) worden

verantwoord. Hiertoe vermeld de toelichting de in artikel 12, lid 1 van dit besluit genoemde onderdelen.

 

De letaliteitgrenzen van de 1% en 100% liggen op respectievelijk 100 en 50 meter (Z-542-17) en 70 en 40 meter (Z-518-05) van het hart van de leiding. Voor het gasontvangstation geldt een veiligheidsafstand van 15 meter voor kwetsbare objecten en 4 meter voor beperkt kwetsbare objecten. De PR-contour ligt op de leiding zelf. Daaromheen ligt een vrijwaringszone van 4 meter. Binnen deze

4 meter worden geen kwetsbare objecten toegestaan zodat voldaan wordt aan de grenswaarde voor

de PR en de eis van de vrijwaringzone. De vrijwaringzone is opgenomen in de regels en op de

plankaart. Voor beide gasleidingen is de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' opgenomen.

 

4.9.4 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande de externe veiligheid in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.10 Erfgoed

 

4.10.1 Archeologische verwachtingswaarde

De gemeente Cuijk heeft een bijzonder rijk bodemarchief. Op veel plaatsen zijn archeologische sporen aanwezig of te verwachten vanwege de bewoningsgeschiedenis gedurende de Romeinse tijd, maar ook vanwege nog aanwezige sporen uit de Prehistorie en de vroege en late Middeleeuwen. Het 'Archeologisch beleidsplan gemeente Cuijk' is opgesteld om aan te geven hoe de gemeente hiermee om gaat. Bij het beleidsplan hoort een archeologische verwachtingenkaart. In het beleidsplan is aangegeven hoe in bestemmingsplannen omgegaan dient te worden met archeologie en in de bijlage van het plan zijn voorbeeldregels opgenomen. De voorbeeldregels zijn gekoppeld aan de gebieden van de archeologische verwachtingenkaart.

 

Verwerking

Uit de verwachtingenkaart blijkt dat in het plangebied de aanduidingen Waarde - archeologie 4 en 5 van toepassing zijn. De gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' houden in dat voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 resp. 2.500 m² en dieper dan 0,50 meter bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, voldoende zijn vastgesteld. Tevens geldt voor bepaalde werkzaamheden een omgevingsvergunningsplicht.

 

4.10.2 Karakteristieke objecten

De gemeenteraad van Cuijk is voornemens over te gaan tot aanwijzing van gemeentelijke monumenten. Om tot een selectie van gemeentelijke monumenten te komen, is een eerste inventarisatie van de historische bouwkunst in de gemeente Cuijk noodzakelijk. Burgemeester en wethouders hebben daartoe op 29 maart 2011 de 'Actualisatie lijst karakteristieke objecten' vastgesteld. De doelstelling van het project kan als volgt worden geformuleerd:

‘Het uitvoeren van een cultuurhistorische inventarisatie ten behoeve van een actualisatie van de lijst van karakteristieke objecten van de gemeente Cuijk.’

Actualisatie betekent dat naast het plaatsen van nieuwe objecten op de lijst, het ook mogelijk is dat objecten uit de bestaande lijst worden afgevoerd omdat zij naar de huidige inzichten niet langer een status als karakteristiek object behoeven. De geactualiseerde lijst wordt gebruikt bij de opstelling van bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Cuijk (aanduiding karakteristieke bebouwing). Objecten (of complexen) die aangewezen zijn als rijksmonument, zijn in het kader van dit onderzoek niet nader onderzocht. Voor deze elementen is reeds een redengevende beschrijving aanwezig, is van rijkswege een cultuurhistorische waardering gemaakt en worden deze bij wet beschermd.

 

 
Verwerking

Er zijn volgens de 'Actualisatie lijst karakteristieke objecten' meerdere karakteristieke objecten aanwezig binnen het plangebied:

 

Dergelijk objecten zijn niet wettelijk beschermd, maar hebben wel cultuurhistorische waarde waar zorgvuldig mee omgesprongen moet worden. In het bestemmingsplan krijgen ze de bouwaanduiding 'karakteristiek' met als doel de karakteristieke hoofdvorm te beschermen. Verbouwingen en sloop zijn alleen onder voorwaarden toegestaan.

