| Plan: | Westmade-Noord |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1783.OWZWESTMADENRDobp-ON01 |
Door de ontstane veranderende marktomstandigheden gedurende de crisis heeft het Ontwikkelingsbedrijf De Westlandse Zoom (OBWZ) alle plannen kritisch tegen het licht gehouden en daar waar nodig en mogelijk gewijzigd. Door het aanbod meer op de vraag aan te passen denkt OBWZ de markt beter te kunnen bedienen. Tussen de gemeente en BPD is een samenwerkingsovereenkomst vastgesteld.
Het uitgangspunt dat de nieuw te ontwikkelen woonbuurten een aantrekkelijk vestigingsmilieu moeten bieden aan de internationale gemeenschap in Den Haag en omgeving wordt hier losgelaten. Bouwen is voor de lokale markt wordt het nieuwe uitgangspunt. Een andere pijler onder de herziene plannen is dat de vraag uiteindelijk zal bepalen wat er gebouwd wordt. Zo zullen er bijvoorbeeld meer drie- en vier-onder-één-kapwoningen, rijwoningen in verschillende prijsklassen en op beperkte schaal appartementen komen in plaats van overwegend vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen.
Bestemmingsplan Westmade-Noord is, voor zover de gronden nog niet zijn uitgegeven, een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan. Het biedt een juridisch-planologisch kader, waarbinnen de ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 475 woningen tot stand kan komen. Bestaande woningen en functies zijn specifiek bestemd.
Om in te kunnen spelen op veranderende marktomstandigheden en een gefaseerde ontwikkeling van het gebied, is gekozen voor een globale planopzet, waarbij de belangrijkste uitgangspunten zijn vastgelegd. De hoofdontsluiting en de belangrijke water en groenstructuren zijn vastgelegd op de planverbeelding. Daarnaast wordt er voldoende ruimte gelaten voor verschillende uitvoeringen en inrichtingen van het gebied door het niet ontwikkelde deel van het plangebied de globale eindbestemming 'Woongebied' te geven. Deze bestemming 'Woongebied' biedt een bepaalde mate van flexibiliteit. Tegelijkertijd zijn in de planregels meer gedetailleerde bepalingen opgenomen om enige rechtszekerheid te bieden.
Westmade-Noord is gelegen aan de noordwestzijde van de gemeente Westland grenzend aan de gemeente Denhaag en het duinengebied. Het plangebied is gelegen tussen de Haagweg, Orberlaan en Plaats Langeveld.
Binnen het plangebied was, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, het volgende planregime van kracht:
Het overgrote deel van de gronden heeft de bestemming 'Uit te werken woondoeleinden'.
De op de kaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Uitsnede planverbeelding Westmade
Het bestemmingsplan "Westmade-Noord" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op het de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit.
Structuurvisie Westland 2025-Perspectief 2040
Na een periode van ongekende groei heeft de economische conjunctuur een ongewild moment van bezinning gebracht. Ambities en de realiteit van alledag sluiten niet meer op elkaar aan. Met dit besef stelt de gemeente haar structuurvisie op, in de wetenschap dat de rol van de overheid de komende jaren zal veranderen. De visie geeft een ruimtelijk toekomstperspectief, ons streven voor de langere termijn, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. In het perspectief 2040, dat in dialoog met de samenleving tot stand is gekomen, staan de ambities voor de toekomst van Westland. Hierin staan ook de kernwaarden die we als meetlat gebruiken bij toekomstige afwegingen of ruimtelijke ontwikkelingen. We zetten zo eerst de stip op de horizon om aan te geven waar we naartoe willen. Op basis daarvan gaan we aan de slag met ruimtelijke ontwikkelingen die ons dichter bij het geschetste perspectief brengen. Met deze visie op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) faciliteert Westland de gewenste ontwikkelingen en stelt het tegelijkertijd het ruimtelijk kader tot 2025, met het besef dat de uitwerking aan vele partijen is. Westland wil ontwikkelingen mogelijk maken en niet opleggen onder het adagium ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder'. Deze visie gaat uit van participatie planologie, wat betekent dat de gemeente nadrukkelijk andere partijen uitnodigt en haar partners zoekt bij het verwezenlijken van een gedeelde ambitie. De visie is het beleidsbepalend document voor ruimtelijke ontwikkeling in Westland, waarmee duidelijkheid wordt verschaft aan ontwikkelende partijen en over de functionele invulling van gebieden. De structuurvisie biedt een juridische basis voor bovenplanse verevening en vormt de basis voor bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen in anterieure overeenkomsten met marktpartijen.
In de visie zijn de gronden van het bestemmingsplan Westmade-Noord te Monster aangewezen als te ontwikkelen woongebied. De oorspronkelijke ontwikkeling van de Westlandse Zoom is niet haalbaar gebleken. Hierdoor heeft het programma van de Westlandse Zoom direct invloed op het reguliere woningbouwprogramma van Westland. Dat zal een intensievere bebouwing betekenen, waarbij de opgave is om deze aan te laten sluiten op de woningbouwbehoefte van Westland nu en in de toekomst.
Uitsnede structuurvisie
Het woningbouwprogramma moet zich onderscheiden van de regionale bouwprogramma's, passend bij het Westlandse, dorpse woonmilieu, waar ook grote behoefte aan is. Van belangs is dat de intensievere bebouwing bij de herprogrammering Westlandse Zoom niet een te stedelijk woonmilieu creëert, omdat dat niet aansluit bij onze ambities en daar binnen Haaglanden reeds een overaanbod aan is. Voor het gebied De Duinen (Monster Noord en Westmade) - waarbinnen het plangebied van de Haagweg is gelegen - is het aantal nog te realiseren woningen afgerond op circa 1560.
Duurzaamheid
In de Structuurvisie Westland 2025 is opgenomen dat alle ruimtelijke ontwikkelingen duurzaam, toekomstbestendig en doordacht moeten zijn, zodat ze niet ten koste gaan van de ontwikkelingsmogelijkheden van toekomstige generaties. Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, aldus de definitie van de VN-commissie Brundtland uit 1987. Bij duurzame ontwikkeling is sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen (people, planet en profit). Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch, politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen zijn duurzaam. Duurzaamheid levert energie op en dwingt tot samenwerking.
Dit betekent dat voor de gemeente Westland duurzame ontwikkeling niet alleen gaat over het reduceren van de CO2 uitstoot of het verbeteren van de energie efficiency, maar tevens een bijdrage moet leveren aan vitale kernen, een leefbare omgeving en versterking van de economie.
Westland wil het duurzaamste glastuinbouwgebied van Nederland zijn. Deze hoofddoelstelling kan worden bereikt door in nauwe samenwerking met andere relevante partijen en actoren (de gemeente kan dit immers niet alleen) het energietransitieproces te ondersteunen en bevorderen. De voortgang wordt in beeld gebracht aan de hand van bestaande en/of nieuw te ontwikkelen monitorprogramma's.
Ruimtelijke ontwikkelingen worden op duurzaamheid beoordeeld. Ten aanzien van de bebouwde omgeving is het uitgangspunt is dat duurzame dorpen worden gerealiseerd, waarbij nieuwe woningen zoveel mogelijk energieneutraal zijn en niet zijn aangesloten op het gasnet. Duurzame dorpen realiseren betekent ook dat de huishoudens zo weinig mogelijk gebruik maken van fossiele brandstoffen, reststromen worden hergebruikt, geen sprake meer is van wateroverlast, duurzame stedenbouw wordt toegepast die inspeelt op klimaatverandering en ruimte voor ontmoeting en samenhang bevordert. Een goede inrichting van de fysieke leefomgeving is hiervoor nodig, door ruimte voor waterberging in te passen, de juiste materialen te gebruiken voor bestrating en gebouwen en belangrijke functies bereikbaar te maken en te houden.
In Westland met veel ruimteclaims op de schaarse grond, is meervoudig ruimtegebruik een sleutelwoord. Er zijn uiteenlopende voorbeelden van meervoudig ruimtegebruik, waarmee ruimtewinst kan worden bereikt. Hierbij kan gedacht worden aan stapeling en combinatie van functies en ondergronds bouwen.
Verkeer- en vervoerbeleid
In de structuurvisie Westland uit 2014 is in hoofdlijnen het verbeteren van de bereikbaarheid van Westland opgenomen. Het verbeteren van de bereikbaarheid ondersteunt de ambities om een duurzame Greenport gemeente zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Speerpunten voor de bereikbaarheid zijn:
De kaders voor onder andere duurzaam veilige inrichting van de wegen en de parkeernormen zijn opgenomen in het Westlands Verkeer en Vervoerplan, vastgesteld door de raad van de gemeente op 28 november 2006.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018
In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kencijfers van het CROW (landelijke richtlijnen).
Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland
In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig.
Handhaven op maat
Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en te bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het cluster Ruimte hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet.
Woonvisie
“Westland is een unieke, internationaal toonaangevende, goed bereikbare en duurzame Greenportgemeente, waarin het goed wonen, werken, ondernemen en recreëren is”. Dit is de kernambitie van de Structuurvisie Westland 2025 (perspectief 2040), die in 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. De woonvisie is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2003 en richt zich op het deelonderwerp “wonen” van de structuurvisie Westland.
Karakter en functie woonvisie
De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een kader voor beslissingen. De woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De woonvisie is in overleg met de woningcorporaties tot stand gekomen en via een discussiebijeenkomst met andere partners op volkshuisvestingsgebied besproken.
Prioriteiten en uitgangspunten van de woonvisie
De huidige woonvisie Westland richt zich op de periode tot 2020. De uitgangspunten van deze woonvisie zijn als volgt:
Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland
In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.
Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is:
Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding.
Met daarbij de volgende randvoorwaarden:
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.
Regionaal structuurplan Haaglanden
Het Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) is een integraal plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden en het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen, zoals de bestemmingsplannen. Het vastgestelde Regionaal Structuurplan Haaglanden kijkt naar 2020 (en soms 2030) en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen, zoals verkeer, wonen, werken, water, groen, etc..
De ambitie is dat het in heel Haaglanden voor iedereen goed wonen, werken en ontspannen is. De ruimtelijke structuur moet mensen stimuleren maatschappelijk actief te zijn en zich te ontwikkelen. Voldoende (ruimte voor) werkgelegenheid, een goed leefmilieu, een veilige leefomgeving, sociale cohesie en een herkenbare omgeving met identiteit zijn hiervoor van belang. Ook moeten de gewenste voorzieningen voor onderwijs, zorg, cultuur en sport goed bereikbaar zijn. Het RSP 2020 heeft voor deze onderwerpen vooral een faciliterende, stimulerende en attenderende rol.
De vraag naar woningen, bedrijven en kantoren houdt aan, maar de ontwikkeling van nieuw stedelijk gebied gaat al snel ten koste van het groen, de Greenport of de ruimte voor water. Dit betekent dat deze ruimte in het bestaande stedelijke gebied gevonden moet worden en efficiënt moet worden gebruikt. Herstructurering en intensief ruimtegebruik zijn hierbij belangrijke middelen. Als onderdeel van het intensief en meervoudig ruimtegebruik in binnenstedelijke wijken en buurten moet functiemenging mogelijk zijn.
Het beheer en onderhoud van groengebieden heeft aandacht nodig. Onvoldoende en versnipperd beheer van bestaande bossen en recreatiegebieden leidt tot verwaarloosde zones die ongewenste activiteiten aantrekken. In het onderhoud van deze gebieden is het ontwikkelen van de 'tweede generatie' beplanting achterwege gebleven. Bovendien moet de inrichting worden aangepast aan de wensen van de hedendaagse recreanten. Barrières en onaantrekkelijke, niet onderhouden entrees van bestaande groengebieden dragen bij aan slechte bereikbaarheid. Een goed bomenbeleid helpt om landschappelijke eigenheid te waarborgen.
Visie Ruimte en Mobiliteit provincie Zuid-Holland (1 augustus 2014)
Algemeen
De Visie ruimte en mobiliteit biedt geen vastomlijnd ruimtelijk eindbeeld maar een perspectief voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in Zuid Holland als geheel. De visie geeft zekerheid over een mobiliteitsnetwerk dat op orde is en de reiziger en de vervoerder keuzevrijheid biedt en bevat voldoende flexibiliteit om in ruimtelijke ontwikkelingen te reageren op maatschappelijke initiatieven.
In de visie zijn vier rode draden aangegeven welke richting geven aan de gewenste ontwikkelingen vanuit de provincie namelijk:
Ruimtelijke hoofdstructuur
Het beleidsbeeld van de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur combineert de huidige ruimtelijke situatie, de vier rode draden en de strategische doelstellingen. Het beeld toont de essentie en de samenhang van de verschillende kaartbeelden uit de Visie ruimte en mobiliteit.
