Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.1903.BPPAR101-VG01
Plantype: bestemmingsplan

Inhoud

 

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Artikel 2 Toepassingsbereik

Hoofdstuk 2 Algemene regels

Artikel 3 Anti-dubbeltelregel

Artikel 4 Overige regels

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 5 Overgangsrecht

Artikel 6 Slotregel

 

Bijlage 1: Overzicht geldende plannen

Bijlage 2: Bepalen parkeerbehoefte

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

 

 

 

Artikel 1 Begrippen

 

1.1 plan

het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten' met identificatienummer NL.IMRO.1903.BPPAR101-VG01 van de gemeente Eijsden-Margraten.

 

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

 

Artikel 2 Toepassingsbereik

Dit bestemmingsplan herziet de plannen zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels.

 

Het bepaalde in de regels (voorschriften) en op de verbeeldingen (plankaarten) van de plannen in Bijlage 1 'Overzicht geldende plannen' blijven ongewijzigd van toepassing, met dien verstande dat de regelingen omtrent parkeernormen, voor zover aanwezig, komen te vervallen en worden vervangen door artikel 4.1 van dit plan.

 

 

Hoofdstuk 2 Algemene regels

 

 

 

Artikel 3 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 4 Overige regels

 

4.1 Parkeernorm

Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels:

  1. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

  2. In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

  3. Voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid dient te worden voldaan aan het bepaalde in Bijlage 2 'Bepalen parkeerbehoefte'. Indien parkeerbeleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.

  4. De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b dienen in stand te worden gehouden.

  5. In afwijking van het bepaalde onder a, b en c kan bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen:

  1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en

  2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.

 

4.2 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de parkeernormen zoals opgenomen in bijlage 2 te wijzigen, indien een actualisatie van de kencijfers van de CROW heeft plaatsgevonden en de geactualiseerde kencijfers gehanteerd worden.

 

 

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

 

 

Artikel 5 Overgangsrecht

 

5.1 Overgangsrecht bouwwerken

  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

  1. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %.

  2. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

5.2 Overgangsrecht gebruik

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

  3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

  4. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

Artikel 6 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

'Regels van het bestemmingsplan Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten'.