 

4.10.3 Monumentale bomen

De 'Monumentale Bomennota Cuijk 2009-2019' nota stelt de uitgangspunten vast voor het opstellen van een monumentale bomenlijst, dient ter voorkoming van het verstoren van de groeimogelijkheden van de boom en dient om ontwikkelingen tegen te gaan die de standplaatsen van de boom nadelig beïnvloeden. Daarnaast wil de gemeente de ontwikkeling van een duurzame, vitale en herkenbare boombeplanting in de gemeente stimuleren. Ter bescherming van de monumentale bomen, is een lijst opgesteld. De bomen van deze lijst worden vervolgens positief bestemd in de bestemmingsplannen. Hiermee krijgen deze bomen een feitelijke, fysieke en juridische bescherming.

 

Verwerking

In het bestemmingsplan wordt naast de standplaats van de boom, ook de kwaliteit van de groeiplaats beschermd. De omvang van de groeiplaats betreft de maximaal te bereiken kruindiameter met inbegrip van een extra afstand van 2,00 meter. In de regels van het bestemmingsplan worden deze beschermende bepalingen opgenomen, onder andere door aan te geven dat het verboden is te bouwen binnen deze groeiplaats. Bovendien mogen monumentale bomen niet gekapt worden zonder omgevingsvergunning.

 

In het plangebied staan diverse monumentale bomen. Op de verbeelding zijn deze monumentale bomen opgenomen en voorzien van de gebiedsaanduiding ‘monumentale boom’, waarmee de bomen beschermd worden. In de praktijk is gebleken dat het bepalen van de maximale kruindiameter per boom erg moeilijk is. Daarom is gekozen om uit te gaan van een maximaal te bereiken kruindiameter van 20,00 meter, oftewel een straal van 10,00 meter. In de regels wordt de mogelijkheid opgenomen om de groeiplaats te ‘verkleinen’ als aangetoond wordt dat de kruindiameter niet de volle 20,00 meter kan bereiken.

 

4.10.4 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande het erfgoed in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.11 Defensie

 

4.11.1 Militair vliegveld Volkel

Als uitwerking van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) regels opgenomen om een veilig en doelmatige gebruik van defensieterreinen te waarborgen. Het gaat bijvoorbeeld om veiligheidszones rond munitiedepots, obstakelvrije aanvliegroutes en radarverstoringsgebieden.

 

In het plangebied liggen geen defensieterreinen. Wel heeft de gemeente Cuijk te maken met het radarverstoringsgebied en het obstakelbeheergebied van militair vliegveld Volkel. Voor het veilig afwikkelen van vliegverkeer gelden in een bepaald gebied rond een luchtvaartterrein maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten, zoals woon- en kantoorgebouwen, antennemasten, windmolens en bomen. Hiermee wordt voorkomen dat radarsignalen worden verstoord en vliegtuigen met objecten in botsing kunnen komen. De maximaal toelaatbare hoogtes en de ligging en omvang van het gebied worden bepaald door de ligging van de start- en landingsbanen en berusten op internationale vastgelegde afspraken.

 

Verwerking

Het plangebied ligt in het obstakelbeheergebied en in het radarverstoringsgebied. In de regels en op de verbeelding wordt de gebiedsaanduiding 'funnel' opgenomen voor het obstakelbeheergebied. Bouwwerken hoger dan 170 meter + NAP vormen een belemmering voor het obstakelgebied.

De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' is opgenomen voor het radarverstoringsgebied. Bouwwerken hoger dan 105 meter + NAP vormen een belemmering voor het radarverstoringsgebied. Het peil in het plangebied is gemiddeld 6 meter + NAP. In het bestemmingsplan worden geen bouwwerken mogelijk gemaakt met een conflicterende bouwhoogte.

 

4.11.2 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen van het militaire vliegveld Volkel in het plangebied afdoende zijn behartigd.