De ruimtelijke hoofdstructuur
Programma ruimte
Het Programma ruimte is parallel aan de Visie ruimte en mobiliteit, het Programma mobiliteit en de Verordening ruimte opgesteld. De Visie ruimte en mobiliteit bevat het strategische beleid. Het ruimtelijk relevante, operationele beleid is opgenomen in het Programma ruimte. Dit programma kent, net als de Visie ruimte en mobiliteit, de status van structuurvisie. Beiden worden vastgesteld door Provinciale Staten. Gezamenlijk beschrijven ze het integrale ruimtelijk beleid.
Volgens de Verordening ruimte moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) van meer dan 3 ha in het door Provinciale Staten (PS) vast te stellen Programma ruimte staan. Daarmee ligt het eindoordeel over omvangrijke verstedelijking buiten BSD bij PS. Indien in regionale visies of bestemmingsplannen locaties worden opgenomen buiten bestaand stads- en dorpsgebied die groter zijn dan 3 hectare, dienen die dus door PS in het Programma ruimte te worden opgenomen, voor zover zij daar al niet in opgenomen zijn. Bij een verschil tussen het Programma ruimte en de regionale visie, is het programma leidend. Daarop vooruitlopend, staan in dit Programma ruimte kaarten en tabellen met woningbouwlocaties en plannen/reserveringen voor bedrijventerreinen buiten BSD groter dan 3 ha. Het betreft zowel "harde" als "zachte" capaciteit. De kaart is voorzien van een overzicht met de namen van de plaatsen en plannen en met de oppervlaktes van de locaties.
Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Het plangebied - onderdeel van Westmade - is zowel op de kaart als bijbehorende tabel 1 opgenomen als woningbouwlocatie in het Programma ruimte.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen
In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur
Nationale belangen
De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding.
De ontwikkeling voor het mogelijk maken van de bouw van 475 woningen is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
Binnen het plangebied vielen tijdens de inventarisatie de volgende (groepen van) functies te onderkennen:
Woningen
Het gebied was overwegend in gebruik als glastuinbouwgebied met een aantal woningen. De woningen zijn vooral gelegen aan de Haagweg, Plaats Langeveld en de Orberlaan. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Westmade zijn de woningen bestemd als zijnde 'Woondoeleinden', of opgenomen binnen de bestemming 'Uit te werken woondeoeleinden'. Binnen deze bestemming zijn een aantal woningen opgenomen als 'in te passen woonfunctie'.
Het gaat om de woningen:
Glastuinbouw
In het gebied stonden meerdere kassen. Deze kassen zijn voor het overgrote deel reeds gesloopt. De nog bestaande bedrijven zijn door het bestemmingsplan 'Westmade' reeds onder het overgangsrecht gebracht.
Water
Het plangebied ligt grotendeels in het Westlandse boezemgebied die bestaat uit het veelal hoger gelegen gebied rond de kernen van Monster, Poeldijk, Naaldwijk, 's Gravenzande en De Lier. Verspreid door het gebied liggen diverse boezemwatergangen. Het Boezemland loopt onder vrij verval af op het boezemsysteem. Het water van de boezem wordt door middel van een aantal boezemgemalen op een vast peil gehouden van NAP -0,43 m.
Een klein deel van het gebied ligt in de Westmade polder met een streefpeil van NAP -1,18 m. De polderwatergangen in het plangebied hebben een belangrijke afvoerfunctie omdat ze benedenstrooms in polder liggen. Het water uit de polder Westmade wordt afgevoerd naar de polder Oostmade met een duiker onder de Ooberlaan, die gelegen is in het plangebied.
Peilgebieden en watergangen
Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de maaiveldhoogten in het plangebied. De gemiddelde hoogte van het boezemgebied ligt rond NAP +0,1 m. Het poldergebied ligt iets lager met een gemiddelde van circa NAP -0,1 m.
Maaiveldhoogte
Bodem
De Westlandse Zoom, waar Westmade onderdeel vanuit maakt, ligt in de overgang van het Haags duinsysteem naar de polders landinwaarts. Het gebied kan onderverdeeld worden in drie gebieden naar waterhuishouding en bodemkunde en grondwaterstand:
Holocene afzettingen van klei-arme en kleiige fijne zanden vormen de matig doorlatende deklaag. Het maaiveld in het plangebied ligt tussen circa NAP –0,20 m in het zuidoosten van het poldergebied tot circa NAP +0,50 m in het noorden van het middengebied. In het uiterste noorden, langs de Haagweg is het maaiveld circa NAP + 2,5 m (overgang naar de duinen).
Veiligheid en waterkering
Op de leggerkaart van het Hoogheemraadschap van Delfland staat waar de waterkeringen liggen en hoe breed de beschermingszones zijn. Werkzaamheden in de zones die de veiligheid in gevaar kunnen brengen of het beheer van de waterkering bemoeilijken zijn niet toegestaan. Volgens de leggerkaarten is er geen zeewering en één reginale waterkering gelegen in het plangebied.
Uitsnede leggerkaart
Het gaat om een regionale waterkering met het volgende leggerprofiel.
Het gaat om een regionale waterkering met het volgende leggerprofiel.
Onderhoud en bagger
Het boezemwatersysteem (primair water) wordt in de huidige situatie onderhouden door het hoogheemraadschap van Delfland. De secundaire watergangen en kleinere kavelsloten in het gebied worden in de huidige situatie onderhouden door deels de perceelseigenaren, deels de gemeente en deels het hoogheemraadschap.
Riolering
In de oorspronkelijke situatie is er beperkte riolering aanwezig. Het afvalwater wordt afgevoerd via een persleiding (zie afbeelding) naar de rwzi op de Haagweg.
Cultuurhistorische waardevolle bebouwing
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen cultuurhistorische waardevolle bebouwing die vanuit de Monumentenwet wordt beschermd, de rijks- en gemeentelijke monumenten, en cultuurhistorische bebouwing en objecten die beeldbepalend, waardevol en gebiedseigen zijn. De laatstgenoemde objecten staan in het rapport inventarisatie historisch waardevolle objecten gemeente Westland maar zijn nog niet aangewezen als gemeentelijk monument.
In het plangebied zijn geen rijks- en gemeentelijke monumenten aanwezig.
Het gebied van de “Westlandse Zoom” is met name herkenbaar aan een hoofdstructuur van wegen, groen en water waartussen een rationele verkaveling met glastuinbouwbedrijven ligt. Die hoofdstructuur of ladderstructuur wordt gehandhaafd en verbeterd. De landschapsstructuren in de Westlandse Zoom zijn in de Noordwest – Zuidoost richting de volgende:
Buiten het plangebied van de Westlandse Zoom wordt deze reeks beëindigd door het veenweidenlandschap van Midden-Delfland. De waterstructuur is gekoppeld aan de in het plangebied voorkomende landschapstypen met respectievelijk duinpoelen, hoofdwatergangen, boezemwater en bijbehorende afwateringssloten.
Van de hoofdontsluiting structuur is met name de Lozerlaan/Wippolderlaan haaks op de kust van belang. Parallel aan de kust zijn de wegen minder belangrijk en ook als zodanig vormgegeven. Het betreft hier de Haagweg, Madeweg, Nieuweweg, Poeldijkseweg, Heulweg en Veilingroute.
Oorspronkelijk doel was het realiseren van een luxe woonmilieu ter ondersteuning van de Haagse ambities als Internationale Stad van Vrede en Recht. Volgens het principe “rood voor groen” zou als integraal onderdeel van het project de regionale groen/blauwe verbinding tussen Midden Delfland en de Kust verbeterd worden en een aantal groene verbindingen met een meer lokale betekenis worden gerealiseerd.
Herprogrammering
De huidige economische situatie heeft tot een herprogrammering van de woningbouw geleid, echter zonder dat de belangrijke groen/blauwe/paarse dragers ingrijpend worden aangetast. Daarnaast is de gehele 2e fase geschrapt evenals het project Kwintsheul – Bovendijk, dat met zijn rationele opzet als tuinbouwgebied minder geschikt is voor woningbouw en zeer geschikt voor (duurzaam) glas en voor uitbreiding van het bedrijventerrein Bovendijk. De nieuwe verbinding met de Veilingroute ondersteunt de handhaving van de glas/bedrijvenbestemming. Hieronder zijn de woningaantallen na herprogrammering opgenomen:
Doelgroepen en marktvraag voor deze locatie
In de SOK (samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Westland en de aandeelhouder BPD) is als een van de uitgangspunten gesteld dat er in de deelgebieden van Ontwikkelingsbedrijf De Westlandse Zoom marktgericht wordt ontwikkeld. Daarom is ook voor deze locatie veel onderzoek gedaan naar de vraag vanuit de markt. De vraag komt met name uit Westland en alle omliggende gemeenten.
Voor de ontwikkeling van Westmade komt een deel van de huishoudens uit het Westland en een deel uit Den Haag en omgeving. Er is met name veel vraag naar grondgebonden woningen in de rij. In de ontwikkeling van Westmade is gekeken naar de inpasbaarheid van een divers woningbouwprogramma. Daarnaast wordt de grootte van de ontwikkelplots afgestemd op de grootte en de vraag van de markt op het moment dat de plot in ontwikkeling komt.
Momenteel wordt onderzocht of en op welke wijze ook bereikbare koop of sociale huurwoningen gerealiseerd kunnen worden in De Westlandse Zoom, waaronder in Westmade. Het ontwikkelingsbedrijf Westlandse Zoom (OBWZ) staat positief tegenover het mogelijk maken van een aanbod voor meer doelgroepen, de aandeelhouders van OBWZ onderzoeken momenteel onder welke voorwaarden dit kan worden gerealiseerd. Voor de aandeelhouder Gemeente Westland heeft dit een hoge prioriteit. Het bestemmingsplan staat de realisatie van sociale- en/of bereikbare woningbouw overigens niet in de weg. Sociale- en/of bereikbare woningbouw zal naar verwachting in de middelste (oost west) zone rondom de groenstrook van bestemmingsplan Westmade Noord worden gerealiseerd. Bij de inpassing spelen factoren als parkeren, ruimtelijke inpassing, kwaliteit en financiën een rol.
Monster is één van de elf kernen van het Westland en is gelegen aan de Noordzee en beschikt over vijf kilometer strand. In de 13de eeuw behoorde een groot deel van het Westland, Loosduinen en Den Haag tot het ambtsgebied van Monster. Toen een begin werd gemaakt met de bouw van Den Haag werd een splitsing gemaakt in Haag-Ambacht en Half- Loosduinen. Dit laatste dorp werd in 1812 losgemaakt van Monster. Tussen Den Haag en Monster bevindt zich van oudsher een serie buitenplaatsen zoals Ockenburgh, Bloemendaal, Solleveld en Langeveld. De vroegere gemeente Monster bestond uit de dorpen Monster, Ter Heijde aan Zee en Poeldijk. Het strand wordt jaarlijks druk bezocht, waarbij de nadruk valt op dagtoerisme.
Westland Monster
Er zijn drie strandopgangen: Molenslag, Schelpenpad en Watertoren. Schelpenpad en Watertoren geven direct toegang tot de Zandmotor. Strandopgang Schelpenpad ligt midden in het natuurgebied Solleveld. De paden zijn alleen toegankelijk voor voetgangers of fietsers. Op het strand bij Monster staat een aantal strandtenten.
Het schelpenpad
Westmade is een ca. 50 hectare groot deelgebied van ontwikkellocatie De Duinen; een langgerekt gebied tussen Monster en Den Haag. Direct ten noorden van het plangebied liggen de nieuwbouwlocaties Vroondaal en Madestein. Andere kwaliteiten van de locatie zijn de mogelijkheid tot het aansluiten op bevaarbaar binnenwater, de historische buitenplaats Langeveld, oude karakteristieke woningen, monumentale schoorstenen, doorzichten naar de duinen, diverse (sport-) voorzieningen en al aanwezig volwassen groen.
De opgave voor de toekomst is om de bestaande kwaliteiten op een vanzelfsprekende manier met elkaar te verbinden zodat een robuust landschappelijk en stedenbouwkundig raamwerk ontstaat, soepele verbindingen met het duin en met het strand, een sterke samenhangende eenheid met een hoge belevingswaarde en goede verbindingen met de bestaande voorzieningen in de directe omgeving. Het is de bedoeling om binnen deze landschappelijke hoofdstructuur verschillende buurten met een eigen karakter en een omvang van circa 40 tot 250 woningen te ontwikkelen. In totaal kunnen er in Westmade ca. 1150 woningen worden gerealiseerd.
Het karakter van het duin en de binnenduinrand wordt tot in de woonwijk doorgetrokken. Het resultaat is een exclusief woonmilieu, met een sterke landschappelijke identiteit. Aansluitend streven we naar architectuur met een ‘buiten’ karakter. Op de fiets ben je vanuit de wijk binnen 10 minuten in het centrum van Monster. Met iets meer dan een half uur fietsen ben je vanuit de wijk in het stadscentrum van Den Haag. Het is buiten wonen bij de stad en direct aan zee.
Aan de zeezijde van de Haagweg bestaat het landschap uit een natuurlijk en glooiend duinlandschap. Aan de landzijde van de Haagweg gaat de binnenduinrand met een stevig hoogteverschil over naar de lager gelegen polder. De polder is overwegend vlak en rijk aan sloten. Nog verder landwaarts - ter hoogte van Westerhonk - heeft het landschap weer een andere uitstraling met het karakter van een bos- en bomenrijke buitenplaats.
Dit typologisch onderscheid in verschillende landschapszones evenwijdig aan de kustlijn draagt bij aan de natuurlijke oriëntatie in het gebied en is daarom een belangrijk uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling Westmade.
De bestaande locatie beschikt over verschillende ruimtelijke en functionele kwaliteiten, waar de nieuwe stedenbouwkundige hoofdopzet dankbaar gebruik van kan maken. Sterk voor de hand liggend is het om gebruik te maken van de heldere landschappelijke oriëntatie met de lengterichting van de kust, het duin en de Haagweg en de polderlijnen die hier haaks op staan. Voor wie preciezer kijkt, is er ook een duidelijke oriëntatie mogelijk op de verschillende ruimtelijke bakens van watertoren, molen en diverse kerktorens in de omgeving. En, op grotere afstand, de kranen van de tweede Maasvlakte in het zuidwesten en de torens van Den Haag in het noordoosten. Functionele kwaliteiten in de directe omgeving van zijn het centrum van Monster met diverse voorzieningen.
Onderdeel van de analyse van de ruimtelijk-functionele context is verder een nauwkeurige studie van de bestaande rafelranden van het plangebied, met aandacht voor de verschillende voor- en achterkanten die aansluiten op de projectlocatie. Een zorgvuldig onderzoek naar de bestaande ruimtelijke en functionele kwaliteiten in het gebied vormt het vertrekpunt voor het toevoegen van nieuwe landschappelijke en stedenbouwkundige structuren aan het plangebied. Met als doel een sterk samenhangend en goed verbonden raamwerk waarin bestaande en nieuwe structuren op harmonieuze wijze samengaan.
Ruimtelijk concept
Het ruimtelijk concept bestaat uit zowel een structuur parallel aan de kust, als een aantal structuren haaks op de kust. In de lengterichting gaat het om het verbinden met de kern van Monster in het zuidwesten met de woonwijken van Vroondaal en Madestein in het noordoosten. In de dwarsrichting gaat het om het leggen van ruimtelijke relaties tussen beide zijden van de Haagweg, de kust met het strand en de duinen en de woonwijk met de lintbebouwing aan de Haagweg. Door beide richtingen op een herkenbare en eigenzinnige manier in het plan in te brengen, ontstaat een structuur die recht doet aan de bestaande context en de grootste mogelijkheid biedt om de genoemde kansen naar de toekomst te verzilveren.
De ambitie is om Westmade met een robuust landschappelijk raamwerk stevig te verbinden met de duinen, het strand en de buitenplaatsen aan de kust. Het raamwerk bestaat uit verbindende lijnen parallel en haaks op de kust. De mate waarin de invloedsferen van duin, sloten en bos aanwezig zijn in de verschillende lijnen bepaalt het karakter van de lijn. Naast een onderscheid in ruimtelijke verschijningsvorm is er een onderscheid in functionele opbouw van de verschillende lijnen. Door afwisselend te werken met autovrije woonstraatjes, ontsluitingswegen zonder parkeren en binnenhoven met parkeerruimte ontstaat een prettige en veilige woonomgeving.
De hoofdopzet met haakse en dwarse lijnen is verder gebracht in vier verschillende planlagen, telkens gebaseerd op de netwerkgedachte. Het groene netwerk (landschappelijk raamwerk), het grijze netwerk (de ontsluiting), het blauwe netwerk (vaarroutes) en het rode netwerk (bouwkundige relicten, woonmilieus, woonsferen, buurtjes en voorzieningen) vormen samen de hoofdstructuur van de nieuwe wijk.
De bestaande kwaliteiten en de mogelijke kansen voor de toekomst worden samengebracht in een sterke identiteit. Historische gegevens, landschappelijke kenmerken en omliggende kwaliteiten zijn gezamenlijk te gebruiken als kapstok voor het landschappelijk raamwerk en de gewenste variatie in verschillende woonmilieus. Vanuit de propositie van de Hollandse badplaats wordt een ruimtelijke vertaalslag gemaakt naar een onderscheidende identiteit en robuuste hoofdstructuur.
De ambitie is om Westmade te ontwikkelen als een landschappelijk woonmilieu aan de Hollandse Kust. De landschappen van duin, bos en polder zijn de basis voor eenheid en verschil in de wijk. Met het strand, de zandmotor en de zee als het grootste natuurgebied van Nederland in je voortuin. Twee schoorstenen worden als relicten uit het tuinbouwverleden ingepast in de nieuwe wijk.
De ambitie is om Westmade te ontwikkelen als een gasloze wijk. Westmade kan aangesloten worden op een aantal geothermiebronnen (aardwarmte) die voor de glastuinbouw zijn gerealiseerd.
Voor het totale plangebied van Westmade is een vaste waardenkaart gemaakt die als uitgangspunt dient voor het bestemmingsplan. Op deze kaart is de hoofdstructuur van de nieuwe wijk vastgelegd.
De ambitie met Westmade is een landschappelijk woonmilieu. Tegelijkertijd ligt de gemiddelde woningdichtheid rond de vijfentwintig woningen per hectare. Om daadwerkelijk een landschappelijke uitstraling te krijgen is het belangrijk dat er voldoende afwisseling is in de wijk, dat parkeren zorgvuldig wordt ingepast en dat private voortuinen mede bijdragen in de groene uitstraling van de wijk.
Qua bouwhoogte bestaat Westmade overwegend uit bebouwing van twee lagen met een kap, ofwel drie bouwlagen met een platte afdekking. Op een aantal accentplekken, die zijn gekoppeld aan de hoofdstructuur van de openbare ruimte, zijn gebouwen van vier tot maximaal zes bouwlagen toegestaan. Zie hiervoor de donker gekleurde ontwikkelplots op de vaste waardenkaart.
Drie entrees sluiten aan op de Haagweg. Deze entrees geven een direct doorzicht op het natuurlijke duinlandschap. Bij deze entrees bepaalt het karakter van het duinlandschap de uitstraling van de entree. De twee entrees aan de Oorberlaan zijn stevig beplant met formele laanbomen. De aanwezigheid van open water en/of de brug over de watergang benadrukt hier de entree tot de wijk.
Vaste Waardenkaart
Ontsluiting
De bestaande wegenstructuur in het gebied bestaat uit twee wegen die min of meer parallel aan de kust liggen. Dit zijn de Haagweg aan de noordwestzijde en de Madeweg aan de zuidwestzijde. Haaks op de kustlijn ligt de Oorberlaan. De Oorberlaan vormt tevens de grens tussen gemeente Westland en gemeente Den Haag.
Vanuit de omgeving zijn er drie auto entrees naar de wijk Westmade opgenomen. Twee entrees zijn vanaf de Oorberlaan ingepast, een derde entree sluit direct aan op de Haagweg. Daarbovenop zijn er vier entrees tot de wijk die specifiek bestemd zijn voor fiets- en voetgangersverkeer. Ook in het geval van calamiteiten zijn deze entrees voor nood- en hulpdiensten te gebruiken.
Het plangebied wordt ontsloten door twee nieuwe ontsluitingen op de Orberlaan. De Orberlaan is een gebiedsontsluitingsweg. Voor het uitrijden van het plangebied (heen), zal bij beide ontsluitingswegen, een linksafverbod worden ingesteld zodat het autoverkeer zich vanuit het plangebied niet via de Oorberlaan over de Haagweg en Monsterseweg kan afwikkelen. Teneinde het plangebied bereikbaar te houden gelden voor het verkeer naar het plangebied toe (terug) geen beperkingen.
Mogelijke ontsluitingsvariant
Het bestaande dorpslint Plaats Langeveld zal met de aanleg van een tweetal nieuwe ontsluitingsroutes, geen ontsluitingsfunctie krijgen anders dan bestemmingsverkeer.
Door en langs het plangebied lopen een aantal belangrijke langzaamverkeerverbindingen:
Parkeren
In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kencijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Tevens is de actualisatie gebruikt om de nieuwe beleidsregel completer en overzichtelijker te maken. Nieuwe initiatieven moeten voldoen aan de parkeernormering uit dit beleid.
Een belangrijk principe voor de hoofdstructuur van de wegen is dat de hoofdmoot van het parkeren uit het zicht dient te worden ingepast. In de lanen is slechts beperkt ruimte voor inpassing van bezoekersparkeerplaatsen. Daarnaast worden diverse woonstraten als autoluwe zone vormgegeven, waardoor de kwaliteit van buiten wonen in een landschappelijke omgeving wordt versterkt.
Openbaar vervoer
Op de Haagweg is een buslijn aanwezig. In de spits stopt deze buslijn vier keer per uur op de Haagweg, buiten de spits is dit twee keer. Op de Haagweg zijn bushavens aanwezig bij het Shelpenpad, de Rijnweg en de hoek Haagweg/Oorberlaan waardoor het autoverkeer kan passeren. Ter hoogte van Plaats Langeveld halteert de bus op de rijbaan. Voor de bereikbaarheid van de haltes zijn directe wandel en fietsroutes vanuit het woongebied naar de haltes gewenst.
Water
Het water van Westmade is overwegend in de rand van het ontwikkelgebied gepositioneerd. Voor de bestaande woningen rondom Westmade heeft dit zowel qua waterhuishouding als qua ruimtelijk beeld een positief effect. Deze watergang heeft bij voorkeur een breedte van 6.0 meter. Op een aantal plaatsen is de sloot wat smaller of wat breder. De minimale waterbreedte van deze sloot dient evenwel 5.0 meter te bedragen.
Naast deze watergang rondom komt er vanuit het naastgelegen Santhorsthof een nieuwe watergang door het gebied. Deze watergang is uitgelijnd op één van de twee te handhaven schoorstenen in het gebied. Een klein deel van de watergangen ligt tussen de achtertuinen van bestaande en nieuwe woningen is en zal daardoor slechts beperkt zichtbaar en beleefbaar zijn vanuit de openbare ruimte.
Een deel van het water heeft evenwel een centrale positie in de structuur van de openbare ruimte, doordat de nieuwe woningen met de voorzijde aan het water worden ontworpen. Hier zijn de oevers van het water ook openbaar en is er ruimte voor flauwe taluds (minimaal 1:3) en ecologische grasbermen en/of vooroevers.
Groen
Voor de groenstructuur wordt een norm gehanteerd van 42,5 m2 gebruiksgroen per woning. De huidige opzet voldoet aan deze norm. De hoofdgroenstructuur is gebaseerd op een tweetal in het omliggende landschap al aanwezige sferen, te weten de duinsfeer en de poldersfeer. De duinsfeer bestaat uit duinzand, helmgras, duindoorn en vliegdennen. De poldersfeer bestaat uit sloten met ecologische oevers en brede bomenlanen met elzen en iepen.
Voor de lanen geldt dat de bomen in een groene (niet verharde) berm geplant worden. De bomen in de laan staan in een driehoeksverband met een hart-op-hart-afstand van circa 15.0 m, waarbij tussen twee bomen ruimte is voor de inpassing van maximaal 2 parkeerplaatsen.
Voor de duinen geldt dat er in voldoende mate sprake dient te zijn van een natuurlijk relief, waarbij de amplitude tussen het hoogste en het laagste duin maximaal 3.0 m dient te zijn. Het duin wordt ingeplant met helmgras, duindoorn en groepen vliegdennen. De openbare oevers van het water zijn voorzien van een grastalud met een helling van 1:3 of flauwer. Waar private tuinen aan het water grenzen moet zorg gedragen worden voor een meeontworpen overgang van land naar water
Bebouwing
De bebouwing is onder te verdelen in een wat meer open bouwstructuur, hier worden vrijstaande en 2^1 kapwoningen beoogd, de woonvelden die bestaan uit (korte) rijen, maar hier kunnen ook vrijstaande en 2^1 kapwoningen of patiowoningen gebouwd worden en specifieke plekken waar middels een binnenplanse afwijking hogere/gestapelde bebouwing kan voorkomen. Deze verschillende typologieën zijn met verschillende kleuren aangegeven op de vaste waardenkaart.
Qua bouwhoogte gaat het overwegend om gebouwen van twee lagen met een kap, ofwel drie bouwlagen met een platte afdekking. Op een aantal accentplekken zijn gekoppeld aan de hoofdstructuur van de openbare ruimte gebouwen van vier tot maximaal zes bouwlagen (max. 18m) toegestaan. Daar waar het lint grenst aan bestaande woningen rondom het plangebied zijn drie volle bouwlagen niet toegestaan. Hier dient volledig gewerkt te worden met twee bouwlagen met kap.