 

 

4.12 Rijksweg A73

 

4.12.1 Functioneren van hoofdnetwerk

De rijksweg A73 maakt onderdeel uit van het hoofdnetwerk van wegen (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte). Van belang is de instandhouding van voldoende capaciteit en het algemeen functioneren van de A73.

 

Verwerking

In het plangebied ligt een deel van het talud van de rijksweg A73 in het plangebied. Een bebouwingsvrije zone is opgenomen tot de grens van het bouwvlak en een overlegzone vanaf de bouwvlakgrens tot maximaal 50 meter gemeten vanuit de rand van de weg. Beide zones zijn er op gericht om eventuele aanpassingen aan de hoofdinfrastructuur makkelijker te realiseren. Binnen de gebiedsaanduiding 'bebouwingsvrije zone A73' geldt een totaal bouwverbod voor niet aan de infrastructuur gerelateerde bouwwerken. In de gebiedsaanduiding 'overlegzone A73' geldt hetzelfde bouwverbod, maar met de mogelijkheid om onder voorwaarden alsnog volgens de bestemming te bouwen.

 

4.12.2 Beleving vanaf hoofdinfrastructuur

De infrastructuur is belangrijk voor de beleving van de openbare ruimte van Noord-Brabant. De provincie vindt het daarom belangrijk dat ontwikkelingen langs het hoofdwegennet bijdragen aan de identiteit en de kwaliteit van Noord-Brabant (Structuurvisie ruimtelijke ordening NB).

 

De grote steden van Noord-Brabant ontwikkelen hoogstedelijke zones langs de internationale verbindingen. Dat kan aan beide zijden van de hoofdwegen of er over heen. Langs de overige hoofdinfrastructuurverbindingen in het stedelijk concentratiegebied wil de provincie dat verstedelijking zich niet aan beide zijden van de hoofdwegen presenteert. Hierdoor worden de contrasten binnen stedelijke concentratiegebieden versterkt.

 

Verwerking

De rijksweg A73 is een hoofdinfrastructuurverbinding in een stedelijk concentratiegebied. Het plangebied grenst aan de A73 en heeft daar specifiek gebruik van gemaakt door middel van een zichtlocatie op het bedrijventerrein. In de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan is ingezet op ruime kavels met een laag bebouwingspercentage en ruime afstanden tussen bebouwing. Deze lijn wordt voortgezet in onderhavig bestemmingsplan met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - zichtlocatie'.

 

4.12.3 Geluidwerende voorzieningen

In de Wet geluidhinder zijn regels opgenomen om geluidsoverlast te voorkomen. Onder andere wegen zijn een geluidsbron die als hinderlijk ervaren kan worden. Een manier om het overlastgebied te verkleinen is het aanbrengen van geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen.

 

 
Verwerking

Op het talud van het A73 wordt het mogelijk gemaakt om geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen te bouwen. De verwachting is dat geen gebruik zal worden gemaakt van deze mogelijkheid, omdat in hetzelfde gebied sprake is van een zichtlocatie voor bedrijven. Het volledig uitsluiten van de mogelijkheid is echter ongewenst.

 

4.12.4 Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat de belangen aangaande de rijksweg A73 afdoende zijn behartigd.

 

 

Hoofdstuk 5 Juridische verantwoording

 

 

5.1 Algemeen

 

In dit hoofdstuk worden de verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan van een nadere toelichting voorzien. De verbeelding en de planregels zijn opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

 

 

5.2 Toelichting op de verbeelding

 

Bij dit plan hoort één digitale verbeelding die analoog uit drie plankaarten bestaat. De verbeelding is eenvoudig opgezet. Dit bevordert de inzichtelijkheid, de handhaafbaarheid en de rechtszekerheid bij de beoordeling van bouwplannen. De verbeelding geeft de gronden van Groot Heiligenberg en De Beijerd en 't Riet weer. De bestemmingen van deze gronden zijn (deels met nadere aanduidingen) op de verbeelding opgenomen. Bij de verbeelding horen een legenda, een overzichtsvenster en een transfer.