Architectuur
In Westmade zijn verschillende architectuurstijlen naast elkaar toegestaan. Het lijkt wel aannemelijk om het deel ten zuiden van Plaats Langeveld meer dorps te ontwikkelen in aansluiting met de bestaande kern van Monster. Het deel tussen Tuinderslaantje en Oorberlaan kan wellicht meer aansluiten bij het Haagse chique.
Naast de verschillende typen bouwvelden zijn er zowel vanuit het landschap als vanuit de doelgroep aanleidingen voor verschillende architectuurstijlen. De stijl dichter bij zee is anders dan de stijl meer landinwaarts. Daarnaast is de architectuurstijl dichter bij Monster ook anders dan de architectuurstijl richting Den Haag.
Architectuurstijl Monster Architectuurstijl Den Haag
Spelen
Volgens het Speelruimtebeleidsplan 'Geef ze de Ruimte', vastgesteld door de gemeente Westland in 2009, wordt in woongebieden tenminste 3% formele speelruimte als uitgangspunt gehanteerd. De speelplekken liggen op een maximale afstand van de te realiseren woningen en hebben een bepaald netto speeloppervlak. De volgende normen worden gehanteerd.
| Doelgroep | netto speelplek | Afstand tot woningen |
| Kinderen 0-6 jaar | 80 m2 | 100 meter |
| Kinderen 7-12 jaar | 150 m2 | maximaal 400 meter |
| Jeugd 13-18 jaar | 500 m2 | maximaal 1.000 meter |
De visie voor Westmade is tot stand gekomen door middel van een participatietraject met omwonenden en belanghebbenden. Tijdens twee inloopavonden en drie klankbordgoepbijeenkomsten heeft iedereen mee kunnen praten over de invulling van het gebied.
De leden van de klankbordgroep zijn ingezet als gebiedsdeskundigen en konden goed meepraten over wat Westmade nog miste en wat er vooral niet zou moeten komen.
De gespreksonderwerpen waren onder andere:
De grote gemene delers zijn samengevat in de vastewaardenkaart.
In deze paragraaf is het bestemmingsplan getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking als neergelegd in artikel 3.1.6, lid 2, van het Besluit ruimtelijke ordening en specifiek artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland.
De ladder kent de drie treden die achter elkaar worden doorlopen zoals in onderstaande figuur zijn weergegeven:
De drie stappen van de ladder (bron: Handreiking Ladder voor duurzame ontwikkeling, ministerie van Infrastructuur en Milieu)
Om de eerste trede van de ladder te doorlopen moet gekeken worden of er sprake is van een regionale behoefte naar nieuwe woningen. In deze fase wordt aangetoond dat de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd.
De gemeente Westland valt binnen de regio Haaglanden. Voor deze regio is de regionale woningbehoefte opgenomen in het regionaal structuurplan 2020 en de regionale woonvisie. Vanuit het regionaal structuurplan blijkt dat in de periode tot 2020 in totaal nog 75.000 tot 80.000 woningen gebouwd dienen te worden. In het Westland worden van dit totaal aantal woningen 7040 woningen gerealiseerd. Deze nieuwbouwwoningen zijn binnenstedelijk gesitueerd of betreffen een uitleglocatie. Voornoemd woningbouwprogramma en de locaties van de te realiseren woningen zijn vastgelegd in de structuurvisie Westland 2025.
Het projectgebied Westmade-Noord is in de regionale structuurvisie en de structuurvisie van de gemeente Westland aangewezen als te ontwikkelen woningbouwgebied. Het plan maakt eveneens onderdeel uit van de ontwikkeling Monster - Westmade zoals opgenomen in de regionale woonvisie. Vanuit voornoemde blijkt dat het bestemmingsplan invulling geeft aan een regionale woningbehoefte.
Op de tweede trede van de ladder dient antwoord te worden gegeven op de vraag of de regionale behoefte geheel of deels opgevangen kan worden in bestaand stedelijk gebied en, zo ja, of dit wenselijk, dan wel financieel haalbaar is. Indien het antwoord hierop nee is kan overgegaan worden naar de derde trede van de ladder.
De provincie doet in de toelichting van de Verordening ruimte 2014 de aanbeveling de opvang van de regionale behoefte niet per plan te onderzoeken maar vooraf een overzicht te maken met de beschikbare ruimte binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), bijvoorbeeld in een gemeentelijke of regionale structuurvisie.
De te realiseren woningbouw zoals dit vanuit de regionale woningbehoefte in het Westland gerealiseerd dient te worden is in de structuurvisie Westland 2025 verdeeld over de verschillende kernen. Per kern is een ruimtelijk ontwikkelingskader vastgesteld door de gemeenteraad. In dit ruimtelijk ontwikkelingskader zijn binnenstedelijke gebieden aangewezen waarbinnen het realiseren van nieuwbouw mogelijk is, tevens zijn de uitleglocaties hierin aangewezen. Het gebied Westmade-Noord valt binnen de uitleglocaties die door de gemeente Westland zijn aangewezen en passen binnen het Programma Ruimte van de provincie Zuid-Holland.
Voor de nieuwbouw van woningen wordt gebruik gemaakt van een locatie waarvoor, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, een passende ontsluiting zal worden ontwikkeld. Onderhavig plangebied sluit aan op de Haagweg aan de noordzijde voor langzaamverkeer en voor langzaam en snelverkeer op de Orberlaan. De gekozen locatie voor nieuwbouw van woningen past in de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit, waarbij artikel 2.2.1. van de Verordening ruimte 2014 van toepassing is.
Het gehele woningbouwproject voor Westmade-Noord, is opgenomen in het Programma ruimte van de provincie Zuid-Holland.
Westmade-Noord is opgenomen in de lijst van woningbouwlocaties als genoemd in het Programma ruimte. In het Programma Ruimte van de provincie Zuid-Holland en in de Structuurvisie Westland van de gemeente wordt de woningbehoefte en spreiding over de gemeente voldoende verantwoord.
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
In en in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven gevestigd met milieubelastende activiteiten.
Glastuinbouw
De glastuinbouwbedrijven in het plangebied worden gesloopt.
Naast het plangebied is een glastuinbouwbedrijf gevestigd. Voor de milieuzonering van de glastuinbouwbedrijven ten opzichte van woningen, woonlinten en woonwijken in het plangebied wordt als richtlijn conform de brochure “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) – categorie 2 toegepast. Zo moet er voor de kernen een stand van 30 meter aangehouden worden. Met dit glastuinbouwbedrijf wordt bij de planvorming rekening gehouden door een afstand aan te houden van 30 meter.
Door Goudappel Coffeng is een onderzoek (DWZ004/Kmc/0012.01) verricht naar de effecten voor wat betreft verkeer ten behoeve van de beoogde ontwikkeling Westmade - Noord (475 woningen). Naast de effecten van de ontwikkeling Westmade - Noord is in het rapport ook gekeken naar de verkeerseffecten van alle beoogde woningbouw-ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied Westmade en Den Haag.
Met behulp van het verkeersmodel van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag zijn de verkeerseffecten van de woningbouwontwikkelingen inzichtelijk gemaakt. De beschouwde woningbouwontwikkelingen zijn per situatie samengevat in onderstaand figuren.
Het plangebied Westmade-Noord, en in een later stadium het volledige woongebied Westmade, wordt ontsloten op de Oorberlaan.
Schematische weergave ontsluiting Westmade-Noord
De betreffende locaties waarvoor de verkeersintensiteiten zijn weergegeven, zijn weergegeven in onderstaande impressie.
Impressie van de wegvaklocaties
Voor de belangrijkste wegvakken zijn de verkeersintensiteiten samengevat in onderstaand tabel.
Berekende verkeersintensiteiten
Ten gevolge van Westmade-Noord is met het verkeersmodel een verkeergeneratie berekend van circa 2.150 motorvoertuigen per etmaal. De grootste verkeerstoename is te verwachten op de Oorberlaan waar de nieuwe woningen worden aangesloten. De woonwijk wordt zo aangesloten dat het verkeer dat uit de wijk komt alleen rechtsaf de Oorberlaan op mag. Daardoor komt de grootste planbijdrage op het zuidelijke deel van de Oorberlaan. Dit betreft het deel ten zuiden van de ontsluiting van de woonwijk Westmade.
Ten opzichte van de autonome situatie is een verkeerstoename te verwachten van circa 1.200 motorvoertuigen per etmaal. Op het noordelijk deel van de Oorberlaan ter hoogte met de aansluiting met de Haagweg-Monsterseweg is een verkeerstoename te verwachten van circa 700 motorvoertuigen per etmaal. Op het noordelijke deel van de Oorberlaan is het met name verkeer dat vanaf de Noordkant het plangebied Westmade-Noord inrijdt. Bij het verkeer van Westmade is rekening gehouden met alleen rechtsafslaand verkeer richting de Madeweg.
De verkeerseffecten van de totale woningbouwontwikkelingen rondom het plangebied zijn opgenomen in de tabel. De grootste toenames zijn de verwachten op de Oorberlaan, Madeweg, Monsterseweg, Madepolderweg en Van Elswijkbaan/Expoteurslaan.
Ten aanzien van de verkeersintensiteiten op wegvakniveau zijn er geen grote knelpunten te verwachten ten aanzien van de toekomstig te verwachten verkeersintensiteiten in relatie met de wegencategorisering. De inrichting van de wegen past bij het huidige en toekomstige gebruik van de weg.
De beoogde woningbouwontwikkeling hebben invloed op de verkeersstromen en daarmee ook de verkeersafwikkeling op kruispuntniveau. Voor een vijftal maatgevende kruispunten is de verkeersafwikkeling onderzocht voor de situatie met de beoogde woningbouwontwikkelingen. Het betreft de kruispunten:
Beschouwde kruispunten
Op het kruispunt Nieuweweg N211 – Exporteursbaan – Paul Captijnlaan is ten aanzien van de verkeersafwikkeling een knelpunt te verwachten. Dit knelpunt is berekend voor zowel de situatie zonder woningbouw als de situatie met woningbouw. Voor een acceptabele verkeersafwikkeling is aanpassing van de huidige rotonde noodzakelijk. Dit kan doormiddel van het realiseren van de meerstrooksrotonde of verkeerslichten.
Op dit moment wordt in een apart onderzoek van de Provincie en de gemeenten Westland en Den Haag onderzocht op welke wijze dit knelpunt kan worden opgelost. Voor de overige onderzochte kruispunten kan het verkeer met de huidige inrichting naar verwachting worden afgewikkeld.
Wet geluidhinder
Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat.
Door Goudappel Coffeng is een rapportage opgesteld die zich richt op de ontwikkeling van Westmade-Noord. Daarbij is een doorkijk gegeven naar de verkeerseffecten wanneer alle beoogde woningbouwontwikkelingen gerealiseerd worden in de omgeving. Voor het aspect geluid zijn daarbij twee situaties van belang die onderzocht dienen te worden. Het betreft:
Resultaat:
Voor de nieuwe woningen is voor een beperkt deel van het plangebied een overschrijding berekend van de voorkeursgrenswaarde. Van een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde is geen sprake. Doordat de exacte invulling van het plangebied op dit moment nog niet bekend is, kan een algemene ontheffing worden verleend voor een deel van de nieuwe woningen. Op basis van de beoogde invulling dient een ontheffing verleend te worden van maximaal 56 dB ten gevolge van de Haagweg en 58 dB ten gevolge van de Oorberlaan. De berekende maximale ontheffingswaarde betreft de uiterste rand van het bouwvlak. Voor de woningen op grotere afstand van de weg is sprake van een lagere geluidsbelasting. In onderstaande tabel is een inschatting gemaakt van het maximaal aantal benodigde ontheffingen(worstcase) wanneer de nieuwe woningen op de randen van het bouwvlak gerealiseerd worden.
Bij de nadere uitwerking dient echter nog wel geborgd te worden dat voor de woningen voldaan wordt aan de maximale binnenwaarde conform het Bouwbesluit. Hier dient de gevelisolatiewaarde van de nieuwe woningen aanvullend voor getoetst te worden. Daarnaast dient voldaan te worden aan het geluidsbeleid van de Omgevingsdienst Haaglanden.
Gevolgen elders
Als gevolg van het extra verkeer van alleen Westmade-Noord is een waarneembare geluidstoename te verwachten voor de woningen langs de Oorberlaan. De geluidsbelasting neemt hier met maximaal 2 dB toe. Een geluidstoename van 2 dB of meer is voor het menselijk oor waarneembaar.
Geluidseffecten
Wet luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor
zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.
| Stof | Toetsing van | Grenswaarde | Geldig |
| stikstofdioxide (NO2) | jaargemiddelde concentratie | 60 ìg/m³ | 2010 t/m 2014 |
| jaargemiddelde concentratie | 40 ìg/m³ | vanaf 2015 | |
| fijn stof (PM10)1) | jaargemiddelde concentratie | 48 ìg/m³ | |
| jaargemiddelde concentratie | 40 ìg/m³ | vanaf 11 juni 2011 | |
| 24-uurgemiddelde concentratie | max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³ | ||
| 24-uurgemiddelde concentratie | max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³ | vanaf 11 juni 2011 |
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007).
Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien:
Besluit niet in betekenende mate (nibm)
In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
Het oprichten van 475 woningen op een voor de woonfunctie bestemde locatie leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het is niet noodzakelijk om een onderzoek te verrichten naar de luchtkwaliteit ter plaatse. Gelet op het voorgaande staat de Wet luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg. Het plan voldoet uit het oogpunt van luchtkwaliteit aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
Tevens is door Goudappel Coffeng een rapportage opgesteld waarbij is uitgegaan van de totale plansituatie inclusief alle voorgenomen woningbouwontwikkelingen.
Resultaten:
Onderzoek locaties
De resultaten van de berekende concentraties voor het aspect luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De situatie is getoetst de volgende stoffen:
Berekende concentraties.
Voor geen van de onderzochte wegen zijn overschrijdingen van de concentraties voor luchtkwaliteit berekend. De hoogste concentraties voor stikstofdioxide zijn berekend langs de N211 Nieuweweg. De hoogste concentraties voor fijn stof is berekend langs de Molenweg. Uit bovenstaande blijkt dat in de plansituatie ruimschoots wordt voldaan aan de gestelde normen uit de Wet milieubeheer.
Situatie Westmade-Noord
In de situatie met alleen de ontwikkeling van Westmade-Noord is sprake van beperkte lagere concentraties voor luchtkwaliteit. Ook in die situatie is geen sprake van normoverschrijdingen.
Effect gevoeligheidsanalyse
Onderzocht is wat het effect is voor luchtkwaliteit wanneer de nieuwe woongebieden extra verkeer genereren. Ook in deze situatie wordt ruimschoots aan de normen voor luchtkwaliteit voldaan.
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren.
Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen, en aan de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (2004) van belang. Deze Circulaire heeft een looptijd tot 31 juli 2012 en zal opgaan in het nieuwe Besluit transportroutes externe veiligheid en Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen.
Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit.
Bedrijven
Uit de provinciale risicokaart (www.risicokaart.nl ) blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen BEVI inrichtingen aanwezig zijn. Binnen het plangebied wordt geen vestiging van nieuwe bedrijven die onder het BEVI vallen mogelijk gemaakt.
Uitsnede risicokaart
Vervoer van gevaarlijke stoffen
Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of over het water vindt niet plaats in of in de omgeving van het deelgebied.
Verdacht van conventionele explosieven
Op de Explosievenkaart van de gemeente Westland zijn gebieden aangegeven waar een verhoogd risico aanwezig is van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. De kaart geeft in grove lijnen verdachte gebieden aan, maar geeft geen indicatie van de aard, omvang en risico. Uit de explosievenkaart van de gemeente Westland blijkt dat er grenzend aan het plangebied verdachte locatie is voor wat betreft afwerpmunitie.
Uitsnede explosievenkaart
Transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen
Vanwege de aanwezigheid van een hoge druk aardgastransportleiding nabij het plangebied, is op het plangebied het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb) van toepassing. In onderstaande tabel zijn de eigenschappen van deze leiding opgenomen.
Ligging hogedruk aardgastransportleiding inclusief 1% letaliteit contour
Inventarisatie bevolking
De bevolkingsgegevens zijn o.a. verkregen met behulp van de CBS gegevens op wijkniveau. Omdat de inventarisatieafstand gering is (ca. 178 meter) is ook maar een heel klein deel van de betreffende wijken gemodelleerd. Hierbij is ten aanzien van de bedrijven binnen het invloedsgebied uitgegaan van 100% aanwezigheid van de populatie voor de dag- en nachtperiode (worst case uitgangspunt), waarvan zich respectievelijk 7% en 1% buiten bevindt (standaard uitgangspunt conform de handleiding). Voor de woningen is (worst case) uitgegaan van 4,8 bewoners per woning (standaard is dit 2,4 bewoners per woning). Ten aanzien van de overige eigenschappen van woningen zijn de standaard waarden aangehouden. De worst case uitgangspunten zijn gehanteerd om zo aan te tonen dat zelfs bij een overschatting van het aantal aanwezigen het groepsrisico de oriëntatiewaarde niet overschrijdt.
Voor een juiste groepsrisico berekening dient voldoende bevolking te worden gemodelleerd. Door de Gasunie is vastgelegd dat de bevolking geïnventariseerd moet worden tot een afstand van 1000 m plus 2 x de inventarisatie afstand vanaf het nieuwbouw project. De inventarisatieafstand bedraagt in totaal 1.356 meter. In figuur 3.4 is de afstand weergegeven tot waar de bevolking is geïnventariseerd.
Woningen
Binnen het inventarisatiegebied zijn alle woningen geïnventariseerd middels Google Earth en gegevens van het kadaster. Voor de appartementen aan de Monsterweg/Oorberlaan is uitgegaan van 2,4 bewoners per appartement (68 appartementen).
Overige objecten
Voor de waterzuivering is het aantal aanwezigen gesteld op 50 personen. Voor het kantoor aan de Haagweg 33D1 is uitgegaan van 150 aanwezigen. Bedrijven met kassen welke binnen het inventarisatiegebied zijn gelegen zijn gemodelleerd met 50 aanwezigen (2 bedrijven). Voor een aanwezig autobedrijf aan de Haagweg 77 is het aantal aanwezigen gesteld op 20.
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico (PR) is bepaald voor de relevante leiding. Het PR van 10-7 en 10-8 per jaar voor de leiding is weergegeven in onderstaande figuur.
Ten gevolge van de hogedruk aardgastransportleiding is ter hoogte van de geplande nieuwbouw geen sprake van een plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar. De geplande nieuwbouw ligt binnen de PR contour van 10-7 per jaar. Een plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar wordt voor de betreffende hogedruk aardgastransportleiding niet berekend.
Groepsrisico
In onderstaande figuur is het berekende groepsrisico weergegeven exclusief de geplande uitbreiding.
In onderstaande figuur is het berekende groepsrisico weergegeven inclusief de geplande woningen (deelplannen 7, 5A en 5B). In totaal betreft het 300 woningen waarin 1.440 personen aanwezig zijn (4,8 personen per woning, worst case).
Het groepsrisico exclusief de uitbreiding is lager dan het groepsrisico inclusief de uitbreiding en neemt ten gevolge van de uitbreiding derhalve toe. In beide situaties bedraagt het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.
Conclusie
De hogedruk aardgastransportleiding vormt geen belemmering voor de realisatie van de woningen. Bij de realisatie van de woningen dient wel rekening te worden gehouden met de situering van de woningen. Van belang is dat men zoveel als mogelijk van de bron af gericht moet kunnen vluchten. Daarnaast zullen de toekomstige bewoners moeten worden gewezen op de aanwezigheid van de hogedruk aardgas transportleiding. Voor de bestrijding van een eventuele calamiteit van de hogedruk aardgas transportleiding zal bij de planinrichting rekening moeten worden gehouden dat de plangebieden van meerdere zijden bereikbaar moeten zijn en dat er voldoende bluswater beschikbaar is.
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Europa:
Nationaal:
Provinciaal:
Nationaal beleid
Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering.
Provinciaal beleid
Het provinciaal waterbeleid voor de periode 2016-2021 bestaat uit: de Visie Ruimte en Mobiliteit , Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2016 - 2021 en onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015.
In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) zijn de ruimtelijke compenten opgenomen van het waterbeleid. Hoofdstuk 4 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid:
De doelen, maatregelen en afspraken voor de kwaliteit van het water van grond- en oppervlakte water zijn opgenomen het Stroomgebied beheerplan Rijn-West 2010-2015 (SGB-1). Voor opvolgende periode 2016-2021 is het SGB-2 op 22 december 2014 gereedgekomen. De invulling van de verantwoordelijkheid in dit SGB-2 is vastgelegd in de KRW 2016-2021.
Het Waterplan Zuid-Holand 2015 was van kracht tot 22 december 2015. Op grond van artikel 48 Waterwet moet het plan om de zes jaar door de Provinciale Staten worden herzien. Het is niet noodzakelijk om een nieuw plan vast te stellen. Voldaan kan worden met het nemen van een planherzieningsbesluit. Dit besluit is genomen op 29 juni 2016 en bekend gemaakt op 8 juli 2016.
De onderdelen 'Waarborgen waterveiligheid (hoofdstuk 4)' en 'Realiseren mooi en schoon water (hoofstuk 5)' en 'operationeel grondwaterbeleid (bijlage 7)' van het Waterplan 2015 blijven van kracht.
De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (Visie Ruimte en Mobiliteit), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (Verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (Uitvoeringsagenda). In de Verordening Ruimte zijn regels opgenomen met betrekking tot het water en waterstaatswerken in bestemmingsplannen.
De provincie heeft samen met de gemeente Den Haag en Westland een Visie Vaartenland opgesteld, een visie op hoe de vaartenstructuur in Westland en Den Haag recreatief/toeristisch en economisch elkaar kan versterken. Het project Westlandse Waterlijnen heeft de provincie in samenwerking met heel veel stakeholders uit het gebied ten westen van het Rijn-Schiekanaal opgesteld (Westland, Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis). Dit heeft een wensenlijst met een soort top 5 opgeleverd, met betrekking tot versterking van de vaarrecreatie en economische spin-off, waar burgers, verenigingen en ondernemers hun zinnen op hebben gezet. Verder is in de Visie Ruimte en Mobiliteit aangegeven dat de juridische borging en versterking van het vaarnetwerk overgedragen is aan de gemeenten die hierop hun lokale beleid en bestemmingsplannen moeten aanpassen.
Waterschapsbeleid
Het Hoogheemraadschap Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 'Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap'. In dit Waterbeheerplan 5 (WBP 5) heeft het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland) zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop:
Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Delfland voert zijn kerntaken uit ten behoeve van het behouden en verbeteren van de leefomgeving voor inwoners, medeoverheden, bedrijven en de natuurwaarden in het beheergebied. Het is een uitdaging om bij de uitvoering van die taken aan te sluiten bij de beleving en de behoeften van de maatschappij. Waterbewustzijn vormt de onmisbare schakel voor draagvlak. Delfland wil dat mensen zich in de komende planperiode bewust worden van het water om hen heen, van de gevolgen van klimaatverandering en van hun eigen gedrag. Het vergroten van waterbewustzijn is daarom verweven in alle programma's en handelingen van Delfland in de komende planperiode.
De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap:
In 2007 (herzien in juli 2016) is een Handreiking Watertoets, ruimte voor water in ruimtelijke plannen opgesteld. Het Hoogheemraadschap van Delfland stelt voorwaarden aan de inhoud van de watertoets (waterparagraaf) als verplicht onderdeel van de onderbouwing van ruimtelijke plannen. De toelichting van bestemmingsplannen dient een beschrijving te bevatten van de volledige watersituatie binnen het plangebied, alsmede de te verwachten ontwikkelingen. Deze beschrijving dient in te gaan op de volgende aspecten:
Gemeentelijk beleid
Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: ”Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, Afvalwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie“, worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.
Door Witteveen en Bos is in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland een waterparagraaf en een waterhuishoudingsplan opgesteld (zie bijlage). Hieronder volgen een aantal aspecten uit beide onderzoeken.
Veiligheid en waterkering
Op de leggerkaart van het Hoogheemraadschap van Delfland staat waar de waterkeringen liggen en hoe breed de beschermingszones zijn. Werkzaamheden in de zones die de veiligheid in gevaar kunnen brengen of het beheer van de waterkering bemoeilijken zijn niet toegestaan. Volgens de leggerkaarten is er geen zeewering en één reginale waterkering gelegen in het plangebied.
Uitsnede leggerkaart
Het gaat om een regionale waterkering met het volgende leggerprofiel.
Het gaat om een regionale waterkering met het volgende leggerprofiel. In het bestemmingsplan wordt de watekering inclusief beschermingszone opgenomen als een dubbelbestemming.
Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.
Waterkwantiteit
Voor De Duinen (Westmade en Monster Noord) zijn verschillende afspraken gemaakt voor de deelgebieden binnen het project. De uitwerkingsplannen van deelgebieden 1A, 1B en 3B van De Duinen zijn al vastgesteld waardoor hier al eerder is uitgegaan van de ABC-normering. Volgens de nieuwe afspraken met het Hoogheemraadschap van Delfland dient de watercompensatie voor Monster Noord en Westmade volgens de provinciale normering te worden vastgesteld. Er is daarom besloten om voor het totale gebied uit te gaan van de provinciale normering. De wateropgaven uit de ABC-normering wordt vervolgens afgetrokken van de totale wateropgave. Op deze wijze wordt de wateropgave bepaald voor de delen waar het bestemmingsplan nog moet worden vastgesteld.
Voor de berekeningen van de wateropgave is gekeken naar alle deelgebieden. Het is vooral van belang welk deel van het gebied in beslag werd genomen door glastuinbouw, overige verharding, onverhard terrein en water. Hieronder worden de deelgebieden en de oppervlaktebepaling afzonderlijk beschreven.
In de toekomstige situatie wordt het verhard oppervlak 36,08 ha. Dit betekent een afname (oorspronkelijk 39,9 ha). Oorspronkelijk was dit namelijk al bebouwd gebied, met daarin percelen met glastuinbouw.
Deelplan 1
De wateropgave voor dit gebied wordt berekend met de ABC-normering. De ABC waterbergingsnorm in een peilgebied is afgestemd op de huidige functies in dat gebied. De normen voor verschillende functies zijn:
We typeren een gebied naar de meest voorkomende functie. Deelgebied 1 heeft de toekomstige functie verhard gebied, wonen dus zal het moeten voldoen aan de 325 m3 /ha norm.
Het deelgebied 1 ligt in het boezemland van De Duinen, Westland met streefpeil NAP -0.43 m en toelaatbare peilstijging van 0.35 m. Het totale oppervlak van de ontwikkeling is 5,4 ha. Dat houdt in dat er 1.755 m3 berging moet worden gerealiseerd. Met een peilstijging van 35 cm komt dat overeen met een wateroppervlak van 0,50 ha (circa 9 %).
In de oorspronkelijke situatie (2006) was er circa 0,2 ha water aanwezig, er zal dus 0,3 ha water extra moeten worden aangelegd.
Poldergebied
Deelgebied 8 ligt in de polder Westmade met streefpeil NAP -1,18 m. De wateropgave voor dit deelgebied wordt berekend rekening houdend met verandering in de provinciale normering en het standstillbeginsel.
In de toekomstige situatie is het verhard oppervlak geschat op 5,61 ha. De berekende peilstijging voor de oorspronkelijke situatie (T=50 bui) is 0,75 m. Om in de toekomstige situatie dezelfde peilstijging te handhaven, maar nu bij en T=100 bui, is 0,64 ha water nodig (7,1 %). Dit oppervlak is momenteel nog niet aanwezig in het plangebied, er is een extra wateropgave van 0,05 ha. Het is daarnaast van belang dat het bestaande water wordt gehandhaafd of wordt gecompenseerd (dempen = graven).
Boezemgebied
Het overige exploitatiegebeid ligt in de Boezem. De wateropgave zal worden berekend voor het gehele boezemgebied (inclusief deelplan 1) volgens de provinciale normering en hier wordt vervolgens de al eerder vastgestelde wateropgave voor deelplan 1 vanaf getrokken.
Het toekomstige verhard oppervlak van het gehele boezemgebied is circa 30,5 ha. Het gebied en heeft een streefpeil NAP -0,43 m.
De berekende peilstijging voor de oorspronkelijke situatie (T=50 bui) is 0,72 m. Om in de toekomstige situatie dezelfde peilstijging te handhaven, maar nu bij en T=100 bui, is in het volledige boezemgebied van Westmade 3,54 ha water nodig. Hiervan zal 0,5 ha worden aangelegd in deelplan 1 (volgens de ABC-normering) waardoor de wateropgave voor het overige deel nog 3,04 ha is.
Dit oppervlak is momenteel nog niet aanwezig (nu 3,01 ha)), er is een kleine extra wateropgave van 0,03 ha. Het is daarnaast van belang dat het bestaande water wordt gehandhaafd of wordt gecompenseerd (dempen = graven).
Ter controle is de hoeveelheid waterberging in mm bepaald. Gerelateerd aan het totaal plangebied was de berging oorspronkelijk 47,2 mm naar 52,0 mm (alleen waterberging in open water). Wanneer de waterberging in open water alleen wordt gerelateerd aan het verhard oppervlak is er een toename van 68,5 naar 83,4 mm berging. Deze getallen zijn logisch gezien de gebruikte buien en de afname van het verhard oppervlak.
De totale hoeveelheid benodigd water in het exploitatiegebied wordt daarmee 4,18 ha.
Grondwater
Het hoogheemraadschap van Delfland streeft naar een duurzaam beheerd grondwatersysteem met behoud van de aanwezige strategische voorraad zoet grondwater. Dit streven is in lijn met het door de provincie benoemde standstill-beginsel. Om dat te bereiken reguleert Delfland via vergunning en registratie van meldingen van de grondwateronttrekkingen en infiltraties in het gebied, waarvoor het volgens de Waterwet het bevoegd gezag is. Aan infiltratiewater worden eisen gesteld ter voorkoming van verontreiniging van grondwater.
Het plangebied ligt buiten het milieubeschermingsgebied voor grondwater en buiten het waterwingebied van Dunea. De grens van het miliebeschermingsgebied en het waterwingebied ligt aan de Haagweg.
Drooglegging
De drooglegging is het verschil tussen maaiveld en het vastgestelde oppervlaktewaterpeil onder normale omstandigheden (streefpeil). In de handreiking watertoets van Delfland staat het advies om minimaal 0,6 m drooglegging aan te houden. Naast het advies voor 0,6 m drooglegging wordt geadviseerd als richtlijn voor de ontwateringsdiepte (verschil grondwater en maaiveldhoogte) de vorstvrije grens van 0,80 m aan te nemen. Aangezien de grondwaterstand hoger zal liggen dan de oppervlaktewaterstand wordt 1,2 m drooglegging als richtgetal gebruikt voor de toekomstige situatie. Deze drooglegging zal moeten worden getoetst aan de praktische haalbaarheid in verband met mogelijke zettingen en bestaande infrastructuur.
Verschil tussen ontwateringsdiepte en drooglegging.
Onderhoud en bagger
In de toekomstige situatie moet voldoende ruimte worden vrijgehouden voor het onderhoud aan de watergangen. Daarbij moet worden uitgegaan van:
Watersysteemkwaliteit en ecologie
De waterkwaliteit van het boezemwater voldoet nog niet aan de gestelde normen. Voor de ontwikkelingen in Westmade is het van belang, dat de (ecologische en chemische) waterkwaliteit in het gebied niet verslechtert door de ontwikkelingen. Dit wordt deels ingevuld door de verandering van glastuinbouwgebied naar woningbouwgebied. De verwachting is dat de waterkwaliteit hierdoor zal verbeteren, omdat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest grotendeels wegvalt. Daarnaast zal er aandacht nodig zijn voor de afvalwaterketen en omgang met hemelwater. Door natuurlijke inrichting van het oppervlaktewater kan zowel de waterkwaliteit als de beleving van het water worden verbeterd.
Het is voordelig voor de watersysteemkwaliteit en ecologie om zoveel mogelijk verhard oppervlak af te koppelen van de riolering. Dit kan door een gescheiden rioolstelsel aan te leggen. Op basis van de te verwachten verkeersintensiteit is het niet nodig om aanvullende voorzieningen aan te leggen. Wel wordt aanbevolen geen uitloogbare bouwmaterialen toe te passen voor dakbedekkingen, gevelbekleding, regenwaterafvoer, of straatmeubilair. Hiermee wordt de afstroming van koper, lood en zink beperkt.
Bij de inrichting van oevers dient zo veel mogelijk rekening gehouden te worden met het ecologisch functioneren van de oevers. Bij herinrichting dienen verdwenen natuurvriendelijke oevers gecompenseerd te worden. In stedelijk gebied wordt gestreefd naar 50 % natuurvriendelijke oevers. Bij de uitwerking van het waterhuishoudingsplan zal bepaald worden of dit percentage hier gehaald kan worden.
Afvalwaterketen
Om zoveel mogelijk het relatief schone hemelwater te kunnen afkoppelen en afvoeren naar het oppervlaktewater wordt zoveel mogelijk gescheiden of verbeterd gescheiden stelsels toegepast. Afstromend hemelwater wordt naar het oppervlaktewater afgevoerd.
Om de waterkwaliteit van de boezem niet te verslechteren is het van belang dat er schoon water kan worden afgevoerd naar de boezem. Dat kan door op de juiste wijze het verhard oppervlak af te koppelen. Verharde oppervlakken, die niet worden afgekoppeld, worden aangesloten op een verbeterd gescheiden stelsel. Een definitieve uitwerking van de omgang met hemelwater kan plaatsvinden nadat de inrichtingsplannen nader zijn gedetailleerd.
Voor de omgang met afvalwater wordt in de toekomstige situatie en droogweerafvoer (DWA) riolering in het gebied aangelegd. DWA wordt in een eigen stelsel binnen de deelgebieden verzameld en middels een aan te leggen persleiding verpompt naar het rioolgemaal van Delfland aan de Haagweg nabij Haagweg 33. Wanneer er meer inzicht is in de toekomstige inrichting zal er een rioleringsplan uitgewerkt worden.
Daarnaast zijn voor de afvoer van hemelwater creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer en dergelijke.
Wet bodembescherming
De Wet bodembescherming ziet, vanuit een goed milieubeheer, op de bodembescherming en bodemsanering. Met deze wet moet rekening worden gehouden met het ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke plannen. In een bestemmingsplan dat voorziet in ruimtelijke ontwikkeling, moet verantwoord zijn dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is op grond van de bodemkwaliteit voor die ruimtelijke ontwikkeling.
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient het volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht.
De bodem is grotendeels opgebouwd uit lemig zand (zanderijgrond, enkeerdgrond). Het plangebied is reeds voor 1950 bebouwd met kassen, wat als verdacht landgebruik kan worden beschouwd. Vermoedelijk heeft er grondverbetering overgrote delen van het terrein plaatsgevonden en zijn daarvoor grote delen van het terrein afgegraven. Op een aantal locaties binnen het plangebied heeft reeds - in het kader van het bestemmingsplan 'Westmade' - regulier bodemonderzoek plaatsgevonden.
Er zijn, voor zover bekend, 18 bodemonderzoeken uitgevoerd op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Uit de actualisatie van deze (asbest)bodemonderzoeken zal blijken of er nog meer verontreinigingen aanwezig zijn dan reeds bekend uit eerdere onderzoeken. Tot nu toe lijkt het aantal verontreinigingen dat gesaneerd dient te worden, mee te vallen. Er is echter nader onderzoek noodzakelijk om de tot nu toe bekende verontreinigingen af te perken. Deze verontreinigingen en eventueel nog aan te tonen verontreinigingen dienen gesaneerd te worden teneinde ervoor te zorgen dat alle gronden geschikt zijn voor het gebruiksdoeleinde wonen. Alle tot nu toe bekende verontreinigingen kunnen gesaneerd worden door middel van een BUS-melding.
Natuurnetwerk Nederland
Op basis van het nieuwe rijksbeleid zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), heeft de provincie Zuid-Holland in december 2013 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) herijkt. De EHS is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones.
Bij de herijkte EHS is de prioriteit komen te liggen bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor wat betreft het beleidsveld Natuur richt de provincie zich niet alleen op de kwantitatieve prestaties (output: hoeveel hectare verworven en ingericht, hoeveel beheerplannen Natura 2000 vastgesteld) maar vooral ook op de effecten (outcome: de natuurkwaliteit, hoe ontwikkelt de Zuid-Hollandse biodiversiteit zich). Het voorgaande is breder dan de reikwijdte van het NNN omdat er door de provincie van uitgegaan wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt, bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan de biodiversiteit door recreatiegebieden en het agrarisch gebied.
Wet natuurbescherming
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het "nee, tenzij-principe". Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.
In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan bedreigd worden. De Wnb kent drie beschermingsregimes:
Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in onderstaande tabel. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. van de Wnb.
Vrijstellingen
In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie "Nationale soorten", zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten "vrij te stellen" van de ontheffing/vergunningsplicht (Provincie Zuid-Holland, 2016). Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing.
Zorgplicht
De zorgplicht (artikel 1.11. Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten:
Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.
Door Aqua - Terra Nova Eco is voor alle locaties van de Westlandse Zoom een effectscan (215026/AQT301/ML, d.d. 27 maart 2015) uitgevoerd. Op basis van een locatiebezoek en een literatuurstudie is geïnventariseerd welke beschermde soorten er in het deelgebied aanwezig kunnen zijn. Aan de hand van de projectbeschrijving is getoetst of het project in strijd is met de Flora- en faunawet. De conclusie van de toetsing wordt hieronder weergegeven:
De betreffende woningen waar een extra controle nodig is indien hier werkzaamheden gaan plaatsvinden zijn aangegeven in onderstaande afbeelding.
De tabellen geven een beknopte weergaven van de mogelijke effecten en noodzakelijk onderzoeken volgens de Flora- en faunawet of Habitatrichtlijn.
Algemene aanbevelingen
In alle plangebieden komen langs waterkanten, in struweel en in bomen algemene broedvogels voor. Alle in Nederland broedende vogels zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Werkzaamheden aan het groen worden in deze periode afgeraden. Indien werkzaamheden in de periode maart t/m juli moeten worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van vogelnesten voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden. Indien vogelnesten aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden totdat de jongen uitgevlogen zijn of dient een verstoringsvrije zone rond het nest opgesteld te worden.