 

5.2.1 Legenda

In de legenda zijn de verbeelding van het plangebied, de bestemmingen, de aanduidingen en de verklaringen opgenomen. Het plangebied omvat de gronden die onderwerp zijn van dit bestemmingsplan. Met de bestemmingen wordt het gebruik van de gronden vastgelegd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enkel-, dubbel-, voorlopige en uit te werken bestemmingen. In het geval van bijzondere of afwijkende gebruiksituaties worden aanduidingen gebruikt. Het gaat om gebieds-, functie-, bouw- en maatvoeringsaanduidingen, aangevuld met bouwvlakken en figuren.

In de verklaring staan tenslotte de onderdelen van de verbeelding die geen juridische grondslag hebben. Ze worden gebruikt om de verbeelding makkelijker leesbaar te maken, bijvoorbeeld door een topgrafische ondergrond en huisnummering toe te voegen.

 

5.2.2 Overzichtsvenster

Het overzichtsvenster plaatst het plangebied in de directe omgeving. Bij meerdere verbeeldingen is een overzichtsvenster verplicht.

 

5.2.3 Transfer

In de transfer staat algemene informatie over het bestemmingsplan, zoals de naam, de status en de schaal.

 

 

5.3 Toelichting op de regels

 

De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en aanduidingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden, en hoe en wat er gebouwd kan, of mag worden. Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is.

 

De planregels zijn altijd onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten:

  1. inleidende regels;

  2. bestemmingsregels;

  3. algemene regels;

  4. overgangs- en slotregels.

 

5.3.1 Inleidende regels

De inleidende regels omvatten de gebruikte begripsomschrijvingen en afkortingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Voor zover van toepassing zijn de regels uit de SVBP2012 overgenomen. Ter versterking van de uniformiteit wordt in de begripsomschrijvingen zoveel mogelijk aangesloten bij andere regelgeving.

 

5.3.2 Bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemming is, overeenkomstig de SVBP2012 in beginsel opgebouwd uit:

 

Het komt vaak voor dat niet alle onderdelen zijn gebruikt in een bestemming. In onderstaand overzicht zijn de gebruikte (dubbel)bestemmingen in dit bestemmingsplan opgenomen. De juridische maatregelen die in de hoofdstuken 3 en 4 naar voren zijn gekomen, worden verder toegelicht.

 

Enkelbestemmingen

 

Bedrijventerrein

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden omvatten de bedrijfsgronden. In de regels is een algemene milieuzonering opgenomen. Enkele bedrijven zijn specifiek aangeduid vanwege afwijkend gebruik of een afwijkende milieucategorie: 'brandweerkazerne', 'specifieke vorm van bedrijf - steenhouwerij' 'specifieke vorm van bedrijf - huidenhandel en conserveerinrichting', 'specifieke vorm van bedrijf - gieterij', 'specifieke vorm van bedrijf - slijpsteenfabriek' en 'specifieke vorm van bedrijf - vleesverwerker'.

De aanduidingen 'detailhandel grootschalig' en 'detailhandel volumineus' zijn opgenomen om bepaalde vormen van detailhandel toe te staan. Voor de tuincentra is de aanduiding 'tuincentrum' opgenomen en voor de bouwmarkten 'specifieke vorm van detailhandel - bouwmarkt'.

Kantoren en zakelijke dienstverlening worden mogelijk gemaakt ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening'. De gronden voor maatschappelijke dienstverlening zijn aangeduid als 'maatschappelijk' en specifiek 'sportschool'. De zichtlocatie langs de A73 en het spoor is opgenomen met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - zichtlocatie'.

De bedrijfswoningen zijn aangeduid met 'bedrijfswoning'. Op het bedrijventerrein zijn ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' gebouwen toegestaan voor nutsdoelenden. Het tankstation aan de Beerseweg is opgenomen met de aanduidingen 'verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg' en 'vulpunt lpg'. Het tankstation aan De Hork en de Beversestraat zijn opgenomen met de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg'.

De karakteristieke kapel aan de Lange Beijerd heeft de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. Aan deze aanduiding is voor sloopwerkzaamheden een omgevingsvergunning gekoppeld.

 

Bos

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor het bosperceel langs de A73. Het bouwen en ingrijpen in het bosperceel is beperkt en onder voorwaarden toegestaan.

 

Detailhandel

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor de winkels aan de Bontsestraat.

 

Groen

Het stedelijk groen krijgt de bestemming 'Groen' en is gericht op de stedelijke groenstructuren van

enige omvang. De kleinere groenelementen, zoals verkeersgeleidend groen zijn binnen de overige

bestemmingen toegestaan als ondergeschikt gebruik. In de hoek A73-Hapsebaan is de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - reclamemast' opgenomen om een een reclamemast mogelijk te maken.

 

 
Horeca

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor het huidige café met zalen. De mogelijkheden voor horeca zijn beperkt tot café. De bedrijfswoning is opgenomen met de aanduiding 'bedrijfswoning'. De bij het café behorende parkeerterrein is aangeduid met 'parkeerterrein'.

 

Verkeer

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersvoorzieningen zoals verhardingen, woonstraten, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen.

 

Water

De aanwezige A-watergang parallel aan de rijksweg A73 heeft de bestemming 'Water' gekregen. In de

bestemming is aan bepaalde werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning gekoppeld.

 

Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in bestaande vrijstaande woningen, 2-1-kappers en rijwoningen. Het bestaande aantal woningen per bouwvlak is toegestaan, met als peildatum de inwerkingtreding van dit plan. De karakteristieke woningen hebben de aanduiding 'karakteristiek' gekregen. Aan deze aanduiding is voor sloopwerkzaamheden een omgevingsvergunning gekoppeld.

 

Dubbelbestemmingen

 

Leiding - Gas

Ter plaatse van de ondergrondse aardgasleidingen is de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' opgenomen. De breedte van de belemmeringenzone is 4 meter, gemeten vanuit het hart van de leiding. In de dubbelbestemming is aan bepaalde werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning gekoppeld.

 

Leiding - Riool

Ter plaatse van de ondergrondse rioolleiding van het gemaal in Linden naar het Industrieterrein Haven Cuijk is de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen. De breedte van de belemmeringenzone is 3,5 meter, gemeten vanuit het hart van de verbinding. In de dubbelbestemming is aan bepaalde werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning gekoppeld.

 

Waarde - Archeologie 4

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archologische waarden van de gronden. Onder andere dient voor het bouwen de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 0,50 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

 

Waarde - Archeologie 5

De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archologische waarden van de gronden. Onder andere dient voor het bouwen de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,50 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

 

5.3.3 Algemene regels

De algemene regels bevatten verplicht de anti-dubbeltelbepaling en kunnen algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels, wijzigingsregels, procedureregels en overige regels bevatten. De algemene regels worden hier nader toegelicht.

 

Anti-dubbeltelregels

In het Bro is een standaard opgenomen voor de anti-dubbeltelregel. Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. In het verleden werd nog wel eens een extra (bouw)perceel of gedeelte daarvan verworven om meer bouwmogelijkheden te krijgen. Bijvoorbeeld bij een regel dat een groter bouwperceel recht geeft op een groter oppervlakte aan bijgebouwen. Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning werd de grond weer afgestoten. Gevolg: meer bouwwerken op een perceel dan feitelijk bedoeld was.

De anti-dubbeltelregel voorkomt dit door te verbieden dat nieuw verworven (bouw)percelen in de berekening worden meegenomen als deze al eerder bij een omgevingsvergunning zijn betrokken.

 

Algemene bouwregels

De algemene bouwregels zijn een aanvulling op de specifieke bouwregels van de diverse bestemmingen. Het gaat bijvoorbeeld om de omgang met bestaande maten, het toestaan van ondergeschikte bouwdelen en ondergronds bouwen.

 

Algemene gebruiksregels

In de Wro is in artikel 7.10 lid 1 een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. In de algemene gebruiksregels worden vaak algemene verboden opgenomen. Er zijn ook regels opgenomen die voor meerdere bestemmingen gelden, zoals mantelzorg en aan-huis-verbonden-beroepen of -bedrijven.

 

Algemene aanduidingsregels

In dit artikel kunnen regels worden opgenomen die algemeen van toepassing zijn op het bestemmingsplan. Het gaat om gebiedsaanduidingen zoals beschreven in de SVBP2012. De gebiedsaanduidingen worden gebruikt voor situaties die in meerdere bestemmingen voorkomen. Het gaat bijvoorbeeld om de gebiedsaanduiding 'monumentale boom'. De te beschermen groeiplaats van de boom kan deels in de bestemming 'Verkeer" liggen en deelsl in de bestemming 'Groen'. De gebiedsaanduidingsregel is dan aanvullend op beide bestemmingen.

 

Gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - radar'

In de regels en op de verbeelding zijn de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - radar' en 'funnel' opgenomen ter bescherming van het functioneren van vliegbasis Volkel.

 

Gebiedsaanduiding 'funnel'

In de regels en op de verbeelding is de gebiedsaanduiding 'funnel' opgenomen ter bescherming van

het functioneren van vliegbasis Volkel. De bescherming betreft een verbod op bouwwerken die de

aanvliegroute kunnen belemmeren.

 

Gebiedsaanduiding 'monumentale boom'

Ter bescherming van de groeiplaatsen van monumentale bomen is de gebiedsaanduiding 'monumentale boom' opgenomen. De bescherming is gericht op het wortelstelsel en de bladerkroon en biedt aan beide voldoende ruimte om volledig uit te groeien. Het oprichten van bebouwing is daarom beperkt in de groeiplaatsen.

 

Gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg'

In de regels en de op de verbeelding is de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg' opgenomen om te

voorkomen dat gevaarlijke situaties ontstaan in relatie tot het lpg-station aan de Beersebaan.

 

Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - watergang'

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - watergang' gelden aanvullende regels om het beheer en onderhoud van de watergang mogelijk te houden.

 

Bebouwingsvrije zone A73

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'bebouwingsvrije zone A73' geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, met uitzondering van met de rijksweg A73 verband houdende bouwwerken, zoals geluidwerende voorzieningen. Ontheffing van het bouwverbod is niet mogelijk.

 

Overlegzone A73

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overlegzone A73' geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, met uitzondering van met de rijksweg A73 verband houdende bouwwerken, zoals geluidwerende voorzieningen. Ontheffing van het bouwverbod is mogelijk.

 

Algemene afwijkingsregels

Met algemene afwijkingsregels wordt aan het bestemmingsplan flexibiliteit meegegeven. De algemene afwijkingsregels kunnen, voor zover van toepassing, voor elke bestemming worden gebruikt. Het gaat meestal om kleine afwijkingen van de regels. Een veel voorkomende afwijking maakt het mogelijk maximaal 10% af te wijken van de voorgeschreven bouwregels.

De algemene afwijkingsregels mogen alleen gebruikt worden indien er geen afwijking in de bestemmingsregels is opgenomen. Dit betekent dat niet tweemaal mag worden afgeweken van dezelfde bestemmingsregel. De specifieke en algemene afwijkingen mogen niet cumulatief worden gebruikt voor hetzelfde onderdeel.

 

Algemene wijzigingsregels

Met algemene wijzigingsregels wordt aan het bestemmingsplan flexibiliteit meegegeven. Net als bij de algemene afwijkingsregels zijn de algemene wijzigingen in meerdere bestemmingen toepasbaar. Met een wijziging kan een deel van het bestemmingsplan worden vervangen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een kleine aanpassing van bestemmingsgrenzen of het vernieuwen van de lijst van bedrijfsactiviteiten.

 

Algemene procedureregels

In dit artikel is opgenomen, voor zover van toepassing, de procedure voor het opleggen van nadere eisen. De nadere eisen maken geen onderdeel uit van de omgevingsvergunning en kennen een eigen, vrij in te vullen, procedure op basis van de Wet ruimtelijke ordening. De opgenomen procedure biedt de mogelijkheid om binnen de termijn van een reguliere omgevingsvergunning een besluit over de nadere eisen te nemen.

 

Overige regels

In dit artikel worden regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten. Het gaat bijvoorbeeld om de uitsluiting van de aanvullende werking van de bouwverordening en de voorrangsregels bij dubbelbestemmingen.

 

5.3.4 Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 is het wettelijk voorgeschreven overgangsrecht opgenomen en de slotregel. In het Bro zijn standaardregels opgenomen voor het overgangsrecht van bouwwerken en voor gebruik. De teksten uit het Bro zijn in het bestemmingsplan letterlijk overgenomen. In vrijwel alle bestemmingsplannen worden zoveel mogelijk gronden en bouwwerken positief bestemd, dus volgens het feitelijke gebruik. Het overgangsrecht is slechts in enkele gevallen aan de orde.

 

Legale bouwwerken (met omgevingsvergunning) die bestaan op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, mogen gedeeltelijk of geheel worden vernieuwd of veranderd. Ook mogen bouwwerken na een calamiteit worden herbouwd, op voorwaarde dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd binnen twee jaar na de calamiteit. Een calamiteit wordt uitgelegd als een (natuur)ramp of een niet-verwachte gebeurtenis die in korte tijd ernstige schade kan veroorzaken.

Het overgangsrecht geldt dus voor bouwwerken die legaal zijn opgericht, maar in het ontwerpbestemmingsplan een nieuwe, afwijkende bestemming hebben gekregen. Als een dergelijk bouwwerk wordt gesloopt, dan vervallen alle bouwrechten van dat bouwwerk (calamiteit uitgezonderd). Alleen de bouwregels van de nieuwe bestemming gelden dan nog. Dit is een zogenaamde ‘uitsterfconstructie’ voor ongewenste bouwwerken. Een illegaal bouwwerk (zonder omgevingsvergunning) valt niet onder het overgangsrecht.

 

Legaal gebruik (oude bestemmingsplan) van gronden en het gebruik van zich op die gronden bevindende bouwwerken ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan mag worden voortgezet. Het kan zijn dat een nieuwe, afwijkende bestemming is toegekend aan een perceel. In dat geval mag het daar aanwezige gebruik worden voortgezet, mits dit volgens het oude bestemmingsplan was toegestaan. In uitzonderlijke gevallen wordt het oude gebruik gekoppeld aan een persoon: stopt de persoon met het gebruik, dan vervalt het gebruik.

Het gebruik mag niet gewijzigd worden, tenzij het meer in overeenstemming wordt gebracht met de nieuwe bestemming. Als het gebruik vallend onder het overgangsrecht geruime tijd wordt gestaakt, dan vervallen de rechten op dit overgangsrecht. Er wordt dan geredeneerd dat het gebruik niet langer nodig is, ook als het eerdere gebruik na een tijd weer wordt opgepakt. Illegaal gebruik (strijd met oude bestemmingsplan) valt niet onder het overgangsrecht.

 

In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald in een omgevingsvergunning. De slotregel is voorgeschreven in het SVBP2012.

 

Hoofdstuk 6 Handhaafbaarheid

 

 

De gemeente Cuijk heeft haar beleid ten aanzien van toezicht en controle op regelgeving vastgelegd in het ‘Integraal Handhavingsbeleidsplan 2011-2014’. Het handhavingsbeleid moet leiden tot gemeentebrede, gestructureerde en integrale handhaving. Het betreft een beleidscyclus, waarbij de monitoring van de uitvoering van de handhaving kan leiden tot bijstelling van het beleid. Het beleidsplan initieert een lerende organisatie, waarbij de kwaliteit van de handhaving toeneemt en de uitvoering van de handhaving steeds efficiënter wordt.

 

Bij handhaving wordt onderscheid gemaakt tussen preventieve en repressieve handhaving. Onder preventieve handhaving wordt in eerste instantie verstaan: het houden van toezicht. Daarnaast is ook goede informatievoorziening en gerichte voorlichting aan de burger van belang. De kwaliteit van verleende vergunningen staat voorop.