Voor het verwijderen van verblijfplaatsen en het verwonden van de potentieel aanwezige tabel 1-soorten geldt een vrijstelling. Vanwege de beperkte omvang van de activiteiten en de beperkte geschiktheid van het projectgebied wordt het niet noodzakelijk geacht om gerichte maatregelen voor tabel 1-soorten te treffen in het kader van de Zorgplicht.
Uit de Ecoeffectscan Westlandse Zoom (215026/AQT301/ML, d.d. 27 maart 2015) is gebleken dat de volgende deelgebieden geschikt biotoop bieden voor beschermde soorten conform de Flora- en
faunawet.
De beschermde soorten per gebied waar onderzoek naar het gebruik- en de functie van het gebied naar is gedaan, is als volgt weergegeven:
In dit onderzoek (215026/AQT 302b FF/ML d.d.3 december 2015) wordt de aanwezigheid van rugstreeppad, vleermuizen en vissen in de deelgebieden onderzocht door Aqua-Terra Nova BV in opdracht van Westlandse Zoom.
Het deelgebied behoort tot het verspreidingsgebied van de kleine modderkruiper. Het voorkomen van de soort kan niet worden uitgesloten. De kleine modderkruiper betreft een beschermde soort conform tabel 2 van de Flora- en faunawet. Bij ruimtelijke ingrepen dient voor de kleine modderkruiper te worden gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode flora en fauna. Een gedragscode welke volstaat en goed aansluit bij de werkzaamheden is Vereniging Stadswerk Nederland ruimtelijke ontwikkeling en inrichting d.d. december 2011 (16). Ontheffing is dan niet noodzakelijk.
Op basis van het onderzoek kunnen voortplantingswateren en verblijfplaatsen van rugstreeppadden worden uitgesloten. Vervolgstappen als een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet is niet noodzakelijk. Echter, de soort komt voor in het nabij gelegen Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen. Rugstreeppadden zijn pionier soorten en kunnen zich snel verplaatsen naar nieuw geschikte gebieden. Om vestiging van rugstreeppadden in het deelgebied voor of tijdens te werkzaamheden te voorkomen zijn maatregelen aangereikt. Deze zijn weergegeven bij de aanbevelingen met betrekking tot de rugstreeppad.
In deelgebied 4 is de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Er is geen sprake van essentieel foerageergebied en zijn geen essentiële vliegroutes van vleermuizen aanwezig. Er is geen ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet noodzakelijk.
Maatregelen
Om de functionaliteit van het leefgebied te kunnen garanderen dienen conform ‘Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis’ (7) maatregelen worden genomen. Uitstraling van licht vanuit woningen of straatverlichting naar de waterlopen moet worden voorkomen. Ook tijdens de werkzaamheden dient de uitstraling van licht naar de waterlopen te worden voorkomen. Om het gebied zo in te richten dat vleermuizen gebruik kunnen blijven maken van vliegroutes en foerageergebied, dient bij de planvorming gebruik te worden gemaakt van lijnvormige structuren als waterlopen of bomenrijen. Bij voorkeur vliegt de soort uit de wind. Geadviseerd wordt bomen of bosschages langs waterlopen te plaatsen zodat vleermuizen in de luwte kunnen vliegen en uit het licht van straatlantaarn, gebouwen of woningen. Uitstraling van licht naar de waterkant dient zoveel mogelijk te worden vermeden.
Werken in broedseizoen
Van alle inheemse vogelsoorten zijn de nesten gedurende het broeden beschermd. De meeste vogels broeden in de periode 15 maart tot en met 15 juli. De werkzaamheden dienen buiten de broedperiode te worden uitgevoerd. Met het uitvoeren van werkzaamheden in het projectgebied tijdens de broedperiode kunnen nesten van algemene broedvogels verstoord worden of verloren gaan. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd tijdens het broeden en mogen tijdens de broedperiode niet worden verstoord of verwijderd. Aangeraden wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Zorgplicht
Bij elk project, op elke locatie en bij elke handeling of activiteit geldt naast de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet bovendien de 'zorgplicht'. Een ieder (van de projectontwikkelaar die achter zijn bureau werkt aan de opzet van een nieuw project tot aan de uitvoerende mensen op de bouwlocatie) dient zó te handelen, of juist handelingen na te laten, dat de in het wild voorkomende dieren- en plantensoorten geen of zo min mogelijk hinder ondervinden.
Aanbevelingen met betrekking tot de rugstreeppad
Om te voorkomen dat rugstreeppadden zich vestigen op het werkterrein kunnen de volgende maatregelen getroffen worden:
De dieren mogen zonder ontheffingen of vergunningen van een gebied worden geweerd, mits de dieren geen schade wordt gedaan. Eenmaal gevestigd mogen de dieren conform de wet niet zonder toestemming (ontheffing) van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland worden verwijderd.
Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en / of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken.
Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) vervangt per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden.
Voorafgaand aan de Wet natuurbescherming is op 1 juli 2015 de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. Het bijbehorende programma "programma aanpak stikstof" is tevens van kracht geworden waardoor vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming voor het aspect stikstof is vereenvoudigd.
In het programma aanpak stikstof werken overheden en maatschappelijke partners samen om de stikstofuitstoot te verminderen en daarmee ook economische ontwikkelingen mogelijk te maken. Door middel van brongerichte maatregelen wordt een (extra) daling van de stikstof-depositie op Natura 2000-gebieden bereikt. Een deel van de daling van de stikstofdepositie komt beschikbaar als depositieruimte voor economische ontwikkelingen. Het overige deel komt ten goede aan de natuur waardoor gewaarborgd is dat de Natura 2000-doelen worden gehaald.
Het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen bestaat uit drie deelgebieden Solleveld, Kapittelduinen en Spanjaards duin.
Het tussen Den Haag en Ter Heijde gelegen Solleveld wijkt af van de meeste andere Zuid-Hollandse duingebieden doordat het voor het overgrote deel bestaat uit 'oude duinen'. Bijzonder in deze ontkalkte duinen zijn enkele heideterreintjes, die evenals andere landschapselementen herinneren aan het historisch agrarische gebruik. Het gebied is niet heel reliëfrijk en bestaat uit duinen, duinbossen, graslanden, duinheiden, struwelen, ruigten en plassen. Aan de binnenduinrand ligt een aantal oude landgoedbossen met een rijke stinzeflora.
Ten noorden van de oude monding van de Maas liggen de Kapittelduinen. Dit gebied bestaat uit de ten oosten van het strand gelegen duinen, vochtige duinvalleien, duinplassen, duin- en landgoedbossen, graslanden, struwelen, ruigten en een aantal dijktrajecten. Het gebied ligt op de overgang van kust naar rivierengebied en meer landinwaarts worden de rivierinvloeden steeds duidelijker zichtbaar in de vegetatie. In het Staelduinse Bos liggen diverse bunkers. Naast de aanwijzing als Natura 2000-gebied, vallen de Kapittelduinen ook nog onder het oude aanwijsbesluit Beschermd Natuurmonument. Naast beschreven vegetaties worden er diverse vogels in het aanwijsbesluit genoemd. Zo wordt in het besluit genoemd dat de Kapittelduinen van waarde is als broed- en rustplaats voor o.a. de soorten: scholekster, tOp 25 mei 2011 is het Natura 2000-gebied Spanjaards Duin voorlopig aangewezen als Natura 2000-gebied. Het gebied Spanjaards Duin is aangelegd als duincompensatiegebied in verband met mogelijk significante gevolgen op de Natura 2000-gebieden Voornes Duin (landelijk gebiedsnummer 100) en Solleveld & Kapittelduinen (landelijk gebiedsnummer 99) als gevolg van de aanleg en het toekomstig gebruik van Maasvlakte 2. De duincompensatie vindt plaats om te kunnen voldoen aan de vereisten van artikelen 19d t/m 19h van de Natuurbeschermingswet 1998 (thans Wet natuurbescherming).
Het nieuw aangelegde duingebied Spanjaards Duin ligt aan de zeezijde van de Delflandse kust ter hoogte van 's-Gravenzande (op ongeveer 4,5 kilometer afstand van het plangebied). Met de aanleg van dit duincompensatiegebied wordt de ontwikkeling van twee duinhabitattypen (grijze duinen (H2130) en vochtige duinvalleien (H2190) beoogd om de mogelijk significante gevolgen van het toekomstig gebruik van Maasvlakte 2 op de duinen in Voornes Duin en Solleveld & Kapittelduinen op voorhand te compenseren. Ook zal er biotoop van de groenknolorchis (H1903) ontwikkeld moeten worden.
Het Spanjaards Duin moet in twintig jaar uitgroeien tot een vochtige duinvallei met aan de landzijde grijze duinen. Inmiddels is de realisatiefase van het compensatiegebied afgerond. ureluur, boomvalk en ransuil. Vanwege de recreatiedruk is het aantal broedparen betrekkelijk laag.
Het gebied Solleveld & Kapittelduinen is op vrijdag 30 september 2011 door de toenmalige staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I, nu EZ) definitief aangewezen als Natura 2000-gebied.
Het Spanjaards duin is onderdeel geworden van dit Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen
Detailkaart begrenzing Solleveld &Kapittelduinen en begrenzuing Spanjaards Duin
Door Antea Group is het voornemen van de planontwikkeling getoetst aan het beschermingsregime van het Natura 2000-gebied: de Wet natuurbescherming (zie bijlage). De toetsing is opgenomen in een rapportage. De rapportage gaat in op:
Er zijn als gevolg van de planontwikkeling, met uitzondering van stikstofdepositie (verzuring en vermesting) geen verstoringsfactoren die een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen kunnen hebben.
Op basis van de nadere analyse stikstofdepositie luidt de conclusie dat de planontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Eén van de uitgangspunten is dat voor het uitrijden van het plangebied (Heen), bij beide ontsluitingswegen, een linksafverbod zal worden ingesteld zodat het autoverkeer zich vanuit het plangebied niet via de Oorberlaan over de Haagweg en Monsterseweg kan afwikkelen. Teneinde het plangebied bereikbaar te houden gelden voor het verkeer naar het plangebied toe (Terug) geen beperkingen.
Uitgesloten kan derhalve worden dat de planontwikkeling leidt tot de aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied en betreffende de instandhoudingsdoelen in gevaar komen. Het opstellen van een passende beoordeling kan hierdoor achterwege blijven.
Uitgesloten kan derhalve worden dat de planontwikkeling leidt tot de aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied en betreffende de instandhoudingsdoelen in gevaar komen. Het opstellen van een passende beoordeling kan hierdoor achterwege blijven.
Het plangebied van het bestemmingsplan Westmade-Noord te Monster is gelegen in het gebied “Westmade” . Westmade is op grond van artikel 2.8 van het Besluit natuurbescherming in bijlage 1 behorende bij artikel 2.5 van de Regeling natuurbescherming aangewezen als een z.g.n. prioritair project. Hieronder een kaartje uit de berekening van de AERIUS CALCULATOR voor het project woningbouw Westmade (bijlage 4).
Uitsnede bijlage 6 Regeling PAS.
Voor het prioritaire project woningbouw Westmade is ontwikkelruimte gereserveerd en is reeds een passende beoordeling uitgevoerd in het kader van de PAS.
Artikel 2.8 lid 2 Wnb
In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.
Dit wordt bevestigd in de parlementaire geschiedenis waarin de volgende passage is aan te treffen:
“Voor zover in het bestemmingsplan voorziene ontwikkelingen samenvallen met concrete prioritaire projecten of andere handelingen voor de toestemmingverlening waarvan in het geldende programma aanpak stikstof ontwikkelingsruimte is gereserveerd, kan op dat punt bij de plantoets gebruik worden gemaakt van de passende beoordeling die ten grondslag ligt aan het programma aanpak stikstof”.
Ook in de handreiking bestemmingsplannen juni 2015 wordt vermeld dat voor zover de in het plan voorziene ontwikkelingen ( in casu 6 woningen) samenvallen met concrete segment 1 – projecten waarvoor in het geldende programma ontwikkelingsruimte is gereserveerd of reeds is toebedeeld, gebruik kan worden gemaakt van de passende beoordeling die ten grondslag ligt aan de PAS.
In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valletta (Malta). Dit verdrag heeft als doel om de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in de Woningwet, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingswet. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 van kracht werd.
De belangrijkste artikelen uit het Verdrag van Malta die in Nederland middels deze wet werden overgenomen zijn dat het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke (in situ) dient te worden behouden (artikel 4), dat het archeologisch erfgoed deel uitmaakt van de belangenafweging in het kader van ruimtelijke ordening (artikel 5) en het 'veroorzakersprincipe' (artikel 6). Met ingang van de Erfgoedwet in juli 2016 zijn deze artikelen op hoofdlijnen overgenomen.