Daarnaast dient ook aandacht besteed te worden aan de actualiteit en de handhaafbaarheid van verordeningen, vergunningen en bestemmingsplannen. Indien wordt afgeweken van geldende regelgeving en er dus sprake is van illegale activiteit(en) zal repressieve handhaving worden toegepast. Dit kan bestuursrechtelijk, strafrechtelijk of privaatrechtelijk van aard zijn.

 

In het geldende handhavingsbeleidsplan zijn, op basis van een uitgevoerde risicoanalyse, voor alle gemeentelijke handhavingstaken met betrekking tot de fysieke leefomgeving prioriteiten gesteld.

In het handhavingsbeleidsplan wordt nader ingegaan op de verschillende vormen van handhaving (nalevingsstrategie, preventiestrategie). Er zijn ook beleidsregels ten aanzien van gedogen opgenomen in het plan. Dit bestemmingsplan biedt juridisch-planologische kaders waaraan kan worden getoetst.

 

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

 

 

7.1 Algemeen

 

Een bestemmingsplan moet economisch uitvoerbaar zijn tijdens de planperiode. Hierbij dient naast de economische uitvoerbaarheid vanuit de gemeentebegroting bezien, ook aandacht besteed te worden aan de economische uitvoerbaarheid van bestemmingen die gerealiseerd worden door particulieren en bedrijven.

 

 

7.2 Exploitatieplan

 

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het sinds 1 juli 2008 verplicht om bij een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen. Een exploitatieplan is echter niet verplicht als:

 

Voor dit bestemmingsplan hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld, omdat geen nieuwe ontwikkelingen zijn opgenomen.

 

 

7.3 Planschaderisicoanalyse

 

De regeling omtrent de tegemoetkoming in de planschade is geregeld in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In artikel 6.1 Wro is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van onder anderen:

op aanvraag een tegemoetkoming toekennen, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins verzekerd is.

 

Artikel 6.4a Wro regelt dat gemeenten een overeenkomst kunnen sluiten met de verzoeker van de planologische aanpassing dat de planschade die voor tegemoetkoming in aanmerking voor zijn rekening komt.

 

Omdat dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het niet noodzakelijk een planschaderisicoanalyse uit te voeren. In de regels van dit plan is rekening ermee gehouden dat bestaande bouw-/uitbreidingsmogelijkheden gerespecteerd worden.

 

 

Hoofdstuk 8 Procedure

 

 

8.1 Inspraak en vooroverleg

 

Ingevolge de "Inspraakverordening Cuijk 1995" heeft het voorontwerpbestemmingsplan met ingang van 27 maart 2013 gedurende vier weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn vier inspraakreactie ingekomen. Uit het vooroverleg met overheidsinstanties zijn opmerkingen gekomen van Rijkswaterstaat, het Ministerie van Defensie en het Waterschap Aa en Maas. Een nadere ambtelijke controle van het voorontwerp heeft een aantal omissies aan het licht gebracht. In het ontwerp zijn deze gecorrigeerd.

 

De inspraak-, vooroverlegreacties en ambtelijke wijzigingen zijn afgewogen en gemotiveerd verwerkt in het bij dit besluit horende ‘Eindverslag vooroverleg, inspraakprocedure en ambtelijke wijzigingen voorontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Cuijk’. De conclusie van het eindverslag is dat diverse aanpassingen nodig zijn, maar dat de juridisch-planologische opbouw voldoet.

 

 

8.2 Zienswijzen

 

Het ontwerpbestemmingsplan "Bedrijventerrein Cuijk" heeft voor zienswijzen ter inzage gelegen van 11 september tot en met 22 oktober 2013. Er zijn gedurende deze periode zes schriftelijke en één mondelinge zienswijze ingediend. De zienswijzen zijn betrokken in de besluitvorming van de vaststelling van het bestemmingsplan. In enkele gevallen hebben de zienswijzen tot aanpassingen geleid. Het bestemmingsplan is ten opzichte van het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De zienswijzen en de aanpassingen zijn opgenomen in het vaststellingsbesluit dat als bijlage onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan.

 

 

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

 

 

  1. Eindverslag vooroverleg, inspraakprocedure en ambtelijke wijzigingen

  2. Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan

  3. Vaststellingsbesluit