Waar in de monumentenwet (WAMZ, 2007) voor het moeten uitvoeren van een archeologisch onderzoek een ondergrens van 100 m² werd gegeven aan de omvang van bodem verstorende ingrepen mogen Gemeentes van deze gestelde grens afwijken, mits de redenen hiervoor goed onderbouwd kunnen worden. De gemeente Westland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door het vaststellen van een eigen archeologische beleidskaart (Kerkhof, 2012) met passende ondergrenzen. De beleidskaart dient als basis voor de bestemmingsplannen van de gemeente Westland, waarin archeologisch waardevolle gebieden opgenomen zijn als dubbelbestemming archeologie. Op basis daarvan kan de gemeente in vergunningen voorwaarden opnemen voor het veilig stellen van (verwachte) archeologische waarden.
Gemeentelijk archeologiebeleid
Conform het archeologiebeleid worden vier afzonderlijke beschermingsregimes vastgelegd in het kader van te beschermen archeologische waarden. De delen van het plangebied die vallen onder 'bekende vindplaats', zijn bestemd als Waarde - Archeologie 1. Op dezelfde wijze zijn verwachtingszones I, II en III respectievelijk bestemd als Waarde - Archeologie – 2, Waarde - Archeologie – 3 en Waarde - Archeologie - 4. Samen bevatten zij een hoeveelheid aan historische informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling. Binnen de bestemmingsregels wordt archeologisch onderzoek verplicht gesteld voor (bouw)werkzaamheden die het archeologisch belang kunnen schaden. Hierbij geldt dat hoe hoger de verwachtingswaarde, hoe eerder archeologisch onderzoek nodig is. De archeologische waarden van het gebied bestaan uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen.
Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Westland.
Ten tijde van de eerste initiatieven voor de ontwikkeling van de Westlandse Zoom, waar onderhavig plangebied onderdeel van is, beschikte de gemeente nog niet over de nu vigerende beleidskaart archeologie en is er destijds voor gekozen om een archeologisch onderzoek uit te laten voeren dat het gehele plangebied Westlandse Zoom I besloeg. Daarbij zijn archeologisch waarden aangetroffen waarvan de precieze ouderdom, aard en omvang deels nog niet is bepaald.
Ontstaansgeschiedenis
In de noordwestelijke strook van Westmade liggen de Oude Duin- en Strandzanden aan het oppervlak. Erachter heeft een strandvlakte gelegen waar zich op het Oude Strandzand veen heeft gevormd. Soms komt er ook nog een kleilaag van de Afzettingen van Calais IV voor tussen het Hollandveen en de Oude Strandzanden. Verder in zuidoostelijke richting ligt bovenop dit Hollandveen ook nog een dekafzetting van de Duinkerke I - transgressiefase. In het uiterste zuidoostelijke deel wordt de toplaag gevormd door de Afzettingen van Duinkerke III, die hier vanuit de Booma in de twaalfde eeuw zijn afgezet.
De Oude Duinen op de strandwal hebben vanaf het begin van hun bestaan gunstige mogelijkheden geboden voor bewoning en de aanleg van akkers. Voor het weiden van vee werden de met veen gevulde strandvlakte benut. Onder de kleiafzettingen blijken regelmatig strandwalresten en duinkopjes voor te komen die ook in de IJzertijd en Romeinse tijd voor bewoning geschikt waren. Met name ten noorden van de Haagweg, maar ook ten oosten en westen van onderhavig plangebied zijn de afgelopen decennia vele archeologische waarden aan het licht gekomen.
Ze tonen aan hoe intensief de Oude Duinen vanaf de Late Steentijd tot in de Middeleeuwen bewoond zijn geweest en hoe intensief er landbouw vanaf de Late Steentijd tot in de Middeleeuwen werd bedreven. Deze vondsten lijken indicatief voor de intensiteit van de bewoning in het duingebied van Westmade. De geologische omstandigheden wijzen erop dat er vele archeologische waarden in het gebied aanwezig zouden kunnen zijn.
In juni 2015 is, op grond van bovengenoemd archeologisch bureauonderzoek en diverse latere inventariserend veldonderzoeken, een archeologische beheerskaart opgesteld voor de Westlandse Zoom. Na nog meer onderzoeken is deze in januari 2018 geactualiseerd. Hieruit, blijkt dat voor een deel van de gronden in het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek (= groen) meer noodzakelijk is, terwijl voor een aantal andere delen (= paars) wordt aangegeven dat daar nog onderzoek moet plaatsvinden. De delen waar nog wel onderzoek moet plaatsvinden vanwege archeologische verwachtingen bevinden zich op de medebestemmingenkaart in verwachtingszone I, II en III. Waar als gevolg van nader onderzoek archeologische waarden zijn vastgesteld die nog verder onderzoek behoeven, zijn delen van de medebestemmingenkaart weergegeven in blauw als bekende vindplaats.
Dit betekent dat men in geval van bodemverstorende graafwerkzaamheden een archeologisch onderzoek moet uitvoeren als de omvang van de bodemverstoring groter is dan 100 m2, 250 m2 of 500 m² en dieper reikt dan 50 cm – maaiveld en bij de bekende vindplaatsen vanaf 0 m2 en 30 cm -mv. Deze onderzoeken zijn inmiddels deels uitgevoerd, of zullen nog worden uitgevoerd.
Uitsnede Archeologische beheerskaart Westlandse Zoom
Medebestemmingenkaart
In het plan worden vier dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de aanwezige categorieën van archeologische waarden. In de planregels is een bouw- en gebruiksregeling opgenomen waardoor de archeologische waarden voldoende zijn geborgd.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan zal hiervan conform paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet, melding worden gemaakt bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Tevens zal contact opgenomen worden met de gemeentelijke archeoloog, afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid, team Omgevingsvergunningen en Erfgoed.
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008).
Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening.
Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg.
Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.
De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.
Opbouw planregels
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
Inleidende regels
Begrippen
Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.
Wijze van meten
Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
Bestemmingsregels
De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
Gebruiksregels
De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen.
Afwijkingsregels
In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels".
Aanleggen of slopen
De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling:
Algemene gebruiksregels
In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken.
Overgangs- en slotregels
In het artikel "Overgangs- en slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen:
Wettelijke vereisten
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen:
NL.IMRO.1783.OWZWESTMADENRDobp-ON01
De dataset bestaat uit:
Leeswijzer verbeelding
Wegwijzer via internet
Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is.
Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan.
Analoge verbeelding
Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes.
Bestemmingsvlak en bouwvlak
Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder).
Aanduidingen
Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'.
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'.
Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.
De functies in het plangebied die in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming):
De grotere groenvoorzieningen met een structurerend karakter zijn ondergebracht in de bestemming "Groen". Naast beplanting zijn hier onder andere ook speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, oeververbindingen en water mogelijk. Onder speelvoorzieningen gaat het in dit plan om kleine speelvoorzieningen met een hoogte lager dan 3 meter.
De voor "Tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor de voortuinen of de zijtuinen bij de op de gronden aanwezige bebouwing. Het betreft hier in de meeste gevallen bestaande woningen. Op gronden met de bestemming "Tuin" zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Met een uitzondering voor erkers aan de voorgevel van de woningen.
Daar waar een weg een stroomfunctie heeft, zijn de gronden bestemd als "Verkeer". Binnen deze bestemming zijn een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan, zoals parkeren, groen- en waterpartijen en nutsvoorzieningen.
Daar waar het openbaar gebied een verblijfs- en verplaatsingsfunctie heeft hebben de gronden de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied". Binnen deze bestemming is ontsluiting toegestaan met daarbij behorende voorzieningen zoals parkeren, groen- en waterpartijen, nutsvoorzieningen, speeltoestellen en reclame-uitingen.
Een deel van de gronden is bestemd als 'Water'. Deze gronden zijn bedoeld voor waterlopen ten behoeve van de waterhuishouding, waterberging, sierwater en het verkeer te water en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, bruggen, duikers, aanlegsteigers en waterstaatkundige voorzieningen.
De bestaande woningen zijn opgenomen met de bestemming "Wonen". De regeling voor woonpercelen bestaat uit twee bestemmingen: "Wonen" en "Tuin". De bestemming "Tuin" is reeds toegelicht.
Opzet van de bestemmingslegging.
De woningen zelf zijn voorzien van de bestemming "Wonen". Het beleid van de gemeente Westland is erop gericht de kwaliteit van de woonomgeving te behouden. Naast de bestaande situatie en de bestaande mogelijkheden die voortvloeien uit de vigerende bestemmingsplanregeling, is bij het toekennen van de bestemmingen het bieden van voldoende erfbebouwingsmogelijkheden voor de bestaande woningen het uitgangspunt. De basis voor de regeling van de bestaande woonfunctie wordt gevormd door een regeling bestaande uit bouwvlakken ter plaatse van de aanwezige hoofdgebouwen. De gronden buiten het hoofdgebouw (zij- en achtererf) zijn gelegen buiten het bouwvlak. De gronden aan de voorzijde (en soms zijkant) zijn meestal bestemd als "Tuin".
Bouwvlakken hoofdgebouwen.
Bij de opstelling van het bestemmingsplan is voor alle woningen bepaald waar in de huidige situatie het hoofdgebouw (de woning zelf, zonder aan- of uitbouwen) en waar het bijgebouw (bijvoorbeeld garage) staat. Deze bestaande situatie is het uitgangspunt. Rekening houdend met karakteristieke voorgevelverspringingen en rooilijnen, zijn op de planverbeelding bouwvlakken opgenomen. Uitsluitend binnen deze bouwvlakken zijn hoofdgebouwen toegestaan, waarmee de plaats van hoofdgebouwen juridisch is vastgelegd.
Erfbebouwing.
De gronden achter en deels voor en naast het hoofdgebouw c.q. de woning zijn te gebruiken voor uitbreiding van het hoofdgebouw of voor de bouw van bijgebouwen. De regeling bevat bepalingen met betrekking tot oppervlakte en hoogte van erfbebouwing. In het bestemmingsplan worden er voldoende erfbebouwingsmogelijkheden geboden, terwijl de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast.
Aan-huis-gebonden-ondernemingen.
Aan-huis-gebonden-ondernemingen zijn als ondergeschikte functie onder voorwaarden bij de hoofdfunctie toegestaan. Zo mag onder andere de omvang niet meer bedragen dan 25% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het hoofdgebouw met een maximum van 50m2 per woning.
De bestemming 'Woongebied' is opgenomen ten behoeve van de nog te ontwikkelen woningen en de bijbehorende straten, groen, water en erfpercelen. Op de verbeelding is het maximum aantal woningen per bestemmingsvlak weergegeven.
Op gronden met de bestemming woongebied mogen overal grondgebonden woningen worden gerealiseerd, Gestapelde woningen (appartementen) mogen uitsluitend ter paatse van de aanduiding gestapeld worden gebouwd. Om voldoende afstand te borgen tussen de nieuwe woningen en de bestaande bebouwde omgeving is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de woningen moeten worden gebouwd.
De goot- en bouwhoogte is voor de strook langs de bestaande bebouwing met dezelfde goot- en bouwhoogte opgenomen als de bestaande woningen. Het gaat om 6 meter goothoogte en 10 meter bouwhoogte. Voor het andere deel van het woongebied is een bouwhoogte opgenomen van 11 meter, zodat gekozen kan worden uit woningen met een kap en woningen met drie lagen plat.
In het midden van het plangebied is de aanduiding (gs) opgenomen. Binnen deze aanduiding is middels een binnenplanse afwijking een bouwhoogte van 18 meter mogelijk voor gestapelde bouw.
Het betreft een bestaande leiding, zoals weergegeven op de verbeelding en opgenomen in de regels met de dubbelbestemming Leiding - Gas.
Omdat in delen van het plangebied een redelijke tot grote kans aanwezig is van archeologische sporen in de grond heeft een deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen. Aan de dubbelbestemming is een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden verbonden.
De gronden waarop de regionale waterkering aanwezig is, worden voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’. Binnen deze dubbelbestemming kan alleen worden gebouwd indien de belangen voor de waterkering niet onevenredig worden geschaad.
Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. De Grondexploitatiewet is een onderdeel van de Wro. In de Grondexploitatiewet is een regeling opgenomen ten aanzien van onder andere het kostenverhaal, de binnenplanse verevening en de te stellen locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie.
Alle gronden zijn in eigendom van de gemeente. Een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk aangezien het kostenverhaal anderzins is verzekerd.
In de periode van 22 januari 2018 t/m 5 maart 2018 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd:
De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in de bijlage.
De visie voor Westmade is tot stand gekomen door middel van een participatietraject met omwonenden en belanghebbenden. Tijdens twee inloopavonden en drie klankbordgoepbijeenkomsten heeft iedereen mee kunnen praten over de invulling van het gebied.
De leden van de klankbordgroep zijn ingezet als gebiedsdeskundigen en konden goed meepraten over wat Westmade nog miste en wat er vooral niet zou moeten komen.
De gespreksonderwerpen waren onder andere:
De grote gemene delers zijn samengevat in de vastewaardenkaart die onderdeel uitmaakt van de paragraaf gebiedsvisie.
Van PM tot PM heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Gedurende de periode van tervisielegging zijn PM AANTAL zienswijzen ingediend.
De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